24 feb 2014

Democratie

Op 19 maart a.s. zijn er weer gemeenteraadsverkiezingen. Een paar duizend mensen zijn druk in de weer om een paar miljoen kiezers over te halen op hun partij te stemmen, gemeenten zijn op hun beurt druk om kiezers in ieder geval naar de stembus te krijgen.

Ondanks hun gezwoeg en inzet vertoont de opkomst bij verkiezingen een dalende trend en blijken partijen niet in staat kiezers voor langere tijd aan zich te binden. Bij elke verkiezing zijn er grote verschuivingen en komt een groot aantal nieuwe leden de raden versterken. De rekrutering van raadsleden wordt steeds moeilijker, het aantal incidenten talrijker. De besluitvorming van raden wordt grilliger, kortetermijndenken is overheersend.

Zolang het om de straatnamen gaat hoeft dat geen probleem te zijn, maar het gaat om het scheppen en in stand houden van een leefbare lokale samenleving: om het bevorderen van welzijn in elke wijk en elk dorp. Hoe kan dat met steeds meer fracties en raadsleden die vooral bezig zijn met dat ze over vier jaar weer gekozen willen worden? Voor de landelijke politiek geldt mijns inziens hetzelfde: hoe kunnen de grote problemen waar de samenleving voor staat – uitputting van grondstoffen, vervuiling, honger, vrede en veiligheid – worden opgelost als partijen, politici en regeringen in de praktijk alleen maar met de korte termijn bezig zijn? Lokaal en nationaal worden beloften gedaan, die niet waargemaakt kunnen worden: partijen bestrijden elkaar tijdens verkiezingen op leven en dood, om vervolgens een coalitie te vormen. De kloof tussen ‘politiek’ en bevolking wordt in stand gehouden, in plaats van gedicht. De illusie dat een partij – lokaal, nationaal – het beleid naar haar hand kan zetten, wordt met verkiezingsprogramma’s in stand gehouden.

Vooral mensen voor wie de politiek één pot nat is en die van huis of school uit niet hebben meegekregen dat er in Nederland altijd compromissen moeten worden gesloten, ligt teleurstelling in de politiek en in onze bestuurders op de loer. In de woorden van Zygmunt Bauman: “Er is een groeiende afstand tussen de politieke elite en de bevolking van het land. Ze spreken twee verschillende talen.” Het gevolg is een gebrek aan vertrouwen in zowel de partij, als in het hele politieke stelsel. Bauman ziet ook de solidariteit tussen mensen verdwijnen in de strijd tussen arbeid en kapitaal. Onze instituties horen bij de natiestaat, maar passen niet meer in deze tijd van globalisering.

In de jaren 1970 en 1980 werd binnen de Pacifistisch Socialistische Partij het adagium van ‘Baas in eigen buurt en bedrijf’ beleden. Nadat de PSP in GroenLinks was opgegaan, heb ik daar weinig meer over gehoord. GroenLinks is inmiddels onderdeel van het politieke stelsel geworden en ik kom weinig reflectie op dat stelsel tegen. Dat vind ik wel nodig.

David van Reybrouck geeft in zijn boek ‘Tegen verkiezingen’ een voorzet voor alternatieven. Hij spreekt over het ‘democratisch vermoeidheidssyndroom’. Voor oplossingen grijpt hij terug naar een oud democratisch principe, de loting. Hij ziet loting als een effectieve mogelijkheid om de democratie weer bezieling te geven. De representatieve democratie is maar één vorm van democratie. Hij ziet voordelen in een andere vorm: de deliberatieve democratie.

Zeker op lokaal niveau kan loting mijns inziens een goed alternatief zijn voor de versplintering van het politieke krachtenveld. Ook kan het een middel zijn om de participatie van de bevolking – elke burger kan zich aanmelden – te vergroten. Dat zou per vraagstuk kunnen, of voor een bepaald beleidsterrein. Waar het mij om gaat, is dat we binnen GroenLinks ons niet alleen bezig houden met de samenlevingsproblemen, maar (meer) gaan kijken naar effectievere en meer democratische manieren om deze aan te gaan pakken.

“Aan de slag”, zou ik willen zeggen, “de tijd dringt!”

Bestuursvoorzitter Theater de Koornbeurs.
Alle artikelen