25 jan 2013

Langs de afgrond

recensie

Het boek van Van der Land is een belangrijk boek, niet alleen omdat het historisch interessant is te lezen waarom het misging bij D66 en hoe de partij in rap tempo het tij keerde, maar omdat GroenLinksers daar juist nu veel van kunnen leren. 

Analogieën

Een partij die terugvalt naar nog maar een paar zetels in de Tweede Kamer, maar vervolgens nog geen drie jaar later voorop loopt in de peilingen. En de partij haalt evenveel zetels in het Europees Parlement als in de Tweede Kamer. Een mooie droom voor GroenLinksers? In zijn boek Langs de Afgrond. Tien turbulente jaren in de geschiedenis van D66. laat Menno van der Land zien dat het kan. 

Er zijn een aantal interessante analogieën tussen de ontwikkeling van D66 2003-2006 en GroenLinks 2010-2012: onhandig optreden rondom Afghanistan, een lastige sociaal-economische positie en een vergelijkbare electorale positie.

Afghanistan

"Het optreden van Sap en haar fractie brengt GroenLinks veel imagoschade toe. Niet omdat het inhoudelijke verhaal van GroenLinks niet deugt, maar door een reeks strategische en tactische blunders die de GroenLinks-fractie heeft gemaakt. Het gebrek aan interne communicatie, de te late standpuntinname, het steunen van een impopulair minderheidskabinet; het is een opeenstapeling van fouten."

Het zou een glasharde analyse kunnen zijn de besluitvorming van GroenLinks rondom Kunduz. Maar het is een analyse -met een aantal woorden gewijzigd- van Van der Land over de besluitvorming van D66 rondom Uruzgan.

Inhoudelijk mag iedereen zijn mening over de politietrainingsmissie naar Kunduz hebben. Maar de goede intenties kunnen we niet ontkennen. De motie-Pechtold/Peters wilde de ontwikkeling van de Afghaanse rechtsstaat steunen toen duidelijk werd dat de militaire missie naar Uruzgan zou worden beëindigd. Een politietrainingsmissie naar Afghanistan werd, in de zomer 2010, gesteund door 75% van de GroenLinks-kiezers.

De besluitvorming over de Kunduz-missie was ingewikkeld voor GroenLinks. De GroenLinks-fractie besloot op het laatste moment de missie wel te steunen maar kon haar electoraat niet mee nemen in de redenering. De politietrainingsmissie kon, in het voorjaar van 2011 nog maar rekenen op de steun van 25% van de GroenLinks-kiezers.

De belangrijkste oorzaak? De politieke context was veranderd. Het was de zoveelste in een reeks van beslissingen over Afghanistan waarin politiek opportunisme en oprecht idealisme door elkaar heen liepen. In 2005 had de PvdA de militaire missie naar Uruzgan nog gesteund vanuit de oppositie. Hierover schrijft Van der Land. Boris Dittrich, op dat moment fractievoorzitter van D66, was tegen de missie. Hij had gehoopt de PvdA, die toen inhoudelijk (nog) voor de missie was, te verleiden tegen te stemmen door de mogelijkheid van een kabinetscrisis op tafel te leggen. De sociaal-democraten wilden geen politiek bedrijven over de ruggen van Afghanen en stemden tegen. Eenmaal in de regering verzette de PvdA zich tegen de verlenging van de missie en liet het kabinet erover vallen, vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2010. 

Na de verkiezingen van 2010 werd een rechts minderheidskabinet geïnstalleerd dat op veel onderwerpen afhankelijk was van de PVV. De Kunduz-missie was de eerste keer dat de PVV het minderheidskabinet niet steunde. Voor de PvdA liepen inhoudelijk en strategische argumenten rondom Kunduz samen: zij kon tegen stemmen. Voor GroenLinks waren inhoudelijke argumenten en electoraal-strategische argumenten juist tegenovergesteld. GroenLinks voorkwam een kabinetscrisis over Afghanistan door tegen de wil van haar kiezer en zonder rugdekking van de PvdA voor een civiele politietrainingsmissie naar Kunduz te stemmen.

Het gestuntel rondom de Uruzgan-missie was hét moment van de ineenstorting van D66. De stemming voor de Kunduz-missie was hét begin van de val van GroenLinks. Beide besluiten werden vlak voor lokale verkiezingen genomen door leiders die door de fractie en niet door het congres waren verkozen. In beide gevallen probeerde een kleine partij politiek te bedrijven op internationale thema's, maakte ze strategische fouten en betaalde daarvoor de electorale rekening.

Electorale positie

Maar dat is niet de enige analogie tussen D66 en GroenLinks. GroenLinks en D66 hebben altijd genavigeerd op de PvdA. Zat de PvdA in de regering dan konden de D66 en de GroenLinks constructief oppositie voeren of soms zelfs meeregeren. Zat de PvdA in de oppositie dan vormden de drie partijen een blok. Maar het ging voor beide partijen mis toen zij een zeer impopulair kabinet met een rechts economische profiel steunden zonder de PvdA. D66 deed dat drie jaar in een coalitie. GroenLinks deed dat in het Lenteakkoord. Hiermee verschoof de partij in de ogen van de kiezer naar rechts.

De electorale analyse van beide partijen is hetzelfde: de partijen zijn 'tweede-keuspartijen'. Ze zijn een electorale mogelijkheid voor velen, maar hiervan wordt altijd maar een klein deel gerealiseerd. Een groot deel van de kiezers is 'eigenlijk D66′er' of komt bij de stemwijzer op GroenLinks uit. Doorslaggevend voor de vraag of kiezers daadwerkelijk op de partij stemmen is of kiezers de partij als serieuze coalitiepartner zien.

Renaissance

Tussen 2006 en 2010 maakte D66 een miraculeuze renaissance door. Terwijl de partij maar drie zetels had in de Tweede Kamer, haalde ze drie zetels in het Europees Parlement en stond ze in sommige peilingen al op 25 zetels. Premier Pechtold werd een serieuze optie.

Van der Land schrijft het electorale succes van D66 grotendeels toe aan het optreden van Pechtold. Het boek lijkt soms wel een Noord-Koreaanse biografie van Kim-Jong Il. Pechtold kan namelijk niets verkeerd doen: hij is gevat, non-chalant en tegelijkertijd bevlogen. Hij opereert handig in de Kamer en doet het goed op televisie. Hij was hét gezicht van de oppositie tegen de xenofobie en het extremisme van Wilders en dé leider van de oppositie tegen het vierde kabinet-Balkenende van stilstand en moralisme. Hiermee toonde hij de eigen agenda van D66, een genuanceerde agenda van tolerantie, individualisme en hervormingen. Hoe het kan dat de partij van 25 zetels in de peilingen daalde naar 10 zetels in de verkiezingen, wordt niet geanalyseerd.

GroenLinks kan wel wat leren van D66. De fundamenten van GroenLinks zijn gezond. Het belang van eerlijk delen in Nederland én wereldwijd, nu én in de toekomst is niet afhankelijk van de politieke conjunctuur. GroenLinks moet een politieke opponent vinden die helpt om haar eigen verhaal te vertellen. Het huidige kabinet is een gedroomde tegenstander. De verkiezingen die GroenLinks gewonnen heeft, waren in periodes waarin de PvdA in het kabinet zat. Dan moeten de sociaal-democraten compromissen sluiten met rechts: dan is een bezuiniging in de sociale zekerheid waar GroenLinks en de PvdA samen tegen gestreden hebben plotseling 'okay' voor de sociaal-democraten; of dan is milieubeleid leuk voor de PvdA zolang het maar niet ten koste gaat van groei. De PvdA-kiezers die ontevreden zijn over de koers van het sociaal-democratische moederschip kunnen dan onderdak vinden bij GroenLinks.

Het boek van Van der Land is een belangrijk boek, niet alleen omdat het historisch interessant is te lezen waarom het misging bij D66 en hoe de partij in rap tempo het tij keerde, maar omdat GroenLinksers daar juist nu veel van kunnen leren.

 

Medewerker van Bureau de Helling.
Alle artikelen