'Een ziel heb je nu en dan'

De jonge maagd Europa die zich liet verleiden door een bronstige god is een breekbare dame geworden. Krijgt zij nog enig respect of is het binnenkort met haar levenskracht gedaan? In deze Helling kijken Europeanen in de spiegel van hun ziel en vertellen wat ze daar zien. Een leeswijzer.

Er wordt veel over Europa gesproken, deze dagen. Meestal in termen van crises, banken en politieke instituties. Zelf denk ik bij Europa aan heel andere dingen, aan oude Griekse mythes over liefde en dood, aan pleinen en kathedralen, aan volksverhuizingen, oorlogen en revoluties. Maar vooral aan de namen van vele mannen en vrouwen. Sommigen zijn personages in al dan niet waar gebeurde verhalen, anderen ken ik alleen door wat zij geschreven of gemaakt hebben, met weer anderen heb ik persoonlijk op een van die pleinen gegeten, gedronken en gelachen. In het politiek-economische project zou de ziel van het oude continent tot uiting moeten komen, maar er lijkt eerder sprake van een kloof tussen beide. Of is dat een vergissing en krijgen we als Europeanen gewoon het bestuur dat we verdienen? Het huidige politieke Europa staat in elk geval op een kruispunt. Het gevaar dat het na de Tweede Wereldoorlog begonnen project een historische curiositeit wordt, is niet denkbeeldig. Zelfs linkse partijen verlaten her en der hun klassieke standpunt van internationale samenwerking als remedie tegen naar geweld en uitsluiting neigend nationalisme, als weg naar ‘verzoening tussen de volkeren’ en als opening naar de wereld.

Het is tijd voor een bredere blik op Europa. Het is tijd voor een poging om het Europa van de ziel te verzoenen met het politieke Europa. Die poging doen we in dit zomernummer van de Helling.

 

Zoekende ziel

Waar hebben we het over als we spreken van de Europese ziel? Bij wijze van leeswijzer daarover enkele opmerkingen vooraf. Er bestaan in Europa verschillende definities van het woord ‘ziel’. De bekendste is waarschijnlijk de traditioneel christelijke, waarbij de ziel, Seele, soul, l’âme (van het Latijnse anima) de onsterfelijke essentie van de mens verbeeldt. Die visie ontleent veel aan het oud Griekse begrip psyche, dat tegelijkertijd vlinder betekent. De ziel is het fladderende element in ons lichaam waarop we geen grip hebben. Het lijkt misschien het meest op wat we nu onze ‘identiteit’ zouden noemen, al suggereert die term weer dat de ziel datgene in ons is, wat altijd hetzelfde is. Niets is minder waar. De ziel is misschien wel het meest beweeglijke en veranderlijke van de mens. Plato stelde dat elke ziel altijd op zoek is naar zijn andere helft, die hij is kwijtgeraakt toen de goden de te machtig geworden mensen in tweeën hakten. Zo gezien is iedere ziel per definitie een zoekende ziel. Het mag dan het wezen van iets of iemand zijn, maar dan toch het onaffe en incomplete wezen. Volgens de Joodse traditie is de nefesj het geheel van verstand, gevoel en wil dat samen de mens uitmaakt. In het bijbelboek Genesis wordt die mens geschapen uit zowel stof en adem, en daarmee zijn ziel en lichaam onlosmakelijk verbonden. In de ziel bevindt zich de droefheid en blijdschap, het is de onaanwijsbare plek waar gemijmerd wordt, gedroomd en getobd. Dat doet soms pijn tot in het diepst van de ziel. Het is misschien wel bij uitstek de ruimte waar de mens zich afvraagt waar het met hem naartoe moet.

Die vraag jagen we in deze Helling na, en we doen dat vanuit verschillende plekken in Europa. De vraag naar de ‘ziel’ staat daarbij voor de vraag naar het levende Europa, dat zowel materieel als geestelijk is (vandaar dat we in dit nummer zowel over Socrates als over de Europese munt schrijven). We duiken in onze herinneringen en dromen, en maken ons daarbij niet al te druk om de onsterfelijkheid van Europa, maar des te meer om haar nabije toekomst. We beschouwen de ziel van Europa als een vloeiend, onaf en ongrijpbaar gegeven. De Poolse dichter Wisława Szymborska schrijft zelfs: “een ziel heb je zo nu en dan, niemand heeft haar ononderbroken en voor altijd.(…) Maar we kunnen op haar rekenen wanneer we nergens zeker van zijn, maar alles willen weten.”

Ook de Europese ziel heb je zo nu en dan; niemand kan naar believen over haar beschikken. Daarom zal er altijd wel onzekerheid heersten over de vraag wat Europa is. Alleen al geografisch is dat onduidelijk. Europa’s grenzen vallen in elk geval niet samen met haar historische grenzen. De Noord-Afrikaan Augustinus heeft een grote invloed op Europa uitgeoefend, net als de stad Jeruzalem. En zo zijn er meer voorbeelden. Wie aan Europa denkt, kan niet anders dan terecht komen in een permanente ‘crisis van zekerheden’, schreef Jacques Presser in 1963 in zijn boekenweekgeschenk Europa in een boek. En daaraan is nog niets veranderd. Wat Presser betreft is deze crisis een zegen: wie niet meer weet waar hij het over heeft als het over Europa gaat, heeft kennis ingeruild voor inzicht. En dan volgt een Europese canon van grote namen en momenten uit de geschiedenis van het avondland. Nederland is vanaf het begin van haar bestaan met die geschiedenis verweven. Presser haalt een zinnetje aan dat destijds nog in alle geschiedenisboeken stond: “100 voor Christus: de Germanen komen in ons land.” De vaderlandse geschiedenis begint met het binnenvallen van Europa in de gestalte van de Germanen. Maar dan is de Europese canon al lang in wording. Die loopt in Pressers overzicht van de oude Grieken en Romeinen via het Karolingische Rijk, toen Europa nog geen afzonderlijke naties kende, naar de inval van de islam met in haar kielzog denkers als Averroes en Avicenno die het begin van de middeleeuwen inluidde en wiens invloed op de Europese ziel volgens Presser wordt onderschat, via de Renaissance en de Verlichting dwars door de Romantiek en de grote oorlogen van de twintigste eeuw naar het heden. Pressers canon is opgebouwd aan de hand van de namen van grote Europese zielen: Dante, Da Vinci, Erasmus – om een greep uit het midden te doen. Een speciale rol krijgt Michelangelo Buonarotti (1475-1564) , want hier wordt duidelijk wat het selectiecriterium van Presser is geweest. Hij noemt Michelangelo een homo universale: hoewel hij natuurlijk doordrongen was van de typische geest van de Renaissance, overheerst bij hem uiteindelijk “de bezinning van de Europese mens op de menselijke lotsbestemming, met zijn belasting door schuld, zijn bedreigdheid door het kwaad, zijn gedoemdheid tot de dood.” Presser zet het zwaar aan, maar beslissend is dat hij het universele als speerpunt heeft gekozen voor zijn canon. Op zijn lijst staan alleen die Europeanen die wisten uit te stijgen boven hun eigen tijd en die verder keken dan de hun toebemeten ruimte. Zij die nadachten over de mensheid als geheel en die hun blik richten op de gehele wereld, zijn wat betreft Presser de echte Europeanen. De geografische grenzen zijn er om overschreden te worden, evenals de historische en politieke grenzen. Als ik Presser hierin volg, dan is openheid en het – dikwijls vertwijfeld – stellen van vragen over de menselijke conditie, een wezenskenmerk van Europa. Wanneer Europa ophoudt de blik naar buiten te richten, dan raakt het continent hopeloos in zichzelf verstrikt.

De ondefinieerbaarheid en onbegrensdheid van Europa is daarom een belangrijk gegeven. De strijd over grenzen sneed diep door de Europese ziel: de eindeloze hoeveelheid oorlogen, politieke en religieuze afscheidingen en intellectuele debatten getuigen daarvan.

 

Groot verhaal

De redactie van de Helling heeft een vraag uitgezonden naar alle hoeken van Europa. Dat was niet de vraag naar het wezen van Europa, maar de vraag naar haar ziel. Uit de teruggekomen antwoorden (soms ook bleef het stil, erg stil) blijkt dat de ziel van Europa, waargenomen door linkse en groene Europeanen, nog altijd sterk wordt gekleurd door de achttiende eeuw. Veel van de auteurs zijn – wat onzeker geworden – kinderen van de Verlichting en de Franse Revolutie, met een flinke scheut Romantiek. Vrijheid, gelijkheid en solidariteit, dat blijven vooralsnog de grote woorden voor Europa.

Een voorproefje uit het nummer: velen benadrukken in hun bijdragen dat burgers weer het voortouw moeten krijgen: meer democratie, meer ruimte voor directe betrokkenheid en de opbouw van een Europese publieke ruimte. Geen hogere macht bepaalt waar het met ons heen zal, het ligt allemaal open in onze eigen handen. Zo bekennen de meeste auteurs zich tot de permanente geestelijke crisis van Europa als tot een positief uitgangspunt, dat onontbeerlijk is om in vrijheid te leven.

Ook de gelijkheid wordt nog altijd als een opdracht ervaren en is onlosmakelijk verbonden met broederschap. De spanning tussen Beethoven (alle Menschen werden Brüder, het Europese volkslied) en Charpentier, wiens muziek de tune van het Eurovisiesongfestival leverde, staat symbool voor de spanning tussen universaliteit en particulariteit: de opdracht om het ‘superproject’ Europa te verbinden met alle Europese regio’s, om de lokale talen niet te laten verdwijnen in een uniformerend Engels als lingua franca en natuurlijk om de openheid naar de wereld niet te laten opslokken door een populistisch getint nationalisme. Het is overigens wel zorgelijk dat het woord solidariteit meer voorkomt in artikelen uit de periferie van Europa, dan in die uit het centrum. Aan de grenzen van Europa wordt het meest geleden aan het gebrek aan gelijkheid, onderlinge betrokkenheid en vertrouwen.

De roep om een nieuw of vernieuwd ‘groot verhaal’ klinkt vaak; de schroom daarvoor na de val van het socialisme begint kennelijk af te nemen. Sommige auteurs geloven voluit in de utopie (want dat is het nog steeds) van een gezamenlijk Europa, anderen houden er met een ijzeren optimisme of de moed der wanhoop aan vast. Om te worden wat het nooit was: een bakermat van vrijheid, gelijkheid en saamhorigheid, is een breuk met een politiek die niet verder denkt dan business as usual noodzakelijk, schrijft Dick Boer.

Wie de ziel van Europa zoekt, kan haar dus misschien in Brussel vinden, waar ze zachtjes onder een bureau zit te kreunen over het zoveelste bezuinigingspakket dat daar wordt opgesteld. Misschien ook is ze in Griekenland en begeleidt een oude man die net dakloos is geworden bij de zoektocht naar een nieuw onderkomen. Ze zou ook best op het strand aan de punt van Gibraltar kunnen zitten, wachtend op de bootjes uit Afrika. Als die aankomen, helpt ze de wankelende mensen aan land en denkt daarbij terug aan lang geleden, toen ze zelf voet aan de Europese kust zette. Maar misschien is ze moe, de ziel van Europa, en heeft ze zich teruggetrokken in een van de grote bibliotheken in Berlijn om nieuwe moed te vinden. Daar neemt ze het boek Jeder stirbt für sich allein van Hans Fallada uit de kast en leest het verhaal van haar vrienden Elise en Otto Hampel, die tijdens het Derde Rijk in Berlijn met hun ogenschijnlijk zinloze verzetsdaden een monument van menselijkheid oprichtten. Op al die plekken zou ze kunnen zijn, de ziel van Europa. Maar gezien de bijdragen in deze Helling is de kans toch het grootst dat ze in de grote zaal van Versailles koket voor de spiegels staat te draaien, mijmerend over haar grote dagen, toen ze de heersers van dit paleis onttroonde. Delacroix heeft het later zo gloedvol geschilderd: ze voerde met ontblote borst het Franse volk aan, al roepend: Vrijheid! Gelijkheid! en Broederschap!. Lang zal ze in Parijs niet blijven, schat ik. Gezien haar diep ingesleten onrust en opstandigheid kan ze zich elk moment losrukken van haar eigen spiegelbeeld en op zoek te gaan naar nieuwe verhalen en nieuwe hoop. Want ze weet dat het er nu op aankomt, Europa.

Onderzoeker en docent aan de Protestantse Theologische Universiteit. Oud-hoofdredacteur van tijdschrift de Helling.
Alle artikelen