3 jan 2017

Ecologisme en het belang van een nieuwe groene tegenbeweging

Interview met Jasper Blom

Het Antropoceen vraagt om een groene tegenbeweging die er naar streeft mensen weer controle te geven over hun leefomgeving. GroenLinks kan hier een unieke vertaling aan geven als zij zich laat inspireren door het ecologisme, stelt Jasper Blom, politiek-econoom aan de Universiteit van Amsterdam en oud-directeur van Bureau de Helling. 

“Het Antropoceen vormt een mooie kapstok om milieuproblemen samen te brengen in één overkoepelend verhaal. Behoud van biodiversiteit, tegengaan van klimaatverandering en omgaan met grondstoffenschaarste zijn bijvoorbeeld drie belangrijke uitdagingen in het Tijdperk van de Mens. Deze uitdagingen staan niet meer los van elkaar, maar zijn deel van eenzelfde verhaal. Het Antropoceen confronteert ons met het feit dat het ecosysteem niet slechts context van menselijk handelen is, maar dat ons handelen er integraal mee verbonden is. 

“Dat betekent dat we op allerlei beleidsterreinen ons blikveld moeten verbreden: niet alleen kijken naar de relatie tussen mensen onderling, maar ook naar de relatie tussen de mens en het ecosysteem. Wat zijn bijvoorbeeld de effecten van luchtvervuiling of van hormoonverstorende stoffen in het water op onze gezondheid? In een grote studie van onder andere het RIVM schatten de onderzoekers dat drie tot zeven procent van de jaarlijkse ziektelast nu al het gevolg is van milieufactoren. Dat is typisch een voorbeeld van hoe een politiek vraagstuk in het Antropoceen in een nieuw daglicht komt te staan.”

De uitdagingen van het Antropoceen

“Het is tegelijk heel duidelijk dat niet ieder mens gelijkelijk verantwoordelijk is voor bijvoorbeeld klimaatverandering en dat niet ieder mens gelijkelijk profiteert van bijvoorbeeld de bescherming van biodiversiteit. Het Antropoceen vraagt dus nadrukkelijk om een politieke analyse waarin normatieve keuzes gemaakt moeten worden. Dat kan leiden tot een liberaal verhaal dat neigt naar het ecomodernisme of een socialistisch verhaal dat focust op de positie van de arbeider bij het oplossen van milieuproblemen.

“Je ziet hier nu al voorbeelden van. Zo beargumenteert D66 dat de impact die wij nu hebben op het ecosysteem de vrijheid van toekomstige individuen aantast, omdat zij niet meer de vrijheid hebben om van de panda te genieten of om koraalriffen te bekijken. Zij formuleren dus hun antwoord op de uitdagingen van het Antropoceen vanuit een politieke analyse waarin individuele vrijheid een belangrijke leidraad is – zoals een sociaal-liberale partij betaamt.

“Door consequent vanuit de politieke filosofie van het ecologisme te redeneren kan GroenLinks een uniek politiek narratief creëren”

 

"Een ander voorbeeld is de transitie naar CO2-arme energievoorziening die nodig is. Deze transitie kan bereikt worden met kerncentrales (zoals de VVD wel placht op te merken), of met decentrale energievoorziening zoals wind-coöperaties en zonnepanelen op je dak. In het eerste geval laat je het huidige centralistische model met private ondernemingen en beperkte zeggenschap intact. In het tweede geval combineer je de noodzakelijke energietransitie met meer zeggenschap van individuen over hun leefomgeving. Dat zijn politieke keuzes.

“Kortom, het Antropoceen levert volop vraagstukken voor partij-ideologen. Het is dan voor GroenLinks de uitdaging om zich nog te onderscheiden. Waar we eerst automatisch onderscheidend waren met een groen verhaal is dat niet langer zo als elke partij zich op zijn eigen manier gaat verhouden tot het Antropoceen. Wat is de positionering van GroenLinks in dat politieke krachtenveld? Ik denk dat het antwoord zit in een herijking van het programma, geïnspireerd door het ecologisme. Dit is een politieke filosofie die een intrinsieke waarde toekent aan het ecosysteem en een holistisch uitgangspunt huldigt dat de mens een integraal onderdeel is van dat ecosysteem. Volgens deze filosofie moeten we de natuur niet alleen beschermen omdat we niet zonder kunnen – dat is een instrumentele redenering – maar ook omdat zij op zichzelf morele relevantie bezit. 

“De praktische uitwerking van deze politieke filosofie leidt bijvoorbeeld tot het verbreden van het begrip solidariteit tot andere levende wezens en tot toekomstige generaties. Het geeft ook aanleiding om te pleiten voor een ontspannen samenleving waarin mensen zeggenschap hebben over hun leven en leefomgeving. De verbondenheid tussen mens en ecosysteem begint tenslotte op het lokale niveau en vraagt om een goede balans tussen beide. Op lokaal niveau kunnen daarom mogelijkheden voor een zogenaamde ‘sociale en solidaire economie’ gecreëerd worden, bijvoorbeeld het ondersteunen van voedselcoöperaties en repair cafés. Maar ook op Europees niveau kan de trend naar schaalvergroting bestreden worden door bijvoorbeeld zoveel mogelijk in te zetten op het faciliteren van decentrale groene energie in een Europese context. 

“In het Tijdperk van de Mens gaat het niet alleen om marktkrachten, maar ook om bescherming tegen negatieve gevolgen van ecologische trends”

 

“Door consequent vanuit de politieke filosofie van het ecologisme te redeneren kan GroenLinks een uniek politiek narratief creëren. Een verhaal dat niet alleen een antwoord geeft op de uitdagingen van het Antropoceen (zoals alle partijen zullen moeten), maar ook een normatieve keuze maakt voor een fundamentele wijziging van het huidige politiek-economische systeem en meer ruimte creëert voor diversiteit en solidariteit."

Tegenbeweging

“Halverwege de vorige eeuw analyseerde de politiek-econoom Karl Polanyi dat een beweging naar steeds verdere ‘vermarkting’ van de samenleving een tegenbeweging oproept vanuit de samenleving die zoekt naar bescherming tegen ongebreidelde marktkrachten. Als mensen het gevoel hebben dat zij hun handelingsvermogen kwijtraken aan anonieme marktkrachten, zoeken ze naar een nieuwe politiek om weer controle te krijgen over hun leefomgeving. Polanyi pleitte daarom voor het inbedden van markten in een sociale welvaartsstaat, ook om te voorkomen dat er gevaarlijkere tegenbewegingen ontstonden zoals in zijn tijd het fascisme. Je ziet dit soort analyses nu veel in relatie tot rechtspopulistische partijen en Trump: hun succes als tegenbeweging tegen de economische globalisering en doorgeslagen liberalisering. 

“Het is zeer twijfelachtig of de rechtspopulistische focus op sociaal-culturele thema’s in combinatie met protectionistische retoriek daadwerkelijk de inbedding kan verzorgen waar de samenleving volgens Polanyi om roept. In het Tijdperk van de Mens gaat het niet meer alleen om marktkrachten, maar ook om bescherming tegen negatieve gevolgen van ecologische trends. Juist de rechtspopulisten lijken wat dat betreft liever de kop in het zand te steken. In de VS gaat Trump in zee met zogenaamde klimaatsceptici en de PVV zegt in haar partijprogramma simpelweg niets over verduurzaming (anders dan dat er geen geld naar windmolens mag). 

“Ook vanuit deze invalshoek biedt het ecologisme een belangrijk uitgangspunt voor GroenLinks. Het creëert als tegenpool van het rechtspopulistische discours een groene tegenbeweging die de samenleving niet alleen beschermt tegen negatieve ecologische trends, maar ook het handelingsvermogen van de samenleving ten opzichte van de economie vergroot. Hoewel er veel mitsen en maren bij zijn, is het in dit licht toch erg interessant en hoopvol wat er onlangs in Oostenrijk gebeurde: in een directe verkiezingsstrijd tussen een rechtspopulist en een kandidaat die van oorsprong uit het groene kamp kwam, werd uiteindelijk de groene tot president verkozen.”

Sociaal wetenschapper. Onderzoeker Antropoceen.
Alle artikelen