5 jan 2016

Ga nu eens eindelijk over die brug

Interview met Meyrem Almaci

Illustratie:Nina Mathijsen

Vlak na de aanslagen in Parijs werd Almaci overspoeld met haatmail. Toen ze in een openbaar debat opriep tot eenheid noemde een andere deelnemer aan tafel haar een ‘paard van Troje’ omdat ze moslima is.

Meyrem Almaci komt stipt op tijd op de afgesproken plek in Antwerpen aan en stapt puffend van de fiets. Het is warm en Ramadan bovendien. Almaci is één van weinige moslims in de groene partijen van Europa. Zowel daarbinnen als daarbuiten staat ze in de frontlinie van het debat over de islam. De voorzitter en federaal parlementariër van het Vlaamse Groen probeert zoveel mogelijk mee te doen, maar met haar drukke agenda is dat een flinke opgave. “De Ramadan is niet gezond, je vraagt veel van je eigen lichaam en daarom mag je alleen meedoen als je fysiek sterk bent. Maar het gaat ook om meer dan jezelf in de Ramadan. Het is een maand van zelfbeheersing, introspectie en samenkomst met familie, buurt en vrienden, die wordt afgesloten met een gebaar naar mensen buiten je eigen kring, die het slechter hebben dan jij. Uiteindelijk geven de onderliggende morele principes van solidariteit en verzoening zin aan het ritueel en aan de praktijk.”

Beïnvloedt je geloof de manier waarop je politiek bedrijft?

De principes die ik van huis uit heb meegekregen vormen voor mij een morele leidraad. Mijn vader is in de jaren zestig naar België gekomen, mijn moeder volgde met het gezin in 1974. Ik ben het tweede kind dat in België is geboren en heb nog zeven broers en zussen. Twee anderen zijn gestorven toen mijn ouders nog in Turkije woonden. Mijn vader en moeder zijn traditioneel gelovige soennieten. Wij gingen als kinderen naar Koranles en naar Turkse les.

Tot mijn zestiende heb ik een hoofddoek gedragen. Toen besloot ik daarmee te stoppen op grond van mijn eigen interpretatie van de Turkse vertaling van de Koran. Volgens mij ging het er bij de hoofddoek oorspronkelijk om niet te veel op te vallen, Als je dat toepast op deze samenleving dan val je er juist wel mee op. Het staat ook niet als expliciet voorschrift in de Koran. Mijn ouders reageerden als echte gelovigen, niet vanuit de traditie, maar vanuit de Schrift, die zegt dat dwang in onze godsdienst niet mag: 'Als ik jou dwing om een hoofddoek te dragen dan haal ik mezelf ook een zonde op de hals. Ik vind het heel erg voor jou dat je een stuk van de hemel mist, want ik hou van je en ik wil graag dat je met ons naar de hemel gaat – want zo zagen ze het wel – maar als ik je zou dwingen om de hoofddoek toch te dragen ga ik ook in tegen de geest en de letter van waar ik in geloof en dan zijn we allebei verder van huis.' Ik was het eerste meisje dat geen hoofddoek meer droeg in de kleine Turkse gemeenschap van het gehucht waar we woonden. Mijn ouders werden er op aangesproken.

Ik ben opgevoed met spreekwoorden als ‘Gören görünün hakki var’: het oog dat ziet, heeft ook rechten. Met andere woorden: eten en drinken voor de ogen van mensen die behoeftig zijn, betekent delen. Want sommige dingen zijn gewoon geluk en toeval, bijvoorbeeld dat je hier geboren bent. Dat verplicht je ook een verbinding te leggen met mensen aan de andere kant van de wereld, en mensen hier die het minder goed hebben. De waarden die ik van huis uit heb meegekregen – solidariteit, zelfrespect, respect voor anderen, integriteit, zorgdragen voor jezelf en je leefomgeving – sluiten heel goed aan bij het ecologische gedachtegoed dat voor mij neerkomt op drie samenhangende waarden: solidariteit, rechtvaardigheid en respect voor de draagkracht van mensen en van onze planeet.

Hoe definieer je religie?

Ik spreek liever van levensbeschouwing. Religie wordt meestal geassocieerd met de boekgodsdiensten en dat vind ik te beperkt. Mij gaat het om een systeem van zingeving met bepaalde morele principes, tradities en rituelen. Dat geldt net zo goed voor atheïsten die hun morele kader ontlenen aan bijvoorbeeld de Verlichting.

Maar religie wordt heel verschillend ervaren. Er is in West-Europa een strijd geweest na de Verlichting tussen secularisme en religie, die na de Tweede Wereldoorlog leidde tot afscheid van het gezag van meneer pastoor en meneer de burgemeester. Prima, maar die ontworsteling moet geen ontworteling worden. Velen zeggen: we hebben ons losgemaakt uit de heerschappij van die ene religie, we gaan die strijd nu niet meer over doen. Maar voor anderen, zeker migranten, gaat het over hun alledaagse praktijk, niet over een fenomeen van vroeger. Er is nu eenmaal verschil in geschiedenis en evolutie. Daarnaast heb je ook bekeerlingen die religie opnieuw ontdekken, zoals bijvoorbeeld evangelicale groepen. Religie is dus springlevend. We moeten in die diverse samenleving een modus vivendi vinden.

Wat mij betreft begint dat met de erkenning dat mensen zingeving nodig hebben, dat dat op heel diverse manieren kan, maar dat we een basisset aan waarden hebben die voor iedereen onvervreemdbaar is. Want wiens waarheid is dé waarheid? Als overheid heb je maar één optie: het bewaken van de vrijheid van levensbeschouwing, van atheïsme tot de boekgodsdiensten en alles ertussen, uitgaan van de twijfel en niet van het gelijk van één specifieke groep.

De school is een plek waar overheid en privé bij elkaar komen. Hoe kijk je aan tegen religieuze symbolen in het onderwijs?

Ik heb er persoonlijk geen problemen mee, maar ik kan me voorstellen dat anderen het moeilijk vinden als de leraar van je kinderen een totaal andere levensbeschouwing heeft dan jij. Maar wat ik onacceptabel vind is dat je leerlingen verbiedt hun levensbeschouwing te uiten, zoals het geval is bij het Antwerpse verbod op hoofddoeken in de klas. Dan komt het recht op onderwijs in het gedrang. Als feministe vind ik dat je de vraag moet stellen: wie is hier het slachtoffer en wie heb je geholpen? Veel mensen denken: we doen er goed aan die hoofddoek van de hoofden van die meisjes te halen, maar emancipatie onder dwang heeft nergens ter wereld in de geschiedenis ooit gewerkt. Het werkt contraproductief. De kleine groep die echt onder druk staat zie je niet meer (want die meisjes komen niet meer naar school) en duw je eigenlijk nog dieper de problemen in. En tegen de meisjes die zelfbewust hun identiteit aan het vormen zijn, zeg je: omdat wij de hoofddoek op deze manier interpreteren, heb jij het recht niet er een ander symbool van te maken. Wij beslissen waar de hoofddoek voor staat. Maar je bent niet eens islamitisch! Wat geeft jou het recht om die religie zo te interpreteren en vervolgens die interpretatie boven die van deze vrouwen te stellen? Dat is geen democratie meer. Dat is een samenleving die is gebaseerd op de angsten en projecties van één specifieke groep, de dominante groep. Dat is niet het soort samenleving waar ik in geloof.

Tegen het verbod op de boerka heb je je niet verzet. Wat is het verschil?

Ik heb me van stemming onthouden. Ik had grote twijfels bij het verbod, want hoe weet je of een vrouw de boerka uit vrije keuze draagt of dat ze wordt gedwongen? Veel onderzoek laat zien dat de meeste vrouwen er zelf voor kiezen. Maar zelfs als de boerka onderdrukkend is, dan pak je dat met een verbod totaal niet aan. Intussen wordt wel de subsidie afgeschaft van initiatieven die vrouwen ondersteunen bij huiselijk geweld. We willen blijkbaar wel de symptomen bestrijden, maar er is geen geld om de onderliggende problemen aan te pakken.

En waarom zou je je zo specifiek richten op dit hele kleine groepje? Eén op de vier vrouwen valt van de trap’ in onze samenleving: laten we met andere woorden eens ophouden alles voortdurend te culturaliseren.

Ik heb zelf eens een boerka gedragen om te voelen wat het betekent. Het is een cocon, die voor sommigen misschien veilig voelt. Maar het beangstigt me dat je je zo zou willen afsluiten voor de samenleving. Dat betekent de totale mislukking van waar ik in geloof, namelijk integratie in plaats van segregatie. Iedereen heeft het recht om te dragen wat hij of zij wil, maar het bemoeilijkt wel enorm het gesprek tussen mensen. Door me van stemming te onthouden heb ik het signaal willen geven dat me dat ernstig zorgen baart.

Dit debat is in de groene beweging ook nog niet afgesloten. Op de Council van de EGP in Zagreb in mei 2015 ontstond een discussie over de hoofddoek, waarbij sommigen zeiden: we moeten de islamitische vrouwen bevrijden.

Ik vind dat paternalistisch. Je hebt het recht niet voor andere vrouwen te beslissen hoe zij hun emancipatiestrijd moeten aanpakken. Want dat is in elke context verschillend. Allochtone vrouwen kiezen niet automatisch voor de westerse manier; zij gebruiken hun eigen symbolen en manieren.

Dat geldt ook voor de seksuele bevrijding: wie ben ik om van alle holebi’s te eisen om uit de kast te komen als het voor hen op een andere manier ook werkt? Ik kan dat spijtig vinden maar uiteindelijk is het hun keuze. Er is een verschil in culturele strategieën: tegen sommige dingen zet je je af en van sommige dingen maak je juist gebruik om binnen de gemeenschap dingen te veranderen. Zo zie je dat vrouwen in het Midden-Oosten de hoofddoek afleggen als protest, terwijl die hier juist wordt gebruikt als een statement om rechten af te dwingen. Het is een andere context, het is een andere strategie, maar het is daarom niet minder goed.

Zo’n reactie zegt mij vooral dat we veel meer brugfiguren nodig hebben en dat we veel meer in contact moeten komen met feministes binnen andere gemeenschappen. Het is een kwestie van niet weten en niet kennen. Het is géén onwil.

Ik ben groot geworden te midden van diversiteit, zowel thuis als op school. Sommige van mijn zussen dragen de hoofddoek, sommige niet. Ik heb op allerlei scholen gezeten, van diep katholiek tot notoir vrijzinnig. Het begon al op de rooms-katholieke kleuterschool. Op aswoensdag kregen we daar een askruisje. Als we tussen de middag naar huis kwamen om te eten haalde mijn moeder het eraf, maar als we weer naar school gingen deed ze het er weer op. Dat was voor mij als kind verwarrend, maar al die ervaringen hebben me wel – soms tegen wil en dank, maar zeer bewust – tot bruggenbouwer gemaakt.

Maar nu is de tijd voorbij dat ik degene moet zijn die steeds pendelt tussen de ene en de andere groep. Dat ben ik langzamerhand beu. Die moeheid bij de brugfiguren zie ik overal. De brug ligt er allang: ga er nu eindelijk eens overheen.

Worden die bruggen nu juist niet opgeblazen door enerzijds aanslagen en radicalisering en anderzijds de reacties daarop?

Absoluut. We hebben onze verantwoordelijkheden wereldwijd decennia lang ontlopen en dat komt nu keihard in ons gezicht terug. Maar dat is veel minder een verhaal van religie dan een verhaal van internet, immigratie, handel en economische belangen. Religie wordt daarbij gebruikt om oorlog, onderdrukking en geweld te legitimeren. Maar uiteindelijk draait het om het verwerven van macht en geld.

Dus religie heeft een Januskop? Het kan goede dingen inspireren, maar ook heel veel ellende legitimeren?

Ja. Er zijn mensen die vanuit hun religie en levensbeschouwing op kleine schaal schitterende dingen doen, maar je ziet dat religie catastrofale gevolgen heeft als het wordt gebruikt voor het rechtvaardigen van geweld en zelfs barbarij. Je kan het niet afdoen met: dit is niet de ware islam. Vanaf het moment dat iemand religie begint te gebruiken voor het legitimeren van gruwelijke dingen zoals bij ISIS gebeurt, dan moet je je daar tegen verzetten. Ik ben niet verantwoordelijk voor de onthoofdingen van ISIS en ik ben er net zo pijnlijk door geraakt als jij. Bovendien: ISIS maakt geen verschil tussen moslims en andere burgers. Dus kunnen we nu samen een strategie ontwikkelen? Het zou een gigantische fout zijn als we denken dat we het kunnen oplossen door ons terug te trekken in onze eigen groep; het enige mogelijke antwoord is menselijkheid. En in het geval van ISIS ook repressie. Ecologisten zijn pacifisten, maar ten aanzien van dit soort gruwel heb je een multidisciplinaire strategie nodig, inclusief repressie.

Maar laten we wel wezen: er is met de aanval van Bush op Irak een lont aangestoken die we nooit meer hebben uitgekregen. We worden nu eindelijk gedwongen na te denken over wat we allemaal doen in die regio en hoe we eindelijk eens deel van de oplossing kunnen worden. Die mensen daar moeten nu onder ISIS en Assad leven tussen hamer en aanbeeld. Ik denk dat ik ook de Middellandse zee op zou gaan in een bootje.

Rechts reageert op deze situatie met de voorstelling dat de Europese beschaving recht tegenover de islam staat.

Het is een fabeltje dat Europa joods-christelijk is van origine. Het Byzantijnse Rijk heeft tot voor de poorten van Wenen gestaan. Kijk naar de architectuur van Spanje, naar al die oude schilderijen van Westerse heersers in een outfit van een sultan. Men heeft gedweept met de Ottomaanse beschaving. Natuurlijk, er is altijd een gespannen relatie geweest, zie de kruistochten, maar de islam is hier altijd geweest. De gedachte dat de islam nieuw is in Europa is net zulke flauwekul als de bewering dat de islam niet door de Verlichting is gegaan en dat nog moet doen. De islam bestaat niet. Onderzoek toonde aan dat de grote meerderheid van de moslims de principes van de verlichting koesteren. Ik geloof niet in de geschiedenis als een opgaande lijn. Alsof na de Verlichting alles in orde was in Europa. Daarna is Europa ook weer steil naar beneden gegaan, denk maar aan de Tweede Wereldoorlog en de oorlog in Bosnië.

De Verlichting heeft veel betekend. De scheiding van de machten en de scheiding van kerk en staat is een ongelofelijk belangrijke verworvenheid. Je hoort mij het belang daarvan nooit minimaliseren, maar het is niet zo alsof dat voor eeuwig verworven is. Dat ‘zij’ het niet hebben en ‘wij’ wel. Integendeel, je ziet hoe een aantal principes uit de Verlichting nu weer onder druk komt te staan, zoals de vrijheid van levensbeschouwing en een aantal democratische grondrechten als de bescherming van onze privacy. Onder druk van angst sneuvelen snel allerlei zaken die van belang zijn voor een democratie en die we zowel hier als ook elders overeind moeten houden.

Soms botsen democratische grondrechten met elkaar. Hoe stond Groen tegenover de voorstellen om ritueel slachten te verbieden?

Wij zijn vóór verdoofd slachten, maar we willen wel dat dit wordt ingevoerd in overleg met de gemeenschappen die het betreft. Het debat is niet op een goede manier gevoerd. Onverdoofd slachten wordt steeds op de agenda gezet tijdens het islamitische offerfeest, maar het gebeurt het hele jaar door bij moslims, joden en sommige animistische geloofsgemeenschappen.

Ik ben zelf op mijn zestiende vegetariër geworden, vanwege de liefde voor dieren en afkeer van de vleesindustrie. Ook vanuit mijn geloof thuis, toen. Mijn vader ging nog zelf naar de boer om sterke lammetjes uit te kiezen. Die bleven dan nog een jaar of twee bij de boer. Bij de slacht werd er gebeden voor de ziel van het beest, en het gebeurde met een superscherp mes, zo kort en pijnloos mogelijk. Het hele gezin was erbij en elke keer zeiden we dan: het is toch moeilijk. Mijn vader leerde in België konijn eten en vond het ongelofelijk lekker. Hij slachtte zelf, maar kon dat op een gegeven moment niet meer over zijn hart verkrijgen. Toen at hij geen konijn meer. Kijk, dat is consequent: als je niet kunt omgaan met het feit dat je een leven neemt, eet het dan niet. Maar waar krijg je dit soort levenslessen vandaag nog, in de hele vleesindustrie?

Laten we het debat over verdoofd slachten eens voeren in zijn totaliteit, buiten de feesten om. Want nu hebben veel moslims het gevoel dat het er om gaat hun feest te vergallen. Van dierenwelzijnsgroepen begrijp je wel dat ze juist tijdens het offerfeest om aandacht vragen, maar als overheid heb je de plicht om het algemeen belang in het oog te houden. Er zijn genoeg gelovige islamitische landen waar ook verdoofd wordt geslacht. Ga daar eens kijken en onderzoek wat er mogelijk is. Door het debat zo te polariseren krijg je in plaats van een open hand een verkrampte vuist; niemand komt meer uit zijn loopgraaf. Ik betreur het enorm dat godsdienst en dierenwelzijn tegenover elkaar zijn komen te staan, want ook in de godsdienst, zeker in de islam, zijn er genoeg aanknopingspunten om vragen te stellen als: is onze manier van vlees eten nog wel in lijn met de voorschriften? En dan gaat het niet alleen om die laatste minuten. Een dier moet gezond zijn, oud genoeg, mag het mes niet zien en moet vrij zijn van stress. In de meeste slachterijen gaat het er heel anders aan toe, halal en niet halal. Er is wel eens gezegd: had Mohammed nu geleefd dan zou hij vegetariër zijn.

Maar je moet ook consequent zijn en de productie van ganzenlever, de jacht, en de bio-industrie langs diezelfde lat van dierenwelzijn leggen. Want als je aan de tradities van de dominante groep komt – de kerstkalkoen of het Sinterklaasfeest – wordt er precies zo emotioneel gereageerd als moslims doen als je aan hun offerfeest komt. Mijn studie vergelijkende cultuurwetenschappen heeft me geleerd dat het maken van dit soort vergelijkingen helpt om een onderwerp weg te halen uit de opsluiting in culturalisaties. Kortom: wij pleiten als groene partij voor verdoofd slachten, maar we willen niet terecht komen in een verhuld islamofoob debat.

Zie je religie als een bron van inspiratie of als een obstakel voor groene politiek?

In het algemeen denk ik dat alles wat mensen zin geeft inspireert. Voor mijzelf geldt dat in elk geval wel. Religie wordt een obstakel wanneer anderen je religieuze component vooral aangrijpen als er aan de andere kant van de wereld iets negatiefs gebeurt. Dan staat mijn telefoon meteen roodgloeiend. Alsof ook maar eén Vlaming hier zich heeft hoeven te verantwoorden voor de gruweldaden van Dutroux. Of de katholieken voor misbruik door pastoors. Wat heeft dat nu te maken met waar je zelf voor staat! Moslims hebben veel last van het mechanisme guilty by association. Het baart me zorgen wat dat met jongeren doet. Wat voor effect heeft het op je als je steeds – en steeds op een negatieve manier – wordt vastgepind op het islamitische deel van je identiteit? Is het dan gek dat jongeren op een gegeven moment de samenleving de rug toe keren omdat ze nooit iets goeds kunnen doen omdat ze moslim zijn?

Daar ligt een opgave voor alle politieke partijen inclusief de Groenen: stop met mensen te benaderen vanuit één laag van hun identiteit. Identiteit is altijd gelaagd, complex. Het is als lasagna: dat is ook alleen maar lekker als je van alles tegelijk een hap neemt. Je kunt al die lagen niet op een essentialistische manier scheiden en één aspect uitvergroten. Niemand bestaat uit maar één laag.

Als je de vraag naar diversiteit in de samenleving stelt, stel je ook de vraag naar de machtsverhoudingen. Van autochtoon naar allochtoon, maar ook tussen migrantengroepen onderling. En dus gaat het ook om de sociaaleconomische situatie. De specificiteit van de culturele en religieuze achtergrond is meestal veel beperkter dan wordt voorgesteld. Minderheden zijn ook bezorgd over de bankencrisis, zij willen ook weten hoe we banen gaan scheppen en hoe we het onderwijs beter kunnen later functioneren. En ja, ze discrimineren zelf ook. Politieke partijen moeten hen niet als aparte groepen benaderen, maar als kiezers tout court.

Dit interview is gemaakt in juni 2015, voor de aanslagen in Beirut, Parijs en Brussel.
Het is gepubliceerd in het winternummer van de Helling. Meer info en bestellen hier.

 

 

Onderzoeker en docent aan de Protestantse Theologische Universiteit. Oud-hoofdredacteur van tijdschrift de Helling.
Alle artikelen