19 apr 2012

Medialogica, politiek en beleid

Kunnen beleidsmakers zich onttrekken aan de medialogica?

Verschillende onderzoekers in binnen- en buitenland wijzen op een toenemende rol voor de medialogica in onze hedendaagse maatschappijen.1 Zo schreef de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling in 2003 een rapport over de rol van medialogica in Nederland, getiteld Medialogica. Over het krachtenveld tussen burgers, media en politiek. In mijn promotieonderzoek neem ik onder de loep hoe de medialogica bestuurlijke processen en besluitvorming kan beïnvloeden. In onderstaande zet ik uiteen wat het begrip medialogica behelst en welke effecten de logica kan hebben op politiek en beleidskwesties.

Medialogica

De medialogica betreft de manier waarop de werkelijkheid in het nieuws wordt geconstrueerd: het gaat om de inhoud van het nieuws en de formats waarin nieuws wordt gecreëerd en gepresenteerd. De laatste decennia hebben zich belangrijke veranderingen voorgedaan in het medialandschap die de logica van media aanzienlijk hebben veranderd.

Zo waren nieuwsmedia eerder dieper verbonden met de zuilen waartoe zij behoorden en volgden ze de maatschappelijke en politieke ontwikkelingen veelal met die 'zuilenbril' op. Daarnaast zijn er de laatste decennia meer verschillende soorten media en meer verschillende formats (vormen waarin media boodschappen verpakken) ontstaan. Dit zorgt voor een hevige concurrentiestrijd tussen de verschillende media. Immers, de mediabedrijven zijn veelal commerciële instellingen waar het draait om winst, die men verkrijgt vanuit advertentie-inkomsten. Die inkomsten zijn gebonden aan het publiek: aan hoeveelheden en segmenten van lezers, kijkers en luisteraars. De media concurreren fors met elkaar om overlappende groepen publiek.2

De aantrekkelijkheid van nieuws is daarmee zeer belangrijk in dit medialandschap: hoe trekken we zoveel mogelijk lezers, kijkers en luisteraars met het nieuws? De wetenschappelijke literatuur stelt dat deze vraag in toenemende mate, uitzonderingen daargelaten, wordt beantwoord met een toevoeging van entertainment aan nieuws. De scheidslijn tussen informatie (hard news) en entertainment (soft news) vervaagt. Enerzijds zien we een toevoeging van soft news, nieuws over beroemdheden, criminaliteit, drama en sensatie, aan nieuwsrubrieken. U kunt zich vast nog de enorme aandacht voor het drama rondom prins Friso herinneren. Anderzijds wordt hard news, nieuws over overheidskwesties, nieuws dat we nodig hebben als burger, verpakt in een aantrekkelijker verhaal. Journalisten zoomen steeds meer in op het drama, het conflict, op het persoonlijke, de emotie, op problemen en op het negatieve, zo stelt de literatuur.3

Gevolgen van deze medialogica

De medialogica heeft daarmee consequenties voor informatie die burgers via de media verkrijgen. Daarnaast heeft de medialogica implicaties voor mensen die via de media burgers willen bereiken, zoals politici. Enerzijds passen politici zich op voorhand aan aan de medialogica door in een debat heftige statements te maken of een prikkelende tweet de wereld in te sturen. Op die manier kan benodigde media-aandacht worden verkregen. Anderzijds zijn politici zijn veroordeeld tot de medialogica. Zo krijgen ze bij Pauw en Witteman ongeveer acht minuten gesprekstijd aan een ronde tafel, vaak tegenover een tegenstander of slachtoffer, of dienen ze bij verkiezingsdebatten op TV te reageren op een suggestieve stelling staande tegenover hun tegenstander. Deze formats dramatiseren en polariseren de discussie per definitie, wat garant staat voor entertainment. Het format heeft daarmee ook gevolgen voor de inhoud van het debat.

De issues in het debat worden aan de hand van dramatische, emotionele en/of negatieve beelden besproken. In mijn onderzoek bespreek ik in dit kader onder andere de problematiek in het Goudse Oosterwei. In 2008 lazen, zagen en hoorden we dat hier sprake was van '(straat)terrorisme' en 'reljeugd'. Deze beelden domineerden een discussie over een buurt waar veiligheidscijfers eigenlijk aan de beterende hand waren. Er waren al decennia lang problemen met Marokkaanse jeugd, dat is waar. Maar 'rellen' en 'straatterrorisme', dat zijn woorden die de rellen in Londen in augustus 2011 duiden of stenengooiende voetbalhooligans, en niet deze problematiek in Oosterwei. Toch is na de mediahype, een zeer heftig Kamerdebat en een strategische presentatie van een nieuw gemeentelijk beleidsplan vijf miljoen aan extra middelen vanuit verschillende ministeries naar Gouda overgemaakt. Beleidskeuzes lijken hier meer op de beelden te zijn gebaseerd dan op de feiten.4

De medialogica heeft consequenties voor de informatie die burgers krijgen, het maatschappelijk en politieke debat en soms zelfs voor beleidskeuzes. Burgers, politici en beleidsmakers kunnen zich niet ontrekken aan de werkelijkheden geregisseerd door de medialogica.

Iris Korthagen zal op 26 april haar onderzoek presenteren bij Hellingproef Promoveert.

Voetnoten 

1 Andere onderzoek over de Nederlandse situatie is bijvoorbeeld Hajer (2009) ; belangrijke referenties in de internationale context zijn onder andere Bennett (2009), Cook (2005), Mazzoleni & Schulz (1999), Reunanen, Kunelius & Noppari (2010) en Strömbäck & Esser (2009).
2 Ook de publieke media hebben belangen bij kijk- en luistercijfers.
3 Zie bijvoorbeeld Brants & Neijens, 1998; Brants & van Praag, 2006; Bennett, 2009; Hopmann et al., 2011; Iyengar & McGrady, 2007; Patterson, 2000; Semetko & Valkenburg, 2000; Strömbäck & Sheheta, 2007
4 Voor het complete onderzoek: Korthagen (2011). Media aandacht maakt het verschil: invloeden van mediatisering op het beleid in Gouda. Bestuurswetenschappen, 65, nr.5 

Onderzoeker bij het Rathenau Instituut.
Alle artikelen