Linde Gonggrijp: "Organiseer solidariteit opnieuw"

Interview met directeur FNV Zelfstandigen

In de discussie over de tweedeling op de arbeidsmarkt krijgt de vakbeweging vaak het verwijt alleen op te komen voor werknemers met een cao en de belangen van zzp’ers te negeren. Linde Gonggrijp zet zich als directeur van FNV Zelfstandigen wel voor hen in. Ze bevindt zich vaak tussen twee vuren.

FNV Zelfstandigen is twaalf jaar geleden opgericht vanuit de gedachte dat de vakbond er ook moet zijn voor mensen die ofwel bewust kiezen voor de risico’s van het zelfstandig bestaan, ofwel na het vergeefs zoeken naar een baan voor een leven als zzp’er kiezen. Veel van deze zelfstandigen hebben wel degelijk behoefte aan ondersteuning en solidariteit. FNV Zelfstandigen beschouwt de zelfstandige als een professionele kenniswerker, een ondernemer die voor eigen rekening zijn/haar arbeid, kennis en ervaring aanbiedt. De zelfstandige vereniging binnen de FNV richt zich daarbij vooral op adviezen, juridische dienstverlening en de versterking van ondernemerschap. Maar behalve de individuele belangenbehartiging probeert de vereniging ook collectieve regelingen te treffen en invloed uit te oefenen op wet- en regelgeving via politieke lobby en in de Sociaal Economische Raad (SER). 35.000 FNV leden zijn zelfstandig en daarmee zijn ze de grootste belangenbehartiger van zelfstandigen in Nederland. Daarnaast bestaat nog het Platform Zelfstandige Ondernemers (PZO), die ook een zetel in de SER heeft.

Linde Gonggrijp: “Wij fungeren als waakhond binnen de FNV door erop te wijzen dat er naast werknemers ook nog andere mensen zijn wiens belangen behartigd dienen te worden.

En natuurlijk, als het gaat over de AOW of de pensioendiscussie, moeten wij binnen de FNV wel eens ‘joehoe’ roepen, ‘de zelfstandigen zijn er ook nog!’ Maar het feit dat we zoveel leden en een SER zetel hebben, helpt wel. De discussie is niet altijd gemakkelijk, omdat de FNV voornamelijk vanuit het perspectief van mensen met een vaste baan kijkt, maar de vakbond zal zich op dit punt moeten vernieuwen, want er zijn steeds meer mensen die op een andere manier werken.”

Onlangs was er een conflict tussen de FNV Bondgenoten en de top van de FNV over flexibilisering. Dit bevestigde het beeld dat de typische ‘vakbondsman’, georganiseerd in FNV Bondgenoten, vooral de rechten en privileges van de zittende werknemers verdedigt en de mensen die daar buiten vallen als concurrenten beschouwt. Heeft u daar intern ook last van? Wordt de positie van FNV Zelfstandigen bemoeilijkt door FNV Bondgenoten?
“Onlangs bij een Europese discussie over zelfstandigen werd mij weer duidelijk dat de ‘diehard’ FNV-er hard nodig is voor de onderkant van de arbeidsmarkt. Maar de FNV moet er wat mij betreft ook zijn voor de  kinderen en kleinkinderen van de leden. Zij verkeren in een andere situatie en daar heeft de typische vakbondsman onvoldoende oog voor. Van de FNV-leden is veertig procent lid van FNV Bondgenoten, dat is dus niet de hele FNV. Natuurlijk is er wel sprake van wrijving en botsen we wel eens met het gestaalde kader. Er zijn aan de andere kant ook zelfstandige ondernemers die niet blij zijn dat wij onderdeel uitmaken van de FNV. Maar wrijving geeft ook glans. Ik denk dat het juist goed is dat wij bij de FNV horen, omdat wij zo van binnenuit discussies kunnen aangaan. Ik geloof in collectiviteit vanuit de gedachte van het welbegrepen eigenbelang en daarom denk ik dat we bij de vakbond goed zitten. De FNV kan niet om de veranderingen op de arbeidsmarkt heen, net zo min als om de vergrijzing. Ze moet een nieuwe visie op solidariteit ontwikkelen. Solidariteit is in Nederland heel erg geïnstitutionaliseerd. Het is moeilijk in beweging te brengen. Maar voor FNV Zelfstandigen is dat de zoektocht waar het om gaat.Wij zijn de verkenners op de arbeidsmarkt.”

Die geïnstitutionaliseerde solidariteit maakt onderdeel uit van het Rijnlandse model van overleg tussen werknemers en werkgevers. Is de toename van flexibel en zelfstandig werk uiteindelijk niet een bom onder dat duale model?
“Kijkend naar andere Europese landen, moeten we blij zijn dat hier de verschillende inzichten bij elkaar worden gebracht in overleg. Dat geeft namelijk invloed aan alle betrokken partijen en daar heeft iedereen die in Nederland arbeid verricht voordeel van. Wel vind ik dat het model te rigide is opgedeeld in twee kampen, de werkgevers en de werknemers. Je zou moeten uitgaan van drie groepen: werkgevers, werknemers en zelfstandige professionals. De uitzendkrachten reken ik dan tot de werknemers. Voor de zzp’ers zou er ook één belangenbehartiger moeten zijn, nu is het helaas versnipperd. En ook de sociale zekerheden zijn te rigide opgebouwd in die twee pijlers. Daar zou meer flexibiliteit in moeten worden aangebracht. Daarmee moeten we denk ik niet naar een Angelsaksisch model, maar naar een nieuwe manier van organiseren van solidariteit’.

Binnen GroenLinks is het Scandinavische model steeds populairder geworden. In dit model staat werkzekerheid voorop in plaats van baanzekerheid. Waar staat FNV Zelfstandigen in deze discussie?
“Daar zijn wij het mee eens: werkzekerheid boven baanzekerheid. Het uitgangspunt is dat iedereen die arbeid aanbiedt op de arbeidsmarkt, of het nu gaat om uitzendkrachten, werknemers of zelfstandig professionals, toegang krijgt tot een basis aan scholing en gebruik kan maken van basale voorzieningen, zoals bijvoorbeeld een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid. Dat is in het belang van de maatschappij als geheel. Wil je meer dan die basis, dan moet je daarvoor betalen en mag je zelf kiezen hoe je het wilt. Wij zijn voor die keuzevrijheid. De kracht van het Rijnlandse overlegmodel is wel dat geen enkele groep buiten de boot valt. In tegenstelling tot het model in Amerika, waar grote groepen onverzekerd wonen en werken.”

Links en de vakbeweging zijn van oudsher bondgenoten. Maar de relatie is flink bekoeld sinds  GroenLinks van mening is dat je in rechten van werknemers met een vast dienstverband moet snijden ten gunste van meer rechten voor zzp’ers en andere flexwerkers. Vind u dat ook?
“Jazeker. Neem bijvoorbeeld de ontslagvergoedingen: het geld daarvoor zou ik veel liever besteden aan scholing, zodat mensen daarna weer gemotiveerd aan de slag kunnen. Nu houden die enorme ontslagvergoedingen mensen gevangen in een ‘gouden hangmat’. Mensen stappen desondanks vaak uit al die veiligheid, omdat de traditionele arbeidsrelatie voor hen niet meer werkt: zij zijn de arbeidsorganisatie ontgroeit met haar vaste kantooruren, haar controle en haar rigide cao. De cao is te veel een instituut geworden: het haalt de zeggenschap bij mensen weg en stuurt niet op de inzetbaarheid van mensen. We moeten dus op zoek naar een nieuwe visie op de arbeidsmarkt, ook binnen de FNV. Anders loopt alles vast.”

Is deze ‘zoektocht’ naar een nieuwe visie niet gewoon een keiharde strijd die u met de top en de bonden van de FNV moet voeren?
“Het is de kunst mensen binnenshuis ervan te overtuigen dat we de zaak niet willen afbreken, maar dat we á la Schumpeter via creatieve destructie naar nieuwe wegen zoeken. Wij zijn nergens tegen, maar juist ergens voor. Daar is vertrouwen voor nodig en overtuigingskracht. Dat is inderdaad een hele klus. Een voorbeeld is de discussie over de zelfstandigenaftrek, die gunstig is voor zelfstandig ondernemers met een relatief laag winstinkomen, maar die nadelig uitpakt als je net boven een bepaalde grens komt.”

Vanwege deze kunstmatige grens, die zzp’ers juist vaak hindert om te groeien, heeft GroenLinks voorgesteld om fiscale regelingen voor zelfstandige ondernemers te koppelen aan de omzet en winst van de onderneming. Daarmee krijg je een proportioneel systeem. Wat vindt u van dit idee?
“Een mooi idee. Maar als je het zo bot brengt, wordt het een strijd. Beter is het om de discussie te voeren over de vraag wat wij er als FNV van vinden dat veertig procent van de zelfstandig ondernemers een winstinkomen heeft van minder dan tienduizend euro. Voer je deze discussie dan krijg je veel meer handen op elkaar voor aanpassing van het fiscale model. Je moet het toch presenteren als een zoektocht naar een oplossing.”

Als het gaat om de oplossingen die u voorstelt, bestaat wel de indruk dat FNV Zelfstandigen de zelfstandige professional toch blijft  zien als werknemer, in tegenstelling tot een vereniging als PZO. Klopt dat?
“Zeker niet. Wij kiezen wel degelijk voor de keuzevrijheid van de zelfstandige ondernemer. Maar anders dan PZO willen wij wel zoeken naar collectieve mogelijkheden. Bijvoorbeeld voor zelfstandigen om stortingen te doen voor arbeidsongeschiktheid en pensioenen (fiscaal gezien in de tweede pijler). PZO wil dat overlaten aan de markt (de derde pijler). Wij willen de FOR (De fiscale oudedagsreserve) ombouwen tot een regeling waarin je moet storten, om in aanmerking te komen voor een aftrekpost. Wil je dat niet, dan hoeft het niet, maar dan heb je ook geen fiscaal voordeel. Het gaat erom te stimuleren dat mensen reserveringen voor hun pensioen doen. Dat betekent niet dat wij een pensioenfonds voor zelfstandigen willen, maar we zijn ook niet ten principale tegen fondsen. De markt biedt de zelfstandigen tot op heden namelijk nauwelijks iets betaalbaars. Wij zoeken tussenwegen. Wij zijn niet tegen nieuwe vormen van collectiviteit.”

“Wanneer de bestaande vakbonden inzetten op het ontwikkelen en behouden van kennis, binnen en buiten hun organisaties, al dan niet in allerlei netwerkverbanden, dan voorspel ik een veel positievere toekomst. Zeker dan kunnen we de FNV meenemen in een nieuwe visie op de arbeidsmarkt en toegroeien naar één organisatie die de belangen van zelfstandige professionals behartigt. In een nieuwe netwerkeconomie moeten we ervoor zorgen dat iedereen aangehaakt blijft en dat we op een flexibele manier kansen gaan benutten. Daar ligt de uitdaging voor de toekomst. Een voorbeeld hiervan zie je al rondom Brainport Eindhoven,  waar zelfstandige professionals, hoog en laag opgeleid, samenwerken met het bedrijfsleven en de overheid.”

Tot slot: er is ook een andere kant aan de groei van het aantal zelfstandigen. Op een flexibele arbeidsmarkt zonder basale ondersteuning ligt uitbuiting om de hoek. Hoe kijkt FNV Zelfstandigen daar tegenaan?
“Je moet wel duidelijk onderscheid maken tussen enerzijds flexwerkers, uitzendkrachten en medewerkers met nul urencontracten en zelfstandigen anderzijds. Wij richten ons op de professional die op basis van eigen motivatie of na langer zoeken naar een baan toch maar de keuze maakt voor zelfstandig ondernemerschap. Bij die eerste groep hebben we te maken met een heel andere categorie, de outsiders, de werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt. FNV Bondgenoten moet aan deze groep aandacht besteden. Daar zijn zij nou voor. Op de postmarkt, in de koerierssector e.d. wordt zelfstandig ondernemerschap eigenlijk misbruikt. Dat tast ook het imago van zelfstandig ondernemerschap aan. Deze mensen zijn geen ondernemers; zij hebben in de meeste gevallen maar één opdrachtgever en rijden in de bedrijfskleding van die opdrachtgever rond. Dat zij vaak niet bij een vakbond zijn aangesloten moet de FNV Bondgenoten zich aanrekenen.”

“Als je kijkt naar de organisatiegraad van de FNV maakt ik me best zorgen. Je vraagt je soms af, waar staat de FNV over twintig jaar? Ook de pensioendiscussie werd door een relatief kleine groep gedomineerd. Het valt bijna niet meer uit te leggen waar dit nog over gaat. Want pensioenen gaat over het organiseren van solidariteit. En wie is nu solidair met wie? Zijn de vijftig plussers nog wel solidair met de jongere? Het is daarom heel fijn als andere FNV bonden deze discussie met ons voeren. Want de wet van het grote getal werkt ook binnen de FNV.”

Onderzoeker en docent aan de Protestantse Theologische Universiteit. Oud-hoofdredacteur van tijdschrift de Helling.
Alle artikelen
Bestuurskundig adviseur. Statenlid voor GroenLinks in Noord-Brabant.
Alle artikelen