De rationele mens bestaat niet

Een pleidooi voor framing

Woorden hebben een enorme invloed op hoe we denken en naar de wereld kijken. Framing is daar een essentieel onderdeel van: de ingesleten verbanden tussen woorden en waarden in het brein sturen de interpretaties van nieuwe informatie. Dit heeft grote consequenties voor de politiek.

Tijdens de landelijke verkiezingen in 2011 vertelde mijn moeder me woest: ‘weet je waar de VVD voor staat?! Villasubsidie! Belachelijk!’ (De SP lanceerde deze term als alternatief voor hypotheekrenteaftrek). Toen ik haar vroeg of ze wist hoe die regeling nog meer genoemd wordt, bleef ze me het antwoord schuldig. Ze kent nu beide namen, maar door het gebruik van villasubsidie veranderde haar mening over de hypotheekrente voorgoed.

Teveel progressieve denkers houden geen rekening met kennis over framing. Een bekend links dogma is ‘Het politieke debat moet zich richten op feiten en argumenten: puur op de inhoud. De vorm is secundair’. Gebrek aan kennis en bewustzijn over de werking van taal en framing in het bijzonder zorgen ervoor dat GroenLinks niet optimaal gebruik maakt van een van haar meest machtige instrumenten: de taal. Daarom wil ik hier uitleggen hoe het werkt en pleiten voor een investering in taal. Mijn stelling: stop ermee jezelf blind te staren op argumentatie; GroenLinks moet structureel investeren in framing om politiek effectief te zijn. Wat is de werking van het politieke brein en wat is de rol van taal en framing?

Het politieke brein

Een van de grootste blinde vlekken in de wetenschap is de werking van de hersenen, stellen zowel hersenwetenschapper Victor Lamme, psycholoog Ap Dijksterhuis, neurowetenschapper Drew Westen als neurolinguïst George Lakoff. We weten namelijk immers veel over wát we allemaal kunnen (abstraheren, taal produceren, emoties voelen enzovoorts), we weten alleen relatief weinig over hoe dat in ons brein gebeurt.

Een van de denkers die met zijn cogito ergo sum, ik denk dus ik ben, een zwaar stempel heeft gedrukt op het debat over het denken is de Franse zeventiende-eeuwse filosoof René Descartes. Wat hem betreft maakte het bezit van de rede de mens superieur aan het dier. Ons bewustzijn onderscheidt ons van andere levende wezens. Mensen zijn rationele wezens, die bewuste en afgewogen keuzes kunnen maken. Het rationalisme komt op tijdens de Verlichting als verzet tegen de willekeur en wreedheid van de machtige instituties van dat moment: kerk en vorst. Het was een middel tot emancipatie. De ‘rationele mens’ vormt nog altijd de basis van politiek, in het bijzonder van progressieve politiek.

Recent hersenonderzoek corrigeert echter de idee van de rationele mens vrij radicaal. Descartes plaatste het denken buiten het lichaam.1 Dat dit onjuist is, lijkt zeer aannemelijk dankzij allerlei breinonderzoek: ons commandocentrum zetelt in de hersenen en staat dus niet los van het lichaam.

Ook de veronderstelling dat we baas zijn over onze gedachten en ervaringen wordt door dit hersenonderzoek ondermijnd. Zo beschrijft Westen in zijn boek The political brain dat iedereen onbewust tot op zekere hoogte racistische denkbeelden heeft.2 Linkse mensen zijn bijvoorbeeld geneigd zich te schamen wanneer zij zich ongemakkelijker voelen als ze een groepje allochtonen tegenkomen dan bij een groepje autochtonen. Het overkomt ze onwillekeurig: het is reflexief in plaats van reflectief. Die reflex komt uit het onbewuste. Dit wordt door Dijksterhuis  in Het slimme onbewuste gedefinieerd als ‘alle psychologische processen waarvan we ons niet bewust zijn, maar die ons gedrag wel beïnvloeden’.3 Dijsterhuis’ definitie staat overigens los van het vergezochte Freudiaanse onbewuste waarbij alles aan seks gekoppeld was. Het moderne onbewuste vormt het meest invloedrijke deel van het brein, in plaats van het bewustzijn. Het onbewuste interpreteert dingen en neemt keuzes, het bewustzijn reageert daarop, achteraf.  Lamme noemt de vrije wil in De vrije wil bestaat niet dan ook ‘de kwebbeldoos’.4

Kiezers aanspreken met argumenten lijkt niet erg zinvol als rationalisering pas plaatsvindt als de keuze onbewust al is genomen. Westen onderschrijft dit: de rol van de ratio is verwaarloosbaar in het stemhokje. Hij stelt: ‘the road to victory is paved with emotional intentions’.5 Bijna alle dingen die onze keuzes beïnvloeden vinden plaats in het onbewuste. Dit heeft alles te maken met menselijke emotie (onze wensen, angsten en waarden). De redenen die mensen geven voor hun keuzes (zoals hun stemgedrag) worden pas achteraf door de rede bewust geverbaliseerd. Die hadden dus niet of nauwelijks invloed tijdens het moment van kiezen. Om mensen echt te raken kun je ze daarom beter aanspreken op een manier die hun onbewuste, emotionele zijde raakt. Pas dan heeft het een effect.

Taalpakketjes

Taal werkt eigenlijk grotendeels onbewust, naast het bewuste deel. We krijgen immers onze woorden wel aangereikt, maar we weten niet precies hoe ze opgediept worden uit het brein. Soms ligt iets op het puntje van onze tong, maar kom je er toch niet op.

Taal wordt vaak geassocieerd met de ratio. Door middel van taal beschrijven we de dingen die we zien en meemaken, overleggen we met elkaar en beargumenteren we beslissingen. Maar dat is slechts het topje van de ijsberg. In ons hoofd is taal ook een grote regelaar als het om onze onbewuste emoties en wereldbeelden gaat. Veel van die activiteit raakt ons nooit bewust. Een voorbeeld. Als we in een zin het woord ‘bank’ lezen, worden er in het brein in het brein twee soorten banken geactiveerd: de geld bewarende bank en de bank waar je op kan zitten. Welke bank het moet zijn blijkt meestal al snel uit de context, de ‘foute’ betekenis wordt dan weer opgeborgen, zonder dat we in de gaten hebben dat we beide woorden hebben overwogen.

George Lakoff laat met een simpel voorbeeld zien hoe onontkoombaar deze activatie van taal is. Hij vraagt zijn studenten: ‘don’t think of an elephant’. Hoewel het een duidelijke opdracht is, kan niemand zich er aan houden. Tegen wil en dank wordt het beeld van een olifant geactiveerd als het ter sprake komt. Ons talig brein doet het werk voor ons, of we dat nou willen of niet.  Woorden en zinnen hebben een bewuste, maar ook een onbewuste impact. Het is nou juist dat tweede dat grotendeels onze voorkeuren vormt en het bijbehorende gedrag stuurt.

Dat brengt me terug bij framing. Frames zijn taalpakketjes, netwerken in ons hoofd. Frames verbinden bepaalde concepten en waarden aan elkaar. Neutrale taal bestaat niet, elk woord heeft een culturele en persoonlijke connotatie. Frames worden ons al vanaf onze geboorte ingeprent. Denk aan de begrippen zwart en wit (of blank) associëren we met slecht en wit met goed, zoals wit bij sneeuwwitje en zwart als rouwkleur. In rassentheorieën speelden dergelijke associaties als vanzelfsprekend een rol.

Nieuwe frames worden ook nu nog ontwikkeld: de term ‘islamisering’ is een poging om immigratie te koppelen aan angst voor culturele assimilatie. Er worden connecties gelegd en versterkt, waardoor veel mensen wanneer ze voortaan het één horen, ook het ander activeren. Zo kan framing wenselijke en onwenselijke kanten opsturen. Duurzaam wordt bijvoorbeeld steeds vaker met modern geassocieerd, wat voor GroenLinks een prettige ontwikkeling is, aangezien vooruitstrevendheid een positieve waarde is. Maar herhaling maakt ongeloofwaardige frames ook steeds geloofwaardiger.6 Zo werd Wouter Bos steeds meer met ‘draaikont’ geassocieerd. Oneerlijkheid is een waarde waar je niet aan gekoppeld wilt worden! Samenvattend zegt Frank Luntz, communicatiestrateeg voor de Republikeinen, in Words that work treffend wat framing betekent: ‘it’s not what you say, it’s what people hear’.7 Daar moet je als communicator dus bij stilstaan: wat zend je nou eigenlijk? Is dat wel datgene wat je bedoelt te zenden? Zoals (opnieuw) het ogenschijnlijk neutrale en veelgebruikte ‘hypotheekrenteaftrek’. In dit woord zit een positieve interpretatie verscholen, namelijk aftrek (positief) van rente (negatief). Wanneer GroenLinks zegt tegen de huidige hypotheekrenteaftrek te zijn, dan is dat het op het rationele niveau een neutrale boodschap, maar op framingniveau een negatieve boodschap.

Met framing kies je welke kant je wilt belichten, welk verhaal je wilt vertellen. Rita Verdonk richtte een nieuwe partij op met als leus ‘ik ben niet links, niet rechts, maar recht door zee!’. Deze leus typeerde haar beweging als een van buiten de Haagse stolp, als integer en als duidelijk. Maar het werkte tegen haar toen ze in financiële moeilijkheden kwam. Een eigen frame kan zich ook tegen de framer richten. Overigens is leugens vertellen geen framing, maar ‘spin’. Bij framing kies je een invalshoek zonder dat de feiten onjuist zijn, bij spin worden de feiten aangepast aan het gewenste verhaal.

Goed omgaan met framing betekent dus twee dingen: oppassen voor de woorden van de tegenstander en tegelijkertijd nadenken over je eigen woordenboek. Welk beeld wil je je kiezers meegeven? Wat vinden ze belangrijk en sluit aan bij wat ze zelf al denken?

Sleutel

Dit wil zeggen dat GroenLinks moet stilstaan bij de onbewuste beelden en verbindingen die de bewuste taal verbergt. Het wil ook zeggen dat GroenLinks in de boodschappen nadruk moet leggen op het verwoorden van bewust gekozen frames die de juiste waarden communiceren. Inhoud en vorm zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het kiezen van de juiste woorden is de sleutel tot het overbrengen van waarden. Taal is meer dan een gereedschap, het bepaalt onze perceptie. Een goed argument dat slecht geframed is, verliest zijn overtuigingskracht. En dan sta je met lege handen.

Framing is een voorwaarde voor goede politieke communicatie. Te vaak wordt framing nu aan het toeval overgelaten. Dat is een gemiste kans. Ook omdat andere partijen zoals PVV, CDA en SP zich steeds meer bezig houden met het bewust framen van hun boodschap. Martin Bosma van de PVV noemt in zijn boek De schijn-élite van de valse munters taal zelfs ‘een frontlijn’.8

Succesvol framen is niet zomaar een keuze die je gemakkelijk in de praktijk brengt. Het is een keuze die een investering vereist: wat zijn de woorden die werken voor GroenLinks? Daar is niet zomaar een antwoord op te geven. Om daar achter te komen zal er stevig nagedacht moeten worden over de identiteit en waarden van GroenLinks en de bijbehorende frames. Verruil uw liefde voor ratio dus voor een liefde voor framing.

Voetnoten 

1 Zie bijvoorbeeld Damasio 1994, Wegner 2004

2 Westen, D. (2007): The political brain: the role of emotion in deciding the fate of the nation. New York: Public Affairs. p.237

3 Dijksterhuis, A (2007): Het slimme onbewuste: denken met gevoel, Bert Bakker, Amsterdam. p. 40

4 Lamme, V. (2010) De vrije wil bestaat niet: over wie er echt de baas is in het brein. Amsterdam: Bert Bakker. 

5 Westen, D. (2007): The political brain: the role of emotion in deciding the fate of the nation. New York: Public Affairs.  p.13 

6 Lakoff, G. (2008): The political mind: why you can't understand 21st-century American politics with an 18th-century brain.Viking.  p.15 

7 Luntz, F. (2007): Words that work: it's not what you say, it's what people hear. Hyperion. p.267

8 Bosma, M. (2011): De schijn-élite van de valse munters. Drees, extreem rechts, de sixties, de Groep Wilders en ik Bert Bakker..67