Ecologie en emancipatie

Groen is sociaal

Vragen over het milieu hangen altijd samen met sociale vragen – in ecologische problemen draait het in feite om de vrijheid, de toekomst en de ontwikkeling van mensen. Groene partijen zouden dit tot uitgangspunt moeten nemen voor hun visie op milieuvraagstukken. 

Het lot van de groene partijen is om verschillende redenen verweven met ecologische vraagstukken. Vanaf hun onstaansgeschiedenis tot aan hun naamgeving zijn deze partijen verbonden met het onderwerp ecologie. Enquêtes over de vraag met welke onderwerpen zij zich bezig zouden moeten houden spreken duidelijke taal. Dit biedt veel interessante mogelijkheden, maar vraagt tegelijkertijd om opheldering. Aan de ene kant is het belangrijk (vooral tegen de achtergrond van een groeiend maatschappelijk bewustzijn over klimaatverandering) dat het debat over ecologische vraagstukken nieuw leven wordt ingeblazen en een sterkere maatschappelijke dynamiek krijgt. Aan de andere kant kunnen de groene partijen er niet omheen standpunten te formuleren waarin naast de ecologische problematiek ook andere maatschappelijke problemen, zoals sociale uitsluiting en gebrekkig onderwijs, worden aangepakt.

Motivatie

De groene partijen hebben niet alleen een debat over hun strategie nodig, maar ook een oriëntatiedebat over de motieven en doelen van ecologische politiek. We kunnen alleen dan onze ideeën over ecologische politiek preciseren en aantrekkelijk maken, wanneer we het algemene en diffuse begrip ‘waardenoriëntatie’ concretiseren en daarmee duidelijk maken welke waarden en maatschappelijke denkbeelden wij in onze politieke concepten willen verwerken.

De ecologische politiek is de afgelopen decennia afgegleden naar een specialistisch en ambtelijk taalgebruik, dat weliswaar nuttig kan zijn, maar de mensen niet meer bereikt. Daarnaast is er sinds de vroege jaren ’80 bijna niet meer nagedacht over de kwestie van de normatieve motivering van ecologische politiek. Hoe belangrijk de analyses en theorieën uit de eerste jaren van de ecologische beweging ook geweest mogen zijn, in het licht van vandaag zijn ze niet meer geschikt om de ecologie werkelijk te kunnen omvatten – dit geldt bijvoorbeeld voor de ideeën van Rudolf Bahro, Carl Amery en Ernst Friedrich Schumacher. Doordat zij de ‘eigenwaarde van de natuur’ tot centraal thema hadden verheven en de autonomiegedachte van de verlichting verdacht maakten, isoleerden zij het ecologische vraagstuk van sociale kwesties.

Hierdoor werd aan het zicht ontrokken dat het bij ecologie om essentiële vraagstukken gaat rond rechtvaardigheid, zelfbeschikking en de sociale mogelijkheden van de toekomstige samenleving. Doordat ze de ecologische politiek diametraal plaatsten tegenover de moderne aanspraken op ‘individualiteit’ en ‘zelfbeschikking’, verloren ze uit het oog dat er een samenhang bestaat tussen ecologie en vrijheid, een begrip dat een grondtoon is van de moderne identiteit.

Natuurlijk zijn er verschillende invalshoeken en beweegredenen bij ecologische vraagstukken te onderscheiden. Deze pluraliteit kan niet worden opgeheven, maar dient in strategische allianties te worden verwerkt. Een groene partij die pretendeert een complete maatschappijvisie te hebben, moet echter wel preciseren vanuit welk normatief perspectief zij ecologische vraagstukken benadert. Ik ben van mening dat de centrale motivatie alleen gelegen kan zijn in het feit dat vanwege de klimaatverandering en de roofbouw op natuurlijke hulpbronnen, elementaire vormen van sociale deelname en individuele kansen voor ontwikkeling in de knel komen. Dat is de eigenlijke reden waarom ecologisch beleid moet worden gerekend tot de speerpunten van de hedendaagse politiek. Dit biedt een grote kans om mensen voor ecologische politiek te interesseren – in hun eigen belang en dat van hun nakomelingen.

Recht en vrijheid

‘Milieurechtvaardigheid’ moet nog meer dan nu het geval is het referentiepunt worden van de groene politiek. Klimaatbescherming is een essentieel instrument om rechtvaardigheid te bereiken. Dat geldt reeds hier en nu, wereldwijd en onder verschillende generaties. Wie wordt in onze tijd eigenlijk getroffen door de ecologische ontwikkelingen? En wie wordt in de toekomst in zijn/haar bestaansvoorwaarden en levenskansen getroffen? Waar wordt de vrijheid een niet ingeloste belofte als gevolg van de ecologische crisis? Welke concepten zijn daadwerkelijk gunstig voor de perspectieven van de getroffenen? Hoe kunnen we slachtoffers van de klimaatverandering schadeloosstellen? Wie verzekert de onverzekerbaren? Wie heeft recht op de opbrengsten van de emissierechten die afkomstig zijn uit de emissiehandel? En wie kan aanspraak maken op welk deel van het steeds krapper wordende emissiebudget van de planeet? Hoe kunnen de kosten van de overgang naar een klimaatvriendelijke energie-economie rechtvaardig worden verdeeld? Dit zijn de vragen waar we het over moeten hebben als we de ecologische kwestie willen omvormen tot een sociale kwestie. Het gaat erom dat ecologie wordt geplaatst in een context van emancipatoire en op rechtvaardigheid gerichte programma’s, die vervolgens worden omgezet in werkbare concepten en uiteindelijk in de echte wereld worden geconcretiseerd.

Juist de klimaatsverandering is een kwestie die al sinds lang kan worden omschreven als een fundamenteel sociaal probleem. De signalen die de laatste tijd uit de wetenschappelijke wereld komen, zijn uiterst zorgwekkend; de klimaatverandering voltrekt zich veel sneller dan lange tijd werd aangenomen, met verstrekkende gevolgen voor de menselijke beschaving en haar sociale en emancipatoire verworvenheden. Met enige overdrijving kan men stellen dat het tegenwoordig helemaal niet meer gaat om de natuur– die overleeft het wel – maar om de mensen, hun vrijheid en hun perspectieven in het leven.

Hetzelfde geldt voor het energievraagstuk, dat een basisvoorwaarde vertegenwoordigt voor sociale zekerheid en de kansen van individuele mensen om een normaal leven te leiden. Met de economische opkomst van de nieuwe industrielanden groeit het verbruik van natuurlijke hulpbronnen explosief. Hoe we de energievoorziening voor iedereen veilig kunnen stellen zonder verder bij te dragen aan de klimaatverandering is dan ook een sociaal vraagstuk van de hoogste orde. Dit moet aan de basis liggen van een belastingprogramma dat milieuvriendelijkheid beloont en verspilling van energiebronnen terugdringt. Het moet de basis worden van een energieprogramma waarin veel ruimte is voor energiebesparing, decentraal opgewekte duurzame energie, en zeer weinig ruimte voor nieuwe kolencentrales en energiemonopolisten. Het moet de basis vormen van een economie die efficiënt omgaat met natuurlijke hulpbronnen en milieuvriendelijke productie stimuleert. En het moet de basis worden van een nieuw technologieprogramma. Het gaat om een ecologisch energiebeleid dat rechtvaardigheid en zelfbeschikking wil bereiken, en niet daartegen mag werken.

Datzelfde geldt voor een mobiliteitsbeleid dat het milieu niet schaadt, en tegelijk aansluit bij het streven naar voortbeweging en kosmopolitische vrijheid. Dit moet de basis zijn van een mobiliteitsconcept dat zich zowel afspeelt op gemeentelijk niveau, als op het niveau van het landelijke en internationale verkeer. Het moet de grondslag vormen voor een verkeersprogramma waarin mobiliteit mogelijk blijft en tegelijk de uitstoot van co2 drastisch wordt teruggedrongen.

Sociaal ethos

Het zijn vaak juist de armere landen, met een relatief laag aandeel in de belasting van het milieu, die nu al de grootste sociale prijs betalen voor energiecrises en klimaatverandering. En deze problemen, die nu nog in de ‘periferie’ zitten, zullen in toenemende mate ook naar onze samenlevingen komen. Uit het oogpunt van een moderne, vrijheidsgerichte linkse beweging zal ecologische politiek, anders dan vaak wordt aangenomen, evenzeer over grenzen moeten spreken, wat met goede argumenten gestaafd zal worden. De grenzen aan de vrijheid van de één liggen bij de vrijheid van de ander. De grenzen aan de vrijheid van vandaag liggen bij de mogelijkheden voor de vrijheid van morgen. Deze inzichten hebben een lange traditie binnen de vrijheidsgerichte rechtvaardigheidstheorie en het is de verdienste van de groene partijen dat zij in het kader worden geplaatst van een rechtvaardigheidsbegrip dat is uitgebreid en nu ook het ecologische vraagstuk omvat.

Ondanks de zeer zwaarwegende betekenis van het ecologische vraagstuk is het niet mogelijk om de maatschappelijke misstanden en uitdagingen van onze tijd adequaat te omvatten vanuit een ‘ecologisch centrum’. Omgekeerd is het echter zeer wel mogelijk om de ecologie als een nieuwe en centrale dimensie van sociale vraagstukken op te vatten, die op de agenda is gezet door de groene partijen. Hier wordt naar verwezen met de term environmental justice, die als ‘milieurechtvaardigheid’ dringend in het politieke vocabulaire van Europa moet worden opgenomen. Een grotere bezinning van de groene partijen op hun sociale ethos zou twee grote voordelen met zich meebrengen: aan de ene kant wordt het groene aspect van niet-ecologische onderwerpen duidelijker, en aan de andere kant krijgt het ecologische vraagstuk – opgevat als sociaal vraagstuk – duidelijk meer perspectief in de maatschappelijke dynamiek en wordt er een groter publiek mee bereikt.

Uit het Duits vertaald door Michiel Nijenhuis.

Wetenschappelijk directeur bij de Goethe-Universiteit.
Alle artikelen