11 feb 2014

Tineke Strik: ’Links moet blij zijn met Europa’

Tineke Strik, lid van de Eerste Kamer en de assemblee van de Raad van Europa en, evenals docent rechten bij de Radboud Universiteit, richtte zich in het eerste deel van haar lezing op de Europese sociale wetgeving. In het tweede deel van haar lezing gaat ze in op de problematiek rond het (vrij) reizen in en naar Europa. Deze lezing was deel vijf uit een serie van zes lezingen, waarin Bureau de Helling, samen met de Europawerkgroep en de Green European Foundation (GEF), 'dieper Europa' in gaat. 

Vrij verkeer van Unieburgers

Het vrij verkeer van Unieburgers is er op ingesteld om elke barrière weg te nemen om in een ander deel van de Europese Unie te gaan werken. “Veel mensen maken gebruik van het vrij verkeer van personen. Ik las net in de Telegraaf, duidelijk mijn lijfblad,” aldus Tineke Strik, “dat heel veel Nederlanders als gevolg van de crisis naar Duitsland trekken om daar te gaan werken. Dat was het idee: waar behoefte is, gaan mensen naar toe en als het werk op is, ga je weer naar huis."

Met het Verdrag van Lissabon is het burgerschap van de Unie ingesteld: als je de nationaliteit hebt van één van de landen van de Unie ben je ook tegelijkertijd Unieburger. Iedere Unieburger heeft het recht om vrij in de Unie te reizen en te verblijven, met bepaalde beperkingen en voorwaarden. Dit betekent ook dat niet alleen werknemers elders in de Unie kunnen wonen, zolang iemand niet tot last is voor het sociale stelsel. Strik: “Als je een pensioen hebt, mag je lekker aan de Zwarte Zeekust in Bulgarije gaan wonen. Ook studenten mogen overal wonen, als ze in hun eigen inkomen voorzien." Als je als een werknemer of zelfstandige ergens werkt en werkloos wordt, betekent dat niet meteen je het land uit moet. Je mag blijven zolang je geen onredelijke belasting vormt op het stelsel van sociale bijstand: als je werk aan het zoeken bent, mag je hoe dan ook blijven.

Sinds 1 januari dit jaar geldt het vrij verkeer van personen ook voor Roemenen en Bulgaren. Als een land toetreedt, geldt het recht van vrij verkeer onmiddellijk voor ondernemers; voor werknemers mogen lidstaten het opschorten tot maximaal zeven jaar. Nederland heeft dat voor Roemenen en Bulgaren gedaan, tot de maximale termijn. Minister Asscher maakt zich zorgen over hoe dat nu moet met ons sociale stelsel, gezien de 'vele' fraudes met toeslagen. Asscher ging samen met ministers uit Duitsland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk naar de Europese Commissie om te vragen of de richtlijn aangepast kon worden. Commissaris Viviane Reding van Justitie, Fundamentele Rechten en Burgerschap, reageerde daar nuchter op: “er is maar een klein percentage Unieburgers dat gebruik maakt van bijstand in deze landen."

Vrij verkeer van werknemers is beter voor het sociale beleid dan Asscher doet vermoeden, aldus Strik: "Als de markt wel open is voor zelfstandigen maar niet voor werknemers, werk je schijnconstructies in de hand. Dan moet er meer controle worden uitgeoefend of mensen daadwerkelijk zelfstandigen zijn. De arbeidsinspectie kampt ook met te weinig capaciteit. Na zeven jaar is de verleiding van schijnconstructies ook minder groot, want het zijn gewone werknemers geworden."

Gezinsmigratie

Met het verdrag van Amsterdam (1997) werden er bindende regels gemaakt voor ‘derdelanders’; daarvoor golden regels alleen voor Unieburgers. Zo werd in het Verdrag besloten te komen tot een Ruimte voor Vrijheid, Veiligheid en Rechtvaardigheid. Dat betekende regels voor ‘derdelanders’, maar ook versterkte politiële samenwerking, minimumnormen voor asiel en migratie, minimumnormen voor uitlevering van verdachten, rechtshulp en tolken.

Voor ‘derdelanders’ gelden een aantal regels, waaronder het recht op gezinshereniging, welke zijn vastgelegd in de gezinsherenigingrichtlijn. Deze stelt welke eisen landen mogen stellen aan gezinsmigranten bij toelating. In Nederland gold een inkomenseis van 120% van het minimumloon. Het Europees Hof heeft daar snel korte metten mee gemaakt: het moest terug naar 100%, bovendien moest Nederland rekening houden met individuele omstandigheden. Het Hof baseerde haar uitspraak op deze gezinsherenigingrichtlijn. Ook staat er in geregeld dat gezinsmigranten recht hebben op toegang tot de arbeidsmarkt, onderwijs en na vijf jaar recht hebben op een verblijfsvergunning. Het uitgangspunt van de regeringen was dat ‘derdelanders’ een zo sterk mogelijke positie horen te hebben, bijna net zo goed als Unieburgers. Volgens Strik is dit gelukt: “Bij de onderhandelingen werd iedere ambtenaar naar Brussel gestuurd met de opdracht: ‘zorg dat onze wet niet hoeft te veranderen en zorg er voor dat onze wet wordt geëxporteerd, zodat we zeker zijn dat we niets hoeven wijzigen.’ Dat betekent dat er veel uitzonderingsclausules in zitten. Uiteindelijk hebben de lidstaten zich rijk gerekend: het Hof heeft de bepalingen zo uitgelegd dat er sprake is van een substantieel recht. Op dit punt moet je als links heel blij zijn met Europa. ” Uiteindelijk is het beschermingsniveau in nieuwe en zuidelijke lidstaten op een flink hoger peil gekomen en is er veel meer rechtszekerheid.

Recht op Asiel

We hadden altijd al het vluchtelingenverdrag en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Als uitzetting gevaarlijk was, had men recht op bescherming. Naast dit verdrag heeft de Europese Unie nog vier belangrijke richtlijnen en verdragen opgesteld waarin het asielbeleid is vastgelegd.

De definitierichtlijn garandeert niet alleen recht op bescherming, maar ook recht op een verblijfsvergunning. De procedurerichtlijn geeft veel goede concrete waarborgen voor de asielprocedure: onder andere de beoordeling van de asielverzoeken, maar ook een garantie op tolken en interviews, zodat asielzoekers hun verhaal kunnen doen. Er is een recht op beroep, waarom Nederland nu haar wetgeving op moet aanpassen, want dit was maar heel beperkt. “Wij zijn echt niet altijd het beste jongetje van de klas.” merkt Strik daarover op.

De Dublinverordening is het verdeelsysteem: hierin is bepaald welk land verantwoordelijk is voor welke asielzoeker. Dat is vrij simpel: het land waar een asielzoeker in Europa arriveert is verantwoordelijk voor het asielverzoek. Griekenland en Italië hebben door deze verdeelsleutel er een belang bij om hun zaken niet op orde te hebben. Het Europese Hof van Justitie heeft namelijk bepaald dat landen niemand terug mogen sturen naar Griekenland, omdat dat land zich niet houdt aan de opvangrichtlijn. Tineke Strik is hier duidelijk over: “Als je het onredelijk maakt, ga je ook dit soort patstellingen krijgen.”

In de Lissabonrichtlijn wordt een tweede stap gezet. Er waren minimumnormen, nu moet de opvang van asielzoekers één stelsel worden. De problemen van Dublin zouden kunnen worden opgelost als een uniforme status wordt ingevoerd. Strik noemt de gemeenschappelijke procedures nu “bizar”. “Een asielzoeker kan in Zweden 90% kans hebben op toekenning en België 10%. Dat is totaal afhankelijk van de autoriteiten die er zitten. Dat moeten we echt op één niveau krijgen.”

Europa heeft mooie wetgeving aangaande het asielbeleid, maar hoe brengen we dit in praktijk? De grenscontroles vinden niet meer plaats in Europa. De EU sluit mobiliteitsafspraken met de transitlanden, waarin deze landen verantwoordelijk worden gemaakt voor illegale migranten in Europa die door hun land zijn gereisd: die moeten zij terugnemen. Een transitland als Marokko gaat zijn zuidelijke grenzen verder dichtmetselen. Mensen worden opgepakt, en willekeurig ergens in de woestijn gedropt, waardoor ze veel te lang nodig hebben om dan weer ergens de beschaafde wereld te bereiken.

De Europese Unie maakt de transitlanden verantwoordelijk zonder erop te letten of de mensenrechten daar worden geëerbiedigd. Deze asielzoekers kunnen geen beroep doen op het Handvest. “Je kunt zo'n overeenkomst pas sluiten als mensenrechten voldoende gewaarborgd zijn,” aldus Strik. “Als je het zo wil doen, moet je ervoor zorgen dat de mensenrechten gerespecteerd worden. Italië heeft bilaterale afspraken met Libië die erop neer komen dat niemand Libië kan verlaten. Mensen krijgen daar niet waar ze recht op hebben en krijgen vervolgens ook een uitreisverbod naar Europa. Ze komen daar eigenlijk niet meer weg.” Mensen worden gedwongen om in gevaarlijke omstandigheden Europa te bereiken. Dat leidt tot veel doden op de Middellandse Zee. “Ik heb voor de Raad van Europa twee jaar geleden onderzoek gedaan naar een bootje dat vijftien dagen lang op de Middellandse Zee ronddobberde met Afrikaanse vluchtelingen. Ze werden gedwongen uit Libië te vertrekken toen daar oorlog uitbrak. Er kwamen een militaire helikopter, twee vissersscheepjes en een militair schip langs die allen niets deden Op allerlei manieren hebben ze laten weten ‘wij zijn in nood’, maar de schepen en vissersbootjes voeren weg. Ik vind dit een heel groot probleem. De toegang moeten we op een of andere manier verzekeren. In het vluchtelingenverdrag staat dat je recht hebt op een asielprocedure. Je moet er een beroep op kunnen doen, waarna er onderzocht moet worden of de vluchtelingenstatus toegekend kan worden. Je mag hen dus ook niet tegenhouden op zee: je moet ze eerst redden en de kans geven om bescherming te vragen. Ik zeg niet dat iedereen hier toegelaten moet worden, maar dat ze wel toegang moeten krijgen om bescherming te vragen."

Medewerker van Bureau de Helling.
Alle artikelen