'Echte verandering begint bij de politiek'

Interview met Robbert Bodegraven, directeur Bureau de Helling

Foto door Stefan Hennis.

Het uitzicht op de Oudegracht is weergaloos; de burelen doen wat gedateerd aan. We zijn op de zolderverdieping van het partijkantoor in Utrecht op bezoek bij Bureau de Helling, het wetenschappelijk bureau (WB) van GroenLinks. Sinds enkele maanden maanden zwaait Robbert Bodegraven daar de scepter. We gunnen hem z'n eerste honderd dagen niet en voelen hem alvast aan de tand – over hemzelf, GroenLinks, haar WB en ja, ook over dit blad.

Wanneer ben je voor het laatst naar een meet-up van Jesse Klaver geweest?

“Ik ben nog nooit bij een meet-up geweest.”

Waarom niet?

“In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen werkte ik nog niet bij GroenLinks. En liever verdiep ik me in de standpunten van de partijen door me in te lezen. De wat meer massale bijeenkomsten hebben niet mijn natuurlijke voorkeur. Maar ik zie er zeker de meerwaarde van in en  ben nu ook wel nieuwsgierig geworden. Inmiddels staat er eentje in mijn agenda om te bezoeken.”

Je komt niet uit de politiek. Hoe ben je bij GroenLinks terechtgekomen?

“Na mijn studie Nederlands ben ik in de journalistiek gaan werken. In eerste instantie als freelance fotojournalist, later als redacteur en fotograaf bij het tijdschrift OnzeWereld, de voorloper van OneWorld. Mijn nieuwsgierigheid naar sociaal-maatschappelijke onderwerpen die in Nederland weinig aandacht kregen, bracht mij onder meer naar Hongarije waar ik fotodocumentaires maakte in Roma-dorpen. Ook trok ik door Iran om een andere kant van het land te laten zien dan die we in Nederland vaak voorgespiegeld kregen. Tijdens de Golfoorlog in Irak begin jaren negentig ervoer ik de angst van de bevolking voor bommenwerpers die voortdurend over kwamen vliegen.

Onder de indruk was ik ook van mijn verblijf in Oost-Congo. Ik sprak daar met mensen die voortdurend op de vlucht waren en de verschrikkelijkste dingen meemaakten. Verkrachtingen, moord, plunderingen, noem maar op. Daar besefte ik hoe gewelddadig mensen kunnen zijn, en hoe vuil en vies de wereld is wanneer mensen door geweld worden gedreven. Ook zag ik hoe groot de rol van de politiek is bij onrecht. In een land als Congo faalt de politiek om haar primaire taak te verrichten: het dienen en beschermen van de samenleving.

Deze ervaringen nam ik mee in mijn werk voor de ngo’s Oxfam Novib en War Child. Bij War Child zette ik de afdeling voor beleidsbeïnvloeding op, om langs die weg de oorzaken van ellende structureler aan te kunnen pakken. Een logische volgende stap voor mij is de politiek.”

Waarom?

“Ik heb gezien, ervaren hoe belangrijk goede besluitvorming is voor het tegengaan van armoede en achterstelling. Iedere analyse van de oorzaken van ongelijkheid wijst met een dikke pijl naar de politiek. Ontwikkelings- en hulporganisaties doen heel goed werk, maar het is helaas vaak dweilen met de kraan open. Echte verandering begint bij de politiek.

“Ik heb gezien hoe belangrijk goede besluitvorming is voor het tegengaan van armoede en achterstelling."

 

En hoewel Nederland een prachtig, rijk land is waar heel veel dingen goed geregeld zijn, hebben we ook hier een groep mensen die het heel zwaar heeft. Kwetsbare mensen die zich, zoals we dat vaak wat afstandelijk noemen, aan de onderkant van de samenleving bevinden. Ook onder die mensen is veel verdriet en leed. We hebben de verantwoordelijkheid de samenleving zo in te richten dat zoveel mogelijk mensen mee kunnen komen. Ik wil graag bijdragen aan een goed functionerende, rechtvaardige politiek – maar niet als politicus. Ik heb enorme bewondering voor Kamerleden, die zich zonder uitzondering drie slagen in de rondte werken.

Maar Kamerleden moeten vaak heel snel en ad hoc een standpunt innemen. Dat zou voor mij niet bevredigend zijn, ik ben meer een denker. Mijn huidige baan biedt mij de ruimte voor reflectie en verdieping. In deze functie zit ik dicht bij de politiek, hoop ik nuttige dingen te kunnen doen voor mensen in de partij en daarbuiten, en kan ik hen helpen beleid te bepalen.”

Wat betekent dit voor de koers van Bureau de Helling?

“Ik denk dat er grofweg drie manieren zijn waarop wetenschappelijke bureaus zich verhouden tot hun partij. Dat hangt ook samen met de fase waarin die partij verkeert. Het WB kan zich opstellen als de 'buitenboordmotor' van de partij, als het scherpzinnige, kritische geweten ervan. Het kan zich helemaal vereenzelvigen met de partij en haar lijn, en embedded politieke wetenschap bedrijven. Een tussenvorm zie ik in een WB dat enerzijds de agenda van de partij volgt, maar anderzijds op eigen initiatief onderwerpen agendeert die van belang zijn voor groenlinkse politiek op de lange termijn. Een WB dat helpt om vragen die landelijk, in provincies en gemeenten leven te verdiepen en ook te beantwoorden. Dat is de koers die ik met het WB wil gaan varen.”

Wat doet zo'n 'derde weg'-WB dan precies, of wat gaat het doen?

“Aan de ene kant zijn er vragen die voortkomen uit het dagelijkse partijwerk – en die zijn soms heel direct of heel concreet. Fractie x merkt dat we op beleidsterrein y eigenlijk nog geen goed onderbouwd of voldoende onderscheidend verhaal hebben, en vraagt aan ons daar input voor aan te leveren. De financiering van het pensioenstelsel bijvoorbeeld. Aan de andere kant zijn er langlopende, overkoepelende thema's zoals technologie en migratie, die relevant zijn en blijven op verschillende niveaus en beleidsterreinen. De politiek heeft vaak niet de tijd om hier een langetermijnvisie op te ontwikkelen. Het is hier dat een WB kan inspringen en ook ongevraagd bij kan dragen aan visieontwikkeling voor de langere termijn.”

Jouw voorganger, Jasper Blom, had een duidelijk ‘groen’ profiel. Hoe zit dat bij jou?

“Jasper was inderdaad meer ‘groen’, en deed dat ook heel goed. Binnen de partij leven momenteel echter meer vragen op sociaaleconomisch terrein: hoe richten we de arbeidsmarkt in, hoe houden we de zorg betaalbaar, hoe gaan we om met de woningmarkt. Gezien de koers die ik wil varen, dus waar mogelijk inspelen op vragen die leven binnen de fractie, zullen deze vragen bepalend zijn voor mijn profiel. Dat zal vanzelf meer ‘links’ zijn dan groen.

"Hoe zorgen we dat die circulaire economie ook een eerlijke economie wordt?"

 

Dit zal ook tot uiting komen in de groene vraagstukken die we natuurlijk wél blijven behandelen. Bijvoorbeeld op het gebied van circulaire economie. Behalve de duidelijk groene aspecten – hoe realiseren we die energie- en grondstoffentransitie, hoe stimuleren we verduurzaming van het bedrijfsleven – speelt hier ook een duidelijk linkse vraag: hoe zorgen we ervoor dat de lasten van die verduurzaming niet onevenredig bij de meest kwetsbare mensen terecht komen? Hoe zorgen we dat die circulaire economie ook een eerlijke economie wordt?

Daarbij kijk ik, vanuit mijn achtergrond, automatisch ook naar de internationale dimensie van vraagstukken. Politiek houdt immers niet op bij de grenzen van een land.”

En dat kan Bureau de Helling ook allemaal doen?

“Bureau de Helling bestaat nu uit vijf mensen. We kunnen niet hetzelfde werk doen als specialisten op universiteiten, en dat moeten we ook niet willen. Ons netwerk is belangrijk – bij die universiteiten, bij andere kennisinstellingen, andere WB's, in de politiek. Het gaat erom de goede kennis binnen te halen en die 'GroenLinks' te vertalen.

Het gaat goed met de partij en dat betekent dat het WB nu ook wat kan groeien. Dat is fijn, maar de afhankelijkheid van electoraal succes maakt ons, en WB’s in het algemeen heel kwetsbaar. Het zou goed zijn als we ons onafhankelijker van het fortuin zouden kunnen ontwikkelen. Ook daarmee ga ik me de komende tijd bezighouden, met een 'verdienmodel' voor het Bureau.”

Bureau De Helling geeft ook dit blad uit. Heeft de nieuwe koers van het WB ook gevolgen voor tijdschrift de Helling?

“De Helling is een mooi vormgegeven en inhoudelijk sterk magazine, een prima medium om de onderwerpen die het WB oppakt verder uit te diepen. In het huidige nummer staan bijvoorbeeld twee artikelen over de woningmarkt, een belangrijk onderwerp voor het WB. Ook het thema eerlijke transitie zal zeker terugkomen in het blad. Dit betekent nadrukkelijk niet dat we het tijdschrift zullen versmallen tot wat er binnen het WB gebeurt. Ik zie het tijdschrift als een medium dat wil prikkelen, aan het denken wil zetten, discussies wil starten. Het tijdschrift zal soms volgend zijn in wat het WB doet, maar soms ook leidend. Dat is iets wat ik samen met Suzanne, de nieuwe hoofdredacteur, steeds ga bekijken.”

Dit artikel is verschenen in het lentenummer van tijdschrift de Helling. Klik hier om abonnee te worden!

Foto door Stefan Hennis.

Historicus, onderwijskundige en publicist. Redactielid van tijdschrift de Helling.
Alle artikelen