'Als het aan de bouw lag, was deze agenda er niet gekomen'

Interview met Elphi Nelissen over circulair bouwen

Prof. Elphi Nelissen. Foto: TU Eindhoven.

De grondstoffenhonger van de bouwsector is onhoudbaar, stelt Elphi Nelissen. De hoogleraar Duurzaam Bouwen aan de TU Eindhoven leidde de projectgroep die in januari dit jaar de zogeheten Transitieagenda voor de bouw presenteerde, met ambities richting een circulaire bouweconomie in 2050. Van Nelissen had de groep de lat nog veel hoger mogen leggen. “Als we blijven bouwen zoals we dat tot nu toe hebben gedaan, maken we de natuur, de aarde en uiteindelijk onze toekomst kapot.”

De komende tien jaar heeft Nederland een miljoen extra woningen nodig om aan de vraag te kunnen voldoen. De hele wereld bouwt bij: in 2050 moeten tien miljard wereldbewoners een dak boven hun hoofd hebben. “Denk je eens in wat een enorme impact dat heeft op ons grondstoffenverbruik en op de ecologie”, zegt Elphi Nelissen in haar kantoor op de campus van de TU Eindhoven. “We kunnen niet doorgaan met bouwen zoals we dat tot nu toe hebben gedaan. Het roer moet echt om.” De Transitieagenda die onder haar leiding werd opgesteld, moet de omslag naar circulair bouwen realiseren, oftewel ‘het ontwikkelen, gebruiken en hergebruiken van gebouwen, gebieden en infrastructuur, zonder natuurlijke hulpbronnen onnodig uit te putten, de leefomgeving te vervuilen en ecosystemen aan te tasten. Bouwen op een wijze die economisch verantwoord is en bijdraagt aan het welzijn van mens en dier. Hier en daar, nu en later’. Concreet betekent dit onder meer dat zowel de woning- en utiliteitsbouw als de grond-, weg- en waterbouw vooral hernieuwbare grondstoffen gebruiken en bouwmaterialen recyclen. De bouwsector en onze gebouwde omgeving mogen geen broeikasgassen meer uitstoten.

Er bestaan 114 definities van een circulaire economie. Waren jullie het snel eens over de te hanteren omschrijving?

“Nee, dat is een lange zoektocht geweest. En met woorden als ‘onnodig’ in de uiteindelijke definitie ben ik ook niet zo blij. Maar soms moet je wat water bij de wijn doen. De VNO-NCW’s in de projectgroep wilden duidelijk minder ver gaan dan anderen. Zij zeggen: als we de benodigde grondstoffen niet hebben, moeten we die kunnen verkrijgen op de manier waarop we dat nu doen, dus uit de winning van primaire grondstoffen zoals zand, grind, kalksteen en metaalertsen. Ik snap dat wel. Als de bevolking zo hard groeit dat we de huidige voorraad van 7,5 miljoen woningen moeten verdubbelen, is het voorstelbaar dat dat niet kan met de hoeveelheid grondstoffen die we nu al in gebruik hebben. Maar persoonlijk was ik liever een stap verder gegaan.”

U zou het een grotere uitdaging hebben gevonden als er had gestaan: in 2050 gebruiken we geen primaire, niet-vernieuwbare grondstoffen meer.

“Tenzij het herbruikbare materialen of elementen betreft. Als we toch primaire grondstoffen gebruiken, moeten we ervoor zorgen dat ze opnieuw gebruikt kunnen worden in de toekomst, bijvoorbeeld door gebouwen demontabel te maken. Uitgangspunt voor onze agenda was overigens het Grondstoffenakkoord, dat door meer dan 300 partners is ondertekend - ook industriële bedrijven. Dat akkoord gaat minder ver dan de regeringsdoelstelling. De huidige definitie was het hoogst haalbare.”

Circulair bouwen, hoe doe je dat?
In 2050 moet de Nederlandse economie circulair zijn, aldus de regering. We hebben dan een economie die zuinig is op grondstoffen, geen afval of vervuiling meer produceert en op schone energie draait. Deze denkrichting wordt breed onderschreven. In 2017 sloot de regering met bedrijven, vakbonden, kennisinstituten en milieuorganisaties een Grondstoffenakkoord. De ondertekenaars hebben vijf Transitieagenda’s opgesteld voor sectoren die nu nog veel grondstoffen verbruiken, waaronder de bouw.
De bouwsector is verantwoordelijk voor circa 50 procent van het grondstoffenverbruik en 40 procent van het afval in Nederland. Gebouwen zijn met 35 procent de grootste bron van CO2-uitstoot. Een circulaire economie vraagt dus om een revolutie in de bouw. Deze sector moet bij voorkeur hernieuwbare grondstoffen gaan gebruiken, zoals hout. Bij de sloop van gebouwen dienen de materialen te worden hergebruikt of hoogwaardig gerecycled – op dit moment keert slechts 3 procent van de grondstoffen in hun oorspronkelijke functie terug in gebouwen. Gebouwen moeten energieneutraal worden en de CO2-uitstoot in de keten, van de cementfabriek tot de bouwplaats, tot nul gereduceerd.

Kan de bouwsector deze toch enorme opgave aan?

“Ze zal wel moeten. We kunnen het ons niet langer permitteren om niet naar circulair bouwen te streven. Bij de gemiddelde aannemer ontbreekt het inderdaad nog aan voldoende kennis en bewustzijn. Daarom blijf ik mijn boodschap herhalen, in de hoop dat ook het bedrijfsleven doordrongen raakt van de noodzaak om zich te ontwikkelen richting circulair bouwen. Ik begrijp de remmende rol van aannemers overigens wel hoor. Iedere bouwer is blij als hij zijn orderportefeuille voor dit jaar en het volgende jaar heeft gevuld, en daar ook nog wat mee kan verdienen. Als het aan de bouwbedrijven lag, was deze agenda er niet gekomen. Er staat hun, net als de rest van de sector inclusief de ontwerpende en toeleverende partijen, een grote verandering te wachten. Maar nogmaals, we moeten ze mee krijgen, met stimulerende of desnoods bestraffende maatregelen.”

Hoe zien die maatregelen eruit?

“Allereerst moet er vraag komen naar circulair bouwen. Dat begint bij de overheid: die moet bij de aanbesteding van bouwprojecten eisen stellen op het gebied van circulariteit. Bij een veranderende vraag moet de sector wel mee. Er moet ook een verplicht materialenpaspoort komen voor gebouwen, zodat bij renovatie of sloop bekend is welke materialen zich waar in het gebouw bevinden. De overheid moet tenslotte circulariteitsprestaties gaan afdwingen en deze steeds opschroeven, via wetgeving, net zoals zij dat doet met de energieprestatienorm voor gebouwen. Dit vereist een goed meetsysteem, met een nulmeting en een goede monitoring voor circulariteit. De criteria hiervoor zijn nog niet opgesteld, nee. We hebben aangegeven wat we nodig hebben om in 2021 het ‘basiskamp’ te hebben ingericht, van waaruit we verder kunnen. Die circulariteitsprestatienorm is een van de benodigdheden.”

“De normen voor circulariteit zullen we langzaam moeten opschroeven, zodat toeleveranciers van materialen de kans krijgen zich aan te passen en producten in ruime mate en betaalbaar op de markt te brengen.”

 

Nederland heeft al een Bouwagenda die stelt dat er tussen nu en 2030 een miljoen nieuwe energieneutrale woningen moeten worden gebouwd en dat jaarlijks honderdduizend bestaande woningen moeten worden verduurzaamd. Wordt de bouwsector niet overvraagd als zij ook nog circulair moet gaan werken? En zullen die woningen betaalbaar zijn?

“Dat is een goede vraag. De normen voor circulariteit zullen we langzaam moeten opschroeven, zodat toeleveranciers van materialen de kans krijgen zich aan te passen en producten in ruime mate en betaalbaar op de markt te brengen. Dan nog bestaat de kans dat de eerste groep circulaire woningen kostbaarder wordt. Ik vind dat de overheid deze onrendabele top moet subsidiëren. Corporaties zouden een deel van de kosten gedekt kunnen krijgen als de overheid de verhuurdersheffing zou verlagen. Maar die heffing is weer nodig om de schatkist te vullen. Het is een kwestie van keuzes maken.”

Verwacht u dat de regering uw voorgestelde agenda overneemt?

“We hebben te maken met de ministers van Economische Zaken, Binnenlandse Zaken en Infrastructuur en Waterstaat. Ik denk dat ze onze voorstellen graag willen overnemen, maar alleen al voor de eerste vier jaar vragen we zo’n honderd miljoen euro. Dat is serieus geld. Niemand is tegen circulariteit, maar om het ook voor elkaar te krijgen… dat is nog wel even een dingetje. De officiële reactie van de regering komt in juni. (Deze is inmiddels verschenen. - red.) In regeerakkoord staat overigens tot mijn verbazing dat de regering de transitieagenda’s circulaire economie zal uitvoeren. Maar ik verwacht echt niet dat het geld zomaar op tafel komt. Veel van het ‘hoe’ is ook nog niet duidelijk. Hoe gaan we dat doen, circulair aanbesteden? Ik wil zelf een circulaire woning laten bouwen, die volledig demontabel is, maar loop tegen intrigerende obstakels aan.”

Zoals?

“Het begint al bij de vloer. In een vochtig klimaat is een houten vloer op de begane grond ongewenst. Maar wat dan wel? Je zou kunnen denken aan een prefab betonnen begane-grondvloer die demontabel is, net als het vloerverwarmingssysteem, dat gekoppeld wordt aan warmte-koudeopslag en een warmtepomp. Maar de afwerkvloer die daarbovenop komt moet verlijmd worden. Weg demontabiliteit! Dat soort dingen is technisch gezien onvoldoende uitgewerkt. Ook wil ik graag tweedehands materialen gebruiken. Maar waar vind ik deze? We hebben nog geen omvangrijke materialenbank.”

Is er overheidsbeleid dat haaks staat op de ambities voor circulair bouwen?

“Bij aanbesteding van gebouwen eist de overheid duurzaam geproduceerd hout. Maar een FSC-keurmerk wordt niet toegekend aan gebruikt hout. Terwijl hergebruik van hout nu juist de meest duurzame optie is. Die eisen zouden dus aangepast moeten worden.”

Gemeenten geven de grond uit; dat geeft macht. Ze kunnen circulaire eisen stellen bij de gronduitgifte.

 

Hoe kunnen gemeenten vooroplopen bij circulair bouwen?

“Bij iedere verandering die ze in hun stad of dorp willen doorvoeren, zouden gemeentebestuurders zich moeten afvragen: kunnen we dit op een andere manier aanpakken dan het aan de markt overlaten? Gemeenten geven de grond uit; dat geeft macht. Ze kunnen circulaire eisen stellen bij de gronduitgifte. Datzelfde geldt voor provincies bij de aanleg van wegen. Het is wel belangrijk om een goed circulair begeleidingsteam aan te stellen.”

Kent u positieve voorbeelden?

“Ik heb zelf veel te maken met de gemeente Helmond. Samen met GroenLinks-wethouder Paul Smeulders (inmiddels Tweede Kamerlid - red.) ben ik daar initiatiefnemer van de wijk Brainport Smart District. Die moet wereldwijd een voorbeeld worden van energieneutraliteit, circulariteit, slimme mobiliteit en sociale inclusiviteit. Een grote uitdaging, omdat we zoveel tegelijk willen veranderen. Soms staat landelijke wetgeving daarbij in de weg. Je kunt bewoners niet verplichten om gebruik te maken van elektrische deelauto’s in plaats van een eigen auto. Wel kun je autodelen stimuleren door daar meer parkeerplekken voor te maken. We willen de wijk ook voorbereiden op autonoom rijdende auto’s die zichzelf buiten de wijk parkeren en komen voorrijden wanneer de bewoners ze nodig hebben.
In de slimme wijken van de toekomst zullen we overigens niet alleen vervoermiddelen delen, maar ook andere spullen, diensten en ruimten. We willen in Brainport Smart District met een nieuwe bouwtypologie gaan werken, waarbij we per pakweg tien woningen een gemeenschappelijke ruimte bouwen. Daar komen apparaten voor gedeeld gebruik, maar bewoners kunnen er ook samen eten of tv-kijken.”

Zal ons straatbeeld veranderen door circulair bouwen?

“Ja, dat denk ik wel. Zeker als we ons niet beperken tot circulaire gebouwen en wegen. Energieneutraliteit is onderdeel van circulariteit, en dat is weer onderdeel van duurzaamheid. Meer deelauto’s en dus minder parkeerplaatsen zorgt voor een ander straatbeeld, met meer fietsers en voetgangers. Dat gaat fijnere steden opleveren. De uitdaging is daarnaast om hergebruikte materialen zodanig te upgraden dat je er aantrekkelijke gevels mee bouwt. Onze architecten hebben een dusdanig hoog niveau, dat ik er alle vertrouwen in heb dat circulair bouwen de maatschappij alleen maar mooier en beter maakt.”

Nu de bouwers nog.

“De bouw moet af van het denken op korte termijn, met criteria als ‘investeringen moeten binnen tien jaar terugverdiend worden’. Het zou triest zijn als een geciviliseerd land als Nederland niet in staat blijkt te zijn om deze agenda uit te voeren.”

Dit artikel staat in het zomernummer van tijdschrift de Helling. Klik hier om je te abonneren.

Op vrijdag 16 november organiseren Bureau de Helling en Milieunetwerk GroenLinks een conferentie over circulair bouwen. Klik hier voor meer informatie. De aanmelding start in september.

Prof. Elphi Nelissen. Foto: TU Eindhoven.

Hoofdredacteur van tijdschrift de Helling.
Alle artikelen
Medewerker van Bureau de Helling.
Alle artikelen