Blogs

Jan Atze Nicolai 13 dec 2011

De wederkerige tolerantie

De publieke discussie van de afgelopen maanden over vrijheid en tolerantie omtrent weigerambtenaren, onverdoofd slachten en de algemene gewetensnood volgen een vast patroon.

Wederzijdse arrogantie

Aan de ene kant een arrogantie houding van voorvechters van de vrijheid van godsdienst ten opzichte van de opvattingen van niet-religieuze burgers. Een mening is maar een mening. Het godsdienstig geweten is kennelijk de top van de Olympus. Vanzelfsprekend horen daar subtiele voorrechten bij. En o wee wanneer je godsdienst gelijkwaardig vindt aan een ideologie!

Maar dit dedain is wederzijds. De pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet. De 'seculiere liberalen' doen lacherig en lichtvoetig over het geweten van de religieuzen. In vredestijd is het ongepast om gewetensnood te openbaren. Geloof is privé. Het is onvervalst ethisch exhibitionisme om tijdens je werk, of in het openbaar, iets te laten zien wat riekt naar religie.

Bespotten met betrokkenheid

En het mag natuurlijk allemaal: elkaar bespotten en elkanders mening ter discussie stellen. Dat is ongetwijfeld beter dan de historische onverschilligheid, waarmee in het vroegere zuilensysteem gelovigen en 'openbaren' elkaar bejegenden. Het elkaar beschimpen kan een teken zijn van hernieuwde betrokkenheid.

Maar voor een goed begrip en respect is het nuttig om in een zwart-wit debat nuance aan te brengen. Wanneer de discussie blijft hangen in ondoordachte beelden en onnozele veronderstellingen schiet het alsnog weinig op. Ideologische scherpslijperij leidt tot nutteloze tegenstellingen, terwijl er zo vaak praktische oplossingen zijn.

Respect en tolerantie

Uiteindelijk zal respect en tolerantie van beide kanten moeten komen. De rechten van de mens op vrijheid van mening, geweten en godsdienst worden in één adem genoemd (Verklaring van de Rechten van de Mens), omdat ze gelijkwaardig zijn.

Godsdienstigen moeten er aan wennen dat voor 'seculiere' burgers een andere duurzame ideologie net zo belangrijk is, dan God kan zijn voor religieuze burgers. De religieuze moraal is niet superieur. Binnen geloofskringen wordt de mammon (De Geldgod van aardse goederen en rijkdom) ongeveer net zo serieus aanbeden als daarbuiten. En ongelovige gewetensvolle mensen kunnen begrijpen dat geloven meer is dan een geheime privémissie.

Dat is voor alle partijen en meningen even slikken. Maar tolerantie die geen pijn doet, is ouderwetse onverschilligheid. 

Reacties

Reageer

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Geen HTML-tags toegestaan
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.