12 jul 2012

De Helling Spiekt: 'Voor de verandering'

Het verkiezingsprogramma van het ChristenUnie

Voor de verandering heet het programma van de ChristenUnie. Dat was de campagneleus van GroenLinks in 1998. Een teken dat de partijen verwant zijn. Ze willen een groene, sociale en ontspannen samenleving.

Met het Lenteakkoord hebben GroenLinks en de ChristenUnie laten zien verwante partijen te zijn. Partijen die op een zelfde manier politiek bedrijven: constructieve oppositie, bereid om verantwoordelijkheid te nemen ook als het lastig wordt en het primaat van het parlement voorop. Partijen die een visie op Nederland delen: duurzaam, sociaal en ontspannen.
Zien we deze verwantschap ook als we kijken naar het programma? Volgens mij komen GroenLinks en de ChristenUnie dicht bij elkaar waar het gaat om de duurzaamheid, de verzorgingsstaat en zelfs waar het gaat om ontspannen samenleven. De een iets groener, de anders iets grijzer, de een iets toleranter, de ander iets christelijker, de een iets traditioneler, de ander iets feministischer. De verloving loopt echter spaak op Europa. De ChristenUnie leeft in de illusie dat we midden in deze crisis voor minder Europa zouden moeten kiezen.

Ontspannen

De ChristenUnie toont zich opvallend vrijheidsgezind in haar programma: "We willen geen samenleving waarin ons tot in detail verteld wordt wat we moeten denken en doen, maar willen vrijheid om zelf verantwoordelijkheid te nemen en van daaruit eigen keuzes te maken." Op papier kan iedere GroenLinkser hier zijn handtekening onderzetten: autonomie, zelf keuzes maken, geen overheid die alles regelt.
Op veel punten is juist die vrijheidsliefde lastig voor de ChristenUnie. Abortus, euthanasie, homo-huwelijk. Het gaat er allemaal om dat mensen soms keuzes maken die jezelf niet zou maken. Dit zijn geen keuzes die je lichtzinnig neemt: om te trouwen met degene waarvan je houdt, te sterven als het leven te zwaar is, of geen kind te dragen omdat je ongewenst zwanger bent geworden. De ChristenUnie kiest hier, luid knarsentandend voor de individuele keuze. De wetgever maakte een vergissing toen hij abortus, het homo-huwelijk en euthanasie legaliseerde, maar de wetten worden niet teruggedraaid. Mensen die hier morele bezwaren tegen hebben, mogen van de ChristenUnie hun werk houden en deze taken niet uitvoeren. De ChristenUnie wil ontspannen omgaan met deze verschillen. Sterker nog waar het gaat om homo's is in het programma van de ChristenUnie zelfs een progressief streepje zichtbaar: een verbod op discriminatie naar geaardheid moet opgenomen worden in artikel 1 van de Grondwet.
Echter in andere opzichten is het voor de ChristenUnie lastig dat mensen andere keuzes maken. Coffeeshops, bijvoorbeeld, moeten dicht van de ChristenUnie. Je eigen keuzes maken, prima, maar niet om wiet te roken. Ook houdt de ChristenUnie vast aan de zondagsrust. Schijnbaar moeten we niet verteld worden wat we mogen doen en laten, behalve als het zondag is.
Misschien moeten we gezien de grote ecologische en economische problemen waar Nederland voor staat deze academische vragen een paar jaar laten. Respecteer jij mijn homo-huwelijk, dan respecteer ik jouw weigerambtenaar, accepteer jij mijn sticky, dan rook ik hem alleen op zondag.

Sociaal

De sociaal-economische uitgangspunten van de ChristenUnie zijn zonder meer lovenswaardig: "We willen niet alleen een overheid die op de euro let, maar vooral een samenleving waarin we ruimte krijgen, gehoord worden en zwakkeren beschermd worden." Het programma toont zich in economisch opzicht hervormingsgezind en verantwoordelijk. Het maakt soms andere keuzes dan GroenLinks, soms lopen de partijen gelijk op. Beide partijen proberen twee principes te combineren: individuele vrijheid en gezamelijke verantwoordelijkheid. De overheid moet een bondgenoot van de burger zijn, die ruimte biedt waar mogelijk en bescherming waar nodig.
De verschillen tussen GroenLinks en de ChristenUnie komen het best tot uiting waar het gaat om het gezin: "Opvoeden is een verantwoordelijke taak, waarin ouders elkaar aanvullen. Tijdens het 'spitsuur' van het leven combineren jonge ouders vaak een drukke baan met zorgtaken. De keukentafel is de plaats waar uiteindelijk arbeid- en zorgtaken verdeeld worden. Het is niet de taak van de overheid om dit proces sterk te sturen, op door de overheid gewenste uitkomsten. Het is zaak ouders maximale keuzevrijheid te geven in de combinatie van arbeid en zorg." Een prachtig punt dat GroenLinks zou kunnen onderschrijven.
Op een punt komt de ChristenUnie met een interessant voorstel: "Verhogen kinderbijslag en kindgebonden budget, door het verlagen van de kinderopvangtoeslag." Het effect hiervan is dat mensen geen toeslag krijgen voor een bepaalde dienst, maar dat ouders geld krijgen voor ieder van hun kinderen. Dat kunnen ze naar eigen inzicht besteden: ze kunnen compenseren dat ze minder uur werken, ze kunnen er kinderopvang van betalen, ze kunnen oma een (hele grote) bos bloemen geven omdat ze op de kinderen past. Eerlijk gezegd vind ik het een charmant voorstel omdat het niet uitgaat van een bepaalde oplossing, maar mensen in staat om zelf te bepalen hoe ze voor hun kinderen zorgen.
De vraag is of je overheidsbeleid voor kinderen zo kan inrichten dat het neutraal is ten opzichte van de de keuze van ouders om zelf voor het kind te zorgen, of om te werken. De ChristenUnie kiest ervoor om de 'overdraagbare heffingskorting voor jonge gezinnen' te behouden. Dat noemen we bij GroenLinks het in stand houden van de aanrechtsubsidie; ook worden moeders vrijgesteld van sollicatieplicht. Vanuit een feministisch perspectief kiest de ChristenUnie ervoor om vrouwen afhankelijk te houden van hun partners of de overheid, in plaats van hen te stimuleren om verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen leven. GroenLinks en de ChristenUnie hebben een andere visie op vrijheid: de ChristenUnie lijkt te kiezen voor de keuzevrijheid van vrouwen om voor hun kinderen te kunnen zorgen, terwijl GroenLinks de economische zelfstandigheid van vrouwen belangrijker vindt. GroenLinks wil vrouwen behoeden om de verkeerde keus te maken, terwijl de ChristenUnie neutraal lijkt ten opzichte van de keuzes van vrouwen, en zo impliciet de bestaande afhankelijkheid van vrouwen in stand houdt. De vraag is of er tussen het felle feminisme van GroenLinks en het christelijk-sociale traditionalisme van de ChristenUnie er een mogelijkheid ligt om mensen een echte neutrale keuze te bieden.

Duurzaam

"We willen niet een wereld waarin wijzelf misschien rijk zijn, maar vooral een wereld waarin we omzien naar elkaar en die ook leefbaar blijft voor onze kinderen." Het had zo een zin uit het GroenLinks-programma kunnen zijn. Duurzaamheid is op waardeniveau goed in het programma verankerd: "De economie is er voor de mens, niet andersom." Voor de ChristenUnie is "economische groei geen doel op zich, maar een middel. Zaken als gemeenschapszin, arbeidsvreugde, biodiversiteit en een mooi landschap" vertegenwoordigen voor de ChristenUnie, "een waarde die we niet of nauwelijks terugvinden in ons bruto nationaal product, omdat ze niet of nauwelijks een economische prijs kennen." Een economie die dienstbaar is aan mensen, die oog heeft voor de waarde van de natuur: het klinkt prachtig.
Echter op het niveau van de praktische voorstellen steekt er iets. De ChristenUnie scheidt economisch beleid en milieubeleid. Zo schrijft ze in haar hoofdstuk over ondernemen: "Nederland kent een aantal belangrijke industrieën, zoals de scheepsbouw, metaal, biochemie en petrochemische industrie. Deze industrieën leveren veel werkgelegenheid op. De Nederlandse industriesector opereert in een wereldwijde markt (...) Nederland kan de concurrentie met het buitenland aan (...) Op deze sterke punten kunnen we verder bouwen." Dat de petrochemische industrie (de olieproducenten) afhankelijk zijn van een oprakende fossiele brandstof, een brandstof bovendien die de voornaamste oorzaak is van het huidige klimaatprobleem, lijkt de ChristenUnie te zijn vergeten. Natuurlijk, in het programma zitten ook allerlei voorstellen voor maatschappelijk en ecologisch verantwoord ondernemen, maar de kern van een groene economie betekent dat je een groen industriebeleid voert en dat je fossiele sectoren afschrijft en inzet op schone sectoren. Ecologie is niet iets wat je erbij doet. Het is de kern van je economische beleid. Een duurzame economie is niet een economie met een likje groene verf, maar een economie waar groen in het DNA zit.1

Europees

Dus: GroenLinks en de ChristenUnie hechten allebei aan vrijheid. Tolerantie betekent voor beide dat je knarsetandend accepteert dat mensen andere keuzes maken dan jij zou doen. Het knarsetanden is voor de ChristenUnie nog wel erg luid en erg lastig op ethische vraagstukken. Het knarsetanden is voor GroenLinks ook wel luid en lastig, zeker waar het gaan om de keuzes van vrouwen. Beide partijen hechten aan duurzaamheid en willen de CO2-uitstoot beperken (of CO2-uitstoot - hoe je het ook precies spelt). De inzet van een ChristenUnie/GroenLinks kabinet is helder: groen, vrijheidslievend, sociaal en verantwoordelijk.
GroenLinks en de ChristenUnie willen een omslag in de samenleving. De tijd van ikke-ikke-ikke is geweest. We staan niet alleen. Als je het alleen niet redt, dan staan we samen om je heen. We worden niet allemaal beter als we allemaal alleen maar aan ons eigen belang denken.
Echter waar het gaat om de Europese Unie dan is de toon van de ChristenUnie anders. Het Nederlands belang is niet gediend bij meer Europa. Nederland draagt al te veel af aan Europa. De ChristenUnie lijkt niet door te hebben dat het fundamentele probleem in Europa een gebrek aan solidariteit is: Als de werkeloosheid in Griekenland meer dan 20% is, als meer dan 50% van de Spaanse jongeren werkloos is, dan is het niet de vraag of Nederland haar eigen betalingspositie kan verbeteren, en of de eurozone niet beter kan worden opgesplist in een rijke noordelijke euro en een arme zuidelijke euro. Dan is de vraag hoe we ervoor kunnen zorgen dat ook Spaanse en Griekse jongeren uitzicht kunnen krijgen op werk. De tijd van ikke-ikke-ikke is geweest. We komen alleen maar vooruit als we samen verantwoordelijkheid nemen voor elkaar. In Nederland en in Europa.
De ChristenUnie noemt haar eigen koers eurorealistisch. Ik zou willen stellen dat ze vasthoudt aan de illusie van de natiestaat. Nederland zou de internationale bankencrisis niet zo goed doorgekomen zijn als ze geen lid was geweest van de Europese Unie. Al die scheepsbouwers, metaalbewerkers, biochemici en olieproducenten zouden niet zoveel kunnen vervuilen - sorry - verdienen zonder de Europese Unie. Trouwens een goed klimaatbeleid redt Nederland niet alleen, dat kan alleen door Europese samenwerking. En bovendien: de huidige begrotingscrisis komt niet door een teveel aan Europa, maar door een tekort aan Europa. Het waren de lidstaten die elkaar de hand boven het hoofd hielden toen hun begrotingen niet op orde waren. Alleen sterk Europees toezicht kan ervoor zorgen dat alle overheden hun begrotingen sluitend maken. Maar het allerbelangrijkst: alleen door in Europa onze welvaart eerlijk te delen kunnen we ervoor zorgen dat de komende generatie Grieken en Spanjaarden niet opgroeit in armoede.
Groen en sociaal dus. Dat delen GroenLinks en de ChristenUnie. Maar onze wegen scheiden fundamenteel in het antwoord op de crisis. De ChristenUnie trekt zich terug achter de dijken. Ze zet de cultuur van ikke-ikke-ikke waar ze zich (terecht) in Nederland zo aan ergert op Europees niveau voort. Dat is electoraal misschien verstandig, maar op de lange termijn is er maar een manier om ervoor te zorgen dat we eerlijk kunnen blijven delen in een schoon land. Een sterke en solidaire Europese Unie.

Voetnoten 

1 In die zin is er een ding wat mateloos irriteert aan de groene paragraaf van de ChristenUnie. Ze schrijven consistent CO2 CO-kwadraat, in plaats van CO2 koolstofdioxide. Bij de penvoerder van het programma zat duurzaamheid in elk geval niet in het DNA. Nu moet ik eerlijk toegeven dat de penvoerder van het GroenLinks-programma CO2 heeft geschreven, dat is zoals het groene boekje dat voorschrijft, maar niet wat er in de BINAS staat. 

Medewerker van Bureau de Helling.
Alle artikelen