12 okt 2012

Waar wonen de overgebleven GroenLinks-kiezers?

Waar werd het meest op GroenLinks gestemd bij de afgelopen verkiezingen? Een electoraal-geografische analyse.

Electorale geografie

In 2010 haalde GroenLinks meer dan 600.000 stemmen, in 2012 was dat net meer dan 200.000 stemmen. Is er een verschil tussen de kiezers die blijven en de kiezers die zijn vertrokken? Hier kijken we naar de spreiding van GroenLinks kiezers over Nederland: in welke gebieden wonen GroenLinks-stemmers? Waar verliest GroenLinks meer en waar minder? En met welke kiezersgroepen overlapt GroenLinks?

Electorale geografie is een ingewikkeld vakgebied: we kunnen zien in welke gemeenten partijen sterk staan en sterk blijven staan. Dit hoeven echter niet dezelfde kiezers te zijn: het is mogelijk dat alle kiezers van partij wisselen met hun buurman, dan blijft de uitslag hetzelfde, blijft de partij sterk in dezelfde gebieden maar is 100% van de kiezers gewisseld. Bovendien, als we vinden dat in zeg gemeenten met veel D66-kiezers mensen ook veel GroenLinks stemmen, hoeft niet te betekenen dat deze electoraten overlappen. Het kan, zeg, mogelijk zijn dat alle mannen D66 stemmen en alle vrouwen D66. Toch kunnen we zo inzicht krijgen in welke kiezers GroenLinks stemmen.

Concentratie

In 2010 konden we vaststellen dat GroenLinks 50% van haar stemmen ophaalde in 38 van de 416 Nederlandse gemeenten. GroenLinks kiezers zijn bijzonder geconcentreerd. Dit zijn onder anderen vier grootste gemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) en universiteitssteden als Groningen, Leiden en Maastricht. In 2012 kreeg GroenLinks 50% van haar stemmen in slechts 30 gemeenten. De kiezers van GroenLinks die nog over zijn, zijn sterker geconcentreerd dan het electoraat uit 2010. De gemeenten die nu niet meer in de top staan, zijn Randstad slaapsteden als Zoetermeer, maar ook grote provincieplaatsen als Emmen.

Het GroenLinks electoraat is dus sterker geconcentreerd. Dit betekent dat GroenLinks meer zou verliezen in de gebieden waar ze al niet sterk was; en minder in de gebieden waar ze sterker stond. We kunnen deze hypothesen toetsen: wat is de relatie tussen de steun voor GroenLinks in 2010 en het relatieve verlies van GroenLinks in 2012? We zien dat hier een relatie tussen is. Deze relatie is niet bijzonder sterk, maar in Utrecht is het relatieve verlies minder groot dan in plaatsen waar GroenLinks heel zwak stond als Bunschoten.

Geconcentreerd en progressief

Wat kunnen we zeggen over de gemeenten waar GroenLinks sterk scoort: zijn deze meer links-liberaal of klassiek-socialistisch georiënteerd? Hiervoor gebruiken we een ruimtelijk model van stemgedrag: Gemeenten waar hetzelfde gestemd wordt, clusteren en partijen die in dezelfde gemeenten stemmen krijgen, clusteren. Er ontstaat dan een driehoek: in de eerste plaats zijn de SGP en CU sterk in een aantal kleinere gemeenten, daarnaast zien we een onderscheid tussen de grote steden waar een aantal progressieve partijen als GroenLinks, D66, de PvdD en de PvdA sterk staan, een een aantal kleinere provincieplaatsen waar conservatieve CDA, de VVD, de PVV en 50+ sterk staan. De SP neemt een middenpartij in tussen het progressieve blok en het conservatieve blok. GroenLinks staat extreem aan de progressieve kant van het model. Dit bevestigt dat GroenLinks geconcentreerd is een beperkt aantal gemeenten waar progressief gestemd wordt.

Komen deze patronen ook terug in de voorkeursstemmen? Is er samenhang tussen stemgedrag en regio? Wij kijken hiervoor naar de stemmen in de twintig kieskringen. Veel van de kandidaten scoren inderdaad goed in een bepaalde kieskring. In laatste figuur zijn een aantal patronen weergegeven. We zien hier dat er drie gebieden clusteren: in het Noorden krijgen bepaalde (namelijk noordelijke kandidaten) meer stemmen. In het Zuiden (en dan met name in Limburg) krijgen andere kandidaten meer stemmen. De rest van de kieskringen clustert samen. Met name Amsterdam en Rotterdam vallen hier op: in het Westen scoren de rest van de kandidaten goed. Overigens is deze analyse gecorrigeerd omdat er een gebied is waar één kandidaat bijzonder goed scoort: de Zeeuwse kandidaat in Zeeland. Echter Zeeland legt voor GroenLinks weinig gewicht in de schaal.

Kortom

Het GroenLinks-electoraat is sterk geconcentreerd in de grote steden van Nederland, zowel in de Randstad, als in grote provincieplaatsen buiten de Randstad. Dit zijn plaatsen waar GroenLinks ook eerder al sterk stond. Ook de PvdA, D66 en de PvdD scoren sterk in deze gemeenten. Bij de voorkeursstemmen zien we echter een veel sterker onderscheid tussen de Randstad, het Noorden en het Zuiden die in de andere patronen in het stemgedrag niet evident zijn.

GroenLinks is geen Randstadpartij. GroenLinks staat sterk in de Randstad, maar ook in universiteitssteden in het zuiden en het noorden van Nederland. Het is verstandig hier rekening mee te houden in verkiezingstijd. Verkiezingscampagnes 'op de grond' gaan over het mobiliseren van de eigen kiezer en het overtuigen van twijfelaars. De GroenLinks-kiezer is sterk geconcentreerd. In 30 gemeentes halen we nu 50% van de stemmen. Het is goed dat er kandidaten op de lijst staan die niet in Den Haag, Amsterdam of Utrecht wonen. Zoek dus gericht naar regiokandidaten die aansluiten bij gemeenten en gebieden waar je sterk staat. Kiezers in het noorden en het zuiden willen immers graag een kandidaat uit de omgeving. Een lijstduwer uit Groningen stad of Den Bosch - gebieden waar GroenLinks sterk staat - past dus beter dan een lijstduwer uit Zeeland. 

Medewerker van Bureau de Helling.
Alle artikelen