10 feb 2014

Tineke Strik: 'De EU kan juist een bondgenoot in de strijd voor sociale gelijkheid zijn'

In zes lezingen gaat Bureau de Helling, samen met de Europawerkgroep en de Green European Foundation (GEF), 'dieper Europa in’. Tijdens de vijfde bijeenkomst richtte Tineke Strik, lid van de Eerste Kamer en de assemblee van de Raad van Europa, evenals docent rechten bij de Radboud Universiteit, zich op de "tijdbom van sociale ongelijkheid" die Europarlementariër Philippe Lamberts eerder had geobserveerd. Als Eerste Kamerlid en juriste kijkt ze naar de verhouding tussen Nederlands en Europees recht.

Vrij verkeer van werknemers als uitgangspunt

Alles wat we hebben aan sociaal beleid is gebaseerd op het feit dat we één interne arbeidsmarkt hebben in de Europese Unie. De basis hiervoor is gelegd in het Europese Economische Gemeenschapsverdrag (EEG) van 1957, waarin de vier fundamentele vrijheden van de EEG zijn opgenomen: vrij verkeer van werknemers, diensten, kapitaal en goederen binnen Europa. Toen in 1992 de interne markt werd voltooid zijn deze pas echt goed tot hun recht gekomen. Aan deze vrijheden was gekoppeld dat de levensstandaard en de arbeidsomstandigheden van alle werknemers verbeterd moest worden. Er moest een gelijk speelveld zijn vooral alle Europeanen, zodat burgers uit alle lidstaten gelijke kansen hebben op die Europese arbeidsmarkt. Daarom moest er een Europees minimumniveau komen, bijvoorbeeld van arbeidsomstandigheden. Dat is de reden dat Europa sociaal beleid voert.

Uit het ontstaan van de interne markt vloeide de noodzaak voort om de grenscontroles binnen de Europese Gemeenschap af te schaffen. Tegelijkertijd rees de vraag wat te doen met mensen die van buiten komen: als ze in één land binnen komen, kunnen mensen ook doorreizen naar andere lidstaten. Daarom is besloten om in de Europese Akte van 1985 het beleid voor 'derdelanders', mensen die van buiten de Europese Unie komen, te harmoniseren. Al deze dingen: het vrij verkeer van Unieburgers, de sociale politiek en het migratiebeleid voor derdelanders vloeien voort uit de interne arbeidsmarkt. In 1992, in het Verdrag van Maastricht, is er een vijfde vrijheid bijgekomen: het vrij verkeer van personen. Sindsdien kunnen ook economisch niet-actieve burgers zich ergens anders in de Europese Unie vestigen.

Arbeidsmarktbeleid

Er is een hele zwik van richtlijnen voor de arbeidsmarkt en arbeidsomstandigheden, over onder andere veiligheid, arbeidsduur of gezondheid. Deze richtlijnen zijn vaak heel detaillistisch en technisch. Zo is er een richtlijn die precies aangeeft hoeveel decibel acceptabel is voor een veilige werkomgeving. Daarnaast is er een zwangerschapsrichtlijn die stelt hoe lang moeders zwangerschapsverlof zouden moeten hebben.

Ook gelijke behandeling op de arbeidsmarkt heeft Europese aandacht. Strik: "We hebben al sinds 1975 wetgeving over de gelijke behandeling van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt. In Nederland heeft dat gigantische consequenties gehad voor pensioenen en beloning." Er zijn soortgelijke richtlijnen voor zelfstandigen, maar ook richtlijnen tegen rassendiscriminatie en discriminatie op de arbeidsmarkt vanwege andere gronden, zoals religie, levensovertuiging, seksuele geaardheid, leeftijd en handicaps. Strik: "Kathalijne Buitenweg is bezig geweest om deze richtlijn [voor gelijke behandeling op de arbeidsmarkt, red.] ook van toepassing te maken op discriminatie buiten de arbeidsmarkt. Buitenweg heeft ervoor gezorgd dat er een meerderheid voor deze richtlijn kwam in het Europees Parlement. Maar het is gestrand bij de lidstaten, die bang waren voor de financiële consequenties. Bij dit onderwerp zie je dat eurosceptische partijen in een dilemma terecht komen: ben je voor de gelijkebehandelingsbepaling die het homo's in Polen makkelijker maakt, of gaat het anti-Europa sentiment voor?"

Sociale rechten

In het Handvest voor de Grondrechten zijn bepaalde sociale rechten vastgelegd. Dat Handvest is met het Verdrag van Lissabon (2007) bindend geworden. Het hoofdstuk over Solidariteit is het belangrijkst voor het sociale beleid. Het stelt rechten vast op het gebied van ontslagbescherming en inspraak voor werknemers. De reikwijdte van dit verdrag is beperkt tot die momenten waarop het Unierecht van toepassing is.

Zodra je de grens overgaat of een baan accepteert in een ander land, val je onder het Unierecht. Je valt dan direct onder de richtlijnen en het Handvest van de Grondrechten. Statische Unieburgers kunnen alleen beroep doen op het recht in het eigen land. Zo krijg je in bepaalde gevallen een vorm van omgekeerde discriminatie waarin Unieburgers beter af zijn dan Nederlanders. Bijvoorbeeld: je wordt verliefd op iemand van buiten de Europese Unie en je wil deze persoon naar ,Nederland halen. Hij/zij moet dan verplicht een inburgeringtoets doen in het buitenland, een inkomen hebben en voldoen aan talloze obstakels. Maar als je even in Antwerpen gaat wonen, kun je gewoon een uitnodiging sturen en kan je partner overkomen. De Unieburgerrichtlijn zegt: als je gebruik maakt van het vrije verkeer dan mag je je herenigen met je gezin zonder eisen. Ook als ze van buiten de Unie komen. Vervolgens kun je teruggaan naar Nederland met je partner.

In het Europees Sociaal Handvest van de Raad van Europa staan ook allerlei sociale rechten, zoals het recht op billijke beloning. Als landen het Unierecht toepassen moeten ze ook dat Europees Sociaal Handvest in acht nemen. Alle EU-leden zijn ook lid van de Raad van Europa. Volgens Strik heeft het Europees Sociaal Handvest een aantal ingrijpende consequenties gehad: "Defence for Children is naar het Europees Comité voor Sociale Rechten gestapt, dat toeziet op het Europees Sociaal Handvest, omdat Nederland uitgeprocedeerde asielkinderen op straat zette. In het handvest is een recht op huisvesting opgenomen. Het comité gaf Defence for Children gelijk: ook als ze geen verblijfsvergunning hebben, mag een lidstaat kinderen of andere kwetsbare groepen niet op straat zetten. Deze uitspraken zijn niet strikt bindend, maar je ziet wel dat rechters die uitspraken respecteren. Zij nemen het dan mee als zij het Nederlandse recht toepassen. Na de uitspraak over de asielkinderen zag je dat de Nederlandse regering haar beleid heeft aangepast."

Sleutelwoord coördinatie

Verder is het sleutelwoord van de Europese Unie in sociaal beleid coördinatie. Dat betekent beleidsaanbevelingen, het uitwisselen van best practices, en benchmarking, maar geen bindende bepalingen over hoe het sociaal beleid er uit moet zien. Wel zijn er een aantal visies ontwikkeld, zoals Europa 2020. Hierin staat dat de macro-economische stabiliteit verbeterd moet worden, zoals meer werkgelegenheid en meer innovatie, maar ook het sociale aspect krijgt aandacht.

Volgens het rapport moeten de lidstaten hun best doen om armoede te bestrijden en sociale ongelijkheid tegen te gaan. In de concrete plannen is daar dan wel het minste aandacht voor. Daarnaast zijn er richtsnoeren ten aanzien van werkgelegenheid: de Commissie richt zich bijvoorbeeld op employability. Werknemers moeten zich kunnen aanpassen aan nieuwe omstandigheden. Landen stellen actieplannen voor deze punten op, waarna de Commissie beoordeelt of die voldoende soelaas zullen bieden. Hoewel de Commissie druk kan uitoefenen door haar adviezen openbaar te maken, zijn de adviezen niet bindend. Het Europees Structuur- en Cohesiebeleid ten slotte is puur subsidiebeleid, gericht op investering in de armste regio's zodat de economie daar verbetert.

Door de harmonisatie van de arbeidsmarkten is het risico op onderlinge concurrentie op het sociale vlak groot. Ieder land wil namelijk het beste investeringsklimaat hebben. In Duitsland, bijvoorbeeld, waren de lonen heel laag waardoor er meer bedrijven kwamen. Andere economieën leden hier weer onder, vanwege wegtrekkende arbeidskrachten. Strik heeft de oplossing: “Als het sociaal beleid meer op elkaar afgestemd zou zijn, dan is de Europese Unie juist een bondgenoot in de strijd voor sociale gelijkheid.”

In het Stabiliteits- en Groeipact zijn indicatoren opgenomen aan de hand waarvan de Europese Commissie beoordeelt of een land op de goede weg is. Wat betreft sociaal beleid keren telkens een aantal indicatoren terug: de werkloosheid en de ontwikkeling van de loonkosten. Nu krijgen we meer bindende regels, maar het is de vraag hoe bindend deze zullen zijn. Wel zijn er ook budgetten vrijgemaakt, bijvoorbeeld voor de bestrijding van jeugdwerkloosheid. Strik waarschuwt voor de gevaarlijke gevolgen van deze bindende regels: "Griekenland moet zijn lonen naar beneden brengen in het kader van dit programma. Uiteindelijk zijn die actieplannen sterk op financiën gericht. Zeker in de afspraken met de programmalanden, zoals Griekenland, wordt er zo’n keihard beleid gevoerd dat juist het risico bestaat dat deze landen het Europees Sociaal Handvest schenden omdat ze moeten voldoen aan de richtlijnen van de Europese Commissie. Het sociaal beleid wordt opgeofferd aan de economische groei."

Maar hoe zit het dan met een Europees minimumloon? Volgens Strik speelt Nederland een kwalijke rol in de totstandkoming daarvan: "In de Europese Unie zouden er minimumnormen voor sociale bijstand en minimumloon moeten komen. Je wil voorkomen dat mensen onder een bepaald minimum terecht komen. Dat is een politieke keuze voor minder ongelijkheid. De Nederlandse regering vindt niet dat de Europese Unie iets moet doen met het minimumloon. Frankrijk en Duitsland hebben aangekondigd dat een Europees minimumloon niet meer onbespreekbaar is."

Medewerker van Bureau de Helling.
Alle artikelen