6 minuten

Globalisering: paleis of wanorde

Boeken van Sloterdijk en Boomkens

Twee boeken van filosofen die de globalisering proberen te duiden. Geen doemverhalen maar beiden laten ze weinig ruimte voor een links ideaal. 

De globalisering is van iedereen. Waar intellectuelen een bevoorrechte positie hadden als het ging om de moderniteit, en waar zij samen met kunstenaars het postmodernisme te lijf gingen, is de globalisering een terrein dat zij moeten delen met de politiek en het grote publiek. Dat neemt niet weg dat ook filosofen de globalisering als hun domein claimen. Recente voorbeelden hiervan zijn De nieuwe wanorde van René Boomkens en Het kristalpaleis van Peter Sloterdijk. Sloterdijk, die erom bekendstaat, dat hij vaak met uitgesproken ideeën komt laat zich in dit boek door het conservatisme verleiden als hij concludeert dat uitsluiting de manier is om solidariteit te bewaren: linkse waarden hebben rechtse grenzen nodig. Boomkens is wat minder vatbaar voor deze verleiding. Hij stelt dat de dynamiek van de globalisering getemperd zal worden door progressiviteit in te wisselen voor continuïteit.

Beide filosofen werpen een andere blik op de globalisering. Boomkens zegt dat globalisering leidt tot een radicale verandering van de leefwereld en het einde betekent van de maakbaarheid van de samenleving. Dat komt omdat globalisering zorgt voor een explosief toegenomen migratie, commercialisering van onze cultuur en communicatiemedia, erosie van de nationale identiteit en machtsverlies van de nationale politiek. Hij ziet globalisering als een recent verschijnsel, ze is de opvolger van de moderniteit en de postmoderniteit. In de moderniteit stonden zowel het individu als het collectieve project centraal. Het verenigen van deze twee is de succesformule voor het creëren van de ideale samenleving; bij de ideologisch bevlogen politicus roept dit beeld ogenblikkelijk nostalgische verlangens op. De postmoderniteit laat het collectieve project varen en houdt daarentegen vast aan het individu. Het lokale en het bijzondere is geëmancipeerd, het grote verhaal, het collectieve project doet er niet meer toe. Als het gaat om de globalisering verliezen we alle grip; na de teloorgang van het collectieve project glijdt nu ook het individu uit onze handen. Wij maken niet de globalisering, maar zij maakt ons: “de globalisering overkomt ons”. We komen hier door in een toestand die “ons individuen” er volgens Boomkens toe aanzet om bij onszelf te rade te gaan: wie zijn we en wat doen we precies?

Paleis

Sloterdijk laat zich weinig gelegen aan het einde van de grote verhalen. Volgens de Duitse filosoof is het probleem van de grote verhalen dat ze niet groot genoeg waren. Zijn theorie van de globalisering draagt daardoor de pretentie in zich dat het een ‘echt groot’ verhaal is. Of dat ook lukt is de vraag. Dat neemt niet weg dat de ambitie lovenswaardig is en dat Sloterdijk inderdaad heel wat te vertellen heeft over de globalisering. Sloterdijk laat de globalisering niet beginnen aan het einde van de vorige eeuw, maar plaatst haar oorsprong in de oudheid. Met lijnen en sneden werd toen getracht om de kosmos in beeld te krijgen. Deze meetkundige globalisering werd opgevolgd door de aardse globalisering. Het was niet meer de lucht, maar het land en het water dat de globe dichterbij bracht. Deze tweede fase is in praktische zin voltrokken door de christelijk kapitalistische zeevaart: de globe is ontdekt en gekolonialiseerd. De derde fase kenmerkt zich door een bezetting van de atmosfeer. Ditmaal zijn het vliegtuigen en radiosignalen die de globe omarmen.

Sloterdijk plaatst kanttekeningen bij al te veel optimisme, maar over het algemeen brengt de globalisering ons toch een luilekkerland. Dat geldt althans voor een derde van de bevolking, dat leeft in het ‘kristalpaleis’. Deze materiële metafoor is gebaseerd op een bouwwerk van de tuinarchitect Joseph Paxton in het Londense Hydepark (1850), en op het werk van Dostojewski waarin dit paleis wordt genoemd. Het kristalpaleis omarmt de buitenwereld als geheel in een magische, luxe en kosmopolitische verheerlijkende koepel. Wie leeft in het kristalpaleis hoeft het nooit meer te verlaten, het is binnen en buiten tegelijkertijd. Consumptie en koopkracht zijn de drijvende krachten in het kristalpaleis dat beschermd dient te worden tegen de parasieten (de werklozen). Het zelfvoorzienend karakter van het paleis maakt dat Sloterdijk het hier gehuisveste consumentisme ziet als opvolger van het communisme: “het communisme was slechts een halte op weg naar het consumentisme”. De bewegingen in het kristalpaleis gaan via de verwenningslift: zij stopt op vijf etages met vijf ‘soorten’ bewoners. Etage 1: zij die de droom van een prestatieloos inkomen hebben gerealiseerd; etage 2: ontspannen burgers die profiteren van de politieke zekerheid zonder er zelf voor te willen werken; etage 3: degenen die van immuniteitsvoorzieningen gebruik maken, zonder over een eigen lijdensweg te beschikken; etage 4: consumenten van kennis waarvoor ervaring geen vereiste is; etage 5: zij die er door het onverbloemd openbaar maken van hun persoon in geslaagd zijn beroemd te worden, zonder op een prestatie te kunnen bogen of een werk te publiceren. Hoewel Sloterdijk meent dat het kapitalisme “geen picknick” is, komt het idee van een luizenleventje toch wel aanwaaien.

Links ideaal

Het contrast met Boomkens is op dit punt groot. Als we zijn verhaal volgen verwachten velen van de globalisering vooral kommer en kwel. Hij wijst op het grote onbehagen dat wordt gekoppeld aan het onbewoonbaar verklaren van Nederland, het immigratieprobleem en de doorbraak van de transnationale populaire cultuur die aan de machtsgreep van de lokale machthebbers ontsnapt. Boomkens wijst ook op wat wel ‘de crisis van de gemeenschap’ wordt genoemd, met woordvoerders als de filosofen Ad Verbrugge – door Boomkens bekritiseert als “religieuze kitsch” – en Paul Cliteur. En verder zijn er nog de dominantie van Amerika, het (kapitalistisch) fundamentalisme, nieuw rechts en de trits veiligheid, angst en terrorisme. Boomkens zelf neemt deze kritiekpunten trouwens niet zonder meer over. Hij bekijkt ze kritisch, maar zonder de globalisering te verwerpen. Zij creëert immers ook een wanorde die creativiteit stimuleert.

Recentelijk verscheen van de filosoof Jos de Mul De domesticatie van het noodlot en hoewel het geen boek over de globalisering is, geeft het toch goed aan in wat voor situatie we ons bevinden (zie het interview met De Mul elders in dit nummer). Volgens De Mul worden we geconfronteerd met de wedergeboorte van de tragedie. Deze ontstaat omdat we de gevolgen van onze handelingen niet meer in de hand hebben. We zijn aan het lot overgeleverd. Boomkens en Sloterdijk stellen een andere omgangsregeling met het lot voor. Boomkens kiest de kant van het dempen van de dynamiek, Sloterdijk voor het uitsluiten. Boomkens doet dat door een beroep te doen op de alledaagse ervaring en door de continuïteit als nieuwe ethische waarde voor te stellen: “Niet planning op de lange termijn en totale controle, maar onderhoud, beheer, overleg tussen betrokkenen, improvisatie, chaotische leerprocessen en conflicten”. Dit brengt het linkse ideaal van progressiviteit in gevaar. Als er nog een links ideaal is, dan is dat het ideaal van het zelfbehoud, een soort van linkse continuïteit. Sloterdijk stelt het linkse ideaal van solidariteit niet ter discussie, maar bouwt het op een rechtse bodem. Links moet om haar idealen te verwezenlijken onder andere zelfbevoordelend, exclusief, asymmetrisch en protectionistisch zijn. Het is bij beide filosofen niet duidelijk of ze op dit punt beschrijvend dan wel een normatief zijn.

Hun standpunten zijn begrijpelijk, maar niet bevredigend. De radicale omslag die wordt geschetst roept de verwachting van een gewaagd toekomstperspectief op. Wellicht bevestigt deze gemiste kans dat niet de filosofen, maar het grote publiek de globalisering inpalmt.

Literatuur:

- René Boomkens, De nieuwe wanorde, Globalisering en het einde van de maakbare samenleving, Van Gennep, 2006.
- Peter Sloterdijk, Het kristalpaleis, Een filosofie van de globalisering, SUN Amsterdam, 2006 [2004].
- Jos de Mul, De domesticatie van het noodlot, De wedergeboorte van de tragedie uit de geest van de technologie, Klement, 2006.

Gerelateerde artikelen