Artikelen tijdschrift

Nieuwe vormen, oude gedachten

GroenLinks in de oppositie

Groen is uit, rechts is in – de tijd dwingt GroenLinks tot een pas op de plaats. Niet om op zoek te gaan naar nieuwe inhoud, wel naar nieuwe strategie.

De groene beweging in Europa gaat een nieuw tijdperk in. Waar tot voor kort in veel landen veel verkiezingen werden gewonnen, is het beeld anno 2003 minder eenduidig. In Duitsland wist Joschka Fischer op persoonlijke titel het afgelopen najaar op de valreep nog een mooie overwinning te boeken. In België struikelden Agalev en Ecolo bij de jongste verkiezingen over de kiesdrempel en verloren het merendeel van de zetels in het federale parlement. In Nederland bleef bij de jongste Tweede Kamerverkiezingen het verlies beperkt, maar is het perspectief op regeringsdeelname voorlopig verdwenen.

Het politieke krachtenveld zag er in de jaren negentig heel anders uit. Aan de linkerflank gloorden noties van duurzaamheid en nieuwe vormen van soldariteit. GroenLinks heeft daarvan geprofiteerd, mede door permanente regeringsdeelname van de electorale concurrenten Partij van de Arbeid en – sinds 1994 – D66. Na de magere jaren tachtig, toen klein-links almaar kleiner werd, boekte GroenLinks vanaf 1994 de ene verkiezingsoverwinning na de andere en groeide uit tot een volwassen politieke formatie, voor wie landelijk bestuursverantwoordelijkheid dichterbij kwam.

Tegelijkertijd groeide ter rechterzijde de politiek van 'eigen huis en tuin'. De Duitse socioloog en liberaal Ralf Dahrendorf voorspelde ooit dat het succes van de verzorgingsmaatschappij tevens haar ondergang wordt. De nieuwe middenklasse, ongekend groot geworden dankzij die publieke arrangementen, heeft de politieke founding fathers van haar emancipatie de rug toegekeerd. De reactie hierop van de sociaal-democraten kwam in de vorm van de Derde Weg, maar dat heeft de opkomst van populistisch rechts (en populistisch links) niet kunnen keren.

Gedachtegoed

Deze opkomst van rechts blijkt grote gevolgen te hebben voor de politieke positionering van de groene partijen. Dwong de opmars van het groene denken vanaf eind jaren tachtig bij veel mainstream partijen en het bedrijfsleven een zeker 'vergroening' af, de laatste jaren verschuift het politieke tij snel naar rechts. Onder druk van nieuwe leefbaarheidspartijen en rechts-populistische stromingen in bestaande politieke formaties is het groene gedachtegoed onder druk komen te staan.

De 'vergroening' van politiek en samenleving is daarmee hardhandig tot stilstand gebracht. Het 'milieu' is uit. Het multiculturele denken kampt met gebrek aan geloofwaardigheid, hoewel de harde aanpak van migranten op steeds meer verzet stuit en geen resultaten brengt. Internationale solidariteit is in het Europa van de provinciale politiek een boodschap die nog maar met moeite aankomt. Op sociale thema's valt nog wel progressie te boeken, maar hier is de concurrentie hevig met andere linkse partijen, of kiezen groenen een andere route, zoals in Duitsland.

Het is misschien even wennen, maar de tijd dwingt GroenLinks tot een pas op de plaats. Somberheid hierover is niet nodig, integendeel. Juist waar de politieke conjunctuur in de afgelopen jaren grote partijen in razend tempo afwisselend tot groot verlies en forse winst kon opstuwen, valt op dat GroenLinks zich relatief stabiel heeft genesteld aan de linkse kant van het politieke spectrum en ondanks het tegenwerkend maatschappelijk tij zich relatief goed handhaafd. Voor België en Duitsland geldt de constatering dat regeringsdeelname steeds meer een enorm afbreukrisico vormt en dat nog in sterkere mate voor de groene partijen. Er hoeft niet veel tegen te zitten of de zwevende kiezer rekent af met de macht. Een ontwikkeling, die ook in Nederland de paarse partijen op 15 mei 2002 heeft getroffen.

Hoe harder de kiezer zweeft, hoe groter het belang van een consistent en consequent gedachtengoed. Ik zou het onjuist vinden als de conclusie getrokken wordt dat GroenLinks op zoek moet naar nieuwe kiezers en één van de vele zwevende partijen wordt die ons landschap inmiddels telt. De zoektocht bij de Partij van de Arbeid naar 'inhoud' en 'vernieuwing' behoeft bepaald geen navolging. Het nieuwe sociaal-democratische verlangen naar politieke substantie bewijst nog maar eens dat GroenLinks haar politiek-inhoudelijke koers en het opgebouwde gedachtegoed moet koesteren, ook al is permanent onderhoud een vanzelfsprekende activiteit, zeker voor een partij die zoveel nieuwe leden heeft binnen gehaald. Ik heb onbekommerde nieuwsgierigheid altijd als één van de goede deugden van GroenLinks beschouwd. Dat moet blijven.

Actie

Waar de nieuwe politieke verhoudingen wél toe dwingen is het doordenken van een nieuwe politieke strategie. PvdA, GroenLinks en SP zitten landelijk gezamenlijk in de oppositie en zullen trachten een eigen profiel op te bouwen tegenover het harde bezuinigingsbeleid van Balkenende II. Hoe dat zich ontwikkelt is nog niet duidelijk. De PvdA moet zich vooral losmaken uit een traditie van de macht, en zal tijd nodig hebben een eigen oppositioneel profiel op te bouwen dat méér biedt dan media-presentie van Wouter Bos. De SP heeft de hoge peilingen niet kunnen verzilveren en is haar belangrijkste doelwit – de ‘asociale PvdA’ in de regering – voor het eerst in haar parlementaire bestaan kwijt. Hoe lang Jan Marijnissen nog de scepter zwaait is evenmin zeker, de opvolgers staan niet te dringen. GroenLinks op haar beurt heeft de leiderschapswissel goed doorstaan en kan bouwen aan een nieuwe parlementaire aanwezigheid. Samenwerking tussen deze partijen lijkt onvermijdelijk, maar zal nog veel voeten in de aarde hebben. De verschillende fasen waarin de drie partijen zich bevinden, de onvermijdelijke electorale concurrentie en de profielverschillen, met name inzake de multiculturele samenleving, het milieu en internationale politiek – hoekstenen van het gedachtegoed van GroenLinks –  zorgen voor de nodige handicaps.

Daarom is het beter om politiek-maatschappelijke coalities aan te gaan met bijvoorbeeld de vakbeweging, zoals gebeurde toen GroenLinks in mei bij het debat over het formatieakkoord een maatschappelijk tegenakkoord presenteerde in aanwezigheid van FNV en CNV. Dit type samenwerking smaakt naar meer. Vele maatschappelijke organisaties zullen hun positie opnieuw doordenken nu de PvdA als pied a terre in de macht verdwenen is. Dat schept ruimte voor een strategie van vergaande samenwerking op allerlei terreinen, zoals inkomens- en werkgelegenheidsbeleid, milieu, natuur, woningbouw, onderwijs, zorg, ontwikkelingssamenwerking, buitenlandse politiek et cetera. Het geeft bovendien dissidenten binnen CDA en D66 extra ruimte zich te verbinden met deze politiek-maatschappelijke initiatieven. Het vraagt van GroenLinks op haar beurt een sterkere oriëntatie op maatschappelijke actie. Daarin schuilt tevens een nieuwe bevestiging van wat GroenLinksers beweegt. GroenLinks heeft geen behoefte aan radicaal nieuwe gedachten, wél aan nieuwe vormen.