Geen migratiedeals zonder mensenrechten

In de Oscarwinnende Virtual Reality-installatie Carne y Arena (2017) van de Mexicaanse regisseur Alejandro González Iñárritu lopen spelers zij aan zij met vluchtelingen. Foto door Emmanuel Lubezki.

De Europese regeringsleiders noemen migratiedeals nodig om illegale migratie en mensensmokkel te bestrijden. Met deze afspraken schuift de EU haar verantwoordelijkheid voor vluchtelingen echter af op andere landen ten koste van de mensenrechten. Een rechtvaardiger, menselijker vluchtelingenbeleid is nodig én mogelijk: met een eerlijk verhaal en moedige politici.

“Ik wil met GroenLinks ook een beetje naar de toekomst kijken. (…) Nu kijk ik hier om me heen en zie ik GroenLinks eigenlijk nog maar in haar eentje staan spartelen, zeggend: dit mag niet, dit kan niet. (…) Niet alleen isoleert GroenLinks zich hier in Nederland met dat standpunt, maar ook in Europa. En dan heb je helemaal niks. Dan sta je erbij, mijnheer Van Ojik, en heb je als GroenLinks je zogenaamde principiële superioriteit maar koop je er niks voor.”

“De heer Pechtold zegt dat GroenLinks geen alternatief heeft. Ik heb het nu geloof ik drie keer genoemd: grondoorzaken, grensbewaking en opvang in de regio. (…) We zijn het alleen over één ding niet eens. (…) Wat is het verschil voor de vluchteling? Bij GroenLinks kan die persoon in Europa asiel aanvragen. Bij de heer Pechtold wordt hij teruggestuurd naar Tunesië. Hij mag dan daar asiel aanvragen. Dat is het verschil.”

Tijdens dit verhitte debat van 21 juni jl. blikte de Tweede Kamer vooruit naar de Eurotop, waar migratie centraal stond als gevolg van de Italiaanse weigering om geredde migranten uit de Middellandse Zee toe te laten. Deze Italiaanse koppigheid kwam voort uit de verkiezingsoverwinning van populistisch rechts, maar was geworteld in een jarenlang conflict tussen Zuid- en Noord-Europa over de verdeling van asielzoekers. GroenLinks werd een geïsoleerde positie toegedicht met het standpunt dat vluchtelingen in Europa asiel moeten kunnen vragen. Echter, een kleine week na het debat van 21 juni nam de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa, de organisatie die zich richt op het bevorderen van mensenrechten en democratie, met grote meerderheid mijn resolutie aan over de mensenrechtenimpact van migratiedeals met derde landen. Onder het motto out of sight, not out of right spraken parlementariërs van 47 landen zich uit voor een rechtvaardiger en realistischer benadering dan die welke het huidige EU-beleid zo typeert. Het aannemen van deze resolutie biedt daarom een basis voor een GroenLinks-visie die ook in Nederland politieke steun kan vergaren, in elk geval onder progressieve partijen. In dit artikel betoog ik waarom die andere benadering nodig en ook mogelijk is. Daaraan voorafgaand schets ik de huidige beleidsontwikkelingen en hun impact op vluchtelingen.

Tegenhouden en afschuiven

Terwijl de EU-lidstaten nog geen stap verder komen met een gemeenschappelijk asielbeleid, zijn ze over één doel opmerkelijk eensgezind: voorkomen dat asielzoekers het EU-grondgebied bereiken. Om die reden is de focus verschoven van interne asielafspraken naar deals met derde landen zoals Turkije om illegale migratie naar Europa tegen te gaan. De afspraken op de EU-top van juni vormden daarvan een voorlopig hoogtepunt: geredde migranten in de Middellandse Zee zouden voortaan niet meer naar een EU-lidstaat worden gebracht, maar naar regionale ‘platforms’, waar Noord-Afrikaanse landen (Tunesië, Marokko, Egypte) in samenwerking met de VN vluchtelingen zouden moeten selecteren en opvangen. Of dit plan van de grond komt, is zeer twijfelachtig. Tot nu toe lenen de landen zich daar niet voor, en bovendien ontbreekt er een beschermingssysteem met opvang, asielprocedures en rechten voor vluchtelingen. Realistisch of niet: de afspraken maken duidelijk dat de EU haar verantwoordelijkheid voor vluchtelingen afschuift op andere landen, ten koste van hun mensenrechten.

Samenwerking met derde landen op het gebied van migratie is geen nieuw fenomeen. Eind jaren tachtig al begonnen Europese landen met het sluiten van overeenkomsten om migranten zonder documenten te kunnen terugsturen naar hun herkomstland. Sinds dergelijke afspraken zich hebben uitgebreid naar zogeheten transitlanden, waar vluchtelingen doorheen zijn gereisd, gaan ze gepaard met allerlei dilemma’s. Waarom zou een transitland een migrant moeten terugnemen van de EU? En als deze migrant niet kan doorreizen naar zijn herkomstland, krijgt hij in dat transitland wel toegang tot basisvoorzieningen? Het model van de EU-Turkije-deal gaat nog een stapje verder: daar worden niet alleen uitgeprocedeerde asielzoekers maar ook vluchtelingen overgedragen, naar een land dat het Vluchtelingenverdrag niet erkent voor Syrische of Irakese vluchtelingen en waar velen van hen onder de armoedegrens leven. Toch vormt deze deal nu een blauwdruk voor de afspraken met Noord-Afrika.

Spanning met mensenrechten

De Europese regeringsleiders noemen de migratiedeals nodig om illegale migratie en mensensmokkel te bestrijden, maar ze verzwijgen de grote impact voor vluchtelingen, die  immers praktisch volledig afhankelijk zijn van illegale migratie en smokkelaars. Zij kunnen geen visum aanvragen bij de ambassade voor bescherming, luchtvaartmaatschappijen krijgen zware boetes als ze hen meenemen en het uitnodigingsbeleid voor vluchtelingen van Europese landen heeft nauwelijks iets om het lijf. Veel politici verkondigen graag dat ze heus wel meer vluchtelingen willen uitnodigen, als de illegale migratie maar vermindert. Maar de drastische daling van het aantal asielzoekers de afgelopen twee jaar heeft de bereidheid vluchtelingen uit te nodigen niet vergroot. Door de klimaatcrisis zal het aantal vluchtelingen bovendien alleen maar toenemen. En zo is de cirkel rond. Zolang de behoefte aan vluchten bestaat, zal het enkel aanpakken van smokkelroutes vooral leiden tot duurdere, gevaarlijker en langere ‘illegale’ routes.

Zolang de behoefte aan vluchten bestaat, zal het enkel aanpakken van smokkelroutes vooral leiden tot duurdere, gevaarlijker en langere ‘illegale’ routes.

 

De bestrijding van illegale migratie leidt daarom tot grote spanning met de mensenrechten. Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) verplicht landen om iemand pas terug te sturen als uit individueel onderzoek blijkt dat dit veilig kan. Geen push-backs of collectieve uitzettingen dus. Precies om die reden hamerde Bram van Ojik er tijdens het debat van 21 juni op dat asielzoekers bij aankomst in Europa een asielverzoek moeten kunnen indienen. Dit maakt landen creatief. Meestal betalen ze hun buurlanden om migranten tegen te houden bij hun vertrek naar Europa (Spanje/Marokko, Italië/Libië). Deze beweging van push backs naar pull backs maakt het moeilijker om Europese landen voor het Mensenrechtenhof te dagen. Ook het Vluchtelingenverdrag is pas in te roepen door een vluchteling die het grondgebied heeft bereikt. Maar is elke maatregel om te voorkomen dat vluchtelingen daarin slagen ook toegestaan? Die gedachte lijkt wel te leven. De Europese Unie financiert de Libische kustwacht om migranten in zee te onderscheppen en terug te sturen naar detentiecentra waar ze worden gemarteld en verhandeld. Sinds CNN groot uitpakte over de Libische slavenmarkt, vallen die misstanden niet langer te ontkennen. Maar de geldkraan blijft open. De evacuatie uit Libië ligt praktisch stil omdat de lidstaten hun belofte van hervestiging van vluchtelingen niet nakomen en de opvang in Niger dichtslibt.

Duivelspact?

De samenwerking met Libië is exemplarisch voor de migratiesamenwerking met derde landen en de dilemma’s die daarmee samenhangen. Met Libië samenwerken betekent zaken doen met milities voor wie migranten slechts handels- of gijzelwaar zijn. Maar ook andere samenwerkingspartners hebben weinig nobele motieven voor hun gunsten aan de EU. Landen als Egypte en Eritrea zien het als een uitgelezen kans op legitimatie en financiering van hun militaire regimes, andere repressieve regimes kopen er mensenrechtenkritiek vanuit het Westen mee af. En dat lukt ook: organisaties die deze regeringen onwelgevallig zijn, zien hun financiering opdrogen. Zo trok minister Blok de Nederlandse subsidie aan de kritische radiozender Dabanga in, die voor miljoenen Soedanezen als een soort levenslijn fungeert. Nederland verkiest een soepele migratiesamenwerking met de Soedanese regering boven de broodnodige versterking van de civil society en mensenrechten. Migratie als topprioriteit van het buitenlandbeleid raakt andere doelen zoals economische ontwikkeling, rechtsstaat, onderwijs en klimaat. Deze doelen worden zelfs ondermijnd doordat de EU andere beleidsterreinen inzet om te belonen en bestraffen. Alles behalve noodhulp kan worden ingetrokken als het land niet meewerkt om de illegale migratie naar de EU te bestrijden. Alleen al dit mechanisme staat in de weg aan het bestrijden van de grondoorzaken van migratie. En zeker ook aan het verbeteren van de mensenrechten.

 Sinds er met tientallen landen afspraken zijn gemaakt, is de toenemende repressie tegen vluchtelingen (een hardere aanpak, collectieve uitzettingen) merkbaar. Door de strengere grensbewaking komen vluchtelingen vast te zitten in landen zonder asielprocedure of opvangvoorzieningen.  De mobiliteit in vrijhandelszones zoals de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (Ecowas) neemt af, met alle economische gevolgen van dien. Uiteindelijk bedreigen de migratiedeals zelfs het recht van vluchtelingen om hun land te verlaten: Libanon, Jordanië en Turkije hebben hun landsgrenzen met Syrië afgesloten. De Turkse premier Erdogan is zelfs overgegaan tot het inrichten van ‘safe havens’ op Syrisch grondgebied om vluchtelingen te laten terugkeren. De EU mist de geloofwaardigheid om deze landen over te halen hun grenzen voor vluchtelingen open te houden.  Doordat landen het afweer- en afschuifbeleid kopiëren (strenger visumbeleid, terug- en overnameovereenkomsten), zal de opvang van vluchtelingen op een steeds kleiner groepje (fragiele) landen neerkomen. Deze effecten openbaren zich juist op het moment dat de VN onderhandelt over een Global Compact die de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor vluchtelingen beoogt te versterken.

Van deal naar partnerschap

Maar verantwoordelijkheid kun je toch ook nemen via financiële steun aan opvang in de regio? Jazeker, die is hard nodig en moet substantieel omhoog en minder vrijblijvend. Alleen vergt gedegen opvang, inclusief het bieden van een toekomstperspectief voor vluchtelingen, geborgde jarenlange financiering. Het pleidooi van Femke Halsema in haar lezenswaardig boek Nergensland om bedrijven en universiteiten meer te betrekken bij vluchtelingenopvang past daar goed in. Maar uiteindelijk kan vluchtelingenopvang niet zonder integratie in het land van verblijf.  En dat is één van de redenen waarom vluchtelingenopvang ook getalsmatig zijn beperkingen heeft, ook al zullen de meeste vluchtelingen altijd dicht bij huis blijven. Ook in transitlanden, die nu vooral geld krijgen voor grensbewaking, is structurele steun voor beschermingssystemen, goede opvang en integratie cruciaal. Echter niet onder de voorwaarde dat deze landen migranten terugnemen, maar dat ze de mensenrechten garanderen en vluchtelingen kansen bieden in het onderwijs en op de arbeidsmarkt.  De weeffout van het Vluchtelingenverdrag (een land is pas verantwoordelijk als iemand zijn grondgebied bereikt) staat op gespannen voet met de solidariteitsgedachte achter het verdrag: wij, verdragssluitende partijen, moeten waarborgen dat mensen die hun overheid (of andere vervolger) moeten ontvluchten, beschermd worden tegen die vervolger. Deze weeffout lokt een politiek van afweren en weghouden uit, die alleen is te keren als we de verantwoordelijkheid gezamenlijk organiseren en loskoppelen van grondgebied.

De internationale gemeenschap moet in staat zijn om de opvang en acceptatie van vluchtelingen - minder dan één procent van de wereldbevolking - goed te organiseren. Wetende dat de meesten zijn ontheemd in eigen land of in een buurland verblijven en dat ‘doormigratie’ vooral een gevolg is van gebrek aan voorzieningen, zijn investeringen in buurlanden van conflicten en transitlanden de eerste prioriteit. Rijke landen zouden tevens een percentage extra kwetsbare vluchtelingen van hen moeten overnemen (tien procent, becijfert de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN). Ook de duurzame ontwikkeling van deze landen zou centraal moeten staan, met een coherent buitenlandbeleid gericht op good governance, onderwijs, gezondheidszorg en gelijkwaardig partnerschap. Eerlijke handel is daarbij onmisbaar. Alleen zo werken we echt aan het wegnemen van de grondoorzaken van migratie.

Drastische ommekeer

Aangezien de EU en haar lidstaten gegrondvest zijn op de mensenrechten, zouden deze tevens in het migratiebeleid leidend moeten zijn. Ook dat vergt een drastische ommekeer. Mijn resolutie pleit voor het intensiveren van steun en hervestiging, losgekoppeld van voorwaarden over grensbewaking en terugname. Migratiedeals zijn alleen acceptabel met landen die de mensenrechten (EVRM, Vluchtelingenverdrag) naleven en op voorwaarde dat de deals geen negatief effect hebben op de mensenrechten. Dat moet vooraf en tijdens de samenwerking worden gemeten, met schorsing bij een negatieve uitkomst. Ontwikkelingsgeld mag geen wisselgeld vormen.

De framing dat we ‘overspoeld worden’ door migranten en dat deals nodig zijn om levens te redden is hardnekkig maar vals.

 

Met duurzame verbetering van opvang elders in de wereld zal de trek van vluchtelingen naar de EU verkleinen. Maar zelfs nu al schommelt het percentage vluchtelingen dat zijn heil zoekt in de EU slechts rond de vijf procent. De framing dat we ‘overspoeld worden’ door migranten en dat deals nodig zijn om levens te redden is hardnekkig maar vals. Vluchtelingen wagen hun leven bij gebrek aan een alternatief. Van de arbeidsmigranten krijgen alleen hoogopgeleiden een visum. Een rationelere benadering dan wegkijken en afweren is in ieders belang. Organiseer de opvang wereldwijd, waarbij ieder land zijn verantwoordelijkheid neemt. Zet in de EU gezamenlijke asielprocedures op, waarbij na selectie zowel een snelle terugkeer (naar het herkomstland) als een goede bescherming gezamenlijk worden georganiseerd. Het doorbreken van de interne impasse vereist creativiteit en moed. Nu eensgezindheid verder weg lijkt dan ooit, is de tijd gekomen om alle opties te benutten om die impasse te doorbreken: de weg van meerdere snelheden met beloningen voor meewerkende landen, en consequenties voor hen die niet meewerken (minder subsidies of in het uiterste geval zelfs uitsluiting van Schengen). In elk geval is de weigering van enkele landen geen vrijbrief voor de anderen om achterover te leunen. Ook kan de EU niet langer dralen met een rationeel arbeidsmarktbeleid dat recht doet aan de behoeften op de arbeidsmarkt van de EU en van herkomstlanden, maar ook aan de mensenrechten van arbeidsmigranten.

Utopisch? Met moedige politieke leiders en een eerlijk verhaal geenszins.

Dit artikel staat in het herfstnummer van tijdschrift de Helling. Klik hier om je te abonneren.

Fractievoorzitter van GroenLinks in de Eerste Kamer.
Alle artikelen