22 mrt 2012

Geëmancipeerde burgers

Het Nederlandse electoraat wordt steeds bewegelijker: met het aftreden van Cohen en het aantreden van Samsom is de PvdA zo weer een paar zetels omhoog geschoten.

Commentatoren hebben daar wel een mening over. 'De Nederlandse kiezer doet maar wat' aldus Hans van Mierlo, leider van een van de oudste democratiseringsbewegingen van Nederland in 2009. Kiezers zouden volgens Deetman hun beslissingen 'emotioneel, irrationeel en intuïtief' maken. Volgens Kees Schuyt zijn kiezers uitermate gevoelig voor invloeden van buitenaf: 'Ze waaien, met het geringste zuchtje wind, alle kanten op.'

Schuldigen?

Politieke wetenschappers laten zien dat wel wat complexer is. In een recent rapport schetst Amsterdams politicoloog Tom van der Meer het volgende beeld: kiezers twijfelen vaak tussen een beperkt aantal partijen en wisselen regelmatig tussen die partijen. Deze 'keuzesets' zijn vrij stabiel: kiezers wisselen wel tussen partijen en doen dat zelfs op basis van peilingen en personen, maar ze wisselen tussen een beperkt aantal partijen.

Amsterdams kiezersonderzoeker Peter Kanne analyseerde instabiliteit van het electoraat ook, maar geeft de schuld van het wisselen aan de partijen. Die zouden zich te vaak strategisch opstellen en te inconsistent zijn in hun politieke koers. Kiezers hebben een consistente politieke voorkeur. Hun partijvoorkeur wisselt, omdat partijen voortdurend van kleur wisselen. In zijn analyse is Tom van der Meer al veel genuanceerder: kiezers doen wat ze zouden moeten doen: ze kiezen. Ze zijn loyaal aan hun eigen opvattingen en zoeken daar een partij bij. Dat is voor middenpartijen wel een probleem, want die rekenden op grotere loyaliteit.

Vrije keuze in een vrije samenleving

Ik zou nog wel een stap verder willen gaan. Wij, progressieven, hebben dit altijd gewild. Een electoraat dat niet alleen maar komt stemmen bij verkiezingen, maar ook zelf kiest. Kritische, geëmancipeerde burgers. Voor 1960 bestond Nederland uit drie gesloten maatschappijen: één katholieke, één protestantse, één socialistische. In ieder van die samenlevingen waren De Partij, Het Geloof en Het Maatschappelijk Leven innig aan elkaar verbonden. Bij De Omroep vertelde De Partijleider, vaak ook nog hoofdredacteur van De Krant, wat zijn achterban moest vinden.

De drie gesloten samenlevingen zijn samengesmolten tot een open samenleving. Het electoraat is bevrijd. Ze accepteren de autoriteit van politici niet meer klakkeloos. Daar hebben progressieven in de jaren '70 voor gevochten. Partijen moeten vechten om kiezers te winnen. Want kiezers zijn veel minder loyaal. Dat is ook logisch: bij verschillende verkiezingen zijn er verschillende personen, argumenten en thema's die een rol spelen. Soms stemt een kiezer op de PvdA, omdat Cohen premier moest worden bijvoorbeeld, maar hij kan lokaal nog wel eens SP hebben gestemd omdat ze tegen de aanleg van de ringweg zijn, bij de Europese verkiezingen D66, omdat Europa verder moet integreren, en nu neigt hij meer naar GroenLinks omdat hij Jolande Sap een hart onder de riem wil steken.

Dat kiezers niet meer loyaal zijn aan hun partijen is een reden om of af te geven op de kiezers want die doen wat ze moeten doen, ze maken een keuze, noch op de partijen, want die doen wat ze moeten doen, ze bieden een keuze. Het is onderdeel van een vrije, open samenleving dat mensen kiezen en dat ze van mening wisselen. Reviseerbaarheid van meningen, filosofisch gezegd, is een voorrecht van de vrije samenleving. 

Medewerker van Bureau de Helling.
Alle artikelen

Reacties

De laatste zin mag je nog wel een keer heroverwegen.

Partijen hebben het helemaal aan zichzelf te wijten dat de kiezer wispelturig is.
De maatschappij is een stuk complexer geworden, en de partijen maken het niet helderder. Hooguit door af en toe een sterke man te presenteren.

GroenLinks moet meer doen wat ze zegt, en zo kiezers een duurzamere houvast geven.
Bijvoorbeeld:

In elk GroenLinks programma staat wel in een of andere vorm dat er meer duurzame energie moet komen. Maar vanuit de oppositie lukt het niet om dat te realiseren.
Dus de kiezer neemt GroenLinks hier niet meer serieus.

Dat verandert, als GroenLinks, als vereniging gaat doen wat in de politiek niet lukt.
Zorg dat mensen, kiezers zelf kunnen investeren in een windpark.
Daar zijn genoeg kansen voor. Lokaal zijn GroenLinks bestuurders bezig met windparken van ondernemers.
Daar is altijd een draagvlak probleem mee, omdat zowel politieke partijen als bedrijven, burgers buiten sluiten.

Ook GroenLinks gaat te gemakkelijk voorbij aan de burger, en ziet alleen consumenten.
Maar de partij verenigt ook 30.000 burgers.
Die kunnen samen een windpark bouwen, en alle GroenLinks kiezers uitnodigen er ook in te investeren.

Zo laat je zien dat ze doet wat ze zegt, ipv het alleen maar steeds te zeggen zonder te doen.

Op deze manier kan een partij toch iets duurzaams en blijvends neerzetten, buiten de oppositierol om, en zo toch een politiek doel realiseren.

Maar dan moet de partij organisatie burgers gaan zien zoals ze zijn, burgers zijn andere mensen dan consumenten.

Waarom negeert een politieke partij 30.000 partners?
http://www.duurzamebrabanders.nl/Robin_Hood_voor_het_Landschap

Reactie toevoegen