20 mei 2014

Vrede

De Europese ziel

Eind april organiseerden platform De Linker Wang, de Europawerkgroep van GroenLinks en Bureau de Helling een conferentie over Europa als waardengemeenschap. Erica Meijers ging daarin op zoek naar de Europese ziel. Deel 1: vrede.

In de Expeditie in Amersfoort bespraken die avond verschillende sprekers de thema's vrede (Cinta Depondt van Pax), milieu (Bas Eickhout) en mensenrechten (Tineke Strik en medewerkers van Toevlucht); drie thema's die een centrale plaats innemen zowel in het gedachtegoed van GroenLinks, als de christelijke grondslag van De Linkerwang. Deze concrete verhalen werden afgewisseld met meer reflectieve intermezzo's door Erica Meijers. Daarin ging zij op zoek naar de Europese ziel. De komende drie dagen plaatsen wij elke dag een deel van deze beschouwing. 

We bespreken vandaag drie ‘waarden’: vrede, milieu en mensenrechten. Je kunt ze makkelijk herleiden tot hun christelijke oorsprong: vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping, zoals de Wereldraad van Kerken dat in de jaren tachtig formuleerde aan het begin van het conciliair proces. Die waarden zijn bepaald niet exclusief christelijk en al evenmin typisch Europees.
Bestaan er eigenlijk wel Europese waarden? Tijdschrift de Helling ging ook al eens op zoek. Toen kwamen de meeste auteurs toch uit bij de waarden van de Verlichting en de Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid, solidariteit. Maar ook dit zijn natuurlijk geen pure Europese waarden: het zijn mengvormen van wereldwijde en lokale tradities, tot stand gekomen in complexe culturele en historische processen.

Van de drie waarden van vanavond is de vrede wel de grootste. Als kind leerde ik ooit een lied over vrede. In dat lied zei ene Meneer de agent dat vrede orde en rust in de stad is: ‘relletjes hebben we lang niet gehad’. Meneer de generaal zag vrede als de afwezigheid van oorlog’”we hebben de vijand hier goed in de hand’. En toen kwam Jezus. Die riep in dit lied met een felheid en activisme die mij als kind wel aanspraken: ‘vrede is vrijheid, is recht, is sjaloom. Géén toestand van rust, wat is dat voor een droom. Werken totdat het voor ieder zo is, hij zegt dat dat vrede is.’ Een actieve vrede, die vrijheid en recht voor alle mensen toegankelijk maakt. Zo is er dus een verband tussen die waarden vrijheid, gelijkheid en solidariteit, en vrede gerechtigheid en zorg voor de aarde.
Maar zoals gezegd, die waarden zijn noch exclusief Europees, noch exclusief christelijk. De vraag die vanavond op ons bordje ligt, is tweeërlei. In de eerste plaats: wie zijn wij en wat verbindt ons, als Europeanen? En ten tweede: waar willen wij met elkaar naar toe?

Een term die beide met elkaar verbindt, is wat mij betreft het woord ‘ziel’.
Mij bevalt het woord ziel in verband met Europa wel, misschien vooral omdat het goed uitdrukt hoezeer datgene wat ons voortdrijft en verbindt ongrijpbaar, veranderlijk en persoonlijk is.

Er bestaan in Europa verschillende definities van het woord ‘ziel’.
De bekendste is waarschijnlijk de traditioneel christelijke, waarbij de ziel, Seele, soul, l’âme (van het Latijnse anima) de onsterfelijke essentie van de mens verbeeldt. Die visie ontleent veel aan het oud Griekse begrip psyche, dat ook vlinder betekent. De ziel is het fladderende element in ons lichaam waarop we geen grip hebben. Wie een hedendaagser woord zoekt, komt al gauw terecht bij ‘identiteit’. Maar die kant wil ik nu juist niet op. Identiteit suggereert dat de ziel datgene in ons is, wat altijd hetzelfde is. Niets is minder waar. De ziel is misschien wel het meest beweeglijke en veranderlijke van de mens. In het Symposium van Plato vertelt Aristophanes dat elke ziel altijd op zoek is naar zijn andere helft, die hij is kwijtgeraakt toen de goden de te machtig geworden mensen in tweeën hakten. Zo gezien is iedere ziel per definitie een zoekende ziel.  Als de ziel dan al het wezen van iets of iemand is, dan toch in elk geval het onaffe en incomplete wezen.

Volgens de Joodse traditie is de nefesj het geheel van verstand, gevoel en wil dat samen de mens uitmaakt. In het bijbelboek Genesis wordt die mens geschapen uit zowel stof als adem, en daarmee zijn ziel en lichaam onlosmakelijk verbonden.
In de ziel bevindt zich de droefheid en blijdschap, het is de onaanwijsbare plek waar gemijmerd wordt, gedroomd en getobd. Het is misschien wel bij uitstek de ruimte waar de mens zich afvraagt waar het met hem naartoe moet. De Poolse dichter Wisława Szymborska schrijft zelfs: “een ziel heb je zo nu en dan, niemand heeft haar ononderbroken en voor altijd.(…) Maar we kunnen op haar rekenen wanneer we nergens zeker van zijn, maar alles willen weten.”
Als ik over de ziel van Europa spreek, gaat het dus over dat ongrijpbare, onbenoembare dat ons als Europeanen met elkaar verbindt, zonder dat het ons allemaal hetzelfde maakt en zonder dat daarmee ons wezen voor eens en voor altijd zou zijn vastgelegd. Integendeel. De Europese ziel is juist een hybride en onrustige ziel, met veel tegenstrijdige gedachten en gevoelens. Ze herbergt veel verschillende ervaringen in zich, door haar lange geschiedenis van conflict. Haar waarden zijn in elk geval onlosmakelijk verbonden met waarden buiten Europa. Bovendien zijn ze voortdurend in beweging en veranderlijk.
Een onveranderlijke Europese identiteit bestaat niet. Maar het verlangen naar vrede, in een continent dat zich eeuwenlang heeft volgezogen met ervaringen van oorlog en geweld, is en blijft een levende verbinding tussen de Europeanen.

(Morgen volgt ‘Gelijkheid. Zorg voor de aarde over grenzen heen’)

 

 

Onderzoeker en docent aan de Protestantse Theologische Universiteit. Oud-hoofdredacteur van tijdschrift de Helling.
Alle artikelen

Reactie toevoegen