Pier Vellinga: “De bal ligt bij de politiek”

De Nederlandse regering heeft prachtige voornemens over duurzame energie, maar we liggen ver achter op andere landen. En dat terwijl ons land volgens hoogleraar klimaatverandering Pier Vellinga vele mogelijkheden heeft voor het opwekken van duurzame energie.

De aansporing van Wijnand Duyvendak (zie elders in deze Helling) aan wetenschappers om meer uit de academische kast te komen en zich in te zetten voor maatschappelijk draagvlak voor politieke maatregelen op het gebied van energie en klimaat, heeft Pier Vellinga niet nodig. In de jaren tachtig was hij een van de eerste wetenschappers die publiceerden over de gevolgen van de opwarming van de aarde. Nu is hij behalve hoogleraar aan de Universiteit Wageningen en de Vrije Universiteit Amsterdam ook betrokken bij tal van organisaties en commissies op het gebied van klimaat, zoals de stichting Urgenda, die zichzelf een ‘actieorganisatie voor innovatie en duurzaamheid’ noemt.

“Natuurlijk kunnen wetenschappers net als iedereen altijd meer doen”, aldus Vellinga, “maar wetenschappers hebben meer dan genoeg materiaal verzameld en de bal ligt nu bij politici, burgers en bedrijven.”

Er zijn allerlei politieke obstakels op weg naar een duurzame energiehuishouding, maar is het technisch gezien mogelijk om onze samenleving en het daarbij behorende energieverbruik te behouden zonder gebruik van fossiele brandstoffen?
“Technisch kan het. En zo duur is het niet: de omschakeling naar duurzame energie vraagt investeringen die neerkomen op 1% van het BNP. Dat is niet gering, maar je bespaart macro-economisch een hoop geld wanneer je duurzame energiebronnen gebruikt, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheidszorg en oorlogvoering. Sinds de oorlog in Vietnam draaien vrijwel alle oorlogen in de wereld om olie. Hernieuwbare brandstoffen zijn veel gelijkmatiger over de wereld verdeeld en er zullen daardoor minder conflicten ontstaan.

Het is wel de vraag of het nog mogelijk is om op tijd – dat wil zeggen zonder al te veel rampen – over te stappen naar duurzame energie, want dat zou binnen twintig à dertig jaar moeten. Daarvoor moet je in feite een oorlogseconomie invoeren. Dat is gerechtvaardigd gezien de hele grote risico’s die we lopen. De rampzalige gevolgen van klimaatverandering beginnen voelbaar en zichtbaar te worden. Of we het smelten van de gletsjers van Groenland en Antarctica nog kunnen stoppen is zeer de vraag, we zitten met de concentratie van broeikasgassen al boven de toelaatbare grens van 350 ppm zo blijkt uit recent onderzoek naar klimaatverandering in het verleden.  

Hoe zou die overgang kunnen worden gemaakt?
“Door elk land flink te laten investeren in de duurzame energie die op die plek voorhanden is. In China en de Verenigde Staten worden bijvoorbeeld nu al gigantische zonneparken aangelegd. In zonnige landen kan zonne-energie over vijf jaar al concurrerend zijn met fossiele brandstoffen, in koude landen duurt dat nog zo’n tien tot vijftien jaar. In een land als Nederland moet je dus geen topland willen zijn op het gebied van zonne-energie, maar kan je bijvoorbeeld beter inzetten op windenergie en groen gas, dat wordt geproduceerd uit mest, gft-afval, mais etc. Binnen tien jaar kan dat tien procent van het aardgas vervangen en binnen twintig jaar kan het dertig procent van de noodzakelijke energie leveren. Wij hebben in Nederland de infrastructuur voor gas en die moet je gebruiken. Verder moet je natuurlijk denken aan windparken op zee, die in twintig jaar de helft van het elektriciteitsverbruik zouden kunnen produceren. Aardwarmte en warmtepompen kun je gebruiken om huizen, kantoren of kassen te verwarmen. Geothermie is een bruikbare energiebron, die in Duitsland al veel verder is ontwikkeld dan in Nederland, terwijl ons land er door de dichte bevolking en bebouwing heel geschikt voor is. Ieder land moet in feite doen wat hij kan.

Ook kernenergie is een optie, al ben ik daar voor Nederland geen voorstander van: de hoge investering die nucleaire energie vraagt, zorgt ervoor dat wanneer eenmaal gebouwd je die energie dan voorrang geeft want een nucleaire reactor kun je niet even stil zetten ook niet als er veel aanbod is van windenergie. Daarom zal nucleaire energie remmend werken op de ontwikkeling van windenergie. Nederland zou zich verder kunnen toeleggen op de productie en verwerking van groene grondstoffen, die chemische ingrediënten in tal van producten kunnen vervangen: we hebben op dat terrein veel kennis in huis. Ook is ons land geschikt als proeftuin voor de elektrische auto en de bijbehorende infrastructuur. De ritten in ons land zijn vergeleken met veel andere landen kort en daarom is het met de accu’s die we nu hebben al uitvoerbaar. Bovendien is ons land dichtbevolkt en is zijn stopcontacten om op te laden nooit ver weg. We zijn het dichtst bekabelde land van Europa. Zo zijn er nog veel meer mogelijkheden. Technisch kan het dus: zelfs tot honderd procent duurzaam, maar helaas laat de politiek de oren nu nog heel erg hangen naar de Nederlandse energie grootverbruikers die blijven pleiten voor goedkope steenkool. Steenkool waarvoor geldt dat de milieu- en klimaatkosten niet zijn opgenomen in de rekeningen die de grootverbruikers krijgen.”

Is dat ook de reden dat Nederland wel ambitieuze doelstellingen heeft als het gaat om het beperken van de CO2-uitstoot, maar achterloopt als het gaat om het aandeel duurzame energie (2,5% tegenover 7,5% in andere Europese landen)?
“Dat speelt een belangrijke rol. Minister Cramer doet zeker haar best, maar het kabinet luistert vooral naar de bedrijven met grote belangen in goedkope fossiele energie. De regering kijkt niet genoeg vooruit, terwijl het een economisch belang is om nu meer te doen aan duurzame energie. Het CDA gelooft blijkbaar in Verelendung aangaande duurzame energie waardoor kernenergie op een bepaald moment het enige alternatief is om klimaatneutraal stroom te produceren. Er zijn gelijktijdig voostellen in omloop om kolencentrales te compenseren voor het geld dat zij mislopen wanneer voorrang wordt gegeven aan het doorgeven van windenergie op het elektriciteitsnet. Dat is het paard achter de wagen spannen. Je moet duurzame energie juist voorrang geven op het net en net als in Duitsland bedrijven belonen die groene stroom aan het net leveren, zonder dat je daarbij een financieel plafond instelt zoals ons kabinet nu voorstelt, want dan werkt het niet. Een bedrijf als Eneco verlegd zijn duurzame energie werkterrein naar België en Frankrijk omdat hier geen betrouwbare regelingen zijn. Groene stroom is op dit moment een paar cent per kilowatt duurder dan grijze stroom. Voor huishoudens maakt dit nauwelijks verschil, maar voor energieverslindende bedrijven als Pernis en de hoogovens wel. Vanwege hun betekenis voor de Nederlandse economie en werkgelegenheid oefenen ze met succes een grote invloed uit op het energie beleid van ons land. Maar de goedkope vervuilende oplossingen bemoeilijken onze concurrentiepositie. Andere landen zijn straks veel verder met het opzetten van duurzame energiebronnen. Op dit moment ligt er geen wetsvoorstel om duurzame energie voorrang te verlenen. Er is nog veel lobbywerk nodig om een subsidieregeling die goed werkt in Duitsland er hier door te krijgen.”

De discussie over klimaatverandering en duurzame energie is heel erg technisch en ingewikkeld. Het gaat veel mensen boven de pet. Is het vooral een technisch- economisch vraagstuk dat de politiek moet oplossen of gaat het veel verder, namelijk om verandering van onze leefstijl. Moeten we de groei drastisch beperken, consuminderen en veel soberder leven?
“Om de vrede op de wereld te bewaren is groei wel degelijk noodzakelijk, maar kies dan wel voor schone groei. Natuurlijk: we moeten minder vliegtuigen van de huidige generatie hebben, we moeten veel minder vlees eten en minder auto rijden. Maar die mensen die pleiten voor stoppen met autorijden en die helemaal van de auto af willen zullen mij zeker niet aan hun zijde vinden, want het kan ook schoon en geluidsarm met elektrisch. Veel mensen weten bovendien niet dat het openbaar vervoer en zeker HSL vervoer bijna net zo vervuilend is als auto’s, zeker wanneer je met twee mensen of meer in de auto zit. Wanneer we overstappen op elektrische auto’s en we wekken die stroom op met windmolens is er helemaal niets tegen autovervoer. Dit maakt overigens ook allerlei nieuwe vormen van groen collectief vervoer mogelijk: je koppelt je auto aan die van een heleboel anderen op de autoweg, en als je eraf wilt koppel je jezelf er weer af. Dat soort mogelijkheden zijn er en die moeten veel meer worden gestimuleerd. Ik denk dus dat het allebei nodig is: technische aanpassing én gedragsaanpassing. Ik ben er tegen om de techniek als vijand te beschouwen, of om te denken dat we er alleen met technische aanpassingen wel zullen komen. Het moet hand in hand gaan.”

Zie voor meer voorstellen voor de overgang naar een duurzame energievoorziening in Nederland:  Jacco Kroon, Roebyem Anders en Pier Vellenga, Beknopte gids door de Klimaatdoolhof, Uitgeverij MGMC, Haarlem 2009.

Onderzoeker en docent aan de Protestantse Theologische Universiteit. Oud-hoofdredacteur van tijdschrift de Helling.
Alle artikelen