9 nov 2015

Vluchtelingencrisis of bestuurscrisis?

Een juridische en politieke analyse

Volle zaal bij de bijeenkomst: vluchtelingencrisis of bestuurscrisis?

Op 15 oktober j.l. organiseerde Hellingproef een lezing over de vluchtelingencrisis met als spreker Tineke Strik, fractievoorzitter van GroenLinks in de Eerste Kamer en onderzoeker aan de Radboud Universiteit. Een geslaagde avond met meer geïnteresseerden dan plaats in de zaal. Een impressie en beschouwing van de lezing.

Allereerst wat cijfers: er zijn wereldwijd 15 grote conflicten waar in het totaal zo een 60 miljoen vluchtelingen vandaan komen. Met 12 miljoen vluchtelingen, waarvan 8 miljoen in het binnenland, is het conflict in Syrië het grootste. In Libanon, met ongeveer 4 miljoen inwoners, worden momenteel 2 miljoen Syrische vluchtelingen opgevangen. Na Syrië komen de meeste vluchtelingen uit Afghanistan en Somalië.

Anders dan bij natuurrampen komt de internationale hulp bij conflicten maar langzaam op gang, om vervolgens flink tekort te schieten. In de regio is er in Turkije, Libanon en Jordanië opvang voor grote aantallen vluchtelingen, maar desondanks is er al meer dan vier jaar, op primaire levensbehoeften na, aan veel dingen een tekort. Geen onderwijs, geen toegang tot het rechtssysteem en geen mogelijkheid om te werken. Door het vluchtelingenprobleem lange tijd te negeren is er nu ook een grote druk op de Europese landen ontstaan.

Er is pas sinds tien jaar een gezamenlijke Europese asielnorm waarin is vastgelegd hoe de procedure moet verlopen, wie de vluchtelingenstatus krijgt en op welke voorzieningen vluchtelingen recht hebben. Zo is het bijvoorbeeld alleen mogelijk om op Europees grondgebied asiel aan te vragen en niet bij een ambassade van een Europese lidstaat. Dit, in combinatie met de boetes die vliegmaatschappijen krijgen voor het vervoeren van mensen zonder visum, maakt de gevaarlijke illegale routes via dure mensensmokkelaars de enige manier om in Europa te komen. Juist de meest kwetsbare vluchtelingen kunnen hierdoor niet uit de regio wegkomen om asiel aan te vragen.

In de genoemde grenslanden is geen goede opvang ondanks ondertekening van het vluchtelingenverdrag. De VN oefent geen druk uit bij het niet naleven van het verdrag, maar plaatst vaak de UNHCR in deze landen, die de vluchtelingen kan verdelen over verschillende opvanglanden. Daarbij is de UNHCR volledig afhankelijk van uitnodigingen van deze landen, maar deze zijn er op dit moment amper.

De UNHCR kan volgens Tineke een belangrijke rol spelen bij de oplossing voor de huidige situatie. Door de UNHCR te steunen en mensen uit te nodigen kan aan de meest hulpbehoevende vluchtelingen asiel worden geboden. Ook moet er volgens Tineke een betere verdeling van vluchtelingen tussen Europese landen komen, desnoods afgedwongen door het Europese Hof van Justitie. Daarnaast stelt Tineke voor om vluchtelingen in Nederland studiebeurzen te geven en sneller toe te laten treden tot de arbeidsmarkt, wat ook van pas zou komen bij de toekomstige opbouw van het land van herkomst. 

Klik hier voor de presentatie van Tineke Strik.  

Beschouwing door Robert Goené, bestuurslid van Hellingproef

Na de lezing blijft bij mij een beeld over van een falende Europese samenwerking, maar ook van een falend kabinetsbeleid. Het kabinet lijkt vooral bezig met het bevestigen van zorgen over bijvoorbeeld woonruimte en de zogenaamde aanzuigende werking van ons beleid, in plaats van het vormen van een actief vluchtelingenbeleid.

Het beantwoorden en nuanceren van deze zorgen lijkt wel te gebeuren door de gemeentes, die uiteindelijk voor opvangplekken én draagvlak proberen te zorgen. Als het kabinet een actiever beleid zou voeren, waarbij vluchtelingen niet aan levensgevaarlijke routes worden overgeleverd, maar worden uitgenodigd via de UNHCR, kan er wellicht ook door het kabinet meer draagvlak worden gecreëerd. Het beeld van een ongecontroleerde vluchtelingenstroom die ons overvalt lijkt mij moeilijker vast te houden als er goed georganiseerde opvang is.

De bereidwilligheid om een bijdrage te leveren aan de vluchtelingencrisis lijkt in Nederland vooralsnog breed gedragen, los van de alsmaar extremer wordende tegengeluiden van een kleine groep. Laat het kabinet hier gebruik van maken. Zolang dit niet gebeurt kunnen de mensen die de hulp het hardst nodig hebben deze niet krijgen. 

Robert Goené is bestuurslid van de Hellingproef, het jong wetenschappelijk bureau van GroenLinks.
Alle artikelen