Column: Tegen zuinige energie

Zomergast Willem Schinkel wilde graag een fragment zien van mei ‘68 in Parijs. Omdat je je daar als geëngageerd, kritisch socioloog van nu toe dient te verhouden. Maar mei ‘68 indachtig zou je moeten zeggen dat dat voor ieder geëngageerd persoon geldt. Wat Schinkel aansprak was de energie van 1968. Inhoudelijk bleek de revolutie van toen, aldus Schinkel, achteraf niet meer dan een symbolische breuk die juist een nieuwe vorm van (belevenis)kapitalisme rechtvaardigde.

Het is niet zo verwonderlijk dat wat je zou willen vasthouden van 1968 juist de ‘revolutionaire’ energie is, want links van nu heeft zijn eigen kritiek wel, maar lijkt die energie te missen. Misschien positioneert Schinkel zich daarom wel ‘links van links’. Wat mist is de energie om de aanval in te zetten, de energie om dingen te veranderen, de energie om iets in beweging te zetten. Het links van de zuinige energie mist aandrijfkracht.

De energie van de radicale actievoerder bijvoorbeeld. Er zijn radicale actievoerders in alle tijden. In de jaren tachtig was Wijnand Duyvendak er daar een van. Duyvendak, en met hem zijn partij en de linkse politiek (denk aan minister Cramer), lijkt nu een heilig ontzag te hebben voor de bestaande grenzen van de wet. Maar verkeert een politicus niet in een uitgelezen positie om die grenzen juist kritisch te bevragen en om wetten aan te passen?

Zijn dit de radicalen van nu, zij die opkomen voor een bedreigde orde? De ‘radicale energie’ waarmee rechts dat doet staat in schril contrast met de zuinige energie die linkse politiek uitstraalt. De reacties op de commotie die is ontstaan na Duyvendaks bekentenissen over zijn actieverleden (of zijn die reacties de commotie?) van Femke Halsema, Jacqueline Cramer en Wijnand Duyvendak zelf bijvoorbeeld, geven het gevoel dat zij zich willen indekken, zich willen verdedigen tegen een kritiek van rechts die zij daarmee meteen rechtvaardigen.

Is de linkse politiek bang? Het is alsof links een behoudend gevoel geïnternaliseerd heeft. Alsof links zichzelf censureert, als een prematuur antwoord op de verwachte reacties van publiek en politiek. Het is het antwoord van een links dat niet langer actie voert maar reactie voert. Dat niet aanvalt maar zich verdedigt en steeds verder wegkruipt in een steeds nauwer hoekje.

Links en rechts lijken op hun eigen manier even behoudend. Alleen doet rechts – zowel nieuwe rechtse politici als Verdonk en Wilders, als traditionele (Mark “Groen Rechts” Rutte) – dat met veel meer energie, door die behoudzucht voor te stellen als een radicale verandering ten opzichte van een als ouderwets links neergezette heersende opinie. Dat zo’n energie overtuigend is blijkt wel als we dat allemaál bijna gaan geloven. Het tegengestelde is echter het geval: een discours dat de orde wil behouden overheerst inmiddels, en Willem Schinkel heeft het goed gevoeld als hij iets van de energie van ‘68 zou willen meenemen. Voor de geëngageerde en kritische persoon is de eerste stap om die energie te vinden het veranderen van dat discours. Door zich er niet voor te hoeden, maar het in eigen termen te voeren. Termen die nog niet vol zijn van de connotaties die ons steeds terugwerpen in het heersende debat. En door daarin zo min mogelijk op zuinige energie te vertrouwen.

Oud-redacteur van de Helling.
Alle artikelen