‘Ik hoop dat GroenLinks nooit bestuurlijk arrogant wordt’

Elf tips voor goed wethouderschap van Lot van Hooijdonk en Paul Smeulders

Lot van Hooijdonk en Paul Smeulders. Foto door Stefan Hennis.

Met meer dan honderd wethouders in 95 gemeenten heeft GroenLinks de traditionele bestuurderspartijen op veel plekken van hun troon gestoten. Hoe maakt de partij deze unieke situatie tot een succes en zorgt zij voor de gedroomde verandering in Nederland? De Helling at een hapje met ’s lands Beste Bestuurders, GroenLinksers Lot van Hooijdonk (40) en Paul Smeulders (31), en verzamelde hun gouden tips voor een succesvolle en bovendien aangename bestuursperiode. “Iedere wethouder komt een keer in de problemen. Maar relax: het waait vrijwel altijd weer over.”

Wethouder, Kamerlid en Beste Bestuurders
Lot van Hooijdonk (1978) is sinds 2014 wethouder voor GroenLinks in Utrecht, met in haar portefeuille onder meer energie, mobiliteit en groen. Daarvoor werkte ze op het ministerie van Verkeer en Waterstaat en was ze adjunct-directeur van de Natuur- en Milieufederatie in Utrecht. Paul Smeulders (1987) was van 2014 tot 2018 wethouder Financiën in zijn geboortestad Helmond. Daarvoor was hij fractievoorzitter van de Provinciale Staten van Noord-Brabant, gemeenteraadslid en werkte hij bij Natuurmonumenten. In juni volgde hij Linda Voortman op in de Tweede Kamer, waar hij zich nu bezighoudt met sociale zaken, ruimte en wonen. Van Hooijdonk en Smeulders werden in januari dit jaar verkozen tot Beste Jonge respectievelijk Beste Lokale Bestuurder van Nederland. Voor Van Hooijdonk was het de tweede keer dat ze deze titel won. 

Tip 1: Stel prioriteiten en ga daar vol voor

PS: “De rol van wethouder is eigenlijk heel gek. Je neemt beslissingen en bepaalt het beleid, maar je hebt geen managementverantwoordelijkheden. Ik vond dat een van de leukste dingen aan het wethouderschap. Je hoeft niet eens met je eigen secretaresse een functioneringsgesprek te voeren.”

LvH: “Mocht het nu eens voorkomen dat iemand niet zo goed functioneert, dan leg je dat neer bij degene die boven die persoon staat. Jij kunt je echt volledig op de inhoud richten.”

PS: “Je krijgt met heel veel onderwerpen te maken. Kies er daarom twee of hooguit drie waarop je echt verandering nastreeft en zet je daar vol voor in. De rest is leuk maar bijzaak. In Helmond heb ik me voornamelijk gericht op duurzaamheid. Zo hebben we met alle betrokkenen afspraken gemaakt om heel Helmond aardgasvrij te maken. Het is gewoon vet dat ze over twintig jaar nog bezig zijn met de dingen die we daar nu over hebben vastgelegd. Mijn andere prioriteit was het bouwen van de slimste woonwijk ter wereld. Op het gebied van duurzaamheid en sociale samenhang wordt dat echt een GroenLinkse droom, in Helmond of all places! Tijdens de laatste vergadering voor de verkiezingen stemde de raad unaniem in, dus die wijk gaat er gewoon komen.”

 LvH: “Ik zou daarnaast altijd gaan voor projecten die een structureel, blijvend effect hebben. Als ik zou moeten kiezen tussen nieuwe parkeernormen of een deelautoprogramma in een bepaalde wijk, zou ik altijd voor die parkeernormen gaan. Die veranderen wezenlijk hoe de stad eruitziet en blijven ook doorwerken als je zelf niet meer in het college zit. Ik heb echt de ambitie om nieuwe spelregels neer te zetten, en niet een klein subsidieprogramma dat na vier jaar zo weer teruggedraaid kan worden.”

Tip 2: Blijf herkenbaar als partij

LvH: “We moeten echt voorkomen dat we op één hoop gegooid worden met andere partijen. Dat is bij de PvdA gebeurd: van een aantal bestuurders – zeker niet allemaal – was niet meer duidelijk of ze nu van de PvdA of het CDA waren. De kwetsbare groepen die behoren tot hun natuurlijke achterban herkenden hun partij niet meer. Wij hebben deels dezelfde doelgroepen en tot nu toe lukt het ons volgens mij om herkenbaar te blijven, maar we staan pas aan het begin van onze nieuwe rol als bestuurderspartij. Ik kan me voorstellen dat je ideologische kant wat verzwakt als je de samenleving na zoveel jaren besturen al zo’n beetje naar je eigen snit hebt gevormd.”

Paul Smeulders: “GroenLinks is een echte veranderpartij. Dat brengt verwachtingen met zich mee.”

 

PS: “Middenpartijen als PvdA en CDA hebben te vaak de ambitie om goed op ‘de toko’ te passen. GroenLinks is een echte veranderpartij en profileert zich ook duidelijk zo. Dat brengt ook verwachtingen met zich mee.”

LvH: “Leuk vind ik het trouwens zeker niet dat de PvdA zo klein is geworden. Het zijn onze vrienden en we zijn in Utrecht nu wel eenzaam met drie PvdA’ers en twee SP’ers in de raad. Je wenst jezelf meer steun toe. Maar ik begrijp de kiezers wel. Ze voelden zich door de sociaaldemocraten in de steek gelaten. Ik hoop dat wij altijd oog houden voor de mensen voor wie we het doen.”

Tip 3: Verkoop een compromis nooit als je eigen besluit…

LvH: “In ons coalitieakkoord staat dat we de Vuelta naar Utrecht willen halen. Maar GroenLinks wil dat wielerfestijn helemaal niet! Naar buiten toe zeg ik dan ook precies hoe het zit: wij hebben op dit punt moeten inleveren bij het sluiten van het coalitieakkoord. Tell them like it is, maak dingen niet mooier dan ze zijn. Ik denk dat de PvdA in het verleden teveel compromissen heeft verdedigd alsof het hun eigen besluit was. Dat moet je nooit doen. Het is echt niet erg om te zeggen: balen, maar dit is een van onze verliespunten.”

PS: “Helemaal mee eens. In Helmond speelde dat ook op een heel gevoelig dossier, de kap van een bos om er een bedrijventerrein van te maken. Natuurlijk is GroenLinks daar fel tegen, maar we waren destijds de negende partij in de raad. Het lukte ons in het coalitieakkoord om de Ruit (LvH: “Wij hebben een Ring, zij een Ruit.”) rondom Eindhoven tegen te houden, maar dan moesten we het nieuwe bedrijventerrein wel slikken. Samen met de VVD-wethouder voor economie ben ik toen in gesprek gegaan met alle betrokkenen en heb ik uitgelegd: ik ben natuurlijk niet voor het kappen van een bos, maar ik ga er alles aan doen om de verloren natuur te compenseren en de leefbaarheid in de wijk te verbeteren. Die uitleg werd geaccepteerd, al vergde dat veel gesprekken. Gelukkig waren er nog geen onomkeerbare stappen gezet. Dus nu GroenLinks de grootste is in Helmond, gaat er uiteraard een streep door die bomenkap.”

Tip 4: …maar ga nooit door je ondergrens heen

PS: “Bij de stemming over het natuurakkoord van voormalig staatssecretaris Bleker was de Kamerfractie van de SP destijds fel tegen. Maar als onderdeel van de coalitie moest de SP in de Provinciale Staten vóór stemmen.”

LvH: “Dan ga je als partij dus door je ondergrens heen.”

PS: “De uitbreiding van vliegveld Eindhoven is daarom in Eindhoven uit het coalitieakkoord gehouden. Het is volkomen ondenkbaar dat GroenLinks daar ooit vóór zou zijn. Schrijf er dan maar liever niets over in het akkoord en maak het tot een vrije kwestie voor alle coalitiepartijen. Dat bos was voor ons ook een lastig punt, maar ik kon in ieder geval verdedigen dat er aantoonbaar meer natuur voor terug zou komen.”

LvH: “In onderhandelingen moet je altijd bereid zijn om ‘nee’ te zeggen en dus de oppositie in te gaan. Dan heb je een sterkere positie. Zet nooit je geloofwaardigheid op het spel door je idealen te verloochenen voor de macht of een leuke baan.”

Tip 5: Neem de oppositie serieus

LvH: “Je wint heel veel als je steun groter is dan alleen die van de coalitie. Het meest trots ben ik op ons mobiliteitsbeleid. Ons voorstel om vier kilometer snelweg terug te brengen van twee keer twee banen naar twee keer één baan is met ruim veertig van de 45 zetels aangenomen. We halen hectaren asfalt weg in een groeiende stad, dat is nogal wat. Het mooiste is dat dit niet alleen door de coalitie maar ook door de oppositie wordt gesteund. Dat bereik je alleen door de oppositie serieus te nemen en te luisteren naar hun ideeën.”

PS: “Als wethouder van Financiën heb ik raadsleden van alle partijen kunnen helpen door hun vragen te beantwoorden of door dingen voor ze uit te zoeken. Bij die verkiezing voor Beste Bestuurder hoorde ik van veel mensen uit de oppositie dat ze op mij hadden gestemd. Het maakt me trots dat het me gelukt is om wethouder van iedereen te worden.”

LvH: “Een goed idee is een goed idee, ongeacht van wie het komt. Kijk, ik ben ook geen heilig boontje. Als coalitiegenoot VVD mij in de vorige raadsperiode iets vroeg, vond ik het net iets eerder een goede vraag dan als het CDA vanuit de oppositie een vraag stelde. Maar als die CDA’er gelijk had, had hij of zij gewoon gelijk. Door zo’n instelling draag je bij aan een fijne bestuurscultuur. Als mensen zich serieus genomen voelen, luisteren ze ook eerder naar jou.”

PS: “Absoluut. Helmond had geen prettige bestuurscultuur toen ik commissielid was. Alles wat uit de oppositie kwam, werd per definitie weggestemd. Door als coalitiepartij iedereen serieus te nemen en samen te werken, hebben we bijgedragen aan verandering. Om een voorbeeld te geven: in een motie van anderen staat altijd iets waar je niet heel gelukkig mee bent. Dus bij een motie uit de oppositie kun je twee lijnen kiezen: als college negatief adviseren en de motie weg laten stemmen, of tegen de betreffende persoon zeggen: als je de motie nu zo aanpast, kan hij wel. Ik vind het oprecht mooi als zo’n voorstel dan wordt aangenomen. De oppositie heeft net zoveel hart voor de stad als wij en werkt net zo hard.”

LvH: “Misschien scheelt het ook dat GroenLinks in jullie vorige coalitie klein was. Je hebt vrienden dan ook gewoon nodig.”

PS: “Klopt, mijn grote frustratie als lid van de oppositie was dat ik nooit serieus werd genomen. Als wethouder nam ik me direct voor het heel anders te doen.”

LvH: “Oppositietrauma’s helpen blijkbaar ook.”

PS: “Ik hoop dat GroenLinks nooit bestuurlijke arrogantie krijgt door een houding aan te nemen van: wij zijn de grootste en hebben de macht, en de rest doet er niet toe. Dat is echt een valkuil voor grotere partijen.”

Tip 6: Werk samen met de raad…

LvH: Soms krijg ik een appje van een raadslid: ik zit in wijk X en ze zeggen daar dit over project Y. Dan denk ik: ah, dat gezichtspunt was mij onbekend. Fijn dat ik voorbereid ben en zelf op onderzoek uit kan gaan.”

PS: “In Helmond gingen college en raad vaak samen op wijkbezoek. Je bent samen het stadsbestuur en voor beide is het belangrijk om de wijken in de trekken. Gun de raad ook wat en maak ook ‘gebruik’ van ze. Soms is het heel fijn om te kunnen zeggen: ik doe dit in opdracht van de raad.”

LvH: “De verhouding tussen raad en college hangt erg af van de politieke cultuur.”

PS: “In Utrecht en Helmond heerst geen sfeer van: wij willen bloed zien. Ik krijg weleens de indruk dat de raad er in sommige steden tijdens het vragenuurtje soms vooral op uit is om de wethouder kapot te maken.”

LvH: “De enige manier om een negatieve bestuurscultuur te doorbreken, is door jezelf te blijven en eerlijk te zijn.”

Lot van Hooijdonk: “Een valkuil voor GroenLinksers is dat we de neiging hebben om álles belangrijk te vinden, elke bloempot circulair te willen hebben.”

 

PS: “Wat zo leuk is aan het wethouderschap is dat er nergens voorgeschreven staat hoe je het moet doen. Er is geen goed of fout. Ik denk dat Lot en ik goede recensies krijgen omdat we onszelf blijven. Ik vind duurzaamheid heel belangrijk en als ik voor een zaal sta, ziet iedereen dat ik dat meen. Ik ben jong en enthousiast, en ben me niet anders gaan gedragen omdat ik ineens wethouder was.”

LvH: “Je oogst ook wat je zaait. Ik heb een hekel aan machtspolitiek, het gaat mij om de inhoud en ik heb het idee dat ik daardoor voor veel mensen niet bedreigend ben. Ik beschouw mijn portefeuilles niet als mijn territorium maar als een gedeelde taak.”

PS: “Besturen betekent verschillen overbruggen. Probeer te investeren in begrip voor de ander en elkaar niet in de problemen te brengen. Als een VVD’er met een onderwerp zat dat voor die partij heel belangrijk was en waar ik niet zo’n sterke mening over had, hielp ik die VVD’er voluit. Fijn voor hem en ik weet dan dat hij mij helpt als ik hem een keer nodig heb.”

LvH: “Dat heeft ook te maken met het scheiden van hoofd- en bijzaken. Een valkuil voor GroenLinksers is dat we de neiging hebben om álles belangrijk te vinden, elke bloempot circulair te willen hebben.”

PS: “Houd ook de langetermijnrelatie in het oog. Maak niet overal een principiële discussie van en drink een borrel na afloop van de raadsvergadering. Dan merk je dat raadsleden allemaal mensen zijn, die vader en moeder of opa en oma worden.”

Tip 7: …en met andere GroenLinkse gemeenten

LvH: “We besturen nu in zoveel gemeenten. Bedenk eens hoeveel kansen dat biedt op het gebied van bijvoorbeeld mobiliteit! Mijn droom is dat we ons met minimaal tien GroenLinks-steden ten doel stellen om in 2030 geen CO2 meer uit te stoten in milieuzones. Het Rijk wil daar niet aan, maar gezamenlijk kunnen wij wel een nieuwe norm neerzetten. Als tien steden die norm stellen, heeft dat een enorm effect op de markt en halen we het Rijk gewoon in. We kunnen veel meer impact hebben wanneer we onze krachten bundelen.”

PS: “Eens, gezamenlijk kunnen we op lange termijn dingen écht veranderen.”

LvH: “We moeten elkaar ook vooral niet gaan aftroeven. Dat heb ik overigens nog nergens geproefd, maar ik hoop dat we daar ook verre van blijven. We zijn allemaal van hetzelfde merk, laten we vooral samen optrekken.”

Tip 8: Laat zien hoe je problemen aanpakt

PS: “Het feit dat je als wethouder geen managementverantwoordelijkheid hebt, is prettig maar soms ook wel lastig. Als wethouder van Financiën in Helmond werd ik afgelopen jaar geconfronteerd met een vervelend rapport van onze nieuwe accountant. We waren 37 jaar klant bij hen geweest, hadden twee jaar een andere accountant gehad en toen we terugkeerden bij Deloitte, waren ze in hun eerste rapport opeens extreem kritisch op onze interne organisatie. Stond ik plotseling met mijn gezicht in de krant onder de kop ‘Puinhoop in Helmond’. Verschrikkelijk. Dit was precies mijn moeders grootste nachtmerrie toen ik wethouder werd: dat ik op zo’n manier in de media zou komen. Toen pas merkte ik hoe kwetsbaar ik was als bestuurder, vooral omdat we die signalen nooit eerder hadden gekregen. We hebben meteen de raad geïnformeerd over het rapport en in alle openheid orde op zaken gesteld. Maar als bestuurder ben je bij zo’n interne kwestie vooral afhankelijk van anderen. Toen baalde ik wel een beetje van dat ik geen managementverantwoordelijkheid had.”

LvH: “Maar daar moet je niet van balen, zo werkt het nu eenmaal als je wethouder bent. En ik ben van de school: het gaat erom wat je hebt gedaan op basis van wat je op dat moment wist. Zodra jij dat rapport van de accountant onder ogen kreeg, ben je gaan handelen. Dus je hebt het goed gedaan, alleen staat er wel een stom artikel in de krant.”

PS: “Een paar maanden eerder was ik nog de Beste Bestuurder, en dan ineens ben je heel negatief in het nieuws.”

Paul Smeulders: “Met media-aandacht is het net als met een nieuwe racefiets: het eerste krasje doet het meest pijn, daarna haal je er je schouders over op.”

 

LvH: “In het begin van mijn wethouderschap kreeg ik te maken met een verkeerde berekening van het rendement van onze stadsverwarming. Dat getal, dat te hoog was ingeschat, bepaalt mede welke duurzaamheidsmaatregelen verder moeten worden genomen bij nieuwbouw. Er werden dus bij wijze van spreken te weinig zonnepanelen geplaatst. Die verkeerde berekening werd door een klokkenluider naar buiten gebracht en de raad nam het heel hoog op. Ik heb toen steeds laten zien aan de raad wat ik op welk moment deed met de kennis die ik had. Dat is het enige wat je op dat moment kunt doen.”

PS: “Klopt. Ik heb van die affaire met de accountant ook geleerd dat het met media-aandacht net zo is als met een nieuwe racefiets: het eerste krasje doet het meest pijn, daarna haal je er je schouders over op. Het vierde artikel in de krant raakte me al veel minder.”

Tip 9: Maak duidelijk waar burgers wel en geen zeggenschap over hebben

LvH: “Er is niet zoiets als een formule voor burgerparticipatie. Wat werkt, verschilt per wijk en ook per kwestie. Bij een windmolenpark of tippelzone weet je dat het ingewikkeld wordt. Belangrijk is dat je duidelijk maakt waar mensen wel en geen invloed op hebben. In Utrecht zitten we momenteel in een participatieproces rond een windmolenpark. Het is niet meer de vraag óf het er komt: de raad heeft dit bij mij besteld en ik moet het uitvoeren. Met burgers ga ik wel in gesprek over hóe het er komt. Maar we kunnen die windmolens niet meer wegdromen.” *

PS: “Toen wij te maken kregen met de komst van vluchtelingen naar de stad, hebben we in de drie wijken die in beeld waren voor een opvanglocatie sessies met burgers georganiseerd. Daar werd ik geconfronteerd met mensen die het vertrouwen in de overheid volledig hadden verloren. Hun boosheid ging eigenlijk helemaal niet om die vluchtelingen.”

LvH: “Herkenbaar. En de vluchtelingen worden daar de dupe van. ‘We vertrouwen jullie al niet, en dan willen jullie ons ook nog eens Syriërs in de maag splitsen’.”

PS: “Ik vond het heel leerzaam om te merken dat ik daar niet als persoon werd gezien, maar als vertegenwoordiger van die onbetrouwbare overheid. Uiteindelijk lukte het me gelukkig om als persoon vertrouwen te winnen. De avond verliep verder respectvol en uiteindelijk zijn in een van die wijken geen vluchtelingen gekomen, maar hebben we wel een wijkactieplan opgesteld om een aantal terechte zorgen aan te pakken.”

LvH: “In Utrecht hebben we ons als doel gesteld om te luisteren naar de wat meer timide stemmen die vaak niet worden gehoord bij grote plenaire sessies. Daarom kiezen we eerder voor kleinschalige inloop- en rondetafelbijeenkomsten, decentraal en soms met hulp van gespreksbegeleiders. In onder meer de wijk Overvecht hebben we daarnaast een luisterpaal staan, waar mensen over bepaalde onderwerpen mogen inspreken, op het moment dat het hun uitkomt. Dit werkt heel goed, mensen komen even langs tijdens het boodschappen doen. Voor ons is dit een meer rechtvaardige manier van inspraak.”

Tip 10: Ga creatief om met landelijk beleid

LvH: “Wij kijken in Utrecht totaal anders tegen mobiliteit aan dan het Rijk, en lange tijd ook anders dan de provincie. Ik vind files bestrijden helemaal niet interessant, maar voor het Rijk is dat het belangrijkste wat er is. Het is heel lastig om zo’n ander paradigma te hebben bij een onderwerp waarop je een samenhangend systeem zou wensen. Regionaal – met de stad, omliggende gemeenten en provincie – varen we gelukkig steeds meer dezelfde koers, en daar ben ik trots op. Hoe ik met dat verschil in opvattingen omging? Door creatief te zijn. Wij wilden een milieuzone, het Rijk wilde die niet faciliteren. Toen hebben we gewoon een verkeersbord neergezet waarmee we de binnenstad tot milieuzone uitriepen. Een aantal rechtszaken later bleek dat we in ons recht stonden. Ook hebben we zoveel mogelijk rijksgelden voor mobiliteit en filebestrijding ingezet voor het bevorderen van fietsverkeer. Ons verhaal daarbij: fietsen is ook heel goed tegen files!”

Tip 11: Relax!

LvH: “Iedere wethouder komt een keer in de problemen. Anders heb je óf een prutportefeuille gehad, óf je hebt vier jaar niets gedaan. En echt, de meeste incidenten waaien weer over. Ik zie dat nog duidelijker nu ik – ik krijg het bijna mijn strot niet uit – ‘oudgediende’ ben. Natuurlijk gaat het soms echt goed mis. Maar meestal denk je een paar maanden na ‘gedoe’: waar hadden we het ook alweer over?”

Lot van Hooijdonk: “Iedere wethouder komt een keer in de problemen. Anders heb je óf een prutportefeuille gehad, óf je hebt vier jaar niets gedaan.”

 

PS: “Ik merkte dat heel duidelijk na dat nieuws in de krant over het accountantsrapport. Door de manier waarop we omgingen met de kritiek, kregen we een compliment van de Rekenkamer. Het speelde een maand voor de verkiezingen en uiteindelijk zijn we zelfs de grootste geworden in Helmond. Er zijn altijd dingen die misgaan, wees daar als bestuurder open en transparant over. En verlies door het gedoe vooral het hogere doel niet uit het oog.”

LvH: “Ik zit hier niet om de populariteitsprijs te winnen maar om de stad te verbeteren. Dat gaat een stuk beter als je je niet gek laat maken door kleine tegenslagen. Durf ook lui te zijn in zaken die niet met de inhoud te maken hebben. Ik concentreer me op mijn dossiers en gesprekken met burgers en laat me in andere dingen graag faciliteren. Over mijn eten maak ik me bijvoorbeeld niet druk. Als ik honger krijg, kijk ik mijn secretaresse lief aan. En als het nodig is, zeg ik tegen mijn ambtenaren: beste vrienden, los het maar op. Hier ga ik niet over.”

* Noot van de redactie:
De publicatie van dit artikel heeft geleid tot vragen van de Utrechtse gemeenteraad. Dit betrof een citaat van Lot van Hooijdonk bij tip 9 over burgerparticipatie. Van Hooijdonk geeft aan dat wat zij hier bedoelde te zeggen, het volgende is: 
"Belangrijk is dat je duidelijk maakt waar mensen wel en geen invloed op hebben. In Utrecht zitten we momenteel in een participatieproces rond een energielandschap, via windmolens en/of zonnepanelen. Het is niet meer de vraag óf dit energielandschap er komt: de raad heeft dit bij mij besteld en ik moet het uitvoeren. Met burgers ga ik wel in gesprek over hóe het er komt. Maar we kunnen die windmolens en zonnepanelen niet meer wegdromen uit ons landschap.”

Dit interview staat in het herfstnummer van tijdschrift de Helling. Klik hier om je te abonneren.

Lot van Hooijdonk en Paul Smeulders. Foto door Stefan Hennis.

Hoofdredacteur van tijdschrift de Helling.
Alle artikelen