Femke Groothuis: “meer werk, minder vervuiling”

interview

Femke Groothuis

Verhoog de belasting op het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en verlaag de lasten op arbeid. Zo wil denktank Ex’tax de circulaire economie dichterbij brengen. Lof én kritiek werd zijn deel. Een gesprek met de voorzitter.

Wavemaker, staat op haar visitekaartje. En met haar pleidooi voor belastinghervorming heeft Groothuis inderdaad de nodige deining veroorzaakt. Politicologe Femke Groothuis werkte negen jaar samen met ondernemer Eckart Wintzen (1939-2008) in Ex’tent (‘Eckarts tent’). Dit groene investeringsbedrijf voorzag onder meer autodeelbedrijf Greenwheels van startkapitaal. Na de plotselinge dood van Wintzen – “een grote schok” - richtte Groothuis in 2009 de denktank Ex’tax op, om Wintzens idee van belasting op grondstoffenverbruik verder te ontwikkelen en te propageren.

Het rapport New era. New plan geeft hiertoe nieuwe voorzetten. Groothuis schreef het met hulp van experts van vier grote belastingadvieskantoren. Het rapport laat zien hoe Nederland voor 33,7 miljard euro aan belastingen kan verschuiven, van arbeid naar het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en consumptie. Dat zou honderdduizenden nieuwe banen opleveren. De voorstellen oogstten lof van prominente pleitbezorgers van een circulaire economie als Herman Wijffels en Feike Sijbesma, de baas van DSM. Maar uit groene hoek kwam ook kritiek, met name op de voorgestelde verhoging van de btw op vrijwel alle goederen en diensten naar 22 procent. Daarmee zou Ex’tax verraad plegen aan de erfenis van Eckart Wintzen, die niet pleitte voor belasting op toegevoegde waarde (btw), maar op onttrokken waarde.

Wat bedoelde Wintzen met belasting op onttrokken waarde?

“Wintzen maakte zich zorgen over de impact van zijn onderneming op de aarde. Hij was in 1990 wereldwijd de eerste die een milieujaarverslag publiceerde. Daarin stond hoeveel waarde zijn bedrijf aan de natuur onttrokken had, in de vorm van vervuiling, waterverbruik enzovoort. Dat had eigenlijk in mindering moeten worden gebracht op zijn winst, vond Wintzen.
Als ondernemer zag hij dat belastingen erg sturend werken. Omdat de lasten op arbeid in ons land heel hoog zijn, prikkelt dat ondernemers om met zo weinig mogelijk mensen te werken en het niveau van dienstverlening te verlagen. Dat ging in tegen Wintzens doel om juist zoveel mogelijk toegevoegde waarde te leveren, om mensen te laten floreren door hun baan zo in te richten dat zij het beste uit zichzelf kunnen halen. 
In tegenstelling tot arbeid wordt het gebruik van natuurlijke hulpbronnen nu nauwelijks belast. Dat geeft een prikkel om die onbeperkt te gebruiken. Wintzen stelde een omwenteling voor: belast niet langer dat waar we méér van willen – arbeid, vakmanschap, creativiteit – maar dat waar we minder van willen – vervuiling en het verbruik van grondstoffen. Hij noemde dat belasting op onttrokken waarde. Onze denktank heeft het concept omgedoopt tot ex’tax, een afkorting van value extracted tax, omdat we internationaal willen werken. Nederland kan dit niet in z’n eentje voor elkaar krijgen.”

Ga je met die nadruk op fiscale prikkels uit van de mens als ‘homo economicus’?

“Nee, ik ga ervan uit dat mensen een waardig bestaan willen. Werk is daarvoor belangrijk. Het stelt mensen in staat zich te ontwikkelen en zich gewaardeerd te weten. We hebben in de Europese Unie 23 miljoen werklozen. Daarnaast zijn nog eens tien miljoen mensen met te weinig werk en negen miljoen die het hebben opgegeven om een baan te zoeken. Dat is een sociaal drama. We moeten het systeem zo inrichten dat mensen een eerlijke kans krijgen om zich te ontplooien. En dat begint toch bij de economie. Groei moet niet langer komen uit schaarse natuurlijke hulpbronnen, maar uit onze overvloed: de talenten en capaciteiten van mensen.
Zonder de juiste fiscale prikkels krijgen we het systeem niet om. Een circulaire economie is erg arbeidsintensief. We moeten grondstoffen in een gesloten cyclus brengen, waarin ze niet verloren gaan, maar bedrijven er telkens opnieuw waarde aan kunnen toevoegen. Spullen repareren, materialen recyclen, tal van producten en diensten opnieuw ontwerpen; daarvoor zijn veel handen en hoofden nodig. Die krijgen we alleen aan het werk als de lasten op arbeid omlaag gaan en die op natuurlijke hulpbronnen omhoog.”

Daarvoor moet je de waarde van de natuur in euro's uitdrukken; is dat niet discutabel?  

“Je kunt nooit de perfecte geldwaarde van een kuub water of een vierkante meter natuurgebied bepalen. Er zijn ook morele grenzen: stel dat je de waarde van de laatste witte neushoorn berekent en een jager is bereid dat bedrag te betalen, dan nog wil je het dier niet kwijt.
Toch zullen we moeten blijven meten en rekenen. Kijk naar het Internationaal Monetair Fonds, dat onlangs berekende dat op fossiele brandstoffen een verborgen subsidie van vijf biljoen euro zit omdat CO2-uitstoot nauwelijks belast wordt. Zo’n rekensom helpt enorm in het debat over klimaatverandering. Het kan toch niet zo zijn dat de fossiele sector gratis de wereld in gevaar mag brengen…
Wie dit soort rekensommen ontoelaatbaar vindt, moet met een wet komen die CO2-uitstoot helemaal verbiedt. Is dat een begaanbare weg? Als je gedrag van mensen wilt veranderen, is beprijzen erg effectief. Je creëert een hefboom voor verandering en geeft mensen perspectief.”

Richt Ex’tax zich vooral op het bedrijfsleven?

“Bedrijven zijn een belangrijke bondgenoot. De overheid is bang om de spelregels te veranderen. De politiek heeft de neiging om de dijken te verhogen en zich daarachter terug te trekken. Bedrijven kijken wel over grenzen en vragen zich af of ze over tien jaar nog bestaan. Vooral multinationals zien nu al in hun toeleveringsketen wat er misgaat: waterschaarste, volatiele grondstoffenprijzen en de gevolgen van klimaatverandering. De belastingverschuiving die wij bepleiten is een oud idee – ook GroenLinks pleit al sinds haar oprichting voor ecotaxen – maar de tijd is er nu eindelijk rijp voor. Wij proberen dus om bedrijven mee te krijgen in ons denken, opdat zij de overheid vertellen: doe maar, wij zijn er klaar voor.”

Op het ministerie van Financiën vrezen ze voor verlies aan inkomsten als het belasten van natuurlijke hulpbronnen daadwerkelijk tot minder verbruik leidt.

“Precies die uitholling van de belastinggrondslag voltrekt zich nu, maar dan bij arbeid. Door de hoge lasten op arbeid gaan bedrijven minder mensen inzetten. Daardoor stijgt het beroep op ons sociale stelsel en moet een kleiner aantal werkenden de kosten daarvan opbrengen. Dat duwt de lasten op arbeid verder omhoog, waardoor bedrijven nog meer snijden in hun personeelsbestand. Een vicieuze cirkel.
Ons voorstel kan juist een virtueuze cirkel in gang zetten. Als een CO2-belasting leidt tot fors minder uitstoot, dan verhoog je het tarief. Of je verbreedt de grondslag door ook andere vormen van aan de natuur onttrokken waarde te belasten. Ons rapport bevat meer dan honderd opties, van bouwmaterialen tot ecosysteemdiensten. Zo kunnen de overheidsinkomsten op peil blijven en werken we toe naar een systeem waarin alle onttrekking van waarde een prijs heeft. Bedenk ook dat de overheid minder geld nodig heeft als er meer mensen werken. Dan hangen er minder mensen aan het sociale stelsel.”

De btw is een stabiele inkomstenbron voor de overheid, maar is het ook een groene belasting? Zij belast de door mensenhanden toegevoegde waarde, in plaats van de aan de natuur onttrokken waarde.

“De btw verhogen is met hagel schieten op consumptie. Juist dat maakt het geschikt om snel grote stappen te zetten bij het verlagen van de lasten op arbeid. Eerst wilde ik belastingen bedenken op zeldzame aardmetalen, koper of fosfaat. Maar we ontdekten dat de opbrengst daarvan te laag is. Met een btw van 22 procent haal je wel veel geld binnen. En laten we eerlijk zijn: ook consumptie vormt een belasting voor het milieu. Voor arbeidsintensieve diensten, met name de reparatiesector, willen we juist een nultarief invoeren. Daarvoor maken we in ons plan geld vrij.
Bedrijven die zich verzetten tegen een hogere btw vergeten dat ze veel baat hebben bij lastenverlichting op arbeid – mits die deels aan werkgevers ten goede komt. Dat geldt zeker voor arbeidsintensieve branches zoals kappers, en ook voor de cultuursector. De grootste kostenpost van het Concertgebouw is echt de loonsom, niet de btw op concertkaartjes. Daar was geen aandacht voor in het recente debat over belastingherziening, omdat het alleen ging over het verlagen van de inkomstenbelasting.
Wat consumenten betreft: een nieuwe tv wordt duurder in ons plan, maar de reparatie ervan goedkoper. Dat is de circulaire economie in actie. Ook een hogere btw op voedsel past daarbij. Nederland is kampioen in voedsel weggooien. Daarmee verspillen we ook waardevolle mineralen, zoals fosfaat. Het lage btw-tarief werkt deze verspilling in de hand. Het is een misverstand dat een hogere btw op voedsel vooral arme mensen treft. Bovendien sluizen we in ons plan juist het meeste geld terug naar mensen met lage inkomens. De eerste zestienduizend euro die je verdient is vrij van zowel inkomstenbelasting als sociale premies.”

Moet die belasting op metalen er wel komen?

“Zeker. Maar eerst moeten we meer weten over de stofwisseling van onze economie. Daarom is de invoering van een grondstoffenpaspoort belangrijk. Dan weten we precies welke materialen er in een product zitten. Een belasting op zeldzame aardmetalen levert weinig op, omdat er slechts een flintertje indium in elk beeldscherm zit. Ons rapport pleit wel voor een fors statiegeld op elektronica, zodat meer afgedankte apparaten retour komen en de metalen erin niet verloren gaan. Daarmee kunnen we in Nederland meteen beginnen.”

Voor andere onderdelen van jullie plan is Europa wel nodig. Gaat dat lukken, nu de Europese Commissie naar minder regels streeft?

“Het is een kwestie van slimme voorstellen doen. Zo is ons btw-voorstel geen extra regel, maar juist een vereenvoudiging van de bestaande btw-richtlijn.
Ook zonder nieuwe wetten kan de EU invloed uitoefenen op de belastingstelsels van de lidstaten en een coördinerende rol spelen. De hoge werkloosheid in Europa is een goede reden om de belastingverschuiving van arbeid naar natuurlijke hulpbronnen serieus te nemen.
Het Nederlands voorzitterschap van de Raad van Ministers in 2016 is een uitgelezen kans om dit op de kaart te zetten, maar helaas schiet Den Haag in een nationale reflex als het om belastingen gaat. De circulaire economie is wel een speerpunt van het Nederlandse voorzitterschap. Maar die komt er niet zonder een andere wijze van belasting heffen. Om dat duidelijk te maken vertalen we nu ons scenario voor belastingverschuiving in Nederland  naar een plan voor Europa.”

Waarom spreek je van belastingverschuiving in plaats van vergroening?

“Met de term groene belasting krijg je de massa niet om. Die denkt: ho, dat wordt meer betalen. Te weinig mensen liggen wakker van milieuproblemen. Het woord vergroening doet ook geen recht aan de verschuiving. Het gaat evenzeer om vermenselijking. Dat zijn twee kanten van dezelfde medaille. Aan de ene kant meer belasting op natuurlijke hulpbronnen en consumptie, aan de andere kant lagere lasten op arbeid, meer ontplooiingskansen dus. Dat is best lastig te communiceren. Maar het is duidelijk dat GroenLinks beter niet meer over vergroening kan spreken. De partij moet bovendien beter uitleggen waarom het zo urgent is dat we stoppen met het uitputten van de aarde. Anders krijg je nooit meer neuzen dezelfde kant op. Dan worden de milieubelastingen die je nu voor elkaar weet te boksen over drie jaar weer afgeschaft. De partij doet er goed aan te zoeken naar mogelijkheden om samen op te trekken met andere landen in Europa.”

 

Literatuur

New era. New plan. Fiscal reforms for an inclusive, circular economy. Case study the Netherlands, The Ex'tax Project in cooperation with Deloitte, EY, KPMG Meijburg and PwC, 2014.

 

Dit artikel staat in De Helling, herfst 2015: Grondstoffenpolitiek.

Onderzoeker en docent aan de Protestantse Theologische Universiteit. Oud-hoofdredacteur van tijdschrift de Helling.
Alle artikelen
Medewerker van Bureau de Helling.
Alle artikelen