“Onze democratie is weerbaarder dan we denken”

Interview met advocaat Britta Böhler

Het kabinet zit met haar terrorismebeleid op een gevaarlijke weg van steeds meer en steeds hardere ingrepen. Advocaat Britta Böhler waarschuwt voor een crisis in de rechtsstaat.

Naast het neo-gotische gebouw van de Dolerende Kerk, aan een Amsterdamse gracht, houdt Britta Böhler kantoor. Ze is een van de bekendste advocaten van Nederland, met cliënten als Volkert van der G., prinses Margarita en de Koerdische PKK-leider Öcalan. Ze is van geboorte Duitse, studeerde rechten en filosofie en is sinds 1991 in Nederland. Böhler doet veel zaken waarin politiek op een of andere manier een rol speelt. Niet omdat ze zo van politiek houdt, helemaal niet, maar juist omdat ze burgers in het algemeen en haar cliënten in het bijzonder wil verdedigen tegen de staat. Dat is voor haar de kern van de rechtstaat: de wettelijke bescherming van het individu tegen de almacht van de staat. De politiek moet zich zoveel mogelijk onthouden van ingrijpen in de vrijheid van burgers. Wat ‘zoveel mogelijk is’ is onderhevig aan politieke strijd maar het principe is dat de individuele vrijheid voorop staat.

Dit fundamentele rechtstaatprincipe is aan erosie onderhevig, betoogt Böhler in haar in september verschenen boek Crisis in de rechtstaat, waarin zij haar pijlen met name richt op minister Donner van Justitie. In dit ook voor leken zeer leesbare boek haalt ze een serie voorbeelden aan uit haar eigen rechtspraktijk die haar grote bezorgdheid moeten onderbouwen. Ze beschrijft onder andere de slordige behandeling door het Openbaar Ministerie van Maragarita en Volkert van der G., maar haar sterkste voorbeelden gaan over het anti-terrorisme beleid. Onder het mom van terreurbestrijding worden maatregelen genomen die de vrijheid van burgers beperken. Een kleine greep: het bevriezen van tegoeden van islamitische liefdadigheidsfondsen die zelf maar moeten aantonen dat ze onschuldig zijn, het toelaten van oncontroleerbare AIVD-informatie als bewijs in strafzaken en het introduceren van ‘samenspanning’ als strafbaar feit, wat inhoudt dat alleen al een ‘afspraak’ om een misdaad te begaan voldoende is voor vervolging. En een afspraak, aldus Donner, is gemaakt met een hoofdknik of handdruk.

Maar rechtvaardigt dit het spreken over een crisis? Noodzaakt het gewelddadig terrorisme niet tot forse maatregelen? De moord op Theo van Gogh vond plaats na het uitkomen van haar boek. Heeft die moord haar mening veranderd? “Dat zou heel gek zijn. Ik ontken niet dat er terrorisme is, die bedreiging is heel serieus. Ik ken de rapporten en boeken. De moord op Van Gogh is afschuwelijk maar geen verrassing. Het lijkt erop dat religieus geweld nu ook Nederland bereikt heeft. Waar ik voor waarschuw is dat beleidsmakers, en dat zijn Donner, het kabinet, de Tweede Kamer, in een paniekerige poging het terrorisme te bestrijden de beginselen van de rechtstaat over boord gooien. Dat is paradoxaal: de rechtsstaat beschermen met middelen die niet passen bij de rechtstaat.” Het recht op privacy is een grondrecht dat volgens Böhler geschonden wordt met maatregelen als de invoering van de algemene identificatieplicht en het preventief fouilleren. “Met dat laatste wordt een principiële grens overschreden, omdat de politie de bevoegdheid krijgt op te treden zonder dat er van verdenking sprake is. “Wie protesteert tegen privacyschending wordt tegenwoordig weggehoond. Ondertussen moeten steeds meer persoonlijke gegevens, zoals telefoon- en internetverkeer, worden bewaard en wordt de toegang daartoe voor justitie steeds verder verruimd.”

Uiterlijk

Bijzonder boos maakt Böhler zich over een recente uitlating van minister Donner dat bij terroristen, aangezien het geen gewone misdadiger zijn, ‘uiterlijke kenmerken of ideeën verdachte aanwijzingen opleveren’. Böhler: “Daarmee raakt de rechtstaat haar morele basis kwijt, die van gelijkheid. Iemand met specifieke kenmerken die op de verkeerde plaats is, is nu een verdachte. Daar hebben we eeuwenlang tegen gevochten. Het is ‘de hollende kleuring’, daarover is een uitspraak van de Hoge Raad: dat is geen verdachte. Een rechtstaat mag niet werken op basis van vooroordelen. Twee op de tien keer zal het kloppen maar dat is geen uitgangspunt van beleid. Een bevolkingsgroep wordt daarvan de dupe.”

Niettemin, u onderkent zelf ook de terreurdreiging. Is uitbreiding van justitiebevoegdheden dan niet noodzakelijk?
“De AIVD mag zo’n beetje alles al. Justitie heeft voldoende middelen, in strafwetten is alles wat de terroristen uithalen al verboden. Men doet alsof het een nieuw fenomeen is, maar het gaat in principe om gewone strafbare feiten: moord, brand, afpersing, bedreiging. Het verschil is dat de misdrijven gericht worden op grote groepen burgers, dat de bedreiging daarvan groot is en dat de daders het zelfmoordwapen gebruiken en zo vervolging ontlopen. De nadruk komt daardoor te liggen op het voorkomen van het misdrijf, terwijl die normaal gesproken ligt op vervolging achteraf. Maar ook daarvoor biedt de wetgeving voldoende ruimte: de poging tot of de voorbereiding op doodslag etc. is strafbaar. Mits er tastbare bewijzen zijn. Het samenspanningsartikel wat nu in voorbereiding is maakt de uitwisseling van ideeën al strafbaar. Gecombineerd met het ‘verdachte uiterlijk’ zorgt het ervoor dat straks twee mensen in djellaba en met baard, die tegen elkaar zeggen dat Balkenende weg moet, strafbaar zijn. Toon dan maar eens aan dat ze het niet serieus meenden.”

Toch zijn er lastige dilemma’s. Er lopen gekende potentiële terroristen rond zonder dat er voldoende bewijs tegen hen is om ze langdurig op te sluiten. Mensen als Samir A., zelfverklaard jihadstrijder, die een mislukte poging deed mee te vechten in Tsjetsjenië, op verkeerde plekken wordt gezien, in bezit van plattegronden… Zelfs als hij daarvoor veroordeeld zal worden, is hij binnen een paar jaar vrij en zo iemand begint natuurlijk onmiddellijk weer opnieuw.
“Dat risico bestaat bij iedere wetsovertreder, ook bij de verkrachter. Als je uitgangspunt is ‘eens een terrorist altijd een terrorist’ wat is dan je oplossing? Eeuwige opsluiting? In de VS hebben ze via de Patriot Act mogelijk gemaakt mensen preventief op te sluiten. Hoeveel dat er zijn, is niet eens bekend. Twee jaar geleden was de schatting vijfduizend. Of daar potentiële terroristen tussen zitten is volstrekt onzeker, maar dat er onschuldigen bij zitten lijkt me wel duidelijk. Donner bereidt een wet voor waarin op grond van minder aanwijzingen iemand toch twee jaar in hechtenis mag worden genomen. Maar als aanslagen dan blijven doorgaan, wat is dan volgende stap?”

Grondrechten kunnen botsen, vrijheid vereist veiligheid. Zitten we nu niet in een situatie die vraagt om meer veiligheidsmaatregelen, desnoods ten koste van vrijheden?
“Over de onderlinge afbakening van grondrechten kan je verschillend denken, als ze maar niet in de kern aangetast worden. Wat de kern is, is natuurlijk onderwerp van politieke discussie, maar mijn standpunt is dat het huidige beleid de verkeerde kant opgaat. De grondwet trekt de grens, dat is het primaat van het recht. In het buitenland is er toetsing van wetten aan de grondwet. Die toetsing ontbreekt helaas in Nederland.”

Zijn er situaties denkbaar waar grondrechten moeten wijken voor veiligheid?
“Oorlog, dat is een noodsituatie waarin regels moeten wijken. Maar zelfs dan gelden grondrechten zoals het verbod op martelen.”

Is er een glijdende schaal? Mag de overheid meer als er straks in Nederland een tweede en daarna een derde aanslag plaatsvindt?
“Er is een hele scherpe lijn. Oorlog is echt de uitzondering. Met meer aanslagen verandert er niets. Na 11-9 heeft justitie meer mogelijkheden gekregen en dat heeft de moord op Theo van Gogh niet voorkomen.”

De kritiek is nu dat er na 11-9 te weinig is gebeurd.
“Dan heb je altijd gelijk. Je pleit voor a, b en c en als het toch nog mis gaat zeg je dat d,e en f ook nog moeten worden ingevoerd. Zie daar het gevaar van een beleid zonder visie gericht op meer en harder: de volgende stap is nóg meer en nóg harder. Zo zakken we steeds verder af. En het zal nooit genoeg zijn. Het punt is natuurlijk dat geen enkel kabinet, welke ‘harde’ maatregel ze ook neemt, de garantie kan geven dat terroristische aanslagen zullen worden voorkomen. Terreurdaden als New York en Madrid kunnen misschien nog wel verijdeld worden, want die vereisen grote voorbereiding, maar de aanslagen van één op één, zoals die op Van Gogh, kan je niet voor zijn, behalve door toeval.”

Er is angst, het publiek vraagt, zo blijkt uit enquêtes, om vergaande maatregelen. Kan je dat negeren?
“Dit beleid werkt niet, leidt tot een roep om meer en versterkt de angst. Welke weg wil je op? Moeten we martelen toestaan? Stel dat er levens op het spel staan, moeten we een verdachte dan martelen, bijvoorbeeld over de plaats van een bom? In de VS zijn ze die grens overgegaan. Maar dan, wie bepaalt wanneer en hoe je mag martelen? Hoeveel bewijs moet er tegen iemand zijn? We weten dat onder marteling iedereen alles toegeeft.”

Wat is uw alternatief?
“Ik verzet me tegen de suggestie dat de huidige wetgeving lamlendig is. Ik sluit me wel aan bij de kritiek dat er, in het algemeen, te weinig misdrijven opgehelderd en vervolgd worden. De handhaving presteert slecht. Dat is een kwestie van organisatie en samenwerking. Aan de instrumenten ligt het niet, Ze worden alleen niet goed ingezet.

Terrorismebestrijding in landen met meer ervaring op dit gebied, Engeland, Spanje, Duitsland, gaat verder dan Nederlandse wetgeving. Is daar de rechtstaat opgegeven?
“In Engeland mogen verdachten inderdaad langer worden vastgehouden, maar Engeland bewijst ook, met de Gilford Four en de Birmingham Six, tot welke grote fouten een grote druk om terroristen uit te schakelen kan leiden. Van die ervaring moeten we leren. Met preventieve opsluiting, oncontroleerbare bewijslast en verklaringen afnemen onder druk gaan we de verkeerde kant op. Het is het gevaar van een tunnelvisie: de druk op bestuurders en justitie om succes te hebben neemt toe, en als je dat combineert met verruiming van juridische middelen loop je grote risico’s.”

Er is ook een risico dat je te weinig doet.
“Je bedoelt dat onschuldigen die vastzitten een offer zijn? Onzin, dat voorkomt geen aanslagen. Ik waarschuw ook voor de overdrijving van het terrorismegevaar. Je moet oppassen de terreur te beschouwen als een bedreiging van onze democratie, omdat je daarmee buitenproportionele maatregelen rechtvaardigt. Onze democratie is veel weerbaarder dan we denken. Op 11-9 zijn in New York geen rellen geweest, geen plunderingen en reed de volgende dag gewoon de metro weer. Engeland heeft jaren gekend van bomaanslagen, Duitsland van overvallen, ontvoeringen en moorden, maar deze landen functioneerden gewoon door.”

Dat stelt ook Michael Ignatieff vast in zijn nieuwe boek Het minste kwaad. Hij schrijft: “vrije democratische staten blijken veel minder zwak dan ze zelf denken; hun belangrijkste zwakte is juist dat ze hun eigen kracht onderschatten”. Waarom grijpen Donner cs naar zulke zware middelen?
Ik heb sterk de indruk dat ze gebruik maken van het moment om ingrepen te doen die ze toch al noodzakelijk vinden, zoals preventief fouilleren en de legitimatieplicht. Donner en Remkes hebben een heel andere visie op de rechtstaat. Donner zegt: de vrijheid van burgers is geen uitgangspunt, maar een uitkomst. Dat is een zeer dubieuze opvatting. Het is een grondrecht dat de mens vrij wordt geboren; Donner zegt echter dat de mens die vrijheid krijgt van de overheid.”

Dat klopt toch ook: zonder staat is er anarchie en recht van de sterkste, de staat garandeert de vrijheid van haar burgers.
“Precies: ‘garandeert’. Dat is wat anders dan dat de overheid ‘geeft’. In die visie kan de staat behalve geven ook nemen. Ik zeg dat de mens vrij is en dat de overheid die vrijheid beschermt en slechts bij hoge uitzondering, geregeld bij wet, kan de overheid die vrijheid beperken. Dat vraagt dus om grote terughoudendheid en uitvoerige uitleg en verantwoording. In Donners visie is het aan de overheid, hijzelf dus, om te geven dan wel te nemen. Natuurlijk houdt hij zich aan de procedures van de democratie, maar het is een heel beperkte opvatting van democratie.

“Ik ben diep teleurgesteld in de oppositie. Met name de PvdA als grootste oppositiepartij laat veel te weinig van zich horen. Bos zou zich op dit belangrijke punt moeten laten gelden en Donners visie op de rechtstaat weerspreken. Ook van SP en GroenLinks hoor ik te weinig principiële kritiek. Ik bespeur een grote angst om voor soft door te gaan.”

Met een softe aanpak geef je vrij baan aan rechts.
“U argumenteert als een politicus. Als je een standpunt hebt dan sta je daarvoor, de rest is ruis, het maakt niet uit wat je tegenstander beweert. Daarom ben ik ook een jurist, niet een politicus.” 

Literatuur

- Britta Böhler, Crisis in de rechtstaat; spraakmakende zaken, verborgen processen; Arbeiderspers, 2004.

Jelle van der Meer is journalist en publicist.
Alle artikelen