Artikelen tijdschrift
Links en de kredietcrisis
De ondertekenaars van de Verklaring van Tilburg (zie kader) pleiten voor diepgrijpende wijzigingen in ons economisch bestel. Een van de initiatiefnemers vergelijkt de reactie van parlementair links op de kredietcrisis met de uitgangspunten van de Verklaring.
De kredietcrisis heeft geleid tot een enorme hoeveelheid commentaren en beschouwingen. De discussie heeft verrassende elementen. Voor het eerst sinds decennia gaat het debat over nogal fundamentele kenmerken van het functioneren van de financiële en monetaire sectoren. Dat weerspiegelt zich ook in het Nederlandse parlement. Van eerbiedig respect voor de CEO’s (Chief Executive Officer, bedrijfsdirecteur, red.) in deze sectoren, zoals dat zeg twee jaar geleden nog domineerde, is in het geheel geen sprake meer. Leidinggevenden worden met niet mis te verstane kwalificaties in de hoek gezet. Vooral zij worden verantwoordelijk gehouden voor de aangerichte puinhopen. Veel genoemde stenen des aanstoots zijn de enorme salarissen die in de top worden geïncasseerd, de nog grotere bonussen, ‘verdiend’ met op korte termijn behaalde winsten en met fusies, en het verbazingwekkende gegeven dat een aantal van deze CEO’s zelf de financiële producten niet begrepen die hun bedrijven verkochten. Daarnaast krijgen de tekortschietende systemen van toezicht en de afwezige mondiale coördinatie veel commentaar. Maar ook de rol van de US dollar als mondiale munt komt ter sprake.
Verbreding
De linkse politieke partijen ondersteunen over het algemeen het crisismanagement van Bos en Welling. Er worden wel kritische vragen gesteld over details, en ook is een motie ingediend waarin wordt vooruitgekeken naar een parlementair onderzoek, maar de globale toonzetting is hetzelfde: van alle kanten, niet alleen van links, klinkt het geluid dat men afstand neemt van het neoliberalisme. Toen een groep mensen eind jaren negentig begon met het initiatief ‘Vóór de Verandering - Alternatieven voor het neoliberalisme’, waren er heel wat, ook uit linkse hoek, die daar negatief op reageerden. Het waren de hoogtijdagen van de ICT-boom en de bomen groeiden tot in de hemel. Hoezo inperken? Privatiseren, dereguleren, liberaliseren, fuseren, dát waren de parolen. Natuurlijk waren er mensen als Eveline Herfkens die oog hadden voor de negatieve bijeffecten. Maar dat was ook voor Herfkens geen reden om het neoliberale model ten principale ter discussie te stellen. Integendeel, dat was goed, en voor negatieve bijeffecten moesten er vangnetten en dergelijke komen. Bram de Swaan doopte deze overtuiging onlangs in de NRC met de term ‘marktisme’. Ze wordt nu weinig meer gehoord; zelfs in kringen van het CDA en de VVD neemt men afstand van ‘ongebreidelde marktwerking’ en ‘verrijking’.
Als vroege criticaster van het neoliberale geloof zou je je hierover kunnen verkneukelen, maar dat heeft weinig zin. Beter is om verder te kijken, of, om met GroenLinks Tweede-Kamerlid Yolande Sap te spreken, door te pakken. En dat komt ook tot uitdrukking in de verbreding van de probleemstelling door vooral de SP en GroenLinks. Beide partijen willen een internationale aanpak van de crisis en stellen het functioneren van het mondiale geldstelsel ter discussie. Dat is immers nog altijd gebaseerd op de Overeenkomst van Bretton Woods uit 1944, die alle nationale valuta aan de dollar koppelde, waardoor dit internationaal de belangrijkste munt werd. Ook stellen ze voor over te gaan tot het instellen van een wat de SP noemt ‘Wereld Financiële Autoriteit’, die de bevoegdheid moet krijgen om een nieuwe mondiale munt uit te geven en een verregaande vorm van toezicht uit te oefenen op de financiële instellingen. De SP pleit bovendien voor een internationale heffing op de kapitaalstromen en verwijst naar de Tobintaks.
Met een discussie over de kenmerken van ons economische stelsel brengen SP en GroenLinks een verdieping in de discussie. De SP wil dat het zogenaamde ‘Rijnlandse’ model weer dominant moet worden, waarbij er een vergaande controle is over de geldstromen ten behoeve van de sociale samenhang van de samenleving. Er wordt zelfs gepleit voor nationalisering van de banken, een al lang niet meer gehoorde visie. Hoewel de SP het neoliberalisme veel fundamenteler afwijst dan GroenLinks, uiten ook vertegenwoordigers van deze partij, zoals Kees Vendrik en Wijnand Duyvendak, zich de laatste tijd uiterst kritisch over het neoliberalisme. GroenLinks spreekt dan wel niet over nationalisering, maar wel over het opnieuw uitvinden van het bankwezen, met als ondertoon dat die sector meer en beter gereguleerd moet worden en dat men maatschappelijk verantwoord gaat bankieren. In bredere zin bepleit GroenLinks dat er de komende tien jaar een omslag moet komen naar een groene en solidaire wereldeconomie. Links verbindt daarmee de kredietcrisis met de aanpak van andere mondiale bedreigingen zoals de klimaatcrisis en de voedselcrisis. Ook bij D66 is iets van een dergelijke verbreding waar te nemen. Deze partij koppelt de crisis aan de vergrijzing, aan de noodzakelijk geachte hervorming van het sociaal stelsel en aan de inzet op de kenniseconomie. Het is opvallend dat de PvdA in dit debat weinig te bieden heeft. Wouter Bos komt niet veel verder dan te herhalen dat ‘wij’ het hier beter voor elkaar hebben dan de Amerikanen, zoals hij onlangs in de Volkskrant schreef.
De discussie over de kredietcrisis laat zien dat als de nood aan de mens komt er bereidheid ontstaat tot omvangrijke en diepgaande ingrepen. Wie had dat één jaar geleden kunnen denken? En dat gesteund door een breed draagvlak van burgers én beleidsmakers. Dat geeft hoop op ruimte voor de vergaande koerswijzigingen die de Verklaring van Tilburg bepleit. Want hoewel de Verklaring gelijksoortige bewoordingen gebruikt als die door de SP en GroenLinks in verband met de crisis zijn gebezigd – zelfs de termijn van tien jaar waarin een omslag moet worden gerealiseerd wordt genoemd – toch wordt de discussie door de ondertekenaars van de Verklaring breder en dieper gevoerd. Met het oog op de ecologische en sociale crises pleiten zij voor verregaande ingrepen in de economie. Die voorstellen zijn gebaseerd op een analyse van de dieper liggende kenmerken van de heersende economische systemen. Ik noem de belangrijkste.
Groeidwang
Op dit moment wordt het economisch beleid in overheersende mate geleid door de ‘noodzaak’ van economische groei. Daarbij, en dat is een oude maar steeds breder gedragen kritiek, wordt op een eenzijdige manier gekeken naar wat economisch telt en niet telt, gemeten aan de bijdrage aan het bruto binnenlands product - BBP. Die nadruk op het BBP en ook de daarmee samenhangende vormen van private winsten, leidt er toe dat er een dwang is tot voortgaande uitbreiding van de bestaande productie en consumptie, met alle gevolgen van dien voor de armen en voor natuur en milieu. De door de Verklaring van Tilburg voorgestane koerswijziging impliceert niet dat volledig afstand wordt genomen van het gebruiken van de BBP maatstaf, want het geeft inzicht in het reilen en zeilen van de geldeconomie en is ook de grondslag voor de belastingheffing, maar hij schiet als instrument voor economische analyse wel wezenlijk tekort. Andere maatstaven die wel recht doen aan de reële mogelijkheden en behoeften van mens en natuur, inclusief alle betaalde en onbetaalde arbeid en sociale kosten en opbrengsten, en alle kosten van natuur en milieu zouden in het economisch beleid leidend moeten zijn.
Geldcreatie
Als iets door de kredietcrisis duidelijk is geworden dan is het wel dat de ongebreidelde creatie van geld, slechts ingeperkt door private winstverwachtingen, niet meer toelaatbaar is. Geld en dus ook het lenen van geld moet zich beperken tot waar het eigenlijk voor bedoeld is: ruilmiddel, rekeneenheid, en leenmogelijkheid op grond van de beschikbare spaargelden. Dat sluit geldcreatie niet uit, maar die moet beperkt blijven tot het faciliteren van producties en consumpties die aansluiten bij reële behoeften en mogelijkheden, uiteraard binnen duidelijke ecologische en sociale grenzen.
Eigendomsverhoudingen
De omslag naar een duurzame en solidaire economie stelt ook vragen bij de wijze waarop over de aanwendingsmogelijkheden van mens en natuur wordt beschikt. Vertrekpunt zou moeten zijn dat iedereen op aarde gelijke basisrechten heeft als het gaat om de toegang tot de milieugebruiksruimtes, op zijn minst moet bestaanszekerheid gegarandeerd zijn. En dat alles binnen de gegeven ecologische en sociale grenzen. Een dergelijk opvatting impliceert niet dat privaat eigendom uit den boze is. Maar er is een duidelijke onevenredigheid ontstaan in de eigendomsverhoudingen. Immers, mensen die beschikken over grote financiële vermogens hebben daarmee het ‘recht’ verworven op een onevenredige zeggenschap over de menselijke en natuurlijke hulpbronnen. Dat geldt nog sterker voor de grote transnationale ondernemingen waarvan sommigen over haast oneindige financiële en reële machtsmogelijkheden beschikken, groter dan die van nationale economieën. Ook wat dit aangaat laat de kredietcrisis zien waartoe dat kan leiden. Het is een positief teken dat een begin is gemaakt met het stellen van grenzen aan de macht van financieringsondernemingen. Die omslag moet zich ook op de andere sectoren van de economie voltrekken.
Consumptie en markt
De laatste decennia heeft, zeker in de West-Europese landen, een haast ongebreidelde uitbreiding van de private consumpties plaatsgevonden. Die consumptiegroei is een van de belangrijkste factoren bij het ontstaan van de ecologische en sociale crises van vandaag. En zij gaat ook ten koste van het private en collectieve welzijn. De door de Verklaring van Tilburg bepleite omslag betekent dat een hogere prioriteit gegeven wordt aan de collectieve goederen en het collectieve welzijn van ons allemaal.
Ook in andere zin zullen aan de productie en consumptie grenzen gesteld moeten worden. Als één zaak duidelijk is geworden dan is het dat er geen oneindige voorraad van mogelijkheden van gebruik van menselijke en natuurlijke hulpbronnen bestaat. Integendeel, wij hebben de grenzen van die voorraden al ruimschoots overschreden. Het is onvermijdelijk dat er vormen van quotering van de gebruiksmogelijkheden (als milieugebruiksruimtes), gebaseerd op gelijke basisrechten, worden toegepast.
Tegelijk met de consumptiegroei is ruim baan gegeven aan het principe van de vrije marktwerking, gebaseerd op private winstverwachtingen. Op allerlei gebieden blijkt nu dat die liberalisering tot onaanvaardbare verschijnselen heeft geleid. De voor veel mensen meest zichtbare voorbeelden zijn de kredietcrisis en de topinkomens. Maar ook op andere terreinen doen zich ernstige problemen voor, bijvoorbeeld in de zorg, in de visgronden, in het overgebruik van fossiele energiebronnen. Dat wil niet zeggen dat marktwerking ten principale moet worden bestreden. Wel dat er duidelijke grenzen aan worden gesteld. Dit impliceert onder meer een versterkte rol van overheden en van andere vormen van gemeenschappelijk beheer.
Urgentieprogramma
De omslag die nodig is moet gezocht worden in een verandering van deze kenmerken van het systeem; het gaat dus om structurele maatregelen. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden in te volgen strategieën, het transitiemanagement, het onderscheid tussen korte en langere termijn ofwel fasering, en de instrumenten om de veranderingen te implementeren. Daarbij moet het volgens de Verklaring van Tilburg enerzijds gaan om substantieel herstel van natuur en milieu en anderzijds om een substantiële vermindering van de mondiale ongelijkheid, binnen een betrekkelijk korte periode van tien jaar. Beide probleemvelden zijn nauw met elkaar verbonden en de aanpak van de een is randvoorwaarde voor de aanpak van de andere.
Wat betreft het herstel van natuur en milieu hanteert de Verklaring drie doelen. Ten eerste een daling van het materiële verbruik van Nederlanders en Belgen tot het niveau van duurzaamheid. Dit betekent een afname van de ecologische voetafdruk met minstens de helft. Of, uitgaande van de berekening op grond van het duurzaam nationaal inkomen, een daling van ruwweg 50% van het materiële verbruik. Ten tweede investeringen in vormen van productie (waaronder energie) en consumptie die besparend en duurzaam zijn. En tenslotte investeringen in maatregelen om negatieve tendensen tegen te gaan zoals de stijging van de gemiddelde temperatuur, de toename van klimatologische “uitschieters”. en de stijging van de zeespiegel. Deze investeringen moeten niet alleen in België en Nederland worden genomen, maar ook in ontwikkelingslanden, want daar vallen de zwaarste klappen.
Wat betreft de mondiale armoede en ongelijkheid gaat de Verklaring uit van een herverdeling van het wereldinkomen, opdat voor iedereen op deze aarde tenminste bestaanszekerheid gegarandeerd is en opdat over tien jaar het aandeel van de 20% rijksten van de wereld is gedaald van 75% van het wereldinkomen naar 50%. Het aandeel van de 40% armsten van de wereld zal moeten stijgen van 5% van het wereldinkomen naar 20%.
Algemeenheden
Op basis van het voorgaande kan niet geconcludeerd worden dat er een kloof is tussen de linkse partijen en de beweging van de Verklaring van Tilburg. Zeker bij de SP en GroenLinks is sprake van eenzelfde oriëntatie. Ook deze partijen zien de kredietcrisis als een uiting van een breder probleemveld dan dat van de financieringssectoren.
Toch zijn er belangrijke verschillen. Hoezeer in de reacties van GroenLinks ook gepleit wordt om met een zekere urgentie de mondiale vraagstukken van ecologische en sociale aard aan te pakken, men vertaalt dit nauwelijks in concrete taken en doelen. De SP gaat misschien verder als het gaat om de radicaliteit van de te nemen stappen, zoals in het voorstel tot nationalisatie van de banken, maar tegelijkertijd blijven die voorstellen steken in algemeenheden. Hoe bijvoorbeeld een wereldmunt of de nieuwe financiële autoriteit er uit moeten zien is onduidelijk.
Dat wil niet zeggen dat de Verklaring van Tilburg al in alle opzichten is geoperationaliseerd door de ondertekenaars en sympathisanten. Maar er is wel een duidelijker visie op de richting die nagestreefd moet worden bij de realisatie van structurele veranderingen. Die duidelijkheid blijkt in het bijzonder uit de wijze waarop systeemkenmerken aan de orde komen, alsook uit het specifieke karakter van de geformuleerde doelstellingen. Het programma van de Verklaring van Tilburg is ambitieus omdat zij oproept tot het in betrekkelijk korte termijn doorvoeren van ingrijpende en structurele veranderingen. Wat nagestreefd wordt zal niet gemakkelijk te realiseren zijn, al was het maar vanwege de maatschappelijke belangen en machten die aan de heersende maatschappelijke orde verbonden zijn. Maar de Verklaring stelt duidelijker dan de politieke partijen dat het niet realiseren van deze doelen zal leiden tot verbreding en verdieping van de sociale en ecologische crises.
Diepgaande ingrepen in de economie zijn wel degelijk op korte termijn mogelijk. Niet voor niets wordt tegenwoordig verwezen naar de New Deal van de Amerikaanse president Roosevelts of naar de oorlogseconomie aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. De kredietcrisis heeft er toe bijgedragen dat het debat over de toekomst van de samenleving is verbreed en verdiept. En dat is een zegening die we moeten koesteren.
[kader]
Op 16 oktober namen de deelnemers van een conferentie over een duurzame economie een motie aan over de kredietcrisis. De ondertekenaars, grotendeels economen, pleiten hierin voor een transformatie van de economie die breder is dan die van het financiële en monetaire domein. Aanleidingen daarvoor zijn de voortgaande ecologische en sociale crises zoals die zich manifesteren in onder meer het klimaat, de mondiale inkomensongelijkheid en de voedselcrisis.
De ondertekenaars van de motie behoren tot het “Platform Duurzame en Solidaire Economie”, die eerder de Verklaring van Tilburg uitgaf. Op 16 januari 2009 organiseren zij opnieuw een conferentie, dit keer in Antwerpen.
Tot de ondertekenaars van de Verklaring behoren o.a. prof. dr. Bob Goudzwaard, prof. dr. Arnold Heertje, prof. dr. Paul de Beer, Kees Hudig, prof. dr. Klaas van Egmond, drs. Leida Rijnhout, prof. dr. Koo van der Wal, prof. dr. Piet Terhal, dr. Lou Keune, prof. dr. Johan Graafland, Dirk Geldof, dr Roefie Hueting en prof. dr. Bastiaan Zoeteman.
Literatuur en websites
De Omslag – Transitie naar een Duurzame en Solidaire Economie. Basisdocument voor de conferentie Antwerpen 2009, www.economischegroei.net.
Human Development Report 2007-2008, UNDP.
De Verklaring van Tilburg, http://www.economischegroei.net/VvT
Voor commentaren en beschouwingen over de kredietcrisis, zie bijvoorbeeld
www.globalinfo.nl
http://start.groenlinks.nl/tag/kredietcrisis/
http://www.sp.nl/dossier/kredietcrisis.html
http://www.pvda.nl/renderer.do/menuId/200006403/clearState/false/returnP...
http://www.d66.nl/9359000/1/j9vvhc6cwgbojx9/vhzedu1qbrqv