17 feb 2012

Tussen revolutie en interpretatie

Auteur Claire Polders doet niet aan politiek. GroenLinkser Hagar Roijackers des te meer. Ze mailen elkaar over hun positie aan de zijlijn of in het veld. Deze week: Claire Polders over schrijven als een manier om de wereld te interpreteren.

Wil ik een revolutie? Dat vroeg jij mij vorige week en daar moest ik even over nadenken. Een revolutie is een plotselinge verandering in een bestaande toestand (1) of een gewelddadige wisseling van de politieke macht (2). Een revolutie in de eerste betekenis is vaak illusoir: veranderingen zijn zelden plotseling – wanneer we een omwenteling waarnemen is er meestal een lang en onzichtbaar proces aan vooraf gegaan. Een revolutie in de tweede betekenis heeft zelden het gewenste verloop of de beoogde resultaten; het werkelijke veranderingsproces moet dan namelijk nog plaatsvinden. Dus, nee, ik wil geen revolutie. De werkelijkheid is in mijn ogen te complex en te onbuigzaam om ingrijpende metamorfosen met radicale instrumenten af te kunnen dwingen. Ik richt mij liever op de perceptie van de werkelijkheid.

Schrijven is waarnemen en analyseren; schrijven is de manier waarop ik contact heb met de wereld. Marx meende dat de wereld in 1845 wel voldoende geïnterpreteerd was en dat het erop aan kwam haar te veranderen. Latere filosofen, zoals Adorno, meenden dat we alles misschien toch niet helemaal juist geïnterpreteerd hadden en er wellicht beter aan deden om te blijven verklaren. Mijn keuze voor een positie buiten de politiek vloeit voort uit een essentiële onzekerheid: ik weet nooit zeker of ik de wereld juist begrijp en of ik de waarheid aan mijn kant heb – wat geeft mij het recht om in te grijpen?

Clairetown

Natuurlijk stel ik me wel eens voor hoe de wereld eruit zou kunnen zien als ik het voor het zeggen had. Mijn man noemt de uitkomst van dit gedachte-experiment Clairetown, en hij zou er niet graag willen wonen. Waarom niet? Omdat ik er niet als een utopist vanuit kan gaan, dat mensen met dezelfde informatie, dezelfde opleiding en dezelfde rationele vermogens, ook dezelfde opvattingen hebben. In mijn stad zullen bewoners het lang niet altijd met elkaar eens zijn en omdat ik geen democratie wil accepteren waarin mensen met de beste bedoelingen de stomste keuzen kunnen maken, zou ik waarschijnlijk een kleine dictator worden en een omvangrijk wetboek publiceren. Gij zult geen dieren martelen. Gij zult geen voedsel weggooien. Gij zult geen personenwagens rijden in de binnenstad (behalve als Gij echt niet anders kunt). Binnen no time zal mijn gemoedelijke Clairetown veranderen in een totalitaire politiestaat. En wat moet ik doen met al die mensen die de regels overtreden?

Toch ben ik niet tevreden met enkel interpreteren. Ik wil de wereld ook veranderen, al is het niet verstandig dit soort dingen toe te geven, want schrijvers met een boodschap zijn natuurlijk verdacht. Maar in mijn schrijven voer ik geen heilige boontjes op om het (in mijn ogen) goede voorbeeld te tonen. Wel probeer ik personages te creëren die met complexe morele vragen geconfronteerd worden, in de hoop dat diezelfde vragen door de lezer beantwoord zullen worden. Ik wil de wereld veranderen, door reflectie te stimuleren en zo de perceptie te beïnvloeden. Als het bijvoorbeeld zou lukken om mensen anders naar dieren te laten kijken, zou het niet meer nodig zijn om wetten door te voeren die megastallen verbieden. De macht van de consument is groot: zodra de massa de megastallen gaat boycotten, verdwijnen ze vanzelf. Oneerbiedig samengevat: beleid behandelt de symptomen (mishandeling van dieren), de verbeelding pakt de oorzaak aan (gebrek aan inlevingsvermogen). Maar totdat de mentaliteit daadwerkelijk verandert, is symptoombestrijding natuurlijk noodzakelijk: politici die een verbod nastreven zijn onontbeerlijk.

Halsema versus Grunberg

Zou ik meer invloed hebben op hoe mensen de wereld waarnemen wanneer ik de politiek in zou gaan? Jij noemt het een grotere arena, want (daarin heb je gelijk) mijn lezerspubliek is beperkt. Maar wie garandeert dat ik in de politiek verkozen zal worden en mijn gedachten daar luider klinken? Een geïnspireerde speech of een succesvolle campagne, kan heel wat harten beroeren, maar een roman kan evengoed levensveranderend zijn. Als ik mag kiezen tussen het succes van Arnon Grunberg en dat van Femke Halsema, kies ik voor Grunberg.  

Wie moet het dan wel doen, vraag je, de wereld veranderen? Mijn antwoord blijft helaas steken in een platitude: wij allemaal, jij en ik, iedereen met wie we onze wereld delen. En we kunnen dat mijns inziens alleen doen door wat jij zelf zo mooi verwoord hebt als ‘het alternatief leven’. Wanneer ik mijn eigen dubieuze gedrag beoordeel, gebruik ik weleens een persoonlijke versie van Kant’s categorische imperatief: als iedereen in de wereld zou leven zoals ik, werd de wereld er dan beter of slechter van?

Lieve Hagar, heb jij weleens twijfels over je idealen, en zo ja, hoe ga je daarmee om? Of misschien inspirerender: hoe moet ik mij Hagarville voorstellen?

 

Auteur en filosofe.
Alle artikelen