Circulair ontwerpen

Van Oogstkaart tot Pulsapp

Afvalbrengstation in Den Haag, door Wessel van Geffen i.s.m. Superuse Studios. Damwanden zijn er hergebruikt, oud ijzer is opgewaardeerd tot gevelbekleding. Alleen de draagconstructie is nieuw. In het zaagtanddak zijn zonnepanelen opgenomen, evenals groen voor afvang van fijnstof. Regenwater wordt opgevangen en gebruikt om de hal mee schoon te spoelen. Foto door Scagliola Brakkee.

De bouw moet in 2050 omgevormd zijn tot een circulair werkende sector. Wat betekent dit voor de architectuur? Volgens architect Jos de Krieger van het Rotterdamse Superuse Studios vraagt dit een fundamenteel andere manier van denken en ontwerpen. Het architectenbureau experimenteert volop met tools om hergebruik van materialen mogelijk te maken. Een blik op de toekomst van de architectuur in tekst en beeld.

De wereld is bezig met een omslag die onze traditionele denkpatronen en gewoonten onvermijdelijk op zijn kop zet. De klimaatdoelen van ‘Parijs’ stellen ons voor een mogelijke, maar geen gemakkelijke opgave. Duurzame initiatieven die slechts de korte termijn dienen, het zogeheten greenwashing, zijn niet voldoende meer om de nieuwe doelen te halen. Met een paar zonnepanelen op het dak komen we er niet; circulair denken en doen is de enige echt duurzame oplossing. De uitdaging is groot voor alle vakgebieden, niet in het minst voor de gebouwde omgeving.

In de Transitieagenda Circulair Bouwen staat onder andere dat de overheid vanaf 2023 alle opdrachten 100% circulair uit gaat vragen. (Zie ook het interview met Elphi Nelissen, de voorzitter van het team dat de Transitieagenda opstelde). Dit is een ambitie die lijkt op het huidige beleid van ‘duurzaam inkopen’, waarmee de Rijksoverheid zich al in 2005 ten doel stelde om uiterlijk in 2010 bij alle inkopen en investeringen duurzaamheid als zwaarwegend criterium mee te nemen. Voor provincies gold 2015 als uiterlijke termijn om de ambitie van 100% duurzaam inkopen te halen. In de circulaire bouwagenda valt op dat deze ‘oude’ ambitie nergens wordt genoemd. Betekent dit dat we als het ware from scratch beginnen, of bouwen we (letterlijk) voort op de vorige agenda? Het moet duidelijk zijn dat we met de circulaire bouwagenda de duurzame ambities van weleer op een hoger duurzaamheidsniveau voort moeten zetten. De definitie van ‘duurzaamheid’ verandert regelmatig: waar tien jaar geleden cradle to cradle de invulling (en het modewoord) was, is dat nu ‘circulariteit’. Wie nu duurzaam wil bouwen, noemt dat circulair. En waar volledig circulair nog niet lukt, moet ‘duurzaam’ volgens de oude definitie de ondergrens zijn – om te voorkomen dat we het opgeven en terugvallen op niet-duurzaam gedrag. Circulair is het mooiste; duurzaam volgens de oude definitie in ieder geval tijdelijk een acceptabel alternatief.

Stoppen met niet-circulaire contractanten

Want als het om circulair aanbesteden en bouwen gaat, hebben we geen tijd te verliezen. Wachten tot 2023 is geen optie, net zo min als pilots die vijf jaar duren. Natuurlijk weten we nog niet precies hoe we volledig circulair moeten bouwen, maar dat is geen argument om circulariteit op de lange baan te schuiven. Veel weten we wél, en zouden we morgen kunnen invoeren. De verplichte gasaansluiting voor nieuwbouwwoningen schaffen we per 1 juli af, dus snelle besluitvorming is mogelijk. Dit zouden we bijvoorbeeld ook met dakrenovaties moeten doen: een dak komt alleen in aanmerking voor toepassing wanneer het energie opwekt, water bergt en/of fijnstof afvangt.

'Een dak komt alleen in aanmerking voor toepassing wanneer het energie opwekt, water bergt en/of fijnstof afvangt.'

 

Vaart maken vraagt om lef en overtuigingskracht. Het betekent dat ieder bedrijf, binnen en buiten de bouwketen, grondig moet worden doorgelicht. Van alle langlopende contracten moet duidelijk worden wanneer ze aflopen en dus wanneer een verandering in gang gezet kan worden. Dat betekent: goed nadenken over met wie je in zee gaat, en geen overeenkomsten met niet-circulair denkende bedrijven ongemerkt met tien jaar verlengen. Binnen gemeenten en provincies is die houding cruciaal. Van aanbesteding tot beheer en onderhoud, van nieuwbouw tot verbouw en sloop: genoegen nemen met minder dan de meest ambitieuze bedrijven op circulair gebied kan niet langer.

Windmolenwiek als speeltoestel

Voor mij als architect is die verandering op meerdere vlakken voelbaar. Ons bureau, Superuse Studios, werkt al twintig jaar met restmaterialen afkomstig uit de sloop van gebouwen. Daarnaast gebruiken we industriële restproducten – zo bouwden we van windmolenwieken een speeltuin. Gelukkig zijn we allang geen vreemde eend in de bijt meer: circulair bouwen is inmiddels booming onder architecten.

Iedere opdracht start met een inventarisatie van locatie en omgeving. Waar staat de zon, dus waar kunnen we zonnepanelen kwijt? Hoeveel regen valt er? Wie zijn de buren? Onderdeel van die inventarisatie is wat wij de oogst noemen: een zoektocht naar restmaterialen in de buurt. Welke materialen zijn er om de hoek beschikbaar, wat vinden we mooi, en wat past bij de functie die we moeten maken? Hoe meer materiaal lokaal hergebruikt kan worden, hoe minder (inter)nationaal transport er nodig is om een gebouw te realiseren. Deze zoektocht is een tijdrovend proces, dat we met het platform oogstkaart.nl proberen te vereenvoudigen. Hier delen we onze kennis open source en kunnen ook andere bedrijven hun netwerk van bronnen ontsluiten.

Esthetisch ideaalbeeld niet langer leidend

De gevonden materialen en het programma van eisen vormen het uitgangspunt voor het ontwerp. Hier zit dus de grote verandering ten opzichte van een traditioneel ontwerpproces. Door eerst te kijken naar materiaal dat al een geschiedenis heeft, ontstaat een ander soort vormgeving. De architect begint niet meer met een blanco vel papier: maatvoering wordt niet alleen gedicteerd door het esthetische ideaalbeeld van de architect. Het is ook van belang ogenschijnlijk niet-gerelateerde materialen samen te brengen in een compositie, die ook nog gebouwd moet kunnen worden. Windmolenwieken hadden geen enkele verwantschap met speeltoestellen. Toch zagen we er vorm in en kwam het tot bruikbare speelobjecten.

'Door eerst te kijken naar materiaal dat al een geschiedenis heeft, ontstaat een ander soort vormgeving.'

 
Door deze nieuwe werkwijze wordt het vakgebied van architecten breder. Onderdelen van het proces die voorheen voor de architect van ondergeschikt belang waren, worden ineens belangrijk. De architect werkt oorspronkelijk naar de oplevering toe, om zich vervolgens terug te trekken uit het project. Bij circulair bouwen is het van belang dat het gebruikte materiaal beschikbaar blijft en goed gedocumenteerd wordt. Daar is een belangrijke rol voor de architect weggelegd. Bij Tivoli Vredenburg in Utrecht is de architect van het oude gebouw gevraagd om het ontwerp voor de nieuwbouw te maken. Vanuit circulair oogpunt is niemand beter geschikt om een gebouw te verduurzamen dan de architect van het oorspronkelijke ontwerp: deze wil vaak zoveel mogelijk behouden van wat goed was.

Zoals de bouwmeester vroeger het hele proces aanstuurde, komt een deel van de duurzaamheidsclaim nu bij de architect te liggen. Voor architectenbureaus zoals Superuse Studios, de ArchitectenCIE en RAU heeft dit geresulteerd in branche-overstijgende ideeën en idealen. Hieronder vallen Madaster, oogstkaart.nl de Pulsapp en het materialenpaspoort (zie hieronder).

Eerlijk verhaal

Ik kan alleen maar hopen dat we met de vooruitstrevende denkers die Nederland rijk is de uitdagingen van de komende jaren gaan oplossen. Sneller dan in Parijs afgesproken is, beter dan we hadden verwacht toen we begonnen. Dat kan namelijk, mits we er vaart achter zetten en daarbij ons gezond verstand niet verliezen. Kostenramingen worden nu vaak gemaakt op basis van alleen arbeid en materiaal. Gevolgen voor milieu en gezondheid worden als ‘externaliteiten’ beschouwd zonder economische waarde, zoals ook Kate Raworth beschrijft in haar boek Donuteconomie. Daar gaat het mis. Het kan financieel gezien een stuk goedkoper zijn om een gebouw te slopen, maar de zogeheten externaliteiten als fijnstof dat vrijkomt en slijtage aan wegen hebben ook een prijs – eentje die heel serieus genomen moet worden. Circulariteit is gebaat bij een eerlijk verhaal.

Windmolenwieken zijn prachtige restproducten voor een tweede leven. Nadat ze energie opgewekt hebben en zijn afgekeurd vanwege kleine beschadigingen, worden ze vaak nog gestort of verbrand. Dit is zonde van een hoogtechnologisch product waar nog zoveel meer mee kan. Kinderparadijs de Meidoorn in Rotterdam was het hiermee eens, en was de opdrachtgever van de eerste speeltuin van windmolenwieken, Wikado. Vijf wieken van 25 meter lang zijn getransformeerd tot een uniek speeltoestel dat minder dan 10% CO2-uitstoot heeft ten opzichte van een traditionele speeltuin van dit formaat. Inmiddels is er ook een Wikado in Terneuzen, waar de gemeente opdrachtgever van is. Foto door Denis Guzzo.
De gemeente Terneuzen heeft ook deze bankjes besteld voor het havenhoofd. Foto door Superuse Studios.

In Rotterdam wilde de gemeente een sculpturaal en demontabel straatmeubel met veel zitplekken naast de Erasmusbrug. Er kunnen nu wel 50 personen zitten op deze 9 wieken van 6 meter lang. Foto door Denis Guzzo.

Spullen die we niet meer nodig hebben, zetten we op Marktplaats. Voor partijen in de bouwketen is er oogstkaart.nl, een platform om waardevolle restmaterialen uit sloop en industriële processen inzichtelijk te maken en te (ver)kopen. Dit is een belangrijk stap om per direct duurzamer te gaan bouwen.

Het kadaster voor materialen documenteert de identiteit van materialen, waardoor materialen altijd beschikbaar blijven. Via Madaster is precies te achterhalen waaruit een gebouw bestaat – zeer belangrijk voor hergebruik in de toekomst. Gebouwen met een materialenpaspoort kunnen hierin opgenomen worden.

Op dit moment moeten gebouwen volgens het Bouwbesluit nog voldoen aan een EPC-waarde (Energie Prestatie Coëfficient). De opvolger is BENG (Bijna EnergieNeutrale Gebouwen). Hopelijk in de toekomst aangevuld met bijvoorbeeld de CPG (Circulariteits-Prestatie-Gebouwen). De CPG geeft met eenvoudig beschikbare data weer hoe circulair een gebouw is. Hiermee kan op een eerlijke manier vergeleken worden.

­­Door het Bouw Informatie Model (BIM) van een gebouw te koppelen aan het materialenpaspoort kan het beheer en onderhoud op elementniveau worden bijgehouden. Bij sloop of verbouw kunnen elementen makkelijk aangeboden worden aan platforms zoals oogstkaart.nl. Belangrijk voor hergebruik van materiaal over 10 of 20 jaar.

De applicatie Pulsapp bevordert de uitwisseling en optimalisatie van bestaande stromen in industriegebieden, in dit geval de Spaanse Polder in Rotterdam. Stromen zijn alles waar een verplaatsing in zit. Inzicht in stromen kan helpen om circulariteit te begrijpen en te realiseren. Hiervoor is nodig dat bedrijven in industriegebieden veel meer samenwerken De gevestigde bedrijven vertonen grote verschillen in dynamiek, ruimtevraag, levensduur en ambities; samen ook wel puls genoemd. Dit heeft bedrijventerreinen gemaakt tot verzamelingen van individualisten. Die kunnen veel winst behalen door beter samen te werken. Door betere communicatie tussen bedrijven over elkaars tekort en overschot ontstaat meerwaarde: verspilling van energie, geld en materiaal blijft beperkt. Voor veel bedrijven is dit een grote stap, aangezien concurrentiegevoelige informatie gedeeld gaat worden. Het is dan ook van groot belang de bedrijven controle hebben over welke informatie ze delen en met wie. Traditioneel wordt al het organisch restmateriaal opgehaald door een afvalbedrijf dat het centraal verwerkt. In Pulsapp kan dit materiaal lokaal aangeboden en verwerkt worden, waardoor transport beperkt is en CO2-uitstoot verminderd wordt. Daarnaast bevordert Pulsapp de ontwikkeling van een 'ecosysteem' bestaande uit bedrijven. Op de kaart is te zien hoe tekort (-) en overschot (+) van bedrijven aan elkaar gekoppeld worden.
Dit artikel stond in het zomernummer van tijdschrift de Helling. Klik hier om je te abonneren.

Jos de Krieger is een van de sprekers tijdens de conferentie Circulair Bouwen, die Bureau de Helling en Milieunetwerk GroenLinks op vrijdag 16 november organiseren in Circl in Amsterdam. Klik hier voor info en aanmelding.

Architect bij Superuse Studios.
Alle artikelen