Historisch fragment 2: 1940 - Walter Benjamin

Over het begrip van de geschiedenis, stelling 6

Wat voorbij is historisch articuleren wil niet zeggen, het herkennen ‘zoals het eigenlijk is geweest’. Het wil zeggen, een herinnering bemachtigen zoals ze op een ogenblik van gevaar opflitst.

Voor het historisch materialisme gaat het erom een beeld van het verleden vast te houden zoals het zich op het ogenblik van gevaar onverhoeds aan het historisch subject voordoet. Het gevaar dreigt zowel voor het erfgoed van de traditie als voor de ontvangers ervan. Voor beide is het gevaar één en hetzelfde: zich te lenen als werktuig van de heersende klasse. In elk tijdperk moet worden gepoogd de overlevering opnieuw te veroveren op het conformisme, dat op het punt staat haar te overweldigen. De Messias komt immers niet uitsluitend als de verlosser; hij komt als de overwinnaar van de antichrist. Alleen die geschiedschrijver bezit de gave in het voorbije de vonk van de hoop te laten ontvlammen, die ervan is doordrongen dat ook de doden voor de vijand, als hij zegeviert, niet veilig zullen zijn. En aan de zegetocht van die vijand is nog geen einde gekomen.

De 18 stellingen over de geschiedenis (dit is these 6) schreef Walter Benjamin in 1939 of 1940 in Parijs, waar hij zijn toevlucht had gezocht voor het nationaal-socialisme. Kort daarna bezetten de Duitsers Frankrijk en probeert Benjamin over de Pyreneeën naar het neutrale Spanje te vluchten, vanwaar hij naar Amerika hoopt te komen. In de bergen wordt de groep bij de grens aangehouden en teruggestuurd naar Frankrijk. Met uitlevering aan de nazi’s in het vooruitzicht maakt Benjamin die nacht in 1940 met een overdosis morfine een eind aan zijn leven.