Met z’n zessen

Israël, Palestina en de buren: een 6-staten-oplossing

In het conflict Israël-Palestina zit weer beweging, maar de tegenstellingen blijven schier onoverbrugbaar. De Noorse bemiddelaar Johan Galtung ziet een uitweg: geen twee-staten- maar een zes-statenoplossing.

De verkiezing van Abu Mazen als opvolger van Jasser Arafat wordt allerwegen gezien als een overwinning van gematigde krachten in Palestina. Zelden kreeg een Palestijnse leider zo’n warm onthaal in de internationale gemeenschap. Zelfs Sharon was bereid tot een gesprek. Toch is er weinig reden voor euforie en het zou niet de eerste keer zijn dat politieke commentatoren verwachtingen wekken over een mogelijke doorbraak terwijl de feitelijke basis voor dergelijke verwachtingen flinterdun is. 

De populariteit van Abu Mazen (ook bekend als Mahmoud Abbas) houdt vooral verband met zijn afwijzing van terroristisch geweld als middel om de politieke doelen van de Palestijnse volk te realiseren. Die strategie werkt averechts omdat juist op het militaire strijdtoneel Israël aanzienlijk sterker is. Abu Mazen kiest voor een strategie waarin overtuigingskracht, gesprekken en onderhandelingen centraal staan. Het politieke programma van Abu Mazen gaat echter niet alleen over middelen, maar ook over doelen. Die doelen worden door het Westen beslist niet unaniem omarmd en zijn voor Sharon reden om uiterst argwanend te blijven. Het gaat immers om de ontruiming van de bezette gebieden met inbegrip van de West Bank, de erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Palestina en het recht op terugkeer van Palestijnse vluchtelingen.

Het feit dat Abu Mazen niet van plan is om hieraan concessies te doen, is een belangrijke reden waarom de uiteenlopende Palestijnse groeperingen hem steunen of gedogen. Maar over de strategie van Abu Mazen heerst veel scepsis: men gelooft niet dat alleen de kracht van argumenten voldoende is om Sharon te bewegen om concessies te doen. De maatschappelijke en politieke steun voor Abu Mazen is dus fragiel. Het feit dat vlak na zijn verkiezing niet de PLO maar Hamas bij de lokale verkiezingen een eclatante overwinning boekte, is veelzeggend.

Aan Israëlische zijde is de verkiezing van de gematigde Abu Mazen weliswaar positief ontvangen, maar in de omgeving van Sharon wordt deze verkiezing vooral geïnterpreteerd als het bewijs dat Sharons harde aanpak effectief is gebleken. De Palestijnen zijn murw gebeukt. Er zijn dan ook geen tekenen dat Sharon bereid zal zijn om concessies te doen anders dan het opheffen van intimiderende maatregelen en het terugtrekken van militaire eenheden. Het is een misverstand om te menen dat de aankondiging door Sharon dat hij de Gazastrook zal ontruimen een teken is dat Sharon ook bereid zal zijn om de West Bank te ontruimen.

Integendeel, er wordt verder gewerkt aan de bouw van nieuwe nederzettingen en uit publieke uitlatingen van adviseurs van Sharon blijkt dat Sharon het ideaal van een ‘Groot-Israël’ niet de rug heeft toegekeerd. Het streven van de Palestijnen naar een zelfstandige levensvatbare staat, is geen thema op de politieke agenda van Sharon c.s.. Sharon kan bovendien rekenen op de steun van Bush. De impasse in het Israël-Palestina conflict is dus nog steeds levensgroot en er hoeft maar heel weinig te gebeuren of de vlam slaat weer in de pan.

De vraag hoe deze impasse doorbroken kan worden, hebben we voorgelegd aan Johan Galtung (74), die wereldwijd gerespecteerd wordt als mediator in internationale conflictsituaties. Hij is één van de oprichters van het instituut Transcend in Oslo dat een eigen visie heeft ontwikkeld op conflictbeslechting.

Johan Galtungs oordeel over eerdere vredespogingen in het Midden-Oosten zijn niet mals. Het Oslo-akkoord moest wel op een mislukking uitlopen: “De bemiddelaars hebben destijds van het Israël-Palestina conflict een Arbeiderspartij-PLO conflict gemaakt. Likud aan de ene kant en partijen als Hamas aan de andere kant werden er buiten gelaten. Het akkoord was daarom doodgeboren. Een duurzame oplossing vereist dat alle relevante partijen erbij betrokken worden”. Over de road-map van Bush is zijn oordeel nog minder positief: “Het is niet meer dan retoriek en het was ook zo bedoeld.”

Galtung schetst de uitgangspunten van zijn mediation-benadering in internationale conflicten. De twee belangrijkste punten zijn: streef niet naar onderhandelingen, omdat partijen zich dan ingraven achter de bekende standpunten, maar streef naar een dialoog; en sluit geen compromissen maar zoek naar een nieuwe benadering. Dat laatste is essentieel omdat nieuwe gezichtspunten kunnen leiden tot het doorbreken van impasses. Galtung: “Betrokken partijen worden uitgedaagd om na te denken over een mogelijke toekomst. Een compromis ligt halverwege en deelt het ongenoegen in tweeën: iedereen is 50 procent tevreden en 50 procent ontevreden en die ontevredenheid leidt later maar al te vaak tot nieuwe conflicten.” Als voorbeeld wijst Galtung op een decennialang slepend en bloedig grensconflict tussen Ecuador en Peru dat hij openbrak met een verrassende suggestie: “Geen grens, want een compromis ligt halverwege in het omstreden gebied. Ik zei: vergeet die grens, wat denken jullie van een overgangsgebied, een gemeenschappelijke zone die als binational park zou kunnen functioneren? Sindsdien is er geen dode meer gevallen.”

Een soortgelijke creativiteit is volgens Galtung nodig om de impasse in het Palestijns-Israëlisch conflict te overwinnen: “Je moet niet alleen luisteren naar de bekende politieke stellingnames van de leiders, maar ook naar de daarachter liggende wensen van de betrokken bevolkingsgroepen. Dan is het duidelijk dat het voor de Palestijnen uiteindelijk gaat om een levensvatbare zelfstandige staat. Voor Israëliërs gaat het erom dat ze veilig willen zijn achter controleerbare grenzen. Dat zijn volstrekt legitieme verlangens die echter moeilijk met elkaar te verenigen zijn. Over de twee-statenoplossing waar nu steeds op wordt aangestuurd zegt Israël dat het voor hen niet veilig is en de Palestijnen zeggen dat de Israëlische opvatting over veilige grenzen een levensvatbare Palestijnse staat blokkeert. Dat ziet er dus niet zo goed uit. Onze benadering is als volgt: Een één-staatoplossing is onmogelijk, daarvoor is er teveel haat tussen beide bevolkingsgroepen. Voor een twee-statenoplossing is het conflict te asymetrisch om tot een vergelijk te komen: Israël is veel sterker en een overeenkomst op basis van machtsongelijkheid is altijd instabiel. Wij stellen een zes-statenoplossing voor, met Israël en de vijf omliggende landen Libanon, Syrië, Jordanië, Egypte en Palestina, volgens de pre-1967-grenzen.” Deze landen zouden een sociaal-economische gemeenschap moeten vormen, naar het voorbeeld van Europa na de Tweede Wereldoorlog. “Schuman kwam toen met het geniale idee om het overwonnen Duitsland met andere West-Europese landen in een gemeenschap onder te brengen, gericht op samenwerking.”

Op de tegenwerping dat beide situaties niet goed vergelijkbaar zijn, vertelt Galtung dat hij al jaren geleden begonnen is met gesprekken in de regio. “Ik breng mensen bij elkaar uit de betreffende landen: journalisten, wetenschappers en handelaren – niet de top, maar het middenkader. Ik zet ze aan tafels en vraag ze: ‘in welk Midden-Oosten wil je leven?’ Het gaat om dialoog over hun dromen. Allemaal komen ze dan met open grenzen, vrij reizen, vrije handel. Kortom, een gemeenschap. Niet meteen ook met vrije vestiging maar een gemeenschap van soevereine landen. Dan vraag ik ze de infrastructuur te schetsen die daar bij hoort en dat zorgt voor enorm enthousiasme. Hetzelfde vraag ik voor de economie, de cultuur en de manier om veiligheid te vergroten.”

Het klinkt als een utopie en Galtung ziet ook wel de obstakels: “Voor de Palestijnen betekent het dat ze een relatie moeten aangaan met Israël. Dat is een grote stap. De Israëliërs vinden de vergelijking met de Europese Gemeenschap en de positie van Duitsland niet zo prettig. Maar de belangrijkste blokkade is het paradigma van de twee-statenoplossing waarin iedereen gevangen zit. Om daar los van te komen duurt lang. Daar probeer ik iets aan bij te dragen.”

Maar is het niet naïef te denken dat het mogelijk is om alle partijen tevreden te stellen? Hebben sommige partijen niet baat bij oorlog omdat ze daaraan hun positie ontlenen? Galtung is optimistisch genoeg om te geloven dat je mensen zo ver kunt brengen dat ze zeggen: dat is een interessant plan. “Natuurlijk zijn er altijd extremisten. Sommigen Palestijnen willen geen Israël en sommige Israëliërs willen de grens opschuiven tot aan de Eufraat. Maar bedenk dat er destijds in Nederland ook velen waren die na de oorlog fel gekant waren tegen een gemeenschap met Duitsland. Natuurlijk zijn er grote en pijnlijke hobbels te nemen, zoals Jeruzalem. Uitgaande van de grenzen van 1967 zou Jeruzalem Palestijns worden. Die enorme hobbel voor Israël kun je verzachten met mogelijkheden tot vestiging voor Israëliërs.” Een lastig probleem is ook het recht op terugkeer van Palestijnen naar Israël, dat ook onderdeel is van Galtungs oplossing: “Dit recht moet overeind blijven, maar de aantallen kan je onderhandelbaar maken; aan de Palestijnen kan ook vestiging in andere landen worden aangeboden.” Een regeling moet ook voorzien in wederzijdse kantons in beide landen: “Allemaal heel moeilijk verteerbaar voor Israëliërs. Daar is geen twijfel over mogelijk, maar zij moeten de consequenties wegen. Zonder vrede is geen veiligheid mogelijk. Ook niet met een hoog hek, dat is slechts een rituele oplossing.”

Galtung is overtuigd van zijn plan. “Het is een onvermijdelijke route en dat zullen de Israëliërs vroeger of later ontdekken.” Dat hij nog geen telefoontje heeft gehad is omdat het nog te vroeg is. “In Sri Lanka ben ik 21 jaar geleden begonnen te praten over een oplossing in de burgeroorlog met de Tamils via een federatie. Dat is altijd afgewimpeld en nu zit ik aan tafel.” Het belangrijkste obstakel is volgens Galtung de opstelling van Amerika. “Amerika zou tegen Israël moeten zeggen dat ze op de verkeerde weg is. Zoals ze dat ook in de jaren tachtig tegen Zuid-Afrika hebben gezegd. Dat was een dramatische omslag in de politiek van Amerika, zo’n omslag is nu nodig in de Israël-politiek. Onder Bush zal dit niet gebeuren, maar misschien daarna. Voor dit soort processen heb je een lange adem nodig.”

Dit artikel heeft de actualiteit meegenomen tot begin maart 2005.

Emeritus hoofddocent Methoden en Techniek en oud-voorzitter van het bestuur van het Wetenschappelijk Bureau GroenLinks.
Alle artikelen
Jelle van der Meer is journalist en publicist.
Alle artikelen