21 jul 2011

GroenLinkse wortels

GroenLinks gaat terug naar haar roots. Bij het twintigjarige bestaan organiseren het Wetenschappelijk Bureau en de GroenLinks Academie een lezingencyclus over de idealen van GroenLinks. Waar liggen de ideologische wortels van de partij? Wat is er over van de partijen die ooit GroenLinks oprichtten? En: welke lessen kunnen we trekken uit de fusie voor de ontwikkeling van het huidige politieke landschap?

Drie prominente GroenLinks'ers, die ieder een van de voorgangers van GroenLinks vertegenwoordigen, discussieerden over het verleden en de toekomst van GroenLinks. Voor de CPN was Herman Meijer uitgenodigd, die voor GroenLinks wethouder was in Rotterdam en partijvoorzitter. Voor de PPR de voormalige PPR-leider en senator Bas de Gaay-Fortman. De PSP-bloedgroep werd vertegenwoordigd door Paulus de Wilt, momenteel portefeuillehouder van GroenLinks in het stadsdeel Amsterdam West, maar in zijn PSP-tijd partijbestuurder en later actief in de pressiegroep Voor een Links Doorbraak. Ook de gespreksleider, partijvoorzitter Henk Nijhof, heeft zijn wortels in de PSP. Van de vier bloedgroepen is de PSP het sterkst vertegenwoordigd binnen het actieve partijkader.

Van echte bloedgroepen was binnen GroenLinks nooit sprake, De Gaay Fortman: 'GroenLinks heeft geen last van mastodonten die ongevraagd adviezen geven en mensen zo voor de voeten lopen. Vanaf het begin waren de bloedgroepen verdwenen op een kleine groep PSP'ers na.'

Er was geen representant aanwezig van de EVP-stroming - des te opvallender omdat de bijeenkomst vanwege het grote aantal aanmeldingen was uitgeweken naar een kerk. Herman Meijer, actief bij Christenen voor het Socialisme: 'De EVP is pas vrij laat aangehaakt bij het onderhandelingen over de vorming van GroenLinks. Maar in de partij zelf heeft ze nog invloed via de Linker Wang. GroenLinks is op het punt van godsdienst altijd rijk geschakeerd gebleven .'

Veranderende partijculturen

De EVP en de PPR zijn allebei opgericht door progressieve christenen, die zich niet meer thuis voelden bij de confessionele partijen. De Gaay Fortman werd 'van huis uit lid van de Anti-Revolutionaire Partij', één van de voorgangers van het CDA: 'Bij mij is het begonnen met de overtuiging dat je politiek en geloof niet institutioneel met elkaar moet verbinden; dat is slecht voor de kerk én de politiek. De PPR is nooit een confessionele partij geweest. We begonnen met een programma met honderd punten. Het waren honderd voorhoedepunten: milieu, welzijn boven welvaart, een democratische economie en atoompacifisme. De PPR was een voorhoedepartij, een mentaliteitspartij, en het product van deconfessionalisering, declericalisering en secularisering.'

De CPN maakte in de jaren '70 een opmerkelijke transformatie door, Meijer: 'Ik ben in 1974 lid van de CPN geworden. Ik kwam direct uit de studentenbeweging; het was een bewuste keuze voor dé partij van de arbeidersklasse. Heel veel oude communisten waren dolgelukkig dat studenten met radicaaldemocratische opvattingen bij de partij kwamen, zodat ze de stalinistische traditie van zich af konden werpen. Ik zat toen bij de flikkerbeweging. We noemde ons toen trots "flikkers" en "potten". Niks conformisme! Dat vonden die oude communisten waanzinnig spannend. Het leuke van de CPN was dat ze diep geworteld was in de vakbeweging en de vredesbeweging.'

Ook binnen de PSP waren veel studenten actief, De Wilt: 'De PSP was een rare club. Het was geen partij van grijze mensen. Het was een partij van vooral twintigers, met af en toe een opa die college gaf. Het was een partij van theoretici.'

Van Klein Links naar GroenLinks

Bij de verkiezingen van 1977 verloren de kleine linkse partijen zwaar. De PSP was gedemoraliseerd, De Wilt: 'De ideologische discussies vonden in steeds kleinere kring plaats. Mensen uit de vakbeweging gingen naar de PvdA.' Hetzelfde patroon was zichtbaar binnen de PPR. 'Na de verkiezingen van 1977 hebben heel veel deskundige politici de partij verlaten: mensen die wat konden, hadden geen ruimte binnen de partij,' aldus De Gaay Forman.

Na 1977 begint het idee van samenwerking tussen deze kleine linkse partijen te leven. Met name lokale afdelingen gaan gezamenlijk optrekken, omdat ze anders geen zetels behaalden. De ideologische verschillen tussen de partijen speelden bij lokale kwesties ook veel minder, De Gaay-Fortman: 'De PSP ging op veel onderwerpen heel ver. Ze spraken op hun congres bijvoorbeeld over nationalisatie van de hele economie. En dan vroeg er iemand of de ijscokar ook genationaliseerd moest worden. En ja, die moest ook genationaliseerd worden. Dat soort onderwerpen speelde helemaal niet in gemeenteraden.'

Meijer: 'Mensen die in de gemeenteraad zaten waren allemaal voor samenwerking. Ook veel mensen die actief waren in de vakbeweging, waren voor. Ze hadden daar geleerd om ondanks meningsverschillen samen te werken.'

Het duurt twaalf jaar voordat de partijen op het nationale niveau samengaan, De Wilt: 'Het onstaansmoment was heel bijzonder. Op 19 mei 1989, de laatste avond van de onderhandelingen over een gezamenlijk programma en kandidatenlijst voor de Tweede Kamerverkiezingen van september 1989, hadden de klein-linkse samenwerkingsfracties in de Beurs van Berlage een bijeenkomst georganiseerd. Deze was bedoeld om druk uit te oefenen op de onderhandelaars die aan de overkant in restaurant “De Roode Leeuw” schreven aan het definitieve Groen Links Akkoord. Toen bekend werd dat overeenstemming was bereikt, werd het een groot feest.'

Slim Links?

Welke lessen geven de oudgedienden mee aan het huidige GroenLinks? Meijer: 'Als je naar onze Tweede Kamerfractie kijkt, dan is de uitstraling te academisch, te weinig aards. Je moet over de scheiding tussen hoog- en laagopgeleiden heen stappen. Je moet ervoor zorgen dat je die mensen niet verliest.'

De Gaay Fortman kijkt daar anders naar: 'Dat noemden wij vroeger de bewusteloze kiezer: mensen die zich niet bewust waren van wat er in de politiek speelt. Die mensen trekken wij niet.'
Meijer ziet dat toch anders: 'GroenLinks was ooit de grootste partij onder Marrokaanse Rotterdammers. De partij maakte er werk van om haar wortels te houden in deze groep en hen herkenbaar te representeren. Het zijn reële kiezers voor ons.'

De Wilt is het met Meijer eens: 'Deze ellende begon in 1994. Toen zei de toenmalige campagneleider: 'We moeten de pretentie kwijt dat we de mensen aanspreken waarvoor we het opnemen. We zouden ons moeten positioneren als "Slim Links". Dat was een cruciale fout. Zodra je de pretentie verliest om die mensen aan te spreken, dan word je gezien als een elitaire partij.'

Medewerker van Bureau de Helling.
Alle artikelen