Milieu bereikte niet het stemhok

Waarom groene profilering kansloos was

Het milieu was volop in het nieuws maar het was toch geen onderwerp in de verkiezingen en GroenLinks kon er zich niet op profileren. Hoe kan dat?

De oceanen in 2048 leeggevist, de stijging van de zeespiegel, het verlies aan biodiversiteit, onze toenemende voetafdruk, de beperkte invloed van de zon op klimaatverandering en de film An inconvenient truth. Dat is een kleine greep uit milieuonderwerpen die in de weken vóór de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november de voorpagina haalden. Voor een doodgewaand politiek onderwerp niet slecht. Het is niet voor niets dat Balkenende er zelfs een brief aan wijdde, samen met Tony Blair. Nu toont Balkenende’s meest recente boek aan dat hij van brieven schrijven houdt, maar de brief met Blair is toch een verrassende wending aan het eind van drie milieu-arme Balkenende-kabinetten. Milieu lijkt weer terug op de agenda. Toch profiteert Nederlands meest groene partij daar niet van. Hoe kan dat?

Sinds de jaren ’90 speelt milieu geen rol van betekenis meer in de verkiezingen. In de jaren ’80 sprak bijna elke partij nog over het belang van milieu. Een aantal milieuproblemen werd voortvarend bij de kop gepakt, onder leiding van succesvolle VVD-milieuministers als Winsemius en Nijpels. Drijfgassen die het gat in de ozonlaag veroorzaakten werden vanaf 1989 verboden (het jaar van het in werking treden van het Montreal Protocol), de gevreesde verzuring van de Nederlandse bossen bleef uit, kernenergie leek zijn beste tijd te hebben gehad na de ramp in Tsjernobyl (1986) en de Noordzee en de Rijn werden met gerichte actieplannen redelijk schoongemaakt van stikstof- en fosfaatvervuilingen. De aanpak van milieuproblemen liet zien dat een betere wereld mogelijk was en met afvalscheiding en energiezuinige lampen droeg de consument haar steentje bij.

De milieusuccessen, gecombineerd met het optimisme van de jaren ’90, zorgden dat mensen genoeg kregen van het benadrukken van milieuproblemen. Het milieu werd minder als een dringend maatschappelijk probleem gezien. De politiek volgde deze trend: de Paarse kabinetten besteedden amper aandacht aan het milieu en het zogenaamde opruimen van de puinhopen van Paars door Balkenende I, II en III kon zelfs worden gedaan zonder een milieuminister. GroenLinks, dat in 1989 meeliftte op de milieuhype, concludeerde dat groen geen verkiezingswinst meer opleverde en verschoof haar campagnes steeds meer naar andere, meestal sociale en tolerante thema’s.

Alarm

Tot 2006. Met name door het onderwerp klimaatverandering is milieu weer helemaal terug. Althans in de kranten en in de gedachten van velen. Het publieksonderzoek “21 minuten” laat zien dat een meerderheid van de Nederlanders zelfs minder economische groei accepteert voor een beter milieu. Een trend die ook al eerder door planbureau’s als het SCP en het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) is gesignaleerd: een meerderheid van Nederlanders verkiest een sociaal en groen Nederland boven een economisch georiënteerd land in een globaliserende wereld. Je zou zeggen dat het GroenLinks voor de wind zou gaan in de verkiezingen in 2006.

Allereerst is het van belang om te zien waar de hernieuwde milieuaandacht vandaan komt. Nadat de problemen overwonnen leken, zijn we in het begin van de 21e eeuw met onze neus op nieuwe feiten gedrukt. Het klimaat verandert dermate snel dat elk jaar weerrecords worden gebroken. De hete zomer van 2003, de warmste juli en september sinds 300 jaar in 2006, de warmste herfst van 2006, het recordaantal orkanen in 2005 met Katrina als dieptepunt, maar ook de vele overstromingen in Midden-Europa in de zomer van 2002 door de vele regen, hebben het onderwerp klimaatverandering in het nieuws gebracht. De wetenschappelijke twijfel of klimaatverandering wel of niet door de mens komt is verdwenen, iets wat Al Gore duidelijk wil maken in zijn klimaatfilm An inconvenient truth. De mens zal moeten handelen om verdere klimaatverandering te voorkomen.

Maar er is niet alleen alarm over klimaatverandering. Ook het onderwerp biodiversiteit trekt de aandacht. Het uitsterven van soorten is nog nooit in zo’n snel tempo gegaan als tegenwoordig. En het einde is niet in zicht: ontbossingen vinden nog steeds in grote mate plaats, de versnippering van het landschap lijkt niet tegen te houden en het VN-rapport Millennium Ecosystem Assessment (2005) concludeert somber dat de aantasting van ecosystemen steeds meer de ontwikkeling van de mens zal tegenhouden. En dat niet alle milieuproblemen de wereld uit zijn, bleek ook uit de Nederlandse problemen rondom fijnstof: het MNP noemde zelfs het aantal van 18.000 doden door luchtverontreiniging in mei 2005, een claim die later gerelativeerd werd.

Ei

De nieuwsberichten hierover brengen milieu terug op de agenda, maar dat wil nog niet zeggen dat milieu een bepalend onderwerp is voor kiezers in het stemhokje. Dat is dan het grootste verschil met de jaren ’80: een succesformule à la het Montreal Protocol, waarin met een verbod op drijfgassen het gat in de ozonlaag in één keer werd aangepakt, is niet voorhanden bij de overgebleven problemen.

Klimaatverandering is het duidelijkste voorbeeld. Het wordt veroorzaakt door ons energiegebruik en hoe je ook over een alternatief nadenkt, in bijna alle opties hou je uitstoot van het broeikasgas CO2. Het ei van Columbus is nog zeker niet uitgevonden, hoezeer velen van ons ook blijven geloven in 100 procent wind- en zonne-energie. Door de verblijftijd van CO2 in de atmosfeer (80 jaar) is klimaatverandering een mondiaal probleem bij uitstek. Nederland levert relatief een beperkte bijdrage. Kortom, het klimaatprobleem moet mondiaal worden aangepakt, het raakt onze manier van leven in de kern (energiegebruik) en het probleem is ook niet à la minuut verdwenen door de traagheid van het natuurlijk systeem.

Bij biodiversiteit en de problematiek rondom fijnstof zijn dezelfde drie ingrediënten waarneembaar. De aantasting van biodiversiteit gebeurt wereldwijd, het komt vooral door onze toenemende vraag naar producten (landbouwgrond blijft de voornaamste reden voor boskap) en een snelle vermindering van ontbossing ligt niet voor de hand als we kijken naar de wereldwijde bevolkingsgroei (in 2050 leven we naar verwachting met 50 procent meer mensen; 9 miljard dus) en de economische groei in landen als China, India en Brazilië – dat laatste juichen we eigenlijk ook toe als wereldburgers. En bij fijnstof komt 50 procent van de luchtvervuiling van buiten Nederland, het is direct gekoppeld aan ons autogebruik en aanpassingen kunnen alleen Europees worden aangepakt (de beroemde roetfilters die van de EU nog niet mogen).

Snoeihard

Deze drie ingrediënten zorgen ervoor dat milieu wel onderwerp in het nieuws is maar dat partijen er in de verkiezingen niet op beoordeeld werden. Zo kon het gebeuren dat Balkenende met zijn brief met Blair (“we must act now”) niet snoeihard werd afgerekend door de media: in augustus subsidies voor duurzame energie afschaffen (“want we halen de doelen van 2010 toch wel” – alsof die doelstellingen het klimaatprobleem zullen oplossen) en in oktober een brief schrijven dat het klimaatprobleem om directe daden vraagt. En dus is het voor GroenLinks ook moeilijk om de kiezers ervan te overtuigen dat de andere partijen te weinig doen aan het milieu. Uiteindelijk is elke partij voor het milieu en klinkt Rita Verdonk zelfs nog redelijk als ze Femke Halsema in een CoolPolitics-debat erop wijst dat Europa slechts een klein aandeel heeft in de bijdrage aan klimaatverandering. Het uitblijven van een echte milieudoorrekening van de verkiezingsprogramma’s door het MNP helpt GroenLinks ook niet bij het doorprikken van de lege verkiezingsprogramma’s van andere partijen.

Zo kan het gebeuren dat er op milieugebied de afgelopen vier jaar weinig vooruitgang is geboekt, het onderwerp wel in de aandacht staat, maar de groene partij pur sang hier niet van profiteert.

Overigens is misschien de beperkte internationale besluitvorming op milieugebied wel de belangrijkste reden voor apathie bij kiezers. Gelijktijdig met de verkiezingscampagne was het mislukken van de klimaattop in Nairobi in het nieuws. En staatssecretaris Van Geel had een half jaar daarvoor al laten zien dat het uitblijven van een succesvol fijnstofbeleid vooral komt door een weerbarstig Europa dat het verplicht stellen van de roetfilters verbood. Zolang de internationale politiek besluiteloos blijft en de kiezers niet het idee krijgen dat dit door een falen van de Nederlandse overheid komt, zal het nog wel even duren voordat milieu echt weer leidend zal zijn in het stemgedrag. Een onprettig vooruitzicht voor GroenLinks.

De internationale onderhandelingen lopen vooral spaak door verzet van de Verenigde Staten. Wat dat betreft is het hopen op een ‘groene’ Amerikaanse presidentskandidaat in de verkiezingen van 2008, die à la Clintonde geschiedenis in zal gaan met een uitspraak “it’s the environment, stupid”. Misschien de schrijver van An inconvenient truth?

Delegatieleider van GroenLinks in het Europees Parlement.
Alle artikelen