Eigendom is diefstal

Redactioneel

‘Eigendom is diefstal’, zei ooit de negentiende eeuwse socialist en anarchist Pierre Joseph Proudhon. Een hardere vloek kan men zich in de vrije markteconomie nauwelijks voorstellen. Zonder eigendomsrechten valt er immers niets te verdienen aan een product of zaak.

En dus werd in de negentiende eeuw zoveel mogelijk gemeenschapsbezit geprivatiseerd, allereerst land, maar in de loop der tijd ook abstracte zaken als kennis. Wat overbleef, kwam onder beheer van de staat. Collectieve bedrijfjes en organisaties raakten meer en meer in de minderheid, en vervolgens in vergetelheid.
Het mislukken van het reëel bestaand socialisme en de ondergang van het grootste deel van de in de jaren zeventig van de twintigste eeuw opgezette communes en collectieven deed de rest: privé-eigendom was de laatste dertig jaar de maat aller dingen. Ook staatseigendom werd zoveel mogelijk teruggedrongen.
Maar de laatste jaren gaan er stemmen op om deze ontwikkeling te keren. De financiële en economische crises stimuleren het denken naar alternatieven voor het neoliberalisme en de politieke crisis roept vragen op naar de relatie tussen overheid en burgers. Er wordt weer gepleit voor meer ruimte voor zelfbeheer, collectief eigendom en gemeenschappelijk bezit. In deze Helling willen we dit debat – want er zijn nog veel onbeantwoorde vragen – bij u introduceren. Alle nieuwe initiatieven en ideeën groeperen zich rondom het uit Groot-Brittanië afkomstige begrip commons, in het Nederlands te vertalen als gemeengoed, het gemene, of de meent. Archetype van dit begrip is het door lokale boeren gemeenschappelijke beheerde weitje, waarop ieder zijn koeien laat grazen en waarvan de opbrengst aan het dorp ten goede komt. Maar de discussie is inmiddels uitgewaaierd naar veel abstractere publieke en gemeenschapszaken als water, lucht en cyberspace.
U zult in deze Helling veel argumenten vinden tegen de tragedy of the commons, het klassieke liberale argument tegen gemeenschappelijk beheer van goederen. Opvallend genoeg zijn die argumenten afkomstig van heel verschillende ideologische tradities, van puur liberaal tot neocommunistisch. De Sloveense denker Zizek ziet in het denken over de commons een nieuw communistisch ontwerp, maar anderen zetten de commons in binnen of aan de rand van de markteconomie en pleiten voor een meer hybride economie: niet alleen markt of staat, maar meer ruimte voor eigen initiatieven van burgers. En die zijn er in ruime mate, van gemeenschappelijke tuinen tot open software bedrijfjes. Naast de artikelen presenteren we in deze Helling een reeks gemeenschappelijke ondernemingen uit Utrecht.
Ongetwijfeld loopt er een lijn van de hernieuwde belangstelling voor gemeengoed naar de collectivistische experimenten in de jaren zeventig, utopisch-socialistische denkers als Proudhon en misschien zelfs naar de prekapitalistische Middeleeuwen. Tenslotte is elke vernieuwing gebaseerd op traditie en vaak op terugkeer naar de bronnen. Maar de beweging van de commons is bepaald geen nostalgische aangelegenheid. Het gaat integendeel om de urgente taak voor de wereld van vandaag alternatieven te ontwikkelen die een nieuw evenwicht scheppen tussen individu en gemeenschap en tussen vrijheid en zekerheid.

Onderzoeker en docent aan de Protestantse Theologische Universiteit. Oud-hoofdredacteur van tijdschrift de Helling.
Alle artikelen