“Afrikanen zijn geen slachtoffer”

Interview met documentairemaker Sorious Samura

De veel bekroonde documentairemaker Sorious Samura uit Sierra Leone velt harde oordelen over de Afrikaanse leiders: “Ze behandelen hun land als een prostituee”. Maar hij is net zo kritisch op de Westerse hulp: “Geld geven maakt afhankelijk”. 

Tijdens het kleine stukje lopen van het Amsterdamse Centraal Station naar zijn hotel wordt hij tot tweemaal toe staande gehouden door Afrikanen die hem herkennen, hem enthousiast begroeten en hem bedanken voor zijn werk. Documentairemaker Sorious Samura (42) is in korte tijd uitgegroeid tot een stem van de Afrikanen. Zijn films geven een indringend beeld van de grote problemen op het continent. De documentaire Cry Freetown (1999) over het gruwelijke geweld van de burgeroorlog in Sierra Leone, uitgezonden op BBC en CNN, zorgde voor een schok en leidde ertoe dat de VN tot ingrijpen overging. Daarna baarde hij opzien met Living with hunger waarvoor hij vijf weken bij een familie in een Ethiopisch dorp verbleef en met hen mee hongerde, en voor Living with refugees trok hij op met een op de vlucht gedreven Sudanees gezin. In november was de première van zijn nieuwe documentaire over aids (Living with aids). Hiervoor bivakeerde hij een maandlang in een klein ziekenhuis in Zambia.

Samura is geboren en getogen in Sierra Leone maar woont en werkt sinds een aantal jaren in London en was even in Nederland voor de Globaliseringslezing. Want hij heeft uitgesproken opvattingen over de hulp aan zijn continent: al dat geld maakt alleen maar afhankelijk.

De meeste beelden die we krijgen van Afrika zijn gemaakt door Westerse ogen. U bent Afrikaan, krijgen we dan iets anders te zien?
Samura: “De Westerse tv-reportages over Afrika zijn meestal 5-daagse haastklussen waarin Afrikanen altijd worden afgebeeld als ‘anderen’, meestal ook als slachtoffer, mensen die hulp nodig hebben. Ik ga voor mijn reportages ergens weken lang zitten, zodat mensen karakters worden, met hun goede en slechte kanten, hun emoties. De hoofdpersonen worden door de kijkers als mens herkent.”

Maar u toont ook weer vooral ellende. Ook bij u staat Afrika gelijk aan rampspoed.
“Maar dat is de realiteit. En tussen de ellende laat ik mensen zien, de hoofdrolspelers zijn geen slachtoffer, ze zijn helden. Journalistiek is selecteren en dan kies je voor het opzienbarende. Maar mijn verhalen zijn geen uitzonderingen, ze representeren miljoenen andere verhalen. Dit zijn nog niet de excessen.”

U hongert met de hongerenden, vlucht met de vluchtelingen, woont bij hen, leeft met hen. Het is een soort van Big Brother-tv.
“Dat is ook een goed format, maar mijn kritiek op al die reality-shows op de westerse tv is dat ze niet de realiteit laten zien. Die mensen spelen, het gaat niet over hun leven. Mijn films zijn real-reality. Ik volg ze de hele dag op de voet, tot op de wc. Ik laat mensen zien als een individu. Vaak gaat het bij honger over getallen: door aids sterven in Afrika elke dag 6000 mensen, ik laat individuen zien, mensen met een naam en een adres. Zodat de kijker zich er mee verbonden kan voelen en met hun problemen.”

Hoewel niet heel groot is hij een forse verschijning en ik vertel hem dat ik ondanks alle drama heb moeten glimlachen tijdens het kijken naar Living with hunger: hoe hij daar als grote, dikke man, honger lag te lijden tussen die magere Ethiopische boontjes.
Samura grinnikt. “Ik zal je vertellen, het was helemaal niet grappig, want dat ik zo fors ben was een groot probleem voor die dorpelingen. Ze beschuldigden mij er namelijk van dat ik, omdat ik zo dik was, een duivel was; ik was gevaarlijk want die dikte wees op begerigheid, ik was iemand die alles voor zichzelf houdt. Het heeft me heel veel moeite gekost hen op dit punt gerust te stellen. En nu ik dat zo vertel, realiseer ik mij dat deze botsing veel zegt over Afrika. De Afrikanen zijn te begerig, als ze de kans krijgen nemen ze alles. Ik bedoel niet dat Afrikanen egoïsten zijn. Als er iemand aanklopt, wordt er gedeeld. Maar dat is delen op basisniveau, onderling. Als het gaat over politiek en bestuur is er niks meer over van dat delen. Op het moment dat mensen politicus worden of zakenman, zodra ze die brug overgaan, veranderen ze. De leiders op alle niveaus in heel Afrika zijn alleen bezig zichzelf te verrijken. Dat is het grote probleem en de grote vraag is waar het door komt.”

Probeer die vraag eens te beantwoorden.
“De gewone Afrikaan kijkt enorm op tegen de elite: politici, chiefs, zakenmensen, onderwijzers zijn big men. Die kijk je niet in de ogen, je buigt voor ze. En daar gedraagt die elite zich ook naar. In plaats van dat gekozen vertegenwoordigers lopen voor hun kiezers, draaien ze het om: kiezers zijn slaven. Een big men heeft meer vrouwen, meer auto’s, meer huizen en dwingen zo bewondering af en wil iedereen worden als zij.”

Je praat over ‘Afrika’ en ‘Afrikanen’, alsof je dat hele continent op een hoop kan gooien.
“Ik haat het generaliseren over Afrika, maar het is vaak wel terecht. Veel gebruiken en problemen zijn dezelfde voor heel sub-Sahara-Afrika. Corruptie, aids, wat aan de hand is in Nigeria, gebeurt ook in Zamiba of Ghana. In al die landen is het gat tussen de leiders en de gewone man heel groot. Ik heb vroeger ook geleerd om te buigen. Je ziet nu dat er door westerse invloeden een kleine verandering komt, maar stel je er niet teveel bij voor. Het grootste deel van de elite heeft gestudeerd in het Westen, komt dan terug, neemt de posities in, stelt vrienden aan, en leeft onder het motto: let’s have a good time. Ze behandelen hun land als een prostituee: ze gebruiken het voor hun eigen behoeften. Het is moeilijk het te doorbreken. Wie niet meedoet is een rebel en wordt uitgesloten.”

Hebben we hier de verklaring voor de hele en halve zogenaamde ‘falende staten’ in Afrika?
“Falende staten? Ik ben geneigd te zeggen: falend continent. Kijk naar de feiten, hoeveel landen hebben leiders en regeringen die echt om hun mensen geven, en die niet afhankelijk zijn van hulp van het Westen? Kan je tellen op vingers van een hand. Botswana is de enige echte uitzondering, dat land doet het goed. Ghana gaat redelijk, Mauretanië ook en dan heb je het wel gehad. Ook Zuid-Afrika glijdt weg. Ik was hoopvol, maar de zaken gaan fout – het is spijtig om te zeggen – sinds de zwarten regeren.”

Hoe kan het anders?
“Het is makkelijk om vanuit een comfortabele stoel dingen te gaan roepen. Oplossingen zijn altijd moeilijk. Maar in alle bescheidenheid. Afrikanen moeten willen gaan investeren in hun eigen land. Een vereiste daarvoor is vertrouwen en daarvoor is het nodig dat leiders rekenschap leren geven en verantwoording afleggen.

“Kijk naar Zuid-Korea of Taiwan, die landen waren niks veertig jaar geleden, maar ze hebben een lift gebouwd naar de wereldmarkt. Door hun bevolking op te leiden. Dat is het vertrekpunt. En dan niet alleen taal en rekenen, maar kinderen ook leren wat mag en niet mag. Dat Westerse bedrijven zwart betalen zal je in die landen niet zien. Leer mensen verantwoordelijkheid en respect voor de wet, zodat ze nee durven zeggen tegen corruptie en oneerlijke verrijking. Leer mensen het belang van het land voorop te stellen. Dan kunnen we beginnen die ladder te beklimmen.”

Met vele anderen zegt u dus: het begint met onderwijs?
“Maar niet alleen alfabetiseren. Wat we nodig hebben is agressieve basis-educatie: over wat een samenleving is, wat hun rechten als burger zijn. In Europa zie je dat zelfs de laagst opgeleide mensen precies weten wat hun rechten zijn en niet over zich heen laten lopen. Dit is niet het geval in Afrika. Mensen zijn totaal niet geïnformeerd, weten niet wat verkiezingen precies betekenen. De Afrikaanse journalistiek mag zich dat ook aanrekenen. Informeer mensen dat stemmen iets anders is dan een zak suiker verdienen door een bepaalde naam aan te kruisen.”

U hebt geen hoge pet op van de huidige westerse hulp?
“Ik haat die hulp. De manier waarop ze gegeven wordt. Het Westen ziet Afrika als een bedelaarsschaaltje waar je geld in kan gooien. Afrika krijgt hulp die niet helpt om op eigen benen te staan. Dat moet je toch vaststellen na tientallen jaren hulp in deze vorm. Dus verander het. Er wordt geld gegeven, veel geld, maar dat helpt alleen voor de korte termijn, het maakt afhankelijk en het berooft Afrikanen van hun zelfrespect en maakt slachtoffers van ze. Geef hulp die krachtig maakt.”

Wat voor hulp is dat?
“Een langdurig commitment in educatie en onderwijs.”

Westerse ngo’s betalen zich suf aan schooltjes.
“Maar wie beheren die schooltjes? De overheid. En die zijn niet geïnteresseerd. Politici, bestuurders, autoriteiten, ik zei het eerder al: ze geven er echt niks om. Wat zijn de meest succesvolle scholen in Afrika geweest? De katholieke missiescholen. Die stuurden niet alleen geld, ze waren er bij, ze bestuurden die scholen, en voelden zich er verantwoordelijk voor. Dat is wat met hulp moet veranderen: niet alleen geld sturen maar ook meedoen, partnerschap, lange-termijnbetrokkenheid.

“In 1996 stuurde Groot-Brittannië politiemensen naar Sierra Leone om te helpen bij het opzetten van een politiemacht. Op dat moment was driekwart van de politiemensen analfabeet, die konden hun eigen voorschriften niet lezen. Nu geldt dat nog maar voor een kwart, dankzij die langdurige Britse betrokkenheid. Vergelijk het met de Marshallhulp na de Tweede Wereldoorlog toen Europa in puin lag en de VS zich langdurig committeerde en niet alleen financieel. Ik zou er ook voor pleiten dat in sommige situaties de VN een team samenstelt die in falende staten als Liberia of Somalië de boel overnemen en een flinke tijd lang de zaak beheren.”

Dat is een vorm van herkolonisatie.
“Nee. Jij denkt meteen aan witte mensen die dan de baas worden, maar waarom zouden het geen zwarten kunnen zijn? Jullie journalisten zijn zo bang voor politieke incorrectheid. Wij hebben hulp nodig, maar goede hulp, blijvende betrokkenheid. Zoek daarbij deskundige Afrikanen. Natuurlijk kan dat alleen als je daarvoor steun hebt van de lokale bevolking. In mijn documentaire Cry Freetown hoor je de mensen roepen: ‘Bring back the English’.

Ik ken mensen in Sierra Leone die betrokken waren bij een groot financieel schandaal, vulture gate, en die hebben heel wat geld in hun zak gestoken. Een paar jaar later waren ze in dienst van de VN-macht die toen de zaak overnam. Deze mensen hebben geen cent verspild. Omdat ze deel uitmaakten van een organisatie met regels en verantwoordingsplicht. Ze durfden niet eens. Mensen hebben een structuur nodig, dan leveren ze goed werk af.

“Het liefst zou ik ook willen zeggen: we doen het zelf, maar dat kunnen we niet. We hebben steun nodig, maar respectvolle steun. Ik haat de Afrikanen die het Westen de schuld geven – we zijn zelf verantwoordelijk.”

Is er reden voor het Westen zich schuldig te voelen?
“De kolonisatie was een vorm van uitbuiting, maar hoeveel generaties zijn we nu verder? We moeten het achter ons laten. Er is een Brits spreekwoord dat zegt: ‘A fool at forty is a fool forever’, welnu, de meeste Afrikaanse landen zijn ongeveer 40 jaar oud, dus …”

Zou het ook goed zijn voor het Westen als ze haar schuldgevoel kwijt zou raken?
“Het Westen heeft fouten gemaakt, maar jij was daar niet bij. Schuldgevoel is improductief. Het maakt van Afrika een slachtoffer en van hulp een afkoopsom. Weg ermee. Europa heeft een buur en die heeft steun nodig, en die moet Europa geven omdat ze zelf ook van die buur afhankelijk is.”

De directeur van de VN-Millenniumdoelen, Jeffrey Sachs, maakt van onderontwikkeling een praktisch probleem dat je ook praktisch op kunt lossen,en die oplossingen zijn voorhanden. Het is alleen een kwestie van uitvoeren: malaria bestrijden door klamboes uit te delen.
“Als Sachs en zijn kornuiten het over aids hebben roepen ze ‘condoms, condoms, condoms’. Word wakker, zou ik zeggen. Sachs heeft niet in de hitte van de problemen gestaan. Ik heb nu net een nieuwe documentaire gemaakt over aids: Living with aids. We hebben vijf weken in een dorp in Zambia gezeten, midden in de aids-problematiek. Het is verbonden met cultuur. Die jongens hebben hun eerste seks op acht-, negen- of tienjarige leeftijd. Dat is in heel Afrika zo. Ik zal eerlijk zijn, het geldt voor mij ook. Ik had mijn eerste seks vóór mijn tiende en ik ben er niet trots op. Maar hoe gaat dat. Je leeft met de hele familie in een kamer, overdag en ’s nachts, dus je ziet wat je vader en moeder doen. Dat doe je na. Waar ben je dan als je condooms wilt gaan uitdelen aan 17-jarigen? Ik heb wel eens voor de grap gezegd: ‘bouw een slaapkamer voor alle ouders’. Hulp is veel moeilijker dan de VN en Sachs nu voorspiegelen. Ik ga niet zeggen dat de Afrikaanse man promiscuer is dan de Europese, wel dat de Afrikaanse vrouw minder empowered is dan de Europese vrouw. Daar ligt een antwoord. Dat vraagt om langdurig engagement. Je moet diep die samenlevingen in, dicht op families zitten, met agressieve educatie. Het heeft ons drie jaar voorbereiding gekost om te kunnen gaan film in dit dorp, om toestemming en vertrouwen te winnen, en dan zijn wij alleen maar een filmploeg.

“Hetzelfde geldt voor armoede en honger. Dat is geen kwestie van voedsel of zaaigoed sturen. Je moet naar al die dorpen en oplossingen bedenken voor velerlei lokale obstakels. Er is geen quick fix. Die millenniumdoelen is typisch iets dat is bedacht door buitenstaanders. Ik denk niet dat er veel Afrikanen zijn die daar ooit van gehoord hebben.”

De documentaires van Sorious Samura zijn te verkrijgen via www.insightnewstv.com.

Jelle van der Meer is journalist en publicist.
Alle artikelen