4 minuten

Column: Het nieuwe onbehagen

De verkiezingen komen er aan, maar buiten het circus van applauswedstrijdjes tussen lijsttrekkers van de politiek partijen leeft een ander gesprek. Het is een gesprek over ‘het nieuwe onbehagen’.

Een groeiend deel van de intellectuelen voelt zich niet thuis in het folkloristische Nederland van Balkenende, het hysterische Nederland van (tot verkort) Hirsi Ali en Afshin Ellian, en het ijzeren Nederland van Rita Verdonk. Deze intellectuelen verlangen terug naar rede en pragmatisme. Bas Heijne, Michaël Zeeman en J.J.A. van Doorn, de nestor van de Nederlandse sociologie, zijn de belangrijkste scherpschutters van deze groeiende groep. Maar ook jonge politieke activisten laten hun onvrede horen over de zuinige en zielloze taal en ideeën van de politieke elite. Zie bijvoorbeeld het initiatief Lux Voor, dat bestaat bij de gratie van een gedeelde onvrede van jonge politiek-activisten van verschillende signatuur. Evenmin voelt de jonge, goed opgeleide tweede- en derdegeneratie immigrante zich thuis en gerepresenteerd in het huidige, etnocentrische Nederland.

De nog onbenoemde en onbekende partij van mensen die de hysterie beu zijn en houvast zoeken bij deugden als gematigdheid en inschikkelijkheid enerzijds en kosmopolitisme en durf tot groots denken anderzijds, is inmiddels de grootste partij in het land, dunkt me. Deze groep vindt dat Nederland bezig is op slot te gaan. De politieke elite – ook Groenlinks – strijd om een kwartje meer of minder en profileert zich op een millimeter verschil. Niet alleen de nuchtere maar ook de vliegende Hollander naar de oneindige horizon is zoek.

Terwijl we in Afghanistan in een oorlog verzeild zijn geraakt (ik was vóór) en in Libanon zo goed als zeker een mijnenveld binnen zullen stappen (ik ben tegen); terwijl de onrust in Nederland, tussen moslims en autochtonen, niet los gezien kan worden van de gehoorzame houding van Nederland jegens de oorlogszuchtige Bush; ondanks dat is het buitenland nauwelijks een issue bij de komende verkiezingen. Geen enkele partij durft het aan er een hoofdzaak van te maken de kiezer te laten zien dat de grenzen van de natiestaat en de verzorgingstaat doorlaatbaar geworden zijn. Want wie hiermee zou durven te komen, moet ook nieuwe ordeningen en betekenissen achter de hand hebben. Hoe een verzorgingstaat op poten houden in een open arbeidsmarkt? Hoe de nationale soevereiniteit garanderen in tijden van supranationale instituties als Europa? Om dergelijke nieuwe concepten is het land verlegen.

‘De vervuiler betaalt!’, is de stoerste zin die ik in de verkiezingsprogramma’s aantrof. Onze politici, vaak in een veelkleurig koor, komen niet verder dan een pleidooi voor kleinere schoolklassen, goedkopere kinderopvang en hogere belasting voor de grotere auto. Dat zijn de flinkste innovatieve stappen die de huidige politiek elite durft te nemen. En dat is niet flink genoeg.

De Nederlandse politiek is overbevolkt met vergadertijgers en carrièrepolitici. De zogenaamde ‘nieuwe gezichten’ komen uit het web rond de politiek: het zwaar gesubsidieerde maatschappelijke middenveld, de kranten, de debatpodia en de denktanks. Risicomijdende banen met een focus op het Haagse en de grachtengordel. De grootse wereldervaring van de doorsnee Nederlandse politici is een stage in een grijs verleden in Brussel of een stad op vergelijkbare afstand, bedoeld voor de CV. Oh zeker, er zitten veel zelfverklaarde kosmopolieten tussen deze politici, maar dat is een kosmopolitisme gevonden in boeken en uit het hoofdgeleerd – het is niet hun tweede natuur.

Nederland moet uit zijn sombere en chagrijnige kleinzieligheidskooi bevrijd worden en daartoe acht ik de huidige politici niet in staat. Het is daarom zaak op zoek te gaan naar de heavy users van het internationale en van de geleefde werkelijkheid van de multiculturaliteit, de activisten en de internetters, de reizigers en de luisteraars. De lezers die eerder The Economist raadplegen dan de kranten en tijdschriften van gefrustreerd en gedesillusioneerd links, zoals de Volkskrant of Vrij Nederland. De tv-kijkers die de banaliteit die op de Nederlandse netten tentoongesteld wordt vermijden en zich bedienen van de nuchtere nieuwsanalyses van de BBC. Kritische geesten zijn er in groten getale, maar vooralsnog zijn zij onzichtbaar en onhoorbaar.

Het probleem van het verwaande, in de multiculti-illusie en new-economy fantasie zwelgende Nederland van het vorige decennium was zijn relatieve rijkdom. Het probleem van Nederland nu wordt zo langzamerhand zijn absolute domheid. Vier jaar na de Fortuynistische revolte is het onbehagen onder de burgers ineens weer relevant. Maar dit keer is het het onbehagen van de kosmopoliet, de pragmaticus en de kritische geest.

Let goed op, er is een nieuw politiek landschap in de maak.

Gerelateerde artikelen