5 feb 2013

We moeten het wel zelf uitzoeken

Over eigen verantwoordelijkheid

We moeten het wel zelf uitzoeken, want eigenlijk bestaan we voor de (lokale) overheid niet meer. Zelf fondsen werven. Sociaal waar nodig, commerciëel waar mogelijk. Hartstikke spannend.

Eigen verantwoordelijkheid en zoek het zelf maar uit. Onder dit zelfgekozen motto ben ik sinds januari 2013 voorzitter van een stichting die een buurtcentrum runt waar wekelijks 1200 bezoekers komen. Meer dan 100 vrijwilligers dragen op allerlei wijzen bij aan de voortgang. In 2007 is dit buurtcentrum door de gemeente afgestoten en sindsdien in eigen beheer.

Buurtbewoners hebben hun boosheid omgezet in handelen: dan doen we het zelf wel! Het is handelen met de rug tegen de muur: je probeert een voorziening waar behoefte aan is open te houden zonder financiële middelen. De eerste vijf jaar was er nog een woningcorporatie die het exploitatietekort dekte, sinds 1 januari 2013 is dit gestopt en moeten we het zelf uitzoeken.

Eigen verantwoordelijkheid heeft op zich weinig met links of rechts te maken. De arbeidersbeweging richtte vroeger eigen organisaties op, zocht haar eigen middelen en probeerde in volle vrijheid te werken aan de emancipatie en verheffing van de eigen klasse.

Toen nam de overheid via de ontwikkeling van de vezorgingsstaat veel eigen initiatieven uit handen van betrokkenen. En die ontwikkeling wordt nu teruggegedraaid. Hoor de discussies in allerlei gemeenten over wat de kerntaken van de overheid zijn. Politiek rechts is daar vrij helder in: politie, justitie en zo nog wat zaken is voor de (lokale) overheid. De rest zoekt de burger en/of de markt zelf maar uit. Links is daar onduidelijker/onzeker in en verliest daarmee haar aantrekkingskracht. Terwijl we in een tijdsgewricht zitten die ons veel kansen biedt.

Zoals in ons eigen buurtcentrum. We nemen de programmering zelf ter hand. Organiseren niet alleen bingo-avonden (onderschat niet het belang hiervan!) maar ook projecten. Leggen verbindingen tussen flatbewoners en tuindersverenigingen en starten een project stadstuinieren tussen de hoogbouw. Krijgen we niet de grond, dan kraken we braakliggende stukken. En met de oogst gaan we koken in de eigen keuken en organiseren we buurtmaaltijden. Het buurtcentrum kan een ontmoetingsplaats worden van mensen die elkaar kunnen helpen. Zoals elkaars kapotte spullen maken (de zogenaamde repaircafés). Een werkplek voor startende ondernemers.

Een verzamelplek voor werkzoekenden die buiten de dwang of de lethargie van het UWV nieuwe inspiratie zoeken. Die hun kennis en ervaring aanbieden aan de gemeenschap waarin ze wonen. Werkloos worden in onze geïndividualiseerde samenleving is voor velen een ramp: naast verlies van baan en inkomen ook een verlies aan sociale contacten. Daarin kan en moet een buurtcentrum een belangrijke rol spelen. En ziet de lokale overheid die rol niet en blijft ze volharden in het afbreken van sociale voorzieningen, dan zijn we natuurlijk eerst boos. Maar niet te lang, want dan pakken we onze eigen verantwoordelijkheid en gaan het op onze eigen manier doen. Daar liggen ook onze kansen om te werken aan een sociale samenleving.

We moeten het wel zelf uitzoeken, want eigenlijk bestaan we voor de (lokale) overheid niet meer. Zelf fondsen werven. Sociaal waar nodig, commerciëel waar mogelijk. Hartstikke spannend, misschien moet ik over drie jaar het buurtcentrum sluiten omdat we geen geld meer hebben. Maar tegelijk komen er in de wijk ook onverwachte krachten los. 

Reactie toevoegen