31 mrt 2016

Veerkracht

Bouwsteen, geen etiket

Het is alweer ruim een decennium geleden dat politiek denker Jos de Beus sprak over de 'leegte van links' (de Volkskrant 18 juli 2003). De zoektocht naar een nieuw verhaal is sindsdien niet opgehouden. Desondanks is de leegte nog altijd niet overwonnen: in de zomer van 2015 stelde sociologe Saskia Sassen in de Helling dat links een nieuwe taal nodig heeft die de huidige werkelijkheid adequaat beschrijft en duidt. 

In het lentenummer van de Helling beproeven we een nieuwe metafoor op zijn politieke betekenis, namelijk veerkracht. De term resilience, meestal vertaald met veerkracht, wordt in ecologisch systeemonderzoek veel gebruikt. Maar de term heeft ook wortels in de psychologie en de vredesbeweging en wint ook op sociaal terrein en zelfs bij managers aan populariteit. 

De vraag is: helpt de term 'veerkracht' de groene en linkse beweging om de politieke regie weer naar zich toe te trekken? 

Interpretatiestrijd

Startpunt van het debat is het artikel van de Vlaamse ecologist Dirk Holemans uit de Helling van 2011 – hier opnieuw in verkorte vorm gepubliceerd. Holemans legt de nadruk op de veerkrachtigheid van ecologische en sociale systemen, waarbij onder meer geldt: hoe complexer, gelaagder en diverser, hoe veerkrachtiger. Maar er blijken meer definities in omloop, sterker nog: er lijkt sprake van een regelrechte strijd om de interpretatie van veerkracht. Gaat het om de erkenning van complexiteit of gaat het om weerbaarheid en zelfs verzet? Is het een term die vooral gebruikt wordt door de overheid om verantwoordelijkheid op burgers af te wentelen, zoals eerst gebeurde met de term 'eigen kracht', of geeft het juist aanleiding tot kritiek op elk machtsoverwicht? Is 'veerkracht' als metafoor geschikt om linkse en groene ideeën aaneen te smeden tot die ene dringend noodzakelijke sociaalecologische visie? 

Kwetsbaar

Een eerste conclusie van de discussie in de Helling kan zijn dat 'veerkracht' alleen niet voldoet als politieke term. Het is bruikbaar als bouwsteen, maar niet als etiket. Zo stelt Jef Peeters dat er morele en politieke principes aan gekoppeld moeten worden, wil het begrip geen lege container worden die even bruikbaar is voor natuurbeschermers die zich verzetten tegen een nieuwe autoweg, als voor ondernemers die die weg juist graag willen vanwege 'een veerkrachtige markt'. En waarom zouden rechtse populisten niet kunnen stellen dat een veerkrachtige samenleving vereist dat de grenzen worden gesloten? Hoewel ook Vanderveen en Faber dit 'morele tekort' erkennen, wijst het begrip 'veerkracht' volgens hen wel degelijk in een bepaalde politieke richting. De nadruk op complexiteit houdt per definitie kritiek in op machtsconcentraties, zo stellen ze.

Vanderveen en Faber snijden nog een ander punt aan. Veerkracht staat tegenover kwetsbaarheid, schrijven ze. Vanuit ecologisch oogpunt mag kwetsbaarheid ongewenst zijn; menswetenschappers als Schuhmann en Ghorashi benadrukken juist de waarde van kwetsbare mensen. Sluit veerkracht kwetsbaarheid in of uit? En wordt het in dat laatste geval dan niet synoniem aan overlevingsdrift en dominantie? 

In het verlengde hiervan werpen enkele auteurs de vraag op of de waarde van het individu wel voldoende is verdisconteerd in de ecologische systematische benadering. Anderszijds is er kritiek op een individualiserende interpretatie van veerkracht, waarbij de last van het hele systeem op enkelingen wordt afgewenteld. Ook de fundamentele vraag naar parallellen tussen ecosystemen en sociale systemen komt aan de orde. Volgens Alderik Visser ligt hier het gevaar van sociaal darwinisme op de loer: de wreedheid en het recht van de sterkste in de natuur wordt sociaal acceptabel. En overigens: wat is eigenlijk 'de natuur'?   

Dit zijn belangrijke kwesties, waar ieder na het lezen van deze Helling zijn eigen conclusie aan moet verbinden.

Montesquieu

Het lijkt erop dat de 'linkse' denkers de term 'veerkracht' vooral kritisch bezien. Hun vragen kunnen de ecologisten tot nadenken stemmen. Wat betreft sociaal beleid geldt dat dit zich wel moet richten op het creëren van veerkracht, maar het niet moet vooronderstellen, zoals de Amsterdamse wethouder Arjan Vliegenthart stelt. Het project Kunstkameraden in de Helling is hiervan een prachtig voorbeeld.

Tegelijk geldt dat de groene denkers een bredere en rijkere definitie van veerkracht hanteren, die de sociale interpretaties kunnen verdiepen. De term veerkracht biedt perspectief bij het doorlichten van zowel sociale als ecologische en economische systemen. Op die manier sluit hij goed aan bij de kunstmanifestatie Hacking Habitat die in deze Helling wordt gepresenteerd. In algemene zin geldt wat Marius de Geus schrijft: dat veerkracht als sinds Montesquieu een onmisbare eigenschap is van politici. Maar als slogan in verkiezingstijd is 'veerkracht' beter te vermijden. 

 

 

 

 

Onderzoeker en docent aan de Protestantse Theologische Universiteit. Oud-hoofdredacteur van tijdschrift de Helling.
Alle artikelen