Politiek van hemel en aarde

Als politiek inderdaad de kunst van het mogelijke is, dan staat koorddanser Philippe Petit diametraal tegenover de politiek, want hij bedrijft al jarenlang de kunst van het onmogelijke.

Wie ooit de beelden heeft gezien van dat iele figuurtje dat zich 450 meter boven de grond tussen de fameuze Twin Towers van het World Trade Center in New York op een stalen kabel heen en weer beweegt, danst en zelfs hoog in de lucht op zijn rug ligt, zonder vangnet of bescherming, die weet: deze man is volkomen zot. Hij is gek, in de zin dat hij zich buiten de menselijke orde beweegt. Hij tart de menselijke maat.

Maar juist daardoor belichaamt hij een onmisbaar symbool voor de politiek: hij opent de horizon. “De horizon is geen stip, maar een heel continent”, schrijft Petit in zijn boek Traité du Funambulisme (1997). Hij toont de tomeloze kracht van een mens met visie. Hij brengt het onvoorstelbare binnen bereik. Door zijn dans tussen de Twin Towers – en door tal van andere acties – toont hij dat dromen werkelijkheid kunnen worden, zelfs de meest buitenissige. In die zin is hij politicus par excellence, koning van de maakbaarheid, belofte dat alles mogelijk is.

Maakbare kunst

Waaruit bestaat de kunst van de Petit? Hij zou gemakkelijk kunnen worden ingezet om de slogan te verkondigen die in onze cultuur in allerlei variaties aanwezig is: je kunt wat je wilt, dus doe wat je wilt. Inderdaad is Petit vaak gevraagd reclamespots te doen, maar dat heeft hij altijd afgewezen. Evenmin laat hij zich sponsoren door welk bedrijf dan ook: “I would have lost my soul, I would have killed my art”, aldus Petit in een interview december j.l. voor GriTtv New York.

Philippe Petit is niet zo maar een profeet van het ongebreidelde geloof in eigen kunnen. Wie hem glorieus tussen hemel en aarde ziet balanceren voelt de kleinheid en kwetsbaarheid van de mens. Hij/Zij wordt gegrepen door de angst te pletter te slaan of eenvoudigweg door de wind te worden meegevoerd om voor altijd in het niets te verdwijnen. Petits hemelse kunst confronteert de toeschouwer paradoxaal genoeg met zijn gebondenheid aan de aarde. Maar tegelijkertijd wekt het ongehoorde van zijn voorstellingen bij de kijker het verlangen naar grootse daden en de drang om boven zichzelf en de eigen beperkingen uit te stijgen.

Het geheim van Philippe Petit bestaat in het verbinden van extremen. Niet alleen letterlijk verbindt hij de uitersten van twee gebouwen, brugpijlers of torens met elkaar, ook figuurlijk leeft hij op de rand. Petit is een perfectionist. Als je het er levend af wilt brengen als koorddanser, kun je niets aan het toeval overlaten. De kleinste beweging kan je fataal worden. Het optreden tussen de Twin Towers op 7 augustus 1974 kostte zes jaar voorbereiding en acht jaar oefening in het koorddansen. Maar ondanks dit perfectionisme zegt Petit het vreselijk saai te vinden om een leven te leiden waarin alles perfect in het gelid staat: “Breaking the rules is part of my life.”

Optimale beheersing en zucht naar avontuur gaan bij Petit hand in hand. Met zijn kunst daagt hij de vaste orde der dingen uit. Wanneer hij de politie ontwaart die hem vanaf het dak van het World Trade Center sommeert van het touw te komen zodat kan worden gearresteerd, zie je (in de documentaire Man on Wire) een pesterige glimlach op zijn gezicht verschijnen. Hij komt dichterbij, maar vlakbij het dak keert hij om en gaat terug het koord op, waar hij onbereikbaar is voor de lange arm van het gezag. Natuurlijk is alleen al het feit dat hij er met zijn team in geslaagd is in het geheim bijna een ton aan materiaal naar boven te krijgen en de kabel te bevestigen, een klap in het gezicht van het veiligheidsbeleid van de Twin Towers, die in 1974 al wel in gebruik, maar nog niet helemaal voltooid zijn. Petit heeft zichtbaar plezier in de ‘coup’. Hoewel hij na de inrekening in New York nogal bruut de trap naar beneden wordt afgeduwd – volgens hemzelf het gevaarlijkste moment van de hele onderneming – vertelt de agent zichtbaar ontroerd over de dansende wetbreker. Zijn straf blijft beperkt tot het geven van een gratis voorstelling. Hij zal in zijn leven nog vaak worden gearresteerd, (in 2011 al zo’n 500 keer), vooral voor illegale optredens op straat. In een samenleving waar een ontspannen omgang met de wet bestaat waarbij vooral de geest ervan in het oog wordt gehouden, is ruimte voor acties als die van Petit en zijn team. Zodra een samenleving haar wetten en regels krampachtig handhaaft, is er minder ruimte voor creativiteit. Vandaag zou Petit nooit door de beveiliging van een gebouw als het WTC heenkomen. Totdat de Twin Towers het symbool werden van dood en angst, hadden ze dankzij Petit een zweem van poëzie over zich, wat de in het begin onpopulaire gebouwen wel konden gebruiken.

Terug naar het perfectionisme van Petit. Dit is gebaseerd op het voortdurend ondervragen van het bestaande, op constante vernieuwing; het sluit breuken en onvolkomenheden dus in, in plaats van uit. De maakbaarheid van de kunstenaar van het onmogelijke is er een die de mens niet zozeer beschouwt als de heerser over de dingen, maar als een deel ervan. Petit legt zijn wil op aan een stalen kabel, maar kan dat alleen door de kabel alle ruimte te geven. Een tegenstrijdige aangelegenheid: “De koorddanser moet tegelijkertijd vechten en zich ontspannen.” “De ademhaling van de koorddanser en de beweging van het koord vormen samen een concert, waarbij de adem van de een de beweging van de ander op geen enkele manier belemmert.”

De relatie met de werktuigen waarmee Petit zijn wonderwerken verricht is intens: “The life of your art is in those tools.” Hij spreekt over het temmen van het koord zoals een ruiter over een wild paard, dat je om vergeving moet vragen omdat je hem inzet voor jouw doel. Tenslotte is een stalen kabel veel sterker dan een mens. “Wanneer ik de kabel niet respecteer en liefheb om wat hij is, een levend dier, dan kan ik er niet op lopen. Dat gaat alleen wanneer mijn lichaam en geest, mijn lichaam, mijn hart en ziel in volkomen gemeenschap zijn. Dit is het wezen van de kunst van het koorddansen.” Het is deze houding die hem een veiligheid biedt die veel groter is dan een nylon vangnet. “I never take a risk, I don’t live a dangerous life”.

Ondenkbare politiek

Wie een poging doet Petits kunst een politieke vertaling te geven lijkt al snel op het terrein van de utopie terecht te komen, daar waar de idealen ver verwijderd zijn van de werkelijkheid, van de wereld waarin de vaardigheid om compromissen te sluiten beslissend is voor succes. Is er überhaupt voor een politicus iets te leren van een koorddanser? Dat is bepaald niet vanzelfsprekend. Om te beginnen lijkt er sprake van een essentieel verschil. Petit maant de beginnende koorddanser om daarboven vooral de grond uit zijn gedachten te bannen, “de grond, die de ziel verlamt en gevaarlijk is”. De politicus kan deze raad niet opvolgen. Al is de dagelijkse taaie werkelijkheid inderdaad al te vaak een reden om maar niet te dromen, al moet je je verwijderen van die realiteit om een nieuw vergezicht te ontwikkelen, toch kan de politicus de wereld van de beperkte mogelijkheden niet uitbannen. Hij moet er uiteindelijk weer naar terug, zoals ook Petit natuurlijk uiteindelijk weer terug moet naar de aarde. Het verschil is: die wereld beneden is de plek waar de politicus zijn kunsten moet vertonen, niet de ijle hemel waar Petit zijn werkterrein heeft.

Maar de verbondenheid van hemel en aarde, het onmogelijke en het mogelijke, is voldoende reden om als politicus toch te luisteren naar de inzichten van de koorddanser. Ook de kunst van het mogelijke zit vol verrassingen en krijgt af en toe te maken met het ondenkbare. Muren vallen, dictatoren worden verjaagd, kiezers veranderen. Petit wijst op de gelijkheid van doel en middelen, respect voor zowel mensen als dingen en de erkenning van de vrijheid van elk individu en van elk werktuig waarmee je die vrijheid wilt bereiken. Het diepe bewustzijn dat mensen afhankelijk zijn van de grondstoffen, het materiaal en de andere mensen waarmee ze hun aspiraties verwerkelijken. De mate waarin de politicus deze uitgangspunten erkent, is bepalend voor het niveau van zijn werk. Het ‘alles kan, als je maar wilt’ blijkt daarmee omgeven te zijn door voorwaarden. De realisatie van de (politieke) droom, de maakbaarheid van het ideaal van een betere wereld ligt alleen binnen bereik wanneer je je diep bewust bent van de fragiliteit en voorlopigheid van het bestaan. Alleen wie de donkere kant van het leven insluit is geloofwaardig als voorvechter van grote visioenen. Misschien is er daarom wel zo’n gebrek aan dromen en idealen in de politiek, omdat onze samenleving zich liever afkeert van die duistere kanten dan dat ze de confrontatie ermee aangaat.

Volgens Petit is het een kwestie van de eerste stap zetten. En dat is een grote stap, één waarmee je over je eigen schaduw moet springen. De eerste stap op de kabel, weg van de vaste grond, van de rand van het dak, is de moeilijkste, aldus Petit. Hij maakt de vergelijking met een rots, die feitelijk is opgebouwd uit zandkorrels. Die kun je wegblazen en laten vliegen. Je kunt je wil er aan opleggen. Toen hij de Twin Towers voor het eerst van nabij zag, ging zijn droom om daarboven door de lucht te lopen aan scherven: onmogelijk, het leek absoluut onmogelijk. Een paar dagen later slaagde Petit erin ongezien het dak op te komen en zei daar toen: “This is clearly impossible. So let’s get to work.”

Kader

De nar en de zot waren in de middeleeuwen deel van een troep van kunstenaars die mensen shockeerden, aan het lachen maakten, met open mond lieten toekijken. De koorddanser, jongleur, goochelaar en zakkenroller Philippe Petit is een directe afstammeling van deze middeleeuwse potsenmakers. Wie zijn werk ziet, begrijpt iets meer van de aantrekkingkracht die deze kunsten in de middeleeuwen op mensen gehad moeten hebben: ze confronteren in al hun adembenemendheid met dood, angst en vergankelijkheid en verlossen daar weer van door de lach die ze losmaken. Dit artikel concentreert zich op het koorddansen, maar de uit Frankrijk afkomstige en inmiddels in New York woonachtige autodidact Philippe Petit (1949) beoefent veel andere kunsten. Behalve bovengenoemde disciplines tekent en schrijft hij en maakt theater.

Literatuur:

- Philippe Petit, Traité du funambulisme, Actes du Sud 1997 (herziene uitgave van The High Wire, New York 1985).
- Man on Wire, film van regisseur James Warsh, 2007. (Winnaar van de IDFA Best of Fests 2008, Oscar voor de beste documentaire in 2009 en grote juryprijs en publieksprijs van het Sundance Film Festival)
- ‘Philippe Petit, somebody has to trespass’, interview with Laura Flanders on GriTtv New York, 24.12.2010. (http://www.grittv.org/).

Onderzoeker en docent aan de Protestantse Theologische Universiteit. Oud-hoofdredacteur van tijdschrift de Helling.
Alle artikelen