19 mei 2017

Gescheiden inzameling van gft, ook in de hoogbouw

Verslag van workshop tijdens symposium ‘Circulair met fosfaat’

Container voor groente- en fruitafval op Java-eiland. Foto door stadsdeel Amsterdam-Oost.

We kunnen meer nutriënten zoals fosfaat recyclen, als we in heel Nederland groente- en fruitafval gescheiden gaan inzamelen. Is dat haalbaar in dichtbevolkte stadwijken? Ja, zo suggereren enkele veelbelovende experimenten. Deze werden tegen het licht gehouden in een workshop tijdens het symposium over fosfaatrecycling dat Bureau de Helling en Milieunetwerk GroenLinks op 12 mei organiseerden.

Als schillen, koffiedik, etensresten en tuinafval niet gescheiden worden gehouden van het overige afval, belanden zij als restafval in de verbrandingsoven. Daarbij gaan de nutriënten uit het organische afval verloren; ze komen niet terug in de voedselkringloop. Het ontbreken van gescheiden inzameling van gft (groente-, fruit- en tuinafval) in dichtbevolkte stadswijken draagt bij aan deze verspilling.

Trendbreuk nodig

De eerste inleider van de workshop, Gijs Langeveld, coördineert voor Rijkswaterstaat het project Verbetering afvalscheiding en -inzameling in de hoogbouw. Met name het scheiden van gft is een forse uitdaging in stadswijken met veel hoogbouw, want huishoudens in hoogbouwappartementen hebben veelal weinig (buiten)ruimte voor een gft-bak.

De Nederlandse overheid hanteert de doelstelling van 75 procent afvalscheiding in 2020. Het daadwerkelijke scheidingspercentage van huishoudelijk afval stagneert al jaren rond de 50 procent, zo toont Langeveld in zijn presentatie. Er is dus een trendbreuk nodig. Dat vergt nieuwe initiatieven, in zowel laagbouw als hoogbouw.

Gijs Langeveld

Op dit moment heeft het weinig zin voor huishoudens in de hoogbouw om hun gft apart te houden, want de gemeenten met veel hoogbouw kennen geen gescheiden inzameling van gft. Als huishoudens in de hoogbouw hun afval even goed zouden scheiden als huishoudens in laagbouw, zou het landelijke afvalscheidingspercentage met maar liefst 7 procent stijgen.

De best practices voor afvalscheiding aan de bron (dus door huishoudens) zijn bekend voor wat betreft de laagbouw, aldus Langeveld: diftar, eventueel aangevuld met omgekeerd inzamelen, plus service op grondstoffen. De best practices voor bronscheiding in de hoogbouw kennen we helaas nog niet.

De zeven pilots met bronscheiding in de hoogbouw die Langeveld coördineert, hebben tot doel te identificeren welke maatregelen effectief zijn. Daarbij ligt de nadruk op gft, met name op voedselresten. Daarvan belandt nu nog 80 procent bij het restafval, ook in de laagbouw. Organisch afval vormt daarmee de grootste fractie (41 procent) binnen het restafval. Bovendien: als gescheiden inzameling lukt voor voedselresten, dan lukt het ook voor papier, glas en ander afval. Want gft is het moeilijkst: het is nat, vies en zwaar.

Op basis van de beschikbare kennis heeft het projectteam van Langeveld twaalf kansrijke maatregelen vastgesteld die op wetenschappelijk verantwoorde wijze getest zullen worden in de pilots. Die maatregelen kunnen worden onderverdeeld in persoonlijke motivatie, sociale motivatie, extrinsieke motivatie (belonen) en facilitatie (zowel in de woning als bij het inzamelpunt).

De eerste fase van de pilots, waarbij huishoudens nog louter geïnformeerd en gefaciliteerd worden, geeft al mooie resultaten, volgens Langeveld. Uiteindelijk moeten de experimenten leiden tot een beslisboom voor gemeenten die bronscheiding in de hoogbouw willen invoeren.

Los van de pilots heeft Langeveld nog wat tips voor lokale bestuurders om meer waarde in de grondstoffenketen te creëren. Voorkom voedselresten door voedselverspilling aan te pakken. Kopieer sneller de bekende best practices; diftar in stedelijk gebied, bijvoorbeeld, daarvan weten we dat het kan. Maak gebruik van kennis over gedrag en geef ruimte aan serieuze experimenten en evaluaties.

Het nascheiden van gft (nadat het met het restafval is weggegooid), waar Amsterdam een installatie voor bouwt, is nutteloos, zo stelt Langeveld. Dan kun je uit het gft alleen nog maar biogas halen. Qua milieubalans is dat niet beter dan verbranding met energieterugwinning. Wat we willen met gft is dat het weer terugkomt in de organische keten, onder meer om de nutriënten te behouden. Nagescheiden gft is te vervuild om er nog compost van te maken. We hebben dus bronscheiding van gft nodig.

Proef op Java-eiland

Eén van de pilots die Langeveld coördineert, vindt plaats in de Amsterdamse buurt Java-eiland. Tweede Kamerlid Nevin Özütok, tot voor kort stadsdeelwethouder in Amsterdam-Oost, geeft er een presentatie over. Meer grondstoffen uit afval halen, daar draait het voor haar om. Bij gft heeft het Amsterdamse stadsbestuur een voorkeur voor nascheiding; Özütok ziet meer in bronscheiding. Sommige bewoners van Oost vragen daar ook om. De landelijke pilots kwamen dus als geroepen.

Het Java-eiland kent veel hoogbouw, maar ook wat laagbouw. De gescheiden inzameling van plastic en textiel verloopt er goed. (“Er wonen veel GroenLinksers-stemmers.”) Dit was dus de beste buurt om te starten met bronscheiding van groente- en fruitafval, eind 2016.

Voor het groente- en fruitafval hebben de deelnemende huishoudens groene afvalmandjes gekregen, plus een rol composteerbare zakjes. Özütok heeft zo’n mandje eerst in haar eigen keuken uitgetest. Het paste op haar aanrecht en ze kreeg geen last van stank of fruitvliegjes.

Nevin Özütok

Nadat de ondergrondse containers voor groente- en fruitafval (alleen toegankelijk voor deelnemers aan de pilot met toegangspassen) in gebruik waren genomen, bleken sommige bewoners zo gemotiveerd dat zij ook hun tuinafval gescheiden wilden aanbieden. Toen heeft het stadsdeel daar twee speciale korven voor geplaatst.

De eerste resultaten van de pilot zijn bemoedigend. De bewoners reageren positief. De kwaliteit van het ingezamelde materiaal is vooralsnog goed. In de eerste vier maanden is vijftienduizend kilogram groente- en fruitafval ingezameld. Dat is, door middel van vergisting en compostering, verwerkt tot zesduizend kilogram compost, plus biogas, warmte en CO2 voor kassen en water voor straatreiniging.

Door het project zijn bewoners mee gaan denken over organisch afval. Sommigen van hen zamelen nu, in samenwerking met een koffiehuis op het Java-eiland, koffiedik in, om zeepjes van te maken. Elders in Amsterdam-Oost zijn wormenhotels geplaatst, waar tijgerwormen gft omzetten in compost voor de bewoners. De aanvragen voor extra wormenhotels vliegen het stadsdeelbestuur inmiddels om de oren.

Schillenboer in Haarlem

Haarlem staat voor een grote opgave op het gebied van afvalscheiding, zo laat wethouder duurzaamheid Cora-Yfke Sikkema zien in haar presentatie. Het percentage gescheiden ingezameld afval moet van 38 naar 68. (Het landelijke doel van 75 procent afvalscheiding in 2020 is gedifferentieerd; voor grotere steden ligt de lat wat lager.)

In de gemeenteraad heeft GroenLinks-wethouder Sikkema veel steun voor het streven naar een circulaire economie. Maar diftar ligt nog erg gevoelig. Daarom probeert zij eerst om de afvalscheiding te verbeteren met maatregelen zoals omgekeerd inzamelen. Na 2020 zal het Haarlemse gemeentebestuur bekijken of diftar nog nodig is. (Sikkema vindt van wel, want ze wil naar 80 procent afvalscheiding.)

Bronscheiding van gft, zo liet Langeveld al zien, kan het afvalscheidingspercentage flink opkrikken. In Haarlem beschikken huishoudens in de laagbouw al over groene rolcontainers voor gft. De hoogbouw en de binnenstad vormen de uitdaging. Toen Haarlem besloot om pilots te gaan houden (los van de landelijke pilots die door Rijkswaterstaat gecoördineerd worden), kwam een GroenLinks-raadslid met het voorstel om, zoals vroeger, een schillenboer door de stad te laten rijden. Dat voorstel wordt sinds januari uitgevoerd – niet in de hoogbouw, maar de dichtbevolkte binnenstedelijke gebieden Leidsebuurt en Vijfhoek.

De schillenboer was aanvankelijk bedoeld als ludieke kick-off, maar de reacties waren zo positief dat deze nu tot eind juni twee keer per week langskomt, met paard en wagen. Bewoners kunnen hun gft ook deponeren in groene containers op straat, op maximaal dertig meter van hun huis.

Cora-Yfke Sikkema

Sikkema benadrukt, net als Özütok, het belang van goede communicatie: een duidelijke brief voor bewoners, huis-aan-huis bij de mensen langsgaan, een kick-off die opvalt, een besloten Facebookgroep voor deelnemers.

Tot nu toe is Sikkema erg tevreden met de resultaten van de pilot. Het doel was dat de helft van de huishoudens meedeed. Dat doel is gehaald en het aantal deelnemers stijgt nog steeds. Waar gemikt werd op 28 kilogram gft per inwoner in een half jaar, ziet het ernaar uit dat meer dan 50 kilogram per inwoner zal worden ingezameld. De klanttevredenheid is nog niet gemeten - het streven is dat inwoners aan de gft-inzameling ten minste een gemiddeld cijfer van 7 geven; de evaluatie volgt binnenkort - maar de reacties zijn tot nu toe overwegend positief. Er is nog geen partij gft afgekeurd; de vervuiling valt binnen de marge van de gft-verwerker. Al met al is de gft-proef een waardevol leerproces dat Haarlem helpt om een aanpak voor bronscheiding in de hoogbouw te ontwerpen.

Diftar

In de discussie, onder leiding van Jasper Blom (programmacommissie GroenLinks Amsterdam), worden meerdere vragen gesteld over diftar. Gijs Langeveld benadrukt dat gemeenten de tariefdifferentiatie verkeerd aanpakken als zij huishoudens, behalve voor hun restafval, ook voor hun gft laten betalen. Gft moet gratis worden ingezameld, alleen al omdat het een grondstof met waarde is. Dat leidt niet tot extra vervuiling van het gft met restafval, zo blijkt in de praktijk. Dergelijke ongewenste effecten krijg je alleen als je restafval al te sterk ontmoedigt, met een hoog tarief plus een forse loopafstand naar de restafvalcontainer.

Ga een keer op bezoek in Apeldoorn, zo raadt Langeveld aan, een stad waar men al jarenlang met diftar werkt. Maar zorg er tegelijkertijd voor dat een gemeente elke stap naar bronscheiding, diftar of omgekeerd inzamelen samen met de stakeholders zet, waaronder burgers. Maak ruimte voor de eigen ideeën van bewoners, onderstreept ook Nevin Özütok. Timmer niet alles dicht, maar overleg met de buurt.

We hebben echter wel met z’n allen een afvalscheidingsdoel te behalen, voegt Cora-Yfke Sikkema daaraan toe. Dus als de gemeente Haarlem bij iemand een groene gft-bak aflevert en die persoon wil ‘m niet, dan haalt de gemeente de bak niet terug, “tenzij het een heel oud vrouwtje dat nauwelijks afval heeft”.

Het nut van diftar wordt onderstreept door het relaas van Thijs Wetemans uit Echt-Susteren. Sinds die gemeente in 2012 diftar afschafte, is de hoeveelheid restafval fors toegenomen. Inwoners gooien namelijk veel meer gft in de restafvalbak.

Het sluiten van lokale kringlopen kan bijdragen aan sociale cohesie, merkt een van de workshopdeelnemers op. “Ik ben erachter gekomen dat ik overburen heb”, zei iemand die z’n gft in een wormenhotel tot compost laat verwerken. Verbetering van de leefbaarheid kan dus ook een reden zijn voor gemeenten om aan afvalscheiding te werken. Dat wordt beaamd door Jan Morsch van de Compostbakkers uit Den Haag. Toen de gemeente Den Haag besloot het gft niet meer gescheiden in te zamelen, is Morsch een burgerinitiatief gestart: buurtcompostplekken worden gekoppeld aan buurttuinen. Er nu al 22 buurtcompostplekken gerealiseerd in de regio Den Haag. Ze vergroten niet alleen de sociale cohesie; mensen worden zich ook beter bewust van de kringloop van organisch materiaal. “Dus als er pesticiden zitten op het gft dat u in de compostbak gooit, krijgt u diezelfde pesticiden terug op uw kropje sla uit de buurtmoestuin. U mag het zelf opeten.”

Sikkema vindt dit soort burgerinitiatieven waardevol, net als initatieven met een wedstrijdelement zoals 100-100-100. Door een netwerk van bereidwillige burgers te vormen kan wellicht van onderop de energie worden gegenereerd om in gemeenten met een weinig doortastend bestuur, zoals Echt-Susteren, betere afvalscheiding te realiseren. Langeveld raadt Echt-Susteren aan om gebruik te maken van de expertise van VANG Huishoudelijk Afval. Ook individuele gemeenten kunnen aankloppen bij dit landelijke kennisplatform.

Aanbevelingen1. Gebruik bij gemeentelijk afvalbeleid meer expertise op het gebied van gedrag. Afval scheiden moet een automatisme worden binnen huishoudens.2. Het persoonlijke element is belangrijk. Ga bij mensen langs en sta open voor hun inbreng.3. Elke grote gemeente moet in de komende raadsperiode gaan werken aan bronscheiding van gf(t) in de hoogbouw. Begin met serieuze, grootschalige proeven. Als het goed loopt, ontstaat enthousiasme en willen bewoners méér afval scheiden.4. Diftar heeft zich bewezen in stedelijke gebieden. Maar begin er pas aan als het inzamelingssysteem (zoals containers met pasjes) op orde is.5. Zet vraagtekens bij de bouw van nascheidingsinstallaties voor gft. Er kan dan wel biogas worden teruggewonnen uit het gft, maar de nutriënten zoals fosfaat gaan verloren.6. Combineer vergisting en compostering van gft.7. Pak ook voedselverspilling aan. Gemeenten kunnen hier meer tegen doen.

Download hier de presentaties van Gijs Langeveld, Nevin Özütok en Cora-Yfke Sikkema.

Student Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Leiden. Oud-stagiair bij Bureau de Helling.
Alle artikelen
Medewerker van Bureau de Helling.
Alle artikelen

Reactie toevoegen