“Als we mensen niet het goede aanreiken, kiezen ze voor het kwade”

Interview met filosofe Susan Neiman

Links is haar morele kompas kwijt. Ze omarmt relativisme en ironie en vergeet dat mensen behoefte hebben aan een publieke opvatting over goed en kwaad. Zo oordeelt de filosofe Susan Neiman. Ze schiet te hulp met een pleidooi voor moreel idealisme gebaseerd op de Verlichtingswaarden.

Susan Neiman is niet alleen professor en boekenschrijver, maar ook actievoerder. In 2008 ging ze canvassend langs de deuren in de verkiezingscampagne van Obama. “Het was mijn plicht als burger om te helpen de Republikeinen te stoppen. Bush was op de weg naar fascisme, hij is zeker een proto-fascist. Ja, daar mag je me op quoten. Inmiddels zijn er veel artikelen verschenen waarin het Duitsland van de jaren dertig wordt vergeleken met de VS van Bush, ook in New York Times, toch geen linkse krant. In Europa is te weinig onderkend hoe slecht hij was.”

De Amerikaanse filosofe doceerde aan Yale en is nu directeur van het Einstein Forum in Potsdam. Onlangs was ze in Nederland voor een serie optredens, waaronder de Pierre Bayle-lezing. Met de titel van haar laatste boek Morele Helderheid refereert Neiman aan Bush, die die term gebruikte in zijn strijd tegen het zelfbenoemde kwaad. “Dit boek is mijn antwoord daarop.” Geen polemiek tegen rechts, maar peptalk gericht op links. Het boek wil links een alternatief in handen geven voor het monopolie dat rechts heeft veroverd op het gebied van de moraal.

Susan Neiman houdt links een bestraffende en een opbeurende boodschap voor. Het was een fatale fout om de utopische vergezichten, het geloof in morele vooruitgang op te geven voor pragmatisme en belangenpolitiek. Daarmee is het ook morele kompas van universele principes van rechtvaardigheid uit handen gevallen. Links omarmde het relativisme en wees het spreken over waarden af. Wie de rechtse roep om waarden bedrog noemt, schrijft Neiman, vergeet wat deze mensen bieden. Conservatieven bieden een publieke opvatting over goed en kwaad, terwijl links daar geen eigen versie tegenover weet te stellen. “De taal van links is een taal gekleurd door teleurstelling en het voornemen zich niet nog eens voor de gek laten houden nu eerdere mooie praatjes zijn ontmaskerd. Met zo’n taal kan je weinigen voor je winnen.”

De opbeurende boodschap van Neiman is dat het morele verhaal van links terug te winnen is. Ze bepleit een moreel idealisme geënt op de tegenwoordig zo bekritiseerde Verlichtingswaarden. Ze verdedigt het optimisme, het geloof in vooruitgang, het geloof in moderniteit. Neiman komt niet met voorstellen voor een specifiek programma. Ze wil herwaardering van principes die door cynisme in diskrediet zijn geraakt, zoals ‘goed’ en ‘kwaad’. En ze gaat op zoek naar nieuwe waarden. Tegenover de volgens haar flets en krachteloos geworden waarde van tolerantie komt zij met geluk, rede, eerbied en hoop.

Als u over links spreekt en schrijft, gebruikt u de woorden ‘wij’ en ‘ons’. In Europa is het zeldzaam geworden dat intellectuelen dat doen. Ze kiezen voor de comfortabele commentatorpositie. U identificeert zich met links?
Neiman: “Eerlijk gezegd heb ik enorm getwijfeld welk woord ik in het boek zou gebruiken: links, progressief, liberal? De laatste term is te zwak, die heeft geen inhoud meer. Ik hou van het alternatieve woord ‘progressief’, maar mijn verwijt is nu juist dat veel progressieven het geloof in vooruitgang hebben losgelaten. Alles wat ze zeggen ondermijnt het idee dat de wereld beter kan worden. In tweede druk heb ik alsnog ‘links’ vervangen door progressief. Het label ‘links’ is misschien achterhaald. De Obama-campagne laat zien dat je zonder dat label meer kans hebt mensen te winnen.”

“Overigens is er altijd discussie geweest over wat links is en wat niet. Gaat het om het materialisme of moralisme? Het begon met de verlichtingsidealen van de Franse revolutie en het parool van vrijheid, gelijkheid, broederschap. Vervolgens komt Marx. Zijn kritiek op het kapitalisme was ook een morele: we kunnen niet leven over de rug van de arbeider, want dat is een moderne vorm van slavernij. Maar hij kwam ook met het materialisme, het geloof dat alleen de economie en de materiële behoefte de wereld beweegt. Van daaruit kan je geen morele kritiek hebben. Dan gaat het om een proletariaat dat opkomt voor zijn belangen. Elk idee van morele rechtvaardigheid is dan verdwenen.

“Links heeft altijd heen en weer gezwalkt tussen de morele, universele claim of de claim van klassenstrijd. Dat laatste is niets anders dan een tribale claim: jouw klasse onderdrukt die van mij en nu is het mijn beurt. De eerste gaat over hoe een samenleving moet worden ingericht die goed is voor allen. Dat is het oude Amerikaans civil-rightslied: All men are slave till their brothers are free. Daar geloof ik in. Dat is het morele verhaal van socialisme.” 

De hele socialistische geschiedenis is een strijd tussen deze twee opvattingen, zegt ze en somt vol spot een paar hoogtepunten op: Kautsky op Tweede Internationale, de Trotsky-Stalin clash, de Moskou-trials. “Waar het gebeurde, daarover verschil iedereen van mening, maar de notie van de klassenstrijd won.”

Toen kwam de Val van de Muur en had links niks meer. En koos voor de markt.
“Uiteindelijk is 1989 natuurlijk een desastreus jaar geweest voor ons. Niemand had willen toegeven hoe slecht het reëel bestaande socialisme was geweest. Het grootste misdrijf van Stalin is misschien wel het ombrengen van de idealen zelf geweest. Elk appel op universalisme was een leugen.”

U wil nu dat universele verhaal nieuw leven in blazen. Waarin verschil dat van het oude?
“Ik wil terug naar de Verlichtingswaarden. Natuurlijk leren we bij, weten we nu dingen die ze toen niet wisten. Maar de Verlichting is het beste wat we hebben. Er zijn maar twee alternatieven. Aan de ene kant de conservatieven met hun reactionaire, premoderne verhaal dat het met de Verlichting en haar vrijheidsdenken fout is gegaan, dat de mens slecht is en gebonden moet worden. Aan de andere kant de postmodernen die de waarheid ontkleed hebben en slechts nihilisme aanbieden. Beiden verwerpen het geloof in vooruitgang. Dan is voor mij de keuze makkelijk. Ik ga terug naar de Verlichting en geef die waarden wat meer vlees en bloed.”

U zegt dat links weer moet moraliseren en moet durven spreken over goed en kwaad als universele waarden. Kan dat, wat is ‘goed’ en wat is ‘kwaad’?
“Ook wat universeel is heeft voor betekenis een specifieke context nodig. Kijk, ik heb een rotsvast geloof dat we als mens morele vooruitgang boeken: we leren over ‘goed’ en ‘kwaad’. Drieduizend jaar geleden was het op sommige plaatsen op de wereld normaal een kind te offeren om een God te verzoenen. Wij doen nu misschien vreselijke dingen maar dat doen we niet. Niet zo lang geleden was martelen normaal, nu niet meer; ik zeg niet dat het niet voorkomt, maar we zijn het er over eens dat het verkeerd is. We leren over moraal, voortdurend, door de tijd, en dat kan je zeggen zonder een relativist te zijn. Ik denk niet dat de conclusie is dat de woorden ‘goed’ en ‘kwaad’ niets meer betekenen als ze steeds nieuwe inhoud krijgen.” Ze verwijst naar Kant. “Die zei dat het bij moraal niet om waarheid gaat. Waarheid vertelt ons wat de wereld is, moraal hoe die zou moeten zijn.”  

U kritiseert het relativisme van links. Welke waarden heeft links opgegeven?
“De meeste. Vooral vooruitgang. De standaard reactie van een linkse intellectueel is: ‘in Europa heeft vooruitgang veel schade berokkend, is er wel winst?’”

Ze schuift naar voren en begint een anekdote te vertellen. “Luister, dit is interessant. In de VS zijn vrouwen op de meeste plekken niet veilig. Dat is iets wat je al heel jong leert. Je loop niet overal zomaar rond. Als je een flat huurt, vraag je eerst of de buurt wel veilig is. In de VS is er een permanente oorlog tussen rijk en arm. Toen ik in Europa kwam wonen ontdekte ik tot mijn verrassing dat je hier als vrouw niet steeds over je schouder hoeft te kijken, dat je midden in de nacht naar huis kan lopen. Dan ontdek je dat verdeling van welvaart leidt tot meer veiligheid, ook voor de rijkere burgers.”

Links is te weinig trots op haar successen, ze vergeet ze te claimen?
Ze schiet overeind. “Ja. Dat is de slechte kant van zelfkritiek. Links is veel beter dan rechts in zichzelf onder de loep te nemen maar ze weten nooit waar te stoppen. Ze zijn beschroomd successen te claimen als niet alles is bereikt. Het tekort wordt benadrukt.”

Welke successen zou ze kunnen claimen?
“De strijd tegen racisme en seksisme. De rassengelijkheid en vrouwengelijkheid. In ieder geval in de VS.

Geheel dankzij links?
Verontwaardigd: “Natuurlijk! Je kan de burgerrechtenbeweging niet anders zien dan een strijd van links.”

Wat zijn de rechtse successen?
Ze valt stil. Zucht. “Ik ben een partisan.” Lacht. “Laat me een ding noemen. Ze presteren weinig, maar vertellen wel mooie verhalen. Ze hebben nu de taal van het universalisme overgenomen. In de VS is dat zo sinds 11 september. Op dat moment ging rechts claimen dat ze voor de goede zaak oorlog voerde. Tegen de tribale fanatici in de bergen van Torabora, in de naam van universele waarden. Voor Europa is dat de poging van Turkije om lid te worden van EU. Plotseling zie je, tot mijn grote ergernis, de christendemocraten praten over vrouwenrechten. Opportunisme. Rechts heeft ook de taal overgenomen over ‘verantwoordelijkheid’. Ondertussen laten ze de wereldeconomie schipbreuk lijden en gaan er vandoor met miljoenen aan bonussen. Ze zijn hypocriet.”

Waarom zou links dat niet zijn als ze spreekt over moraal en waarden?
Hapt even naar adem. “Waarom zou ze dat zijn? Je bent niet hypocriet als je handelt naar de waarden die je preekt. Natuurlijk, niemand van ons handelt zuiver genoeg, op een enkele uitzondering na, maar links doet tenminste een poging.” 

Is het niet de tragedie van politiek, rechts én links, dat ze beloftes moet doen die niet haalbaar zijn? Obama preekte hoop maar zaait teleurstelling.
“Luister, hij zit er pas een jaar.”

Dat is de tragedie. Politici krijgen niet de tijd.
“Hij werd door Bush opgescheept met de grootste rotzooi die ooit in de wereldgeschiedenis aan iemand is achtergelaten. Je had cartoons met teksten als: ‘witten gebruiken altijd zwarten om hun troep op te ruimen’. Centrum-links is er in geslaagd een enorme energie te mobiliseren in de verkiezing van Obama, nu doet rechts dat in een campagne kill Obama. Links vergeet dat je moet blijven mobiliseren.”

U probeert het linkse moralisme nieuwe inhoud te geven met vier waarden: geluk, rede, eerbied en hoop. Tolerantie noemt u krachteloos.
“Tolerantie is leeg. Daar wordt niemand warm van. Je tolereert iets dat je eigenlijk niet waardeert. Zoals een vieze lucht. Liever heb ik dat die verdwijnt, maar ik tolereer het omdat ik ermee opgescheept zit. Dat is niet de manier om racisme te bestrijden.”

Je kan mensen niet vragen hun opvattingen te veranderen. Je kan wel vragen anderen te accepteren als buurman.
“Dat is het minimum en ik denk dat we veel beter kunnen.”

De klassieke Verlichtingsidealen zoals vrijheid, gelijkheid en broederschap zijn vooral collectieve waarden. De nieuwe waarden die u naar voren schuift zijn meer gericht op persoonlijk handelen. Welke betekenis kunnen ze hebben voor politiek?
“Het is inspiratie, naast de andere ideeën van de Verlichting die grotendeels formeel zijn. Natuurlijk geloof ik in eerlijkheid, in vrijheid en gelijkheid, maar ze zijn daar. We kennen ze. De manier waarop ze bekend zijn, maakt ze versleten. Om jonge mensen te inspireren naar de idealen van de Verlichting te handelen heb je begrippen nodig die mensen kunnen emotioneren en inspireren. Het beeld van de Verlichting is koud, passieloos, formalistisch. Je ziet dat mensen heel geïnspireerd raken door meer fundamentalistische ideeën, die brengen iets tot leven. De verlichtingidealen lijken dood, of in ieder geval bleek. Wat ik doe met die waarden en uiteindelijk ook met helden die die waarden belichamen, is er weer leven in blazen.” Ze komt met een verkapte waarschuwing. “Mensen willen zin en betekenis geven aan hun leven, zonder dat kan het niet. Als we ze niet het goede aanreiken, kiezen ze voor het kwade.”

Neiman bespreekt in haar boeken voorbeelden van het kwaad. Dan komen de namen Bush, Rumsfeld, Abu Ghraib veelvuldig langs. Vervolgens gaat ze op zoek naar voorbeelden van het goede. Ze wijst vier ‘Verlichtingshelden’ aan, allen burgers die voor grote daden kiezen als vrijwilliger worden in Afghanistan of Palestina.

Kunnen politici ook helden zijn?
“Lastig. Ik had nooit gedacht dat politici die waarden zouden belichamen, tot Obama in het vizier kwam. Ik las zijn boeken en die zijn geweldig, vooral de eerste. Natuurlijk moest hij om serieus kandidaat te zijn compromissen sluiten over de idealen die hij in zijn boeken noemt. Nu is de vraag: hoe ver kan je gaan in die compromissen zonder ontrouw te zijn aan die idealen.” Ze dicteert nu staccato: “Kunnen ze de zaken vooruitbrengen in lijn met die idealen? Een beetje vooruitbrengen?” Stralende glimlach: “Als we dat allemaal doen, zijn we allemaal helden.”

Susan Neiman, Morele Helderheid. Goed en kwaad in de 21ste eeuw; Ambo, 2008.

Jelle van der Meer is journalist en publicist.
Alle artikelen