Het Bilts Energieakkoord: in 12 jaar energieneutraal

De Bilt is de eerste Nederlandse gemeente met een lokaal energieakkoord. Andere gemeenten zullen waarschijnlijk snel volgen, want de druk op gemeenten om de energietransitie waar te maken wordt steeds groter. De Helling vroeg Anne Brommersma, milieuwethouder namens GroenLinks in De Bilt, hoe dit energieakkoord tot stand is gekomen en wat de volgende uitdagingen zijn.

“Toen ik in 2014 als wethouder toetrad merkte ik dat het onderwerp duurzaamheid relatief weinig prioriteit had gehad binnen de gemeente,” begint Brommersma. “Wel lag er een uitspraak van de raad: De Bilt moet in 2030 energieneutraal zijn. In dat kader ben ik begonnen met het maken van een agenda voor de komende vier jaar. We hadden een grote achterstand: het ging toen nog gewoon over laadpalen voor elektrisch rijden en het maken van afspraken in het kader van inkoop.” Ruim twee jaar later, in augustus 2016, ondertekende Brommersma namens gemeente De Bilt met vijftien andere instellingen en bedrijven het Bilts Energieakkoord.

“Iedereen die wij hebben gesproken doet mee”

“Sinds 2013 hebben we in Nederland een landelijk energieakkoord en in 2015 presenteerde men het internationale Akkoord van Parijs. De GroenLinks-fractie in de raad diende een motie in om te kijken of zoiets ook hier op gemeentelijk niveau mogelijk zou zijn. Niet iedereen was hier direct enthousiast over. Er bestond in de gemeente al een duurzaamheidsnetwerk van zo’n veertig zzp’ers en actieve inwoners, zij vonden dat we de energie niet in papier zouden moeten steken maar in daden.”

Uit andere hoeken van de samenleving kon dit idee wel rekenen op steun. “BENG! is onze lokale energiecoöperatie bestaande uit een groep zeer enthousiaste en deskundige vrijwilligers. Zij spelen een prominente rol in de totstandkoming van het energieakkoord en hebben er echt voor gepleit om het groter aan te pakken. Al die kleine initiatieven zijn hartstikke leuk en mooi, maar als we in 2030 energie neutraal willen zijn, dan moeten we wel écht stappen gaan maken. En dat kan de gemeente natuurlijk niet alleen. Daarvoor is het nodig dat er allerlei partners bij worden betrokken – de partners die het verschil kunnen maken.”

Met dit inzicht is de wethouder samen met BENG! op de grotere bedrijven en instellingen binnen de gemeente afgestapt, vertelt Brommersma. “Zo zijn we in gesprek gegaan met de grootgrondbezitters, waaronder het Utrechts Landschap en de agrarische ondernemersorganisatie LTO. Maar ook met kennisinstituten, zoals het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) en het KNMI (Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut), die beide in De Bilt gevestigd zijn, en bedrijven zoals Swedo, Stedin en energieonderneming ENECO.”

“Het zware werk zat aan de voorkant, niet aan de achterkant om nog het college of de raad te overtuigen”

 

Dat deze gesprekken voorspoedig zijn verlopen mag blijken uit de resultaten: op de vraag of er ook instellingen en bedrijven zijn die wel gevraagd zijn om mee te doen maar dit verzoek hebben afgewezen reageert de wethouder ontkennend. “Iedereen die wij hebben gesproken doet mee, en dan ook echt serieus.” Waar dit succes aan is te wijten? “Ik denk dat wij een zeer sterke combi waren. Bij BENG! beschikken ze over heel veel inhoudelijke kennis, en mijn positie als wethouder opent nu eenmaal deuren.”

Door het energieakkoord te ondertekenen beloven de partners om actief bij de dragen aan de maatregelen die genomen moeten worden om in 2030 energieneutraal te zijn. “Maar het is natuurlijk niet zo dat er een handtekening is gezet en dat is het dan. Nadat het akkoord is ondertekend hebben wij vier maanden de tijd genomen zodat iedereen een plan heeft kunnen maken waarin staat beschreven wat zij tot en met het 2020 zullen doen. De gemeente heeft iemand ingehuurd om onze partners hierbij te begeleiden. In december wisten we dus van al onze partners welke maatregelen zij zouden gaan nemen.”

Gemeentelijke routekaart

De gemeente zelf besloot nog even te wachten met het presenteren van een eigen plan. “We vonden dat onze routekaart pas bepaald zou moeten worden nadat we de plannen van al onze partners voorgelegd hadden gekregen. Het zou namelijk goed kunnen dat zij hierbij nog wat van ons nodig hebben, en dat zie ik dan weer als de rol van de gemeente.” De gemeentelijke routekaart is uiteindelijk in het voorjaar van 2017 vastgesteld, waarin de gemeente heeft bevestigd dat de gezamenlijke partners van het Bilts Energieakkoord 9% energiebesparing en 5% opwekking realiseren in 2020. “Je zou kunnen zeggen dat dit erg weinig is, maar ik ben er echt van overtuigd dat we ons nu op een kritisch moment bevinden waarna het ineens onomkeerbaar heel hard zal gaan.”

Wethouder Anne Brommersma

De ondertekenaars van het akkoord komen twee keer per jaar bij elkaar tijdens een energieberaad onder voorzitterschap van de burgemeester. Hier wordt besproken hoe iedereen zich de afgelopen tijd met energieneutraliteit heeft beziggehouden en welke maatregelen er zijn getroffen. Of de voortgang ook wordt gemonitord? “We zijn inmiddels een jaar verder. De gemeente heeft degene die de plannen heeft gemaakt en doorgerekend opnieuw ingehuurd. Tijdens het volgende energieberaad zal er worden gepresenteerd waar iedereen nu staat.” Daarnaast biedt het energieberaad de gelegenheid om ideeën met elkaar uit te wisselen. “Het bevordert de samenwerking. Zo werd er op een gegeven moment gesproken over het plaatsen van zonnepanelen. De eigenaar van het RIVM-terrein heeft hier zelf geen behoefte aan, maar bedacht zich wel dat de gebouwen hier optimaal de ruimte voor bieden. Daar worden nu dus bijna 4,000 zonnepanelen geplaatst.”

Vrijwillig maar niet vrijblijvend

Het blijft natuurlijk de vraag of dit Bilts Energie Akkoord, dat toch grotendeels uit intenties bestaat, er daadwerkelijk voor zal kunnen zorgen dat de gemeente zichzelf in 2030 energieneutraal mag noemen. “Het is een hele ambitieuze taakstelling,” beaamt Brommersma. “Nog voordat wij met potentiële partners in gesprek zijn gegaan hebben we laten onderzoeken of het eigenlijk wel haalbaar is. Volgens de resultaten van dit onderzoek zou dit betekenen dat we 50% van het energiegebruik binnen de gemeente moeten besparen, en de andere 50% zal duurzaam moeten worden opgewekt. Alle woningen moeten dan worden ingepakt. En zelfs al leggen we alle daken vol met zonnepanelen, dan nog zouden er dertien windmolens moeten worden geplaatst. Dat zijn heftige maatregelen.”

Er zitten volgens Brommersma een aantal voordelen aan de werkwijze die in De Bilt is gebruikt. “We zijn partners van elkaar. We zetten samen de schouders eronder en ieder doet daar zijn eigen ding in.” Op de vraag of er omtrent het energieakkoord concessies zijn gemaakt die ze liever had vermeden klinkt een ‘neen’. “Ik geloof meer in samenwerking dan dat wij regelgeving op gaan leggen waardoor we moeten gaan onderhandelen en tegenstanders worden. Misschien komt er een moment dat 2030 heel dichtbij komt en je als gemeente het gevoel hebt dat je toch nog iets anders moet gaan doen, maar voor nu is het echt nog iets waar mensen energie van krijgen en waar ze zin in hebben. Het is vrijwillig maar niet vrijblijvend.”

“Ik geloof meer in samenwerking dan dat wij regelgeving op gaan leggen"

 

Ook politiek gezien is de wethouder zeer te spreken over haar plan van aanpak. “Het energieakkoord heeft eigenlijk geen rol gespeeld tijdens de collegeonderhandelingen, want dat waren we toen helemaal nog niet van plan.” Duurzaamheid in het algemeen was wel al vanaf het begin een belangrijk onderwerp voor dit college, bestaande uit het CDA, D66, GroenLinks, en de VVD - inmiddels vervangen door lokale partij Beter De Bilt. Is er in de lokale politiek dan helemaal geen commotie geweest omtrent het energieakkoord? “Eigenlijk niet. Die uitspraak over 2030 staat gewoon. Het zware werk zat echt aan de voorkant, niet aan de achterkant om nog het college of de raad te overtuigen.”

Dat wil nog niet zeggen dat felle discussies op het gebied van de energietransitie in De Bilt volledig zijn uitgesloten. Bijvoorbeeld wat betreft de windmolens, waarvan er toch minstens dertien geplaatst moeten worden om energieneutraliteit te kunnen bereiken. “Voorlopig zijn we nog niet zo ver. Ik heb van mijn collega’s uit andere gemeenten geleerd hoeveel politieke weerstand het kan opleveren op het moment dat het plaatsen van deze windmolens van bovenaf moet komen. Daarom wordt er momenteel voor gekozen om uit te gaan van plaatselijke initiatieven, en ik weet dat er her en der ook al mensen over aan het praten zijn. Maar mocht dit niet lukken dan zal dit ongetwijfeld ook hier tot hele grote polarisatie kunnen leiden.”

Het meekrijgen van inwoners

De gemeente is zich er van bewust dat er grote afhankelijkheid van de inwoners is om de energietransitie waar te kunnen maken. Brommersma: “Vergeleken met andere gemeenten hebben we in De Bilt weinig bedrijven, dus het grootste energieverbruik zit hier bij woningen. De meeste daarvan zijn koopwoning, en daar hebben wij geen zeggenschap over. Wel proberen wij de inwoners te verleiden om maatregelen te nemen. Zo heeft BENG! alle woningen van voor 1970 aangeschreven om goedkoop energieadvies te krijgen. Redelijk veel mensen maken hier gebruik van en een fors percentage neemt vervolgens ook energiemaatregelen.”

En hoe zit het met inwoners met een lager inkomen of een lager opleidingsniveau? Hoe te voorkomen dat zij de ‘verliezers’ van de energietransitie worden? “Wij hebben relatief veel welvarende inwoners, die kunnen wel wat. Maar dat geldt natuurlijk niet voor iedereen. Woonstichting SSW is onze partner als het gaat om sociale huurwoningen; die neemt zelf allerlei maatregelen en geven informatie aan de huurders over energiezuinig wonen. Maar er kan meer en dat is wel een thema waar wij ons als GroenLinks de komende verkiezingsperiode mee bezig zullen houden.” De wethouder noemt hier een aantal voorbeelden. “Zo hebben wij bijvoorbeeld de U-pas, waarmee mensen met een lager inkomen korting kunnen krijgen bij bijvoorbeeld het zwembad of de bibliotheek. Het lijkt mij een goed idee om die U-pas ook te gebruiken voor korting bij het nemen van energiemaatregelen. En in de gemeente Utrecht verstrekken ze particuliere leningen om zonnepanelen aan te schaffen. Als ik het voor het zeggen had dan zou ik dat ook wel in willen voeren. Het standpunt van de gemeente is echter ‘de gemeente is geen bank’, en dat respecteer ik ook.”

"Ik prijs me ontzettend gelukkig met het bestaan van onze energiecoöperatie"

 

Daarnaast loopt de gemeente regelmatig tegen nationale regelgeving aan waardoor het proces van de energietransitie wordt vertraagd. “Zo mogen wij bijvoorbeeld geen hogere eisen dan het bouwbesluit opleggen voor nieuwe gebouwen. En op het moment dat een instelling of bedrijf zoveel zonnepanelen heeft dat ze op de zonnigste dag van het jaar meer dan 100% van hun eigen energie op zouden leveren, dan zijn zij volgens de wet energieleverancier. Daar komen dan ontzettend veel administratieve kosten bij kijken.”

Ook blijken er lokale regels te zijn die de inwoners soms in de weg zitten om duurzame maatregelen te nemen. “Er zijn inwoners die hebben geïnvesteerd in zonnepanelen, maar last hebben van de schaduw van twee gemeentebomen. Daarvoor kapt deze gemeente geen bomen. Er zitten natuurlijk allemaal goede redenen achter dit soort regels, maar ik word hier wel regelmatig op aangesproken. Dat zijn dan mensen die iets willen doen voor ons duurzaamheidsbeleid en tegelijkertijd door gemeentelijke regels belemmerd worden.”

Al met al hoopt wethouder Anne Brommersma dat De Bilt een voorbeeld zal zijn voor andere gemeenten. “Ik hoop dat ze inspiratie kunnen opdoen uit ons energieakkoord. Want het werkt echt heel goed; dit gun ik iedereen. Ik prijs me ontzettend gelukkig met het bestaan van onze energiecoöperatie, want zonder de kennis en energie van BENG! hadden wij dit met de beperkte ambtelijke formatie nooit voor elkaar gekregen.”

Klik op de kaart voor een grotere weergave

Oud-stagiair Bureau de Helling.
Alle artikelen