Idealisten in het bestuur

GroenLinks-wethouders zijn te weinig politicus

GroenLinks-wethouders krijgen veel voor elkaar, maar zijn te veel idealist en te weinig politicus. Ze negeren de machtspolitiek en vergeten successen electoraal uit te buiten. Drie wethouders aan het woord.

Groenlinks had de afgelopen periode meer dan honderd wethouders. En de komende periode zijn het er misschien wel meer. Van een ideeënpartij wordt GroenLinks langzaam een bestuurspartij. Wat levert dat op? Kunnen de wethouders de GroenLinks-idealen realiseren? Krijgen ze de ruimte, nemen ze de ruimte? Twee wethouders gaan daarover met elkaar in gesprek. Isabelle Diks schoof eind 2008 tussentijds aan als wethouder in het college van Leeuwarden. Diks was van 1994 tot 2002 gemeenteraadslid in Apeldoorn, zat daarna enige jaren in de Gelderse Provinciale Staten en verving Mariko Peters als Tweede Kamerlid tijdens har zwangerschapsverlof. Het (aftredend) college van Leeuwarden bestaat naast GroenLinks (4 raadszetels) uit PvdA (14) en CDA (5). Robert Giesberts was elf jaar gemeenteraadslid in Utrecht en werd in 2006 na de verkiezingen wethouder in die stad. Dit college bestond uit PvdA (14 raadszetels), GroenLinks (8), CDA (4) en ChristenUnie (4). GroenLinks stapte er met haar twee wethouders uit in 2009. Breekpunt was de aanleg van een invalsweg vanwege de gevolgen voor de plaatselijke luchtkwaliteit.

De openingsvraag is meteen de hamvraag: Is het mogelijk GroenLinks-idealen op lokaal niveau te realiseren?
Robert Giesberts (43 jaar): “Wanneer die idealen als een compromis opgesloten zitten in het collegeakkoord dan wordt het een stroef en taai proces. Alles wat niet in het collegeprogramma is vastgelegd, is veel makkelijker te realiseren, tenminste op je eigen portefeuille. Een wethouder kan veelal zijn gang gaan. Het is ongekend hoe snel en hoe makkelijk je handen en voeten kan geven aan GroenLinks-idealen. Ik was wethouder natuur en in het collegeakkoord waren over groen weinig afspraken gemaakt. Ik kon mij aansluiten bij initiatieven of juist ergens druk achter zetten en zo concrete resultaten bereiken.”

Isabelle Diks (44 jaar): “Voor mij ligt dat iets anders. Ik trad eind 2008 aan, in het laatste jaar van het college. Als je een wethouderschap overneemt dan spring je op een rijdende trein. Je zit met zoveel lijnen die al uitgezet zijn. Je missie is dan voornamelijk zaken afmaken.

“Overigens geloof ik dat het afhangt van de gemeente of je de GroenLinks-idealen als wethouder kan realiseren. Leeuwarden is een fantastische plek. Het is een geschenk om daar wethouder te zijn. Sinds 1995 is GroenLinks via vooral Hetty Hafkamp bezig met milieu en duurzaamheid op de kaart te zetten. We zijn al heel lang landelijk koploper. Bijvoorbeeld met de doelstelling om Leeuwarden in 2020 een klimaatneutrale stad te laten zijn – althans, op het gebied van energiegebruik in woningen en voor voertuigen. We lopen soms zo ver voor de rest uit, dat we nu wel eens zeggen: laat anderen nu maar een keer.”

Giesberts: “Betaalt dat electoraal uit? Herkent en beloont de kiezer de GroenLinks-successen?”
Diks: “Vier jaar geleden won GroenLinks licht in percentage, niet in zetels. Ik zou teleurgesteld zijn als wij nu geen zetelwinst zouden halen. We liggen goed in de stad. Dat voel ik.”
Giesberts: “Je werkt samen met andere partijen die het thema duurzaamheid ook omarmd hebben. Het risico is dat zij er met de buit vandoor gaan. Daar sta je dan met je idealen.”
Diks: “Dat is maar hoe je het bekijkt: gaat het om GroenLinks of om de zaak? Ik ben politica genoeg om te weten dat die twee gekoppeld zijn, maar ik vind de zaak belangrijker.”
Giesberts: “Dat is het verschil met partijen als PvdA, CDA of VVD, die veel meer gericht zijn op macht. GroenLinksers zijn voornamelijk bezig met de inhoud. Als anderen jouw punt verder brengen, zijn wij blij. Maar je moet ze vasthouden, om te scoren bij kiezers. Wij cijferen ons te gemakkelijk weg.”
Diks: “Cijferen we ons weg of kijken wij met wat meer afstand dan anderen?”
Giesberts: “GroenLinks is een ideeënpartij die nu gaat besturen. Een partij die vanuit macht bestuurt, zet het eigenbelang voorop. Voor GroenLinks staat voorop dat er mooie dingen gebeuren in de stad. Als anderen onze ideeën oppakken, zijn wij gelukkig en gaan we verder met een volgend idee. Zeker als beginnend wethouder wil je heel veel op gang brengen, dan ontbreekt de maatvoering. Aanpakken die problemen! Goeie oplossingen! Als anderen de zaak adopteren, prima, door naar het volgende. Wij claimen onze successen niet. Als ik terugkijk op mijn wethouderschap, heb ik dat ook veel te weinig gedaan.”

Diks: “Ik ben een idealist in de politiek. Ik vind het armoedig om het op macht te doen. Dat is het verschil tussen GroenLinks en PvdA. Standaard is dat als je het college mee hebt met een voorstel dat je dan een meerderheid hebt in de raad. Geen discussie, klaar. Zo doet de PvdA dat. Ik geloof in politiek die op de Atheense manier met alle partijen tot een vergelijk wil komen. Discussie met de raad vind ik helemaal prima. Andere wethouders vinden dat vreselijk.”
Giesberts: “Die stijl is kenmerkend voor GroenLinkers: debatteren, open zijn, kritiek verwelkomen in plaats van defensief reageren. Ik vond commissievergaderingen altijd leuk, juist vanwege het debat. Andere wethouders vinden dat als je kritiek krijgt, je je huiswerk niet goed gedaan hebt. Als je een idee uittest, het debat zoekt en kritiek krijgt, zeggen die wethouders dat je je werk niet goed hebt gedaan.”
Diks: “Je moet natuurlijk wel in de gaten houden hoe effectief die stijl van politiek bedrijven is.”
Giesberts: “Dat geldt zeker voor buitenstaanders. Die zien jou als iemand met macht en denken dat je voor de vorm de discussie aangaat en dat het besluit al vastligt. Dit wantrouwen moet je als wethouder niet uit het oog verliezen. Dan oogst je in plaats van lof voor je openheid, bittere verwijten over een slecht voorstel. Ik kwam bijvoorbeeld in het begin van mijn periode met een nieuw bomenbeleid. In mijn onervarenheid had ik dat niet eerst goed afgetast in het veld. Ik dacht: ik hoor het wel, als er kritiek is pas ik het voorstel aan. De reactie daarop was dat ik mijn huiswerk niet goed gedaan had.”

Welke lessen hebben jullie geleerd?
Giesberts: “De aanleg van de weg die voor ons breukpunt was, had in het collegeakkoord geregeld moeten worden. Elke gemeente kent haar splijtende kwesties, de bouw van een stadhuis of cultuurpaleis, daar moet je sowieso een afspraak over maken. Voor de rest moet je je concentreren op de machtspositie die je straks hebt en dat is je portefeuille. Haal dus eerst de portefeuille binnen die je wilt hebben, kies hierbinnen de inhoudelijke speerpunten en voer daarover de strijd binnen de coalitieonderhandelingen. Vervolgens is het geheel aan de wethouder er een succes van te maken en dit succes te claimen. Dit soort strategisch denken gebeurt nog te weinig door GroenLinks. Dan kan je na vier jaar aan de kiezers laten zien dat het heeft uitgemaakt dat GroenLinks in het college zat: ‘dat was onze inzet en dit hebben we gerealiseerd’.”

Diks: “Mijn portefeuille is breed, omvat cultuur, leefomgeving, wonen, milieu, water en energie. Maar inwoners zien mij als de wethouder van duurzaamheid en veel minder van cultuur. Dat is natuurlijk lastig. Vanuit de marketing geredeneerd kan er maar één beeld op jou als wethouder plakken. Dus is het Diks & groen. Al werk ik hartstikke hard aan cultuur, dat stickertje zal niet blijven zitten. Voor de PvdA is het een voordeel dat ze meer wethouders hebben. De één doet ruimtelijke ordening, de ander sociale zaken en de derde wonen. Dan kan je veel successen uitventen. Als je maar een wethouder hebt, moet je heel erg nadenken over hoe je bekend wilt staan en wat je wilt verkopen.”

Giesberts: “In ons college was één iemand, de lijsttrekker van de PvdA, die had de gave van communicatie. Zij wist zelfs falen in haar voordeel om te buigen. Toen ze een ambitieuze doelstelling op het gebied van onderwijs niet haalde kwam ze met een persbericht waarin stond: ‘de doelstelling is niet gehaald, verdorie, ik ben boos dat het niet gelukt is’. Het kwam gelijk in de Volkskrant: ‘wethouder van Utrecht baalt van niet halen doelstelling’. Die geslepenheid missen wij. Wij zijn bezig de samenleving te verbeteren en zijn te aardig. Een foto of een stukje in de krant is een mooi veertje, maar die waait ook zo weer weg. Van al die veertjes maak je nog geen vogel. Zaak is dat je een verenpakket maakt waarmee je na verloop van tijd een beeld creëert van ‘die GroenLinks-vogel’ die goede dingen doet voor de stad.”

Stijl
Bart Eigeman (44 jaar) is sinds 2001 wethouder van Den Bosch, de afgelopen vier jaar voor jeugd, onderwijs, verkeer, vervoer en wijken. In het (oude) college zitten naast GroenLinks ook PvdA, CDA en VVD.
Zorgen GroenLinks-wethouders voor verschil op het lokale niveau?
Zeker. Je ziet nu dat steden met GroenLinks-wethouders koploper zijn geworden op een bepaald terrein, zoals bijvoorbeeld Nijmegen op milieugebied met wethouder Jan van der Meer. De GroenLinks-bestuurder brengt ook een stijlverschil. Politiek gaat voor ons om het hoe, wij zijn een ideeënpartij. Daarnaast zijn we beter in staat om mensen mee te krijgen. Omdat wij kunnen overbrengen dat bijvoorbeeld duurzaamheid goed is voor de gemeente. Niet alleen omdat het moet, maar omdat het kan en omdat het leuk is. Het raakt de kwaliteit van leven.

Ook op sociale onderwerpen zijn gemeenten door GroenLinks-wethouders koplopers geworden. In Den Bosch zetten we jeugd en onderwijs in het hart van de agenda. Wij noemen dat ‘kindcentra van nul tot dertien’, plekken waar peuterwerk, kinderopvang en basisschool samenkomen. Op twaalf locaties in de stad hebben we dat geïntegreerd. Die kinderen zitten onder een dak. Dat betekent investeren in huisvesting, mensen meekrijgen. Strijd levert niets op. Groenlinksers kunnen mensen enthousiasmeren.

Deze houding is natuurlijk niet exclusief voor Groenlinksers. Maar ik zie het vaker bij ons dan bij andere partijen. We hebben een drive om de stad te ontwikkelen. Niet als kunstje. We zijn niet opportunistisch. We kiezen voor visie, voor authenticiteit, daar is behoefte aan.

Daarnaast laat GroenLinks zien dat politiek ook leuk kan zijn. GroenLinks was vijftien jaar geleden een clubje van zuurpruimen, nu kunnen we feestjes vieren. Jonge mensen hebben inzet voor de wereld, maar kunnen ook genieten, brengen leukigheid.

Lokaal beleid is groener dan landelijk beleid; de helft van de GroenLinks-wethouders doet milieu.
Ik vind het nog lang niet groen genoeg. We zijn keihard nodig. Het gaat niet alleen om het planten van een boom. Het gaat om echte duurzaamheid. Mens milieu en economie. Van energiebesparing tot andere manieren van bouwen. Wij nemen eisen op in het bestek bij het bouwen van scholen. Aannemers moeten stages aanbieden aan leerlingen. We denken niet in projecten, maar in integrale oplossingen. Op dit moment zijn we als GroenLinks nog te veel lokale eilandjes. Wij zouden meer landelijke en internationale netwerken moeten hebben. Als je gelooft in lokaal handelen en globaal denken moet je contacten hebben en die inzetten.

Welk verschil is er met andere partijen?
Stijl zoals gezegd, maar ook inhoud. Vooral op sociaal terrein. In Den Bosch neigt de PvdA naar de SP, naar zielige mensen redden in plaats van het benadrukken dat mensen hun mogelijkheden kunnen benutten. D66 vind ik niet echt geloofwaardig. De VVD is wel een bondgenoot. Wat wij met hen delen is het geloof in zelfontplooiing, in eigen kracht. Daar waar je het niet eens bent, kan je met de VVD zakelijke afspraken maken. De VVD is een partij die anderen hun successen gunt.

Mijn grootste succes? Ik heb 75 speeltuinen aangelegd. We hebben met bewoners gesproken over wat zij nodig hadden. De speeltuin wordt nu door deze bewoners beheerd. Dat heeft positieve effecten op de tevredenheid in de buurt.

GroenLinks regeert

Het Wetenschappelijke Bureau van GroenLinks inventariseerde enige feiten over de positie van GroenLinks in het lokale bestuur.
- In ruim honderd gemeenten is GroenLinks vertegenwoordigd in het college.
- 40 procent van de Nederlanders woont in een gemeente met een GroenLinkser in het college;
- 52 procent van de GroenLinks-wethouders hebben milieu in hun portefeuille, en 35 procent recreatie, cultuur en sport;
- De zes duurzaamste gemeenten van Nederland, zoals gehuldigd op de Dag van de Duurzaamheid op 9 september 2009, hebben allen een GroenLinkser in het gemeentebestuur;
- Politici van GroenLinks voelen zich het meest verwant met D66 en PvdA; in 86 procent van de colleges werkt GroenLinks samen met de PvdA;
- Tegelijk bestaat er een haat/liefde-verhouding met de PvdA; PvdA’ers worden gezien als machtspolitici;
- Onder wethouders is het CDA populair als collegepartij;
- GroenLinks-bestuurders zijn relatief jong en vaak vrouw.

Auteurs: Katinka Eikelenboom & Gerrit Pas.

Oud-redacteur van de Helling.
Alle artikelen
Farid Tabarki is trendwatcher en redacteur van de Helling.
Alle artikelen