30 mei 2013

Willen Europese landen geen doortastend, socialer en duurzamer Europa?

Willen de lidstaten van de Europese Unie eigenlijk wel een doortastend, socialer en duurzamer Europa, vraagt Bart Staes zich af. Ze hebben het er wel over, maar écht effectieve actie blijft uit. Hieronder staat een verkorte versie van de tekst. De volledige versie vind je hier.

Zoals het eigenlijk al vele jaren gaat, zaagt menig Europees regeringsleider of minister nog steeds rustig voort aan de poten van de Europese Unie. Dat werd weer eens pijnlijk duidelijk in de discussie over de zogenaamde Europese meerjarenbegroting, die loopt van 2014 tot 2020. De deal die Herman Van Rompuy als voorzitter van de Europese Raad sloot, was het slechtst mogelijke resultaat. Het is de uitkomst van zevenentwintig regeringsleiders die alleen maar bezig zijn met hun eigen nationale, korte-termijn-belang. En daar ging Europese samenwerking nu toch juist niet over?

Begin februari weigerden enkele Europese regeringen om op de vraag van de Europese Commissie en het Europese parlement in te gaan en de Europese begroting lichtjes te laten stijgen. Ook al zou de Europese begroting daarmee nog altijd op ongeveer 1,12 procent van het totale BNP van de 27 lidstaten liggen. Maar nee, De begroting voor de komende begrotingsperiode bedraagt voorlopig 959,9 miljard euro, in vergelijking met 993,6 miljard euro met de periode 2007-2013. Op populistische toon wordt in bijvoorbeeld Londen en Den Haag gezegd dat 'Europa ook maar moet besparen, net als de lidstaten.'

Met die toonzetting is eigenlijk alles al gezegd: omdat die suggereert dat de EU een of ander vreemd monster is, een indringer in de nationale aangelegenheden, met een onstilbare geldhonger. Men lijkt hoe langer hoe minder te willen erkennen dat de EU het meest geslaagde politieke oefening in conflictpreventie is; dat Europa in de kern een herverdelingsproject is, gebaseerd op de erkenning dat we met solidariteit verder komen dan te vechten voor ons op illusies gebaseerde naakte eigenbelang. Dat Europa is gebaseerd op het besef van mensen die de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog meemaakten en beseften 'dit nooit meer.' Hoe? Door formeel te erkennen dat er zoiets bestaat als wederzijdse afhankelijkheid. Als we zorgen voor stabiliteit en een gezond sociaaleconomisch weefsel in alle lidstaten van de EU (en liefst ook de buitengrenzen) dan komt dat uiteindelijk iedereen ten goede.

En als Europa de laatste jaren al politiek verdedigd werd tegen populistische oprispingen, dan meestal in louter economische termen. Zo van: 'Ja maar, de Europese interne markt is goed voor onze economie en levert elk huishouden jaarlijks gemiddeld een extra maandsalaris op.' Ook al tekenend voor het (over)heersende en erg bekrompen maatschappelijke en politieke discours. Als het niet in economische termen valt uit te drukken, dan lijkt het geen waarde te hebben. Daar dacht de Nederlandse kunstenaar Lucebert anders over. Hij zei 'alles van waarde is weerloos.'

Welnu, daar ligt de existentiële taak van de Europese Unie: het beschermen van collectieve sociale en ecologische waarden en normen. We noemen dat,zoals Geert van Istendael eind 2012 met zoveel vuur uitlegde in zijn Huizinga-lezing 'De parochie van Sint-Precarius,' beschaving. En - ook daar heeft Van Istendael gelijk - het verdedigen of liever versterken van Europese beschaving is de conditio sine qua non van de Europese politiek. Slaagt Europa daar niet in, dan betekent dat niet meer of minder dan het einde van dit Nobelprijs winnende project. Dat erkennen intussen zelfs van oorsprong liberale economen als Paul De Grauwe.

De Europese Groenen stellen al vele jaren voor De Grauwe dat het economisch beleid op een verkeerd spoor zit. Bijvoorbeeld bij de goedkeuring eind september 2011 van het fameuze '6-pack,' een pakket maatregelen om het economisch bestuur in de EU te harmoniseren. We keurden het maar voor de helft goed omdat dit niet een echt fundamenteel economische structuur creëerde die de EU vandaag nodig heeft en te eenzijdig is. Het pakket dat toen werd goedgekeurd, zal niet het robuuste en duurzame economische bestuur opleveren dat de EU zo hard nodig heeft.

Ik citeer mezelf: het biedt niet een raamwerk op lange termijn dat de oorzaken van de crisis aanpakt. Behalve dat sommige maatregelen alweer achter de feiten aanlopen, is de eenzijdige obsessie met draconische besparingen, een zichzelf vernietigende, cyclische cocktail. De koopkracht, belastinginkomsten en investeringen in een land als Griekenland dalen dermate fors, dat het quasi-onmogelijk wordt om uit het dal te geraken. Wij erkennen volledig dat het noodzakelijk is om afdwingbare en strenge limieten te stellen aan de overheidsschuld, maar vinden ook dat we hierbij rekening moeten houden met sociale rechtvaardigheid en de noodzakelijke investeringen die nodig zijn om de ontwikkeling van de EU duurzaam te stimuleren. Dat betekent dat we zowel naar inkomsten als naar de uitgaven moeten kijken. Maar naast de verwoestende bezuinigingsoperaties, staat er niets in over euro-obligaties, niets over het harmoniseren van de vennootschapsbelasting, niets over het beter innen van BTW-belastingen of het bestrijden van fiscale fraude, waarmee honderden miljarden euro gemoeid zijn. Dat is het grote falen van de '6-pack,' hetgeen dus resulteert in een buitensporige afhankelijkheid van besparingsprogramma's, die de armoede in de EU zal doen ontsporen en de publieke steun voor het Europese project doen afkalven. Deze eenzijdige aanpak van fiscaal-economisch beleid is een politieke keuze van centrumrechts, een politieke stroming die weigert om van dit soort oude formules af te stappen ook al is duidelijk dat het de problemen van Europa alleen maar verergert. 

Ik citeer tot slot met plezier een liberale denker, econoom Paul De Grauwe: ‘Nu het duidelijk wordt dat de besparingen onnodig lijden veroorzaakte bij miljoenen mensen die in armoede en werkloosheid terechtkwamen zal het verzet tegen deze besparingsprogramma's aanzwellen. Een verzet dat ertoe kan leiden dat vele miljoenen mensen zich willen losmaken uit, wat zij zien als, boeien die de euro hen oplegde.’ Zoals ik zelfs al eerder schreef: we zijn bezig met het redden van de euro, maar verliezen de Europeanen. Het wordt een boeiend Europees verkiezingsjaar in 2014, precies een eeuw na het uitbreken van de Groote Oorlog.

Europarlementariër namens de Vlaamse Groenen.
Alle artikelen