Verbestuurlijking van handhaving of inkaderen van eigenrichting

Lokale bestuurders krijgen steeds meer mogelijkheden om zelf voor rechter te spelen. Het verbaast mij al langere tijd hoe weinig maatschappelijk verzet hiertegen is. In de Helling van herfst 2012 bespreekt Arthur Hartmann deze ontwikkeling. Vanuit het oogpunt van een lokaal bestuurder is het bevreemdend dat Hartmann daarbij een aantal instrumenten volkomen in een verkeerd daglicht plaatst. Verder kiest hij bij een erg beperkte invalshoek.

Het strafrecht handhaaft strafrechtelijke bepalingen door middel van sanctioneren. Dat betekent echter niet dat sanctioneren de enige manier is om regels te handhaven. Hartmann stelt dat de mogelijkheden die een (lokaal) bestuurder heeft om ‘regelschendingen zelf af te doen met een sanctie’ steeds uitgebreider worden. Dit noemt hij de 'verbestuurlijking' van de handhaving. Als voorbeelden noemt hij ondermeer openbare orde maatregelen, zoals het opleggen van een huisverbod, de last onder dwangsom en bestuursdwang. Al deze bestuurlijke maatregelen zijn echter geen sancties. Het opleggen van huisverbod zal door de betrokkene mogelijk worden ervaren als straf, het is het niet. Het beperkt de persoonlijke vrijheid. Op dat punt verschilt het echter niet van het verbod om je eigen huis paars te schilderen in een beschermd stadsgezicht. Ook de last onder dwangsom is geen straf. Als een bedrijf gevaarlijk afval op een onverantwoorde manier opslaat, kan het bestuur een last onder dwangsom opleggen. Dit om het bedrijf er toe te bewegen om het afval te verwijderen of zorgvuldig op te slaan. Ook kan de dwangsom worden opgelegd om herhaling van de gevaarlijke situatie te voorkomen. Als er een urgent gevaar is, kan het bestuur met bestuursdwang het afval zelf verwijderen op kosten van het bedrijf. Dat zijn allemaal preventieve maatregelen. Het is juist dat de bestuurder steeds meer mogelijkheden krijgt om dergelijke maatregelen te nemen. Het instrumentarium voor preventieve maatregelen breidt uit. Instrumenten die passen bij de rol van de bestuurder. Van een ‘verbestuurlijking’ van de handhaving kun je op grond van deze voorbeelden echter niet spreken. Door als jurist de preventieve maatregelen te benoemen als sancties, zet Hartmann deze bovendien in een verkeerd daglicht, en daarmee de bestuurders die deze maatregelen nemen.

Natuurlijk is er ook de ontwikkeling dat bestuurders mogelijkheden krijgen om sancties op te leggen. De bestuurlijke boete is daarvan een voorbeeld. Dat is een strafmaatregel die de bestuurder kan opleggen zonder tussenkomst van de rechter. Het gaat regelrecht in tegen de scheiding der machten. De uitvoerende macht krijgt bevoegdheden die feitelijk horen bij de rechterlijke macht. De uitvoerende macht kan een straf opleggen, zonder dat dit vooraf is getoetst door de rechterlijke macht. Dat is in de ogen van sommigen een vorm van eigenrichting. Zoals vaak bij eigenrichting, kan de gestrafte dit achteraf door de rechter laten toetsen. De procedure voor de bestuurlijke boete is vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht. Hartmann constateert dat rechtspositie van de formeel burger daarbij goed is geregeld. Er zijn dus goede regels om de eigenrichting achteraf te laten toetsen door de rechter. De principiële vraag blijft echter liggen. Er is een ontwikkeling in gang gezet waarbij de uitvoerende macht steeds meer instrumenten krijgt voor vergelding en afschrikking. Instrumenten die tot nu toe het domein van de rechterlijke macht waren. De wetgever heeft dit mogelijk gemaakt om het strafrechtelijke handhavingstekort op te vangen. De principiële vraag is waar de nieuwe grenzen komen te liggen. Toetsing achteraf door de rechter is bovendien niet de enige toetsing die van belang is. De vraag is ook of de gekozen volksvertegenwoordigers voldoende instrumenten hebben om de bestuurders op dit punt te controleren. Dat zijn voor de politiek en de rechtswetenschap zeker zo belangrijke vragen.

Oud-wethouder en raadslid in stadsdeel de Baarsjes in Amsterdam.
Alle artikelen