29 jun 2017

Conclusie ‘Zorg(en) in tijden van transitie’

Samenvatting presentatie zorgsymposium

Verschillende perspectieven over zorg leiden tot ongelijkheid in de Wmo en de Jeugdwet. En vanwege de grote beleidsvrijheid en open opzet van de keukentafelgesprekken is de kans op willekeur bij de uitvoering van de decentralisatie groot, concludeert Tijs Sikma in zijn onderzoek ‘Zorg(en) in tijden van transitie’. Wat kunnen gemeenten hieraan doen?

Perspectieven

Zorg bestaat kort gezegd uit twee delen: vaststellen wat er mis is en dit probleem oplossen. De invulling van beide aspecten van zorg hangt sterk af van de persoon die hier verantwoordelijk voor is.

Bij het vaststellen van wat er mis is, wordt er gekeken naar wat ontbreekt bij iemand en waarom hij of zij zorg nodig heeft. Dit gebeurt op basis van een bepaalde norm, zoals gezondheid, welbevinden, zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Omdat dit ideële concepten zijn, verschillen deze normen sterk op basis van de ideologische achtergrond, de discipline en persoonlijkheid van diegene die ze vaststelt.

Ook het tweede aspect van de zorg, het oplossen van het probleem, is sterk persoonsafhankelijk. De oplossing die iemand voor het probleem vaststelt, is gebaseerd op het mensbeeld, het wereldbeeld en het doel dat deze persoon met de zorg voor ogen heeft.

Grote beleidsvrijheid

Deze verschillende perspectieven op zorg leiden bij de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet tot ongelijkheid. Als we inzoomen op de gemeenten blijkt dat de grote beleidsvrijheid die zij hebben gekregen hier mede debet aan is.

Elke gemeente heeft andere voorzieningen, een andere inwonerssamenstelling en andere prioriteiten. In de Wmo en de Jeugdwet zijn resultaatverplichtingen en verantwoordelijkheden ingebouwd die deze onderlinge verschillen moeten compenseren. Zo staat in de Wmo dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor ondersteuning bij zelfredzaamheid en participatie, het bevorderen van sociale samenhang en leefbaarheid van de gemeente. In de Jeugdwet staat onder meer dat gemeenten moeten zorgen voor het tot stand komen van zelfstandigheid, maatschappelijke participatie en het demedicaliseren, ontzorgen en normaliseren van de jeugdsector.

Deze verantwoordelijkheden en resultaatverplichtingen zijn geformuleerd als open normen, die op basis van een ander perspectief anders worden geïnterpreteerd. Wanneer is een gemeente immers leefbaar genoeg? Wanneer is de jeugdsector helemaal genormaliseerd? 

Gemeenten hebben veel beleidsvrijheid bij de uitvoering van de wetten en dus kan een specifieke interpretatie van de norm grote gevolgen hebben voor de maatregelen. Gemeenten mogen bijvoorbeeld de samenstelling, de opzet van de sociale wijkteams, de hoogte van de eigen bijdrage en tegemoetkomingen, de wijze van aanbesteding en zelfs de kwaliteitseisen en controlemethoden bij de uitvoering van de zorg bepalen.

Keukentafelgesprekken

De open opzet van de keukentafelgesprekken is een tweede reden waardoor de verschillende perspectieven in de zorg leiden tot ongelijkheid bij uitvoering van de Wmo en de Jeugdwet.

Zowel het vaststellen van de zorgvraag als het vinden van de oplossing gebeurt tijdens de keukentafelgesprekken op basis van overleg. Bij dit gesprek spelen echter verschillende impliciete normen: Hoe stel je de wensen, noden, capaciteiten en het netwerk van iemand vast? Wat hoort bij de zorgtaak? Hulp bij gebrek en ziekte? Of ook existentiële, emotionele en psychologische begeleiding? In welke mate moeten problemen in de domeinen van bijvoorbeeld onderwijs en werk een rol spelen?

Per gemeente en per gesprek zijn diverse specialismen aanwezig. Bovendien verschilt het hoe uitgebreid het gesprek wordt gevoerd, welke belangen er op de achtergrond spelen en hoe de machtsverhoudingen zijn. Bovenstaande vragen worden per gesprek daardoor anders beantwoord. Zowel de indicering van de zorgvraag als de gevonden oplossing zijn daardoor per geval anders.

Maatwerk of willekeur en opportunisme?

In sommige gevallen zorgt het ideaal van maatwerk voor effectievere en goedkopere zorg die beter aansluit bij de wensen van de burger. In andere gevallen werkt de opzet van de Wmo en de Jeugdwet willekeur en opportunisme in de hand.

Het gevaar is dat de Wmo en Jeugdwet onbewust met een beperkt perspectief worden uitgevoerd. Een voorbeeld hiervan is dat de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie waarschuwt dat er te weinig expertise aanwezig is bij sociale wijkteams om psychische stoornissen bij jongeren te herkennen en jongeren met ernstige stoornissen daardoor te laat worden geholpen. 

Een terugkerend thema in mijn gesprekken was bovendien dat het schort aan democratische tegenkracht bij de uitvoering van de Wmo en de Jeugdwet. Wanneer deze wetten met een beperkt perspectief worden uitgevoerd, zijn er weinig democratische mechanismes die dat op tijd corrigeren.

Deliberatieve democratie

Denk daarom niet te licht en naïef over de complexiteit bij de uitvoering van de Wmo en de Jeugdwet en de impliciete normen die erbij worden toegepast. Je komt daar alleen achter als je de dialoog aangaat met betrokken partijen. Zowel binnen de gemeente als tussen gemeenten.

Net als bij zorg, is ook een goed verloop van decentralisatie afhankelijk van de mate waarin de betrokken partijen elkaar wederzijdse aandacht, begrip en vertrouwen verlenen. Deliberatieve democratie - besluitvorming waarbij informatievergaring, overleg en de uitwisseling van argumenten centraal staan – is hiervoor een ideaal medicijn. Op deze manier voorkom je een beperkt perspectief en het opportunisme en de willekeur die hieruit voortvloeien. 

Dit artikel is een verkorte weergave van de presentatie die Tijs Sikma hield tijdens het symposium 'Zorg(en) in tijden van transitie'. De stage van Tijs loopt per 30 juni af. Daarna blijft hij in dienst van Bureau de Helling om het zorgproject dat hij heeft opgezet verder uit te werken.

Voor vragen, opmerkingen en voor wie de volledige presentatie wil ontvangen is Tijs bereikbaar op tsikma@groenlinks.nl.

Oud-medewerker Bureau de Helling.
Alle artikelen

Reactie toevoegen