21 mei 2014

Zorg voor de aarde

Over grenzen

Gisteren plaatsten we hier deel één in de serie van Erica Meijers over de zoektocht van Europese waarden, ‘Vrede. De Europese ziel’. Vandaag deel twee over de rol van grenzen in Europese waarden.

Wat de aarde voor ons betekent, is diep verweven met onze geschiedenis en cultuur. Het is waarschijnlijk de meest vormende ervaring als het gaat om de ontwikkeling van waarden: hoe je je dagelijks brood verwerft. Zelfs de stedelingen zijn dat nog niet vergeten, gelet op de vele bewegingen van stedelingen voor eerlijk voedsel en groene energie en alles wat daarmee samenhangt. De Franse boer en schrijver Jean Giono heeft in zijn essay ‘Le Refus d’obéissance’ beschreven hoe zijn ervaringen als soldaat in de Eerste Wereldoorlog voor altijd zijn ervaringen met de aarde veranderd hebben. Hij stelt voor dat boeren in geval van oorlog moeten weigeren om voedsel te produceren. En het is ook weer geen toeval dat de lijsttrekker van de Europese Groene partij, José Bové (beter bekend als boer en antigenactivist), in de laatste Helling juist dit essay aanhaalt om duidelijk te maken wat Europa voor hem betekent. Europa gaat om grenzen en het overschrijden daarvan.

Maar er is een vreemde relatie tussen het overschrijden van onze natuurlijke grenzen – de bronnen waarover we kunnen beschikken of die we van elders halen – en het overschrijden van onze culturele grenzen. In het verleden annexeerden Europeanen nogal eens de natuurlijke bronnen van anderen, maar hun cultuur verwierpen ze. De eigen culturele grenzen werden daarbij bepaald niet overschreden. Duitsers vernietigden in de Eerste Wereldoorlog heel bewust bibliotheken in Leuven en Antwerpen. En je hoeft maar een boek over de geschiedenis van kolonialisme en zending open te slaan om te weten hoe verachting van de ander goed samenging met het buitmaken van alles wat we van die ander konden gebruiken. Van culturele openheid was geen sprake. Als je de ander al door en door denkt te kennen, valt er natuurlijk ook niets meer van die ander te leren. Op het moment dat je de identiteit van de ander vastlegt in een eendimensionaal beeld (de vijand, de wilde, de primitieveling, de kakkerlak, de Jood), dan wordt het gemakkelijk hem te verwerpen als het tegengestelde van jezelf. De ander wordt een wegwerpmens. Als een hele samenleving hierin meegaat, kiept de beschaving om in barbarij.

Crisis van zekerheden
Dat is in Europa vaak gebeurd, maar er zijn ook altijd tegenstemmen geweest, die de raadselachtigheid, en dus het belang om te leren van de ander, hoog hielden. Veel Europeanen leerden van elkaars cultuur en van vreemde culturen en namen er dingen van over.  Wie zijn eigen culturele en geestelijke grenzen durft te overschrijden, respecteert juist de grenzen van de ander, zowel zijn fysieke als culturele. Dat zou de relatie moeten zijn.
In het vraagstuk van Europa als waardengemeenschap speelt dit gevaarlijke spel met grenzen een belangrijke rol. Daar wordt ook al op gewezen in een oud boekje, waar ik graag nog iets over wil vertellen. In 1963 schreef Jacques Presser het Boekenweekgeschenk ‘Europa in een boek’ (zou zo’n onderwerp nu nog denkbaar zijn?). Hij stelt allereerst dat er altijd onzekerheid zal blijven over de vraag wat Europa is. Haar geografische grenzen zijn al net zo onduidelijk als haar politieke en culturele grenzen. Presser wijst onder andere op de invloed van de Noord-Afrikaan Augustinus op Europa en op die van de stad Jeruzalem. Beide zijn van buiten Europa. En zo zijn er talloze voorbeelden.
Wie aan Europa denkt, kan niet anders dan terecht komen in een permanente ‘crisis van zekerheden’, concludeert Presser al in de inleiding van zijn boek. Maar wat hem betreft is deze crisis een zegen: wie niet meer weet waar hij het over heeft als het over Europa gaat, heeft kennis ingeruild voor inzicht. En dan volgt in het boek een Europese canon van grote namen en momenten uit de geschiedenis van het Avondland. Dat er toch zoiets is als een Europese cultuur bestaat, lijdt bij alle onzekerheid geen twijfel voor Presser. Nederland is vanaf het begin van haar bestaan met die geschiedenis verweven. Presser haalt een zinnetje aan dat destijds nog in alle geschiedenisboeken stond: “100 voor Christus: de Germanen komen in ons land.” De vaderlandse geschiedenis begint met het binnenvallen van Europa in de gestalte van de Germanen. Maar dan is de Europese canon al lang in wording. Die loopt in Pressers overzicht van de oude Grieken en Romeinen via het Karolingische Rijk, toen Europa nog geen afzonderlijke naties kende, naar de inval van de Islam met in haar kielzog denkers als Averroës en Avicenno die het begin van de Middeleeuwen inluidden en wiens invloed op de Europese ziel volgens Presser wordt onderschat, via de Renaissance en de Verlichting dwars door de Romantiek en de grote oorlogen van de twintigste eeuw naar het heden.

Universeel
Pressers canon is opgebouwd aan de hand van de namen van grote Europese zielen: Dante, Da Vinci, Erasmus – om een greep uit het midden te doen. Een speciale rol krijgt Michelangelo Buonarotti (1475-1564), want hier wordt duidelijk wat het selectiecriterium van Presser is geweest. Hij noemt Michelangelo een homo universale: hoewel hij natuurlijk doordrongen was van de typische geest van de Renaissance, overheerst bij hem uiteindelijk “de bezinning van de Europese mens op de menselijke lotsbestemming, met zijn belasting door schuld, zijn bedreigdheid door het kwaad, zijn gedoemdheid tot de dood.”
Presser zet het zwaar aan, maar beslissend is dat hij het universele als speerpunt heeft gekozen voor zijn canon. Op zijn lijst staan alleen die Europeanen die wisten uit te stijgen boven hun eigen tijd en die verder keken dan de hun toebemeten ruimte. Zij die nadachten over de mensheid als geheel en die hun blik richten op de gehele wereld, zijn wat betreft Presser de echte Europeanen. De geografische grenzen zijn er om overschreden te worden, evenals de historische en politieke grenzen. Als ik Presser hierin volg, dan zijn openheid en het – dikwijls vertwijfeld – stellen van vragen over de menselijke conditie een wezenskenmerk van Europa. Wanneer Europa ophoudt de blik naar buiten te richten, dan raakt het continent hopeloos in zichzelf verstrikt.

In mijn vorige bijdrage concludeerde ik dat Europese waarden onlosmakelijk verbonden zijn met waarden buiten Europa en voortdurend in beweging en veranderlijk zijn. Hieraan voeg ik nu nog twee punten toe: de Europese waarden verkeren in een permanente crisis. Je kunt zelfs zeggen dat twijfel zelf een Europese waarde is. Ten tweede: Europese waarden zijn grensoverschrijdend en willen universeel zijn. De ziel van Europa is een aangevochten ziel, maar ze streeft altijd naar hetgeen groter is dan zijzelf. Ze wijst van zichzelf weg, naar de wereld om haar heen.

Morgen volgt ‘Gerechtigheid en broederschap. ’s Nachts op het strand. Nieuwe hoop.´

 

 

Onderzoeker en docent aan de Protestantse Theologische Universiteit. Oud-hoofdredacteur van tijdschrift de Helling.
Alle artikelen

Reactie toevoegen