Barack Obama: een authentieke zwarte leider?

Kan de zwarte presidentskandidaat Barack Obama een leider worden zoals Martin Luther King dat was? Peter Matthews houdt het voor mogelijk, maar alleen wanneer Obama meer wil zijn dan een politicus die president wil worden.

'Onze hoop op een creatief leven in dit wereldhuis dat we hebben geërfd, valt of staat met ons vermogen ons opnieuw bewust te worden van het morele doel van ons leven, zowel persoonlijk als voor wat betreft de sociale gerechtigheid. Zonder deze spirituele en morele waakzaamheid zullen we onszelf vernietigen in het misbruiken van onze eigen instrumenten.'
- Dr. Martin L. King, Jr. Where Do We Go From Here (1967)

Sinds de Amerikaanse Afrikanen meer dan 400 jaar geleden onder dwang over de oceaan werden gebracht, kent hun strijd voor vrijheid twee soorten leiderschap, waartussen een constante spanning bestaat. In de geschiedenis van de moderne zwarte vrijheidsbewegingen in Amerika botst charismatisch leiderschap dat een grote massa aanspreekt steeds weer opnieuw met een activisme aan de basis, waarin het gaat om de strijd voor de belangen van lokale zwarte gemeenschappen. Deze modellen van leiderschap zijn net zo Amerikaans als appeltaart en basketbal.

Het verschijnen van Barack Obama op het toneel van de Amerikaanse presidentscampagnes roept de vraag op welke type leider Obama is. Ik waag de stelling dat Barack Obama de mogelijkheid in zich draagt om beide modellen in zich te verenigen. En dat hij daartoe ook de middelen heeft. Twintigste eeuwse zwarte leiders als W.E.B. Dubois, Marcus Garvey, Malcolm X en Martin Luther King hadden die middelen niet, noch de tijd om een weg te zoeken waardop de verschillende modellen van leiderschap bij elkaar gebracht zouden kunnen worden.

Er zijn redenen genoeg om aan te nemen dat ook Obama dit niet zal lukken. Er is zelfs aanleiding om aan het succes van zijn eigen missie – president worden van de Verenigde Staten – te twijfelen. Zwarte leiders liepen in de Verenigde Staten steeds weer tegen een muur van racisme. Malcolm X en Martin Luther King werden vermoord. Nog altijd leeft 1 op de 5 zwarte kinderen in armoede en komt 1 op de 3 Afrikaans-Amerikaanse mannen met justitie in aanraking. In slechts 3 van 10 Afrikaans-Amerikaanse families zijn beide ouders aanwezig. Werkende zwarte vrouwen verdienen gemiddeld eenderde van wat hun witte mannelijke collega’s met dezelfde opleiding en werkervaring verdienen. De Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap is nog altijd generaties verwijderd van gelijkheid. Een zwarte president zou in deze context een ongeëvenaard staaltje van het Amerikaanse sprookje bij uitstek betekenen: arme sloeber wordt president. Maar het is de vraag of Afrikaanse Amerikanen nog in deze droom kunnen geloven.

Superheld

Toch wekt Barack Obama hoop. Hij heeft laten zien dat hij een charismatisch leider is die het grote publiek aanspreekt. Hij zou ook de leider kunnen zijn die in de lokale zwarte gemeenschappen verlichting brengt. Hij werkte in achterstandswijken, hij onderwees recht, hij is een succesvol auteur en lid van de Senaat. Als zoon van een Afrikaanse vader uit Kenia en een witte moeder uit Kansas heeft hij het nu al ver geschopt. Voorbeelden uit zijn levensverhaal passen naadloos in de typisch Amerikaanse legende: toen Obama in 2000 een auto wilde huren tijdens zijn campagne om verkozen te worden in het Huis van afgevaardigden, werd zijn creditcard geweigerd, maar vier jaar later was hij de belangrijkste spreker op de nationale conventie van de Democratische Partij. De acteur Will Smith heeft al gesolliciteerd naar de rol van Obama in een film die gemaakt zou moeten worden door Dream Work Productions. Jeffrey Katzenberg van Dreamwork heeft zijn portemonnee al getrokken, zo gaat het gerucht. Barack Obama heeft met zijn grote intelligentie, zijn aanstekelijke charisma, zijn universitaire diploma’s en niet te vergeten zin twee mooie dochters en vrouw een hoog Bill Cosby –gehalte.

Dat is allemaal zeer hoopgevend, maar Afrikaanse Amerikanen hebben anno 2007 meer nodig dan een filmrijpe superheld. Om een einde te maken aan de armoede en het racisme, die diep verankerd zijn in de Amerikaanse samenleving, is het niet genoeg om een individuele zwarte belichaming van het Amerikaanse sprookje te zijn.  

Als Barack Obama een authentiek leider wil worden van de Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap, dan zal hij moeten laten zien dat hij tot meer in staat is dan mooie woorden.

Die mogelijkheid is er, want zwarte Amerikanen willen zich maar al te graag met Obama identificeren. In een context waar het een dagelijkse routine is om met je rug tegen de muur te staan, bestaat een dringende behoefte aan voorbeelden van Afrikaanse Amerikanen die een ander, beter leven is gelukt. Maar om werkelijk betekenis te krijgen voor de zwarte gemeenschap moet Obama laten zien dat het hem niet alleen te doen is om zijn persoonlijke succes, maar dat hij zich deel voelt van de Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap. Martin Luther King deed dat als geen ander. Zijn missie ging niet om zijn eigen succes en juist daarom kon hij een moreel leider zijn. Zijn leiderschap werd gedragen door zijn visie - de 'droom' van een ander Amerika - die diepe menselijke verlangens wist te mobiliseren.

Het is de vraag of Obama daartoe in staat is. Neemt hij de stemmen die hij van de zwarte gemeenschap zeker zal krijgen en die hij voor zijn overwinning ook nodig heeft, werkelijk serieus? Soms ontstaat de indruk dat hij ze als vanzelfsprekende steun beschouwd. En natuurlijk: bij de Afrikaans-Amerikaanse kiezers zal Obama nauwelijks geld kunnen inzamelen, terwijl hij dat voor zijn presidentscampagne zo hard nodig heeft. Maar als het Obama niet enkel om zijn persoonlijke succes te doen is, dan zou hij tijdens zijn presidentscampagne plaatsen moeten bezoeken waar hiphop- en rapmusici zoals Diddy en Jay Z meer betekenen dan Nelson Mandela of Kofi Annan.

Hij zou Amerika een spiegel kunnen voorhouden door de internationale media mee te nemen naar stedelijke jungles en landelijke woestenijen. Obama zou de wereld kunnen laten zien wat voor land Amerika in werkelijkheid is, veertig jaar na de moord op Martin Luther King: een gesegregeerde samenleving waar ongelijkheid heerst. Zo’n spiegel werd Amerika voorgehouden door de burgerrechtenbeweging in de jaren zestig en door de orkaan Katrina in 2005. Alleen wanneer Amerika gedwongen wordt in deze spiegel te kijken, kunnen publieke sentimenten in politieke moed veranderen. Alleen dan zullen Afrikaanse Amerikanen in de marge van de samenleving weer beginnen te geloven in hun waardigheid.

Robert F. Kennedy

Dan zal Barack Obama een achterban kunnen veroveren die al decennia lang verwaarloost is, in feite sinds de presidentscampagne van Robert F. Kennedy in 1968. In die campagne ging de inhoud van de boodschap gelijk op met de charismatische uitstraling. Deze campagne vormt een voorbeeld van het evenwicht waarnaar Obama zou moeten streven. Zeven dagen na de moord op Martin Luther King in april 1968 zei Kennedy het volgende in een toespraak ter nagedachtenis aan King: ‘We kunnen opnieuw hoop geven wanneer we de dringendste behoefte van het land tegemoet komen. We kunnen nieuwe steden bouwen en een nieuwe gemeenschap tussen mensen. En we laten ons niet ontmoedigen door de legitieme vraag naar de middelen in een situatie waar 30 biljoen dollar is opgeslokt in een oorlog en een fiscale crisis. We zullen het geld vinden dat nodig is.’

Kennedy wilde door een nationaal werkgelegenheidsplan voor zwarte en witte armen de raciale harmonie bevorderen. Hij was niet bang om te spreken over grote visioenen die in de ogen van het politieke establishment irreëel zouden kunnen overkomen. 

Robert Kennedy doorliep een harde leerschool: de moord op zijn broer, president John F. Kennedy, leerde hem dat authentieke leiders hun werk als een roeping ervaren in plaats van als een beroep. De inhoud van de boodschap doet er voor hen toe. Ze zijn zich ervan bewust dat mooi geformuleerde voorstellen ingrijpen in het leven van mensen van vlees en bloed, die ernaar verlangen volwaardig deel te nemen aan de Amerikaanse samenleving. 

Obama heeft op verschillende momenten in zijn campagne laten zien dat ook hij zich hiervan bewust is, bijvoorbeeld tijdens toespraken voor een Afrikaans-Amerikaans publiek en op universiteiten. De vraag is of het genoeg is om te overtuigen. Want bij andere gelegenheden verpakt hij een neo-conservatieve rethoriek in een progressieve glimlach. Omdat hij zwart is, wordt dat ook door zijn zwarte kiezers geaccepteerd.

De Afrikaanse Amerikanen kiezen toch wel voor Obama, maar kiest hij ook voor hen? Dat wil zeggen: biedt hij inhoudelijk gezien een programma dat de zwarte gemeenschap perspectief biedt? Waar staat Obama? Is het teveel gevraagd van een presidentskandidaat die elke dag 275.000 dollar bijeen moet brengen om in de race te kunnen blijven dat hij een constructieve visie geeft op nationaal onderwijs? Is het onredelijk om te verwachten dat iemand die de leider van ‘de vrije wereld’ wil zijn een pad schildert waarlangs vrede in het Midden-Oosten bereikbaar wordt en jonge Arabieren in hun toekomstdromen artsen zijn in plaats van martelaars? Dit soort vragen houden Afrikaanse Amerikanen bezig, naast de directe zorgen over kleding, voedsel en onderdak.

Voetnoot?

Obama opereert uiterst behoedzaam. Als er iets is dat zijn campagne kenmerkt, dan is het voorzichtigheid. Dat is begrijpelijk. Er is veel moed voor nodig om als Afrikaanse Amerikaan het ambt van president te ambiëren in een land dat zich in een instabiele internationale situatie bevindt en waar racisme diep ingesleten is. Hij bevindt zich in een moeilijke positie: het feit dat Obama zo tot de verbeelding spreekt en enthousiasme weet te wekken, ook bij progressieve witte Amerikanen heeft alles te maken met zijn zwarte huidskleur. Tegelijkertijd kan die zwarte huid hem ten val brengen: zwarte Amerikanen op hoge posten moeten wel haast perfect zijn, net zoals vrouwen op hoge posten altijd beter moeten zijn dan mannen, omdat ze anders worden afgerekend op hun vrouw-zijn.

Barack Obama weet deze klippen goed te omzeilen. Zijn presentatie is perfect. Te perfect. Het roept de vraag op hoezeer hij werkelijk weet heeft van de noden van de allesbehalve perfecte gemeenschap van wiens stemmen hij grotendeels afhankelijk is.

Er zijn andere zwarte politiek leiders geweest: Shirley Chisholm was de eerste vrouw en de eerste Afrikaanse Amerikaan die in 1972 een gooi deed naar het presidentschap; Jesse Jackson volgde in 1984 en 1988. Hun achterban steunde hen vol overtuiging en de wereld applaudisseerde, want het scheen dat Amerika een poging deed tot meer menselijkheid. Maar toen hun campagne eindigde, eindigde ook de energie om zich verder in te zetten voor die menselijkheid. Geen van beide campagnes leidde tot een nieuw élan en geen van beide waren ze uiteindelijk in staat nieuwe hoop te wekken in lokale zwarte gemeenschappen. Chisholm en Jackson, hoe waardevol hun bijdrage ook is geweest, bleven voetnoten in de geschiedenis. Zou Obama's benoeming door de Democraten tot presidentskandidaat tot een ander lot leiden? Om dat te bewerkstelligen zou Obama's ambitie verder moeten reiken dan de verkiezingen en het presidentschap. Zijn ambitie zou moeten zijn om een nieuw bewustzijn te wekken, waarin woorden als verbeelding, bevrijding en waardigheid centraal staan. In een dergelijk bewustzijn is honger een even grote bedreiging als terrorisme en staan mensen die nu gemarginaliseerd worden vooraan. Als Obama uiting zou geven aan zo'n bewustzijn dan maakt hij een goede kans meer te zijn dan een voetnoot in de geschiedenis.

Obama is ongetwijfeld een moedig en briljant man. Maar om werkelijk relevant te zijn en een authentieke leider te zijn voor de Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap moet Obama méér zijn dan een charismatische presidentskandidaat. Hij zou zich meer moeten identificeren met de dromen en verlangens van gemarginaliseerde Afrikaanse Amerikanen. In het kort: hij zou meer moeten lijken op Martin Luther King.

Maar Barack Obama is een politicus die zich moet onderwerpen aan de wetten van een presidentscampagne. Martin Luther King heeft dat nooit gedaan. Maar King wilde dan ook geen presidentsverkiezingen winnen. Hij wilde de wereld veranderen. 

Literatuur:

- B. Obama, The Audacity of Hope: Thoughts on Reclaiming the American Dream, Crown 2006.
- B. Obama, Dreams from My Father: A Story of Race and Inheritance, Three Rivers Press 1995.

Afrikaans-Amerikaanse predikant en journalist.
Alle artikelen