Handelsakkoorden in de 21e eeuw: Parijs-proof en rechtvaardig

Protest tegen de WTO-top in Seattle, 1999. Foto: Seattle Municipal Archives. CC BY 2.0

Toekomstige handelsakkoorden moeten bijdragen aan een eerlijkere verdeling van onze welvaart en een duurzamere wereld. Dergelijke handelsakkoorden bieden niet alleen een duidelijk alternatief voor de huidige vrijhandelsagenda; ze nemen ook wind uit de zeilen van politici als Trump, die de terechte onvrede over vrijhandel misbruiken voor een nationalistische agenda.

Handelsoorlogen lijken terug van weggeweest. President Trump schuwt het tarievenwapen niet en weet in korte tijd ruzie te maken met Mexico, Canada, China en de EU. Dit na een lange periode waarin consensus leek te bestaan dat internationale handel goed is voor de economie en dus voor iedereen. Vrije en eerlijke handel is een van de eerste doelstellingen van de EU, vastgelegd in Artikel 3 van het Verdrag van Lissabon. Binnen de Europese Commissie is DG Handel (het handelsministerie van de EU) een van de machtigste onderdelen van het EU-ambtenarenapparaat. Zelfs China sprak zich de afgelopen jaren steeds meer uit voor vrijhandel, zich realiserende dat het daarvan profiteert. Tot nu toe leidde de brede consensus dan ook altijd tot pro-handelsconclusies. Tot Trump ten tonele verscheen...

Achter deze brede politieke consensus woedt al langer een maatschappelijke discussie over vrijhandel. Vertaald in eigentijdse termen zou je kunnen stellen dat de politieke elite en mainstream media de brede consensus over vrije handel lang hebben overschat en het debat erachter onderschat. Na de val van de Muur in 1989 verschoof het hele politieke spectrum in de richting van meer marktwerking, een kleinere overheid en een geloof dat vrijhandel alleen winnaars kent. Politici die begonnen aan een nieuwe grootschalige handelsronde van de WTO in Seattle in 1999 hadden het verzet tegen ongebreideld geloof in de positieve effecten van meer globalisering en vrijhandel onderschat, met de ‘Slag van Seattle’ tot gevolg. De bezwaren van andersglobalisten in Seattle tegen de toenemende macht van multinationals, private winsten die publieke belangen overschaduwen en de impact van handelsregels op democratische zeggenschap, staan nog steeds pal overeind.

De multilaterale handelsagenda kwam in zwaar weer terecht. Steeds assertievere opkomende economieën en ontwikkelingslanden in combinatie met een agressieve landbouwlobby uit de VS en de EU stonden mondiale afspraken over vrijere handel in de weg. Sinds het falen van de Doha-ronde lijkt een multilateraal handelsakkoord verder weg dan ooit.

TTIP en hernieuwd maatschappelijk verzet

Hoewel de WTO weinig vooruitgang heeft geboekt sinds 1999, is de politieke wens van regeringen voor meer vrijhandel er niet minder om geworden. Door het falen van de multilaterale handelsagenda gingen de verschillende handelsblokken op zoek naar bilaterale en regionale handelsovereenkomsten.

Bilaterale handelsovereenkomsten tussen EU-landen en ontwikkelingslanden bestaan al langer, met name om oud-koloniën preferentiële toegang te bieden tot de Europese markt. Maar sinds de Cotonou-overeenkomst uit 2000 wordt meer en meer ingezet op wederkerige handelsovereenkomsten; de zogenaamde Economic Partnership Agreements (EPA’s). Oftewel: markttoegang moet aan beide kanten worden geregeld. Dit is ook de voornaamste reden dat EPA’s op veel verzet stuiten: ontwikkelingslanden worden gedwongen hun markten te openen, wat een machtsvoordeel voor Europese bedrijven oplevert aangezien zij met veel meer kapitaal de productie in de ontwikkelingslanden kunnen overnemen. Lokale economische ontwikkelingen raken daar totaal door verstoord. Linkse en groene partijen hebben tot nu toe dan ook altijd tegen EPA’s gestemd.

Maar onderhandelingen over bilaterale handelsakkoorden begonnen het afgelopen decennium ook tussen de EU en grote en rijke handelsblokken zoals de VS, Japan, Canada, Zuid-Korea en Singapore.  In 2013 sprak president Obama de wens uit om tot een bilateraal handelsakkoord tussen de VS en de EU te komen: TTIP (Transatlantic Trade and Investment Partnership). Daarmee zou TTIP een eerste verdrag worden tussen twee economisch gelijkwaardige grootmachten. De ambitie daarbij ging verder dan traditionele handelsakkoorden, die erop gericht waren om tariefmuren af te schaffen. De tarieven waren immers al laag tussen de VS en EU. De grootste winst zou moeten komen van het afbouwen van andere, niet-tarifaire handelsbelemmeringen zoals producteisen en toelatingsprocedures.

Chloorkip

Wat de één beschouwt als een handelsbelemmering, is voor de ander een essentieel stuk consumentenbescherming. Van de in TTIP voorgenomen handelsafspraken over de kleur van elektriciteitsdraden lag niemand wakker. Maar veiligheidseisen voor auto’s harmoniseren is ingrijpender: in de VS wordt vooral ingezet op veiligheid van de bestuurder (dus steeds stevigere voorkanten die botsingen kunnen overleven), terwijl in de EU  ook wordt nagedacht over de veiligheid van de voetganger (dus inzet op meebuigende motorkappen). Wat als de Amerikaanse auto met harde voorkant ook op de Europese wegen mag komen? Deze zorgen zijn nog groter als het gaat om afspraken rond voedselkwaliteit, zoals hormoonvlees en de beruchte chloorkip.

'Wat de één beschouwt als een handelsbelemmering, is voor de ander een essentieel stuk consumentenbescherming.'

 
De plannen om investeerders een instrument te geven om overheden aan te klagen indien handelsregels niet worden nageleefd, droeg extra bij aan het verzet tegen TTIP. Dit zogenaamde Investor-State Dispute Mechanism zou er in de praktijk toe kunnen leiden dat lokale, nationale of Europese wetten worden afgezwakt of vertraagd uit angst voor schadeclaims van grote bedrijven.
 

Met TTIP liet de sluimerende maatschappelijke onvrede die we in Seattle zagen, opnieuw zijn gezicht zien. Het simplistische klassieke beeld dat vrijhandel het bruto nationaal product verhoogt en dus goed is, werd niet langer voor zoete koek geslikt. De dogmatische voorstanders van vrijhandel bleken nauwelijks in staat om fundamentele vragen te beantwoorden. Wie profiteert er eigenlijk van TTIP: grote exportbedrijven, of ook het midden- en kleinbedrijf? Welke impact heeft TTIP op klimaatverandering? Waarom zouden we multinationals nog meer macht geven? Hoeveel zeggenschap verliezen landen, regio’s en gemeenten? En niet te vergeten: als twee machtige handelsblokken de handelsregels onderling vormgeven, welk effect heeft dat op ontwikkelingslanden?

Grofweg zijn er drie bezwaren tegen TTIP en andere hedendaagse handelsakkoorden. De eerste: vrijhandel mag dan goed zijn voor de economie, maar niet voor een gelijke verdeling van de welvaart. Het veronderstelde trickle down-effect van de welvaartswinst van handelsakkoorden vindt in werkelijkheid niet plaats. De welvaartswinst bereikt met name hoger geschoolden terwijl laaggeschoold werk juist verdwijnt en de ongelijkheid toeneemt. Ten tweede zijn handelsakkoorden er vooral om barrières voor het bedrijfsleven weg te nemen, zonder dat daar tastbare afspraken over sociale standaarden en duurzaamheid tegenover staan. In de derde plaats geven handelsakkoorden nog meer macht aan het bedrijfsleven, wat ten koste gaat van democratische zeggenschap. Dit heeft verstrekkende gevolgen voor sociale, consumenten- en milieustandaarden. In de EU kan het Europees Parlement meebeslissen over de regels die gelden voor de interne markt. Bij de handelsstandaarden die in het kader van bilaterale akkoorden worden gezet, is deze democratische controle vrijwel afwezig.

Blij met Trump?

Eind 2016 maakte president Trump duidelijk dat hij niets van handelsverdragen moet hebben en trok hij de stekker uit de lopende TTIP-onderhandelingen. Daarnaast stapte hij uit de onderhandelingen met Aziatische landen (TPP) en heeft hij de deal met Canada en Mexico (NAFTA) opengebroken. In de ogen van Trump pakken handelsovereenkomsten slecht uit voor de Verenigde Staten, omdat sommige sectoren hun activiteiten naar het buitenland hebben verplaatst voor goedkopere productie aldaar. De jarenlange strijd van progressief Europa om TTIP van tafel te krijgen, kreeg ineens vleugels: de onderhandelingen over TTIP liggen nu volledig stil.

'Trumps handelsagenda brengt internationaal gereguleerde handel met respect voor duurzaamheid en mensenrechten geen stap dichterbij.'

 

Moeten we als groene beweging dan blij zijn met de handelsagenda van Trump? Schadelijke handelsakkoorden komen dankzij hem op losse schroeven te staan, maar zijn botte dreigementen tegen alle handelspartners om tariefmuren op te werpen, zorgen voor nog meer spanningen en conflicten. Trumps handelsagenda brengt internationaal gereguleerde handel met respect voor duurzaamheid en mensenrechten geen stap dichterbij. Tegelijkertijd zorgt de nieuwe koers van de Amerikaanse regering er wel voor dat het jarenlange simplistische denken over handel nog meer ter discussie komt te staan. Meer handel leidt tot meer specialisatie, efficiëntie, lagere prijzen en een hoger BNP, maar wie profiteert ervan? Trump zag haarscherp dat kiezers in Pennsylvania, Wisconsin, Ohio en Michigan niets merkten van de beloofde voorspoed die vrijhandel zou brengen.

Trump werpt een nieuw dilemma op voor progressieve critici van de handelsakkoorden die de EU momenteel sluit met onder andere Canada (CETA), Japan (JEFTA), Mexico en India. Hoewel de kritiek op TTIP de Europese Commissie en nationale regeringen heeft aangespoord tot een nieuwe retoriek over hoe deze akkoorden eerlijke standaarden zouden gaan zetten, zijn ze nog altijd gestoeld op het ouderwetse denken dat iedere handelsbarrière er één te veel is. Maar het simpelweg afwijzen van bilaterale handelsakkoorden in deze geopolitiek onrustige tijden is ongewenst vanuit het doel om handel en internationale samenwerking mondiaal beter te reguleren. Het ontstaan van de EU was ook geënt op handel tussen Europese naties, om zo een nieuwe oorlog te voorkomen. Progressieve idealen zoals duurzaamheid, gelijkheid en respect voor mensenrechten zijn niet te realiseren zonder vergaande internationale samenwerking, waarvan handelsbeleid een belangrijk onderdeel is.

Handelsverdrag moet bijdragen aan ‘Parijs’

Voor de groene beweging is het daarom urgenter dan ooit om constructieve voorstellen te doen die handelsbeleid in een nieuwe richting duwen, zonder de ingezette ontwikkeling van Trump te ondersteunen die de mondiale samenwerking verder aantast.

Een groene visie op handel begint met het expliciet uit elkaar halen van doel en middel. Handelsbeleid is slechts een van de instrumenten om welvaart te vergroten, naast een wellicht nog belangrijker Europees groen industrieel beleid dat innovatie stimuleert en de duurzame en digitale transitie vormgeeft. Waar het wegnemen van handelsbarrières bij gevestigde politieke partijen nog altijd een doel op zich lijkt te zijn, moeten de regels die het betreft vanuit een groen en links perspectief altijd worden getoetst aan hun bijdrage aan het welzijn van alle mensen tegen een minimale milieudruk.

'De EU moet geen enkel handelsverdrag aangaan met een land dat het Parijs-akkoord niet heeft geratificeerd.'

 

Concreter betekent dit dat ieder handelsverdrag moet bijdragen aan het halen van de Parijs-klimaatdoelen. Het Klimaatakkoord is leidend en bindt handelsverdragen. Dit zou de huidige situatie, waarin klimaatbeleid eerst moet worden gelegitimeerd als het leidt tot handelsbelemmeringen, omdraaien. Het betekent dat de EU geen enkel handelsverdrag aangaat met een land dat het Parijsakkoord niet heeft geratificeerd. Het betekent ook dat de EU haar eigen klimaatbeleid moet aanpassen, zodat emissierechten niet langer gratis worden weggegeven. Zodra ieder emissierecht wordt geveild, kan de ontstane CO2-prijs aan de grens van de EU-markt als heffing gaan gelden op producten uit landen die een zwakker klimaatbeleid voeren. Handel wordt daarmee een instrument voor effectief klimaatbeleid in plaats van een obstakel.

De nieuwe generatie handelsakkoorden bevat over het algemeen een duurzaamheidshoofdstuk, waarin de partijen hun intentie uitspreken om rekening te houden met de impact van handel op mens en milieu. Juridisch gezien hebben deze teksten echter weinig waarde. Handelsverdragen zouden daadwerkelijk een instrument kunnen worden om de zo broodnodige voorwaarden te stellen aan het gedrag van multinationals. Als deze hoofdstukken concrete en juridisch afdwingbare instrumenten bevatten om handel te laten bijdragen aan de Duurzaamheidsdoelen van de VN (de Sustainable Development Goals, SDG’s), kunnen we met recht zeggen dat handelsakkoorden mondiale standaarden zetten. Deze doelen gaan over schone energie, fatsoenlijk werk, innovatie, schone consumptie en productie en samenwerking. Dit zal ertoe leiden dat handelsverdragen ook een duidelijke wereldwijde sociale en duurzame uitwerking hebben.

Mensenrechtenschendingen

Handelsakkoorden hebben ook het potentieel om bij te dragen aan de aanpak van vele misstanden die worden veroorzaakt door bedrijven. Handelsakkoorden moeten regels stellen om mensenrechtenschendingen in productieketens te voorkomen, van batterijen (conflictmineralen) tot textiel (kinderarbeid). Ook de aanpak van het hardnekkige probleem van multinationals die belasting ontwijken door met winsten te schuiven, hoort thuis in handelsafspraken. Volledige transparantie over betaalde belastingen en over de echte eigenaren van bedrijven moet een voorwaarde voor handelsdeals worden. Niet alleen de ratificatie, maar ook de effectieve implementatie van de standaarden van de ILO (de internationale arbeidsorganisatie van de VN) is een minimumvereiste. In plaats van de dienstensector slechts verder te liberaliseren, zouden handelsafspraken paal en perk moeten stellen aan de veronachtzaming van de bescherming van digitale persoonlijke gegevens.

Democratisch ingebed

Tot slot moet het proces om tot handelsovereenkomsten te komen veel beter democratisch worden ingebed. Het recht van parlementen om te stemmen over een handelsakkoord dat na jaren van onderhandelingen tot stand komt, is volstrekt onvoldoende. Na maatschappelijke consultatie moeten nationale parlementen en het Europees Parlement een breed gedragen mandaat goedkeuren, voordat de onderhandelingen kunnen beginnen. Bij dit mandaat dienen analyses beschikbaar te zijn van de te verwachte gevolgen van een dergelijke handelsovereenkomst voor de VN-Duurzaamheidsagenda voor 2030, zodat helder is hoe handelsbetrekkingen bijdragen aan welzijn en duurzaamheid.

Als aan deze eisen wordt voldaan, kan een handelsovereenkomst een middel zijn tot een eerlijkere verdeling van onze welvaart en een duurzamere wereld. Op die manier heeft handel een duidelijke rol bij het bereiken van welomschreven politieke doelen. Niet alleen biedt dat een duidelijk alternatief voor de huidige vrijhandelsagenda; het neemt ook wind uit de zeilen van politici als Trump, die de terechte onvrede over vrijhandel misbruiken voor een nationalistische agenda.

Dit artikel staat in het herfstnummer van tijdschrift de Helling. Klik hier om je te abonneren.

Delegatieleider van GroenLinks in het Europees Parlement.
Alle artikelen
Beleidsmedewerker GroenLinks in het Europees Parlement.
Alle artikelen